Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Fantasy
Geplaatst:
11 augustus 2017, om 20:53 uur
Bekeken:
30 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De Wolvenren - hst 2 (2)"


De gebrandschilderde ramen wierpen een sfeervolle duisternis in de met fresco’s beschilderde troonzaal. Het lange schip van het langwerpige gebouw had een doorgang in het midden en bankjes aan de zijkanten, waar zij die een audiëntie verzochten bij de koning dienden te wachten. Op enkele gardisten na was de troonzaal verlaten, want tijdens de jaarlijkse Rijksfeesten hield de vorst geen zittingen. Toch was Aaron naar het paleis gekomen om een persoonlijke gunst aan de koning te vragen. Hij stapte door de midden gang en zag overal levensgrote fresco’s die de ontstaansgeschiedenis van de Monarchie en de overwinningen op het oude Keizerrijk uitbeelden. Zelfs het plafond was beschilderd, een taak die hem bovenmenselijk leek, door een van de bekendste artiesten,  honderden jaren geleden, die het tafereel van de schepping in het midden van het plafond had geschilderd, waardoor het leek dat er donkere wolken in de troonzaal hingen.

   De midden gang gaf uit op een ronde ruimte, waar een enorme koepel op penanten rustte. Het plafond van de koepel was een optische illusie, die het bouwwerk nog groter deed lijken en beeldde een massale veldslag af, die geschouwd werd door de stichters van de Monarchie. Het licht dat door de nissen van de koepel viel, werd zo afgeleid, dat het als schijnwerpers het verhoog verlichtte, waarop twee tronen stonden. De linkse troon met een purperen zitvlak was afgezet met gouden versieringen. De rechtste troon was uit eenzelfde hout gesneden maar kleiner en was bezet met edelstenen. Het zitvlak en rugleuning waren rood. Het licht dat door de koepel van de troonzaal naar beneden viel deed de blanke huid van Aaron nog witter lijken. Zijn lichte huid en blonde haren waren kenmerkend voor de bewoners van de Avondlanden. Als men aan een kustlander, die nooit eerder iemand van de Monarchie had gezien, zou vragen om een typische jongen van de hoofdstad te beschrijven, zou deze Aarons beeltenis omschrijven. Lichte haren, lichte ogen, lichte huid en lichte bouw, niets aan hem was uitzonderlijk. Aaron was niet speciaal groot of klein, niet gespierd maar ook niet schraal, niet uitzonderlijk knap maar ook niet onaardig. Het enige waarin hij geen middelmaat was, was rijkdom. Zijn familie had over vele generaties een fortuin opgebouwd, dat zijn vader in korte tijd had weten te verveelvoudigen. De rijkdom van zijn familienaam was overal bekend, tot ver over de grenzen van de Monarchie heen. Er deden geruchten de ronde dat de ondernemingen van zijn vader jaarlijks meer geld binnenbrachten dan de Schatkist ophaalde en dat Aarons vader het spendeerde om alles gedaan te krijgen wat hij wilde.                         

  Aaron stapte op het verhoog en ging voor de linkse troon staan. Van dichtbij zag hij hoe enkele draadjes van het zilveren borduursel, dat een patroon van kleine roosjes vormde in het stof, loskwamen en hoe op plaatsen stukjes van het goud afbladerden. Aaron had zijn vader vaak horen vertellen over de koning, meestal in de negatieve zin, en hoe het koninkrijk wel zou varen onder een ander bewind. Aaron was er zeker van de zijn vader zichzelf stiekem op de troon zag zitten, compleet met koperen kroon en zilveren maliënkolder. En daarna zou ik koning moeten worden, dacht hij met weerzin.

   ‘Denk er maar niet aan,’ hoorde hij iemand zeggen, alsof die zijn gedachten had kunnen lezen. De scherpe stem kwam vanuit de deuropening aan de zijkant van de rotunda. En meisje leunde tegen de deuropening. Ze droeg een lichtblauw kleed dat haar er minder meisjesachtig moest doen uitzien en droeg, geheel tegen de mode in, geen handschoenen. Haar haren waren het soort blond dat licht was in de zomer en askleurig in de donkere maanden en was in een staart samengebonden door een dun lint. Ze had grijze ogen en dunne wenkbrauwen en had, in tegenstelling tot veel van haar leeftijdgenoten, slechts beperkte vrouwelijke vormen.
‘Er zijn nog een aantal wachtende voor je,’ zei ze. Aaron bemerkte geen spot in haar opmerking. ‘Prinses,’ zei hij en hij maakte een gemeende buiging. De prinses was het tweede kind van de koning. Aaron had haar een aantal keer eerder ontmoet, maar had er geen leuke herinneringen aan over. Ze stapte naar voren en hij zag dat ze blootvoets over de marmeren stenen liep. Lange tenen, dacht hij, en dat was het enige uiterlijke kenmerk dat specialer was aan de anders zeer gewone verschijning.
‘Ik kom niet voor de troon,’ zei hij.
‘Ik weet waarvoor je komt. Denk je dat je de eerste bent vandaag?’
‘Ik had het wel gehoopt.’
‘Nieuws reist snel in deze stad,’
‘Zeker goed nieuws,’ zei Aaron.
De prinses wierp hem een korte venijnige blik toe. Even zag Aaron haar witte tanden die net dat beetje te groot waren.
‘Enkel verwaande jongens zoals jullie noemen de dood van een heer goed nieuws,’ zei ze verontwaardigd.
‘Hij was nauwelijks een heer, zei Aaron ‘en is hij uiteindelijk gestorven?’
De prinses zei niets meer en liep zo traag ze kon voorbij hem. Hij zag hoe ze haar ogen op de zijne fixeerde en hij rook haar geur toen ze passeerde. Ze stapte de trappen op, de ene blote voet na de andere, en ging daarna zitten in de kleinste troon. Terwijl hij haar zag zitten vroeg hij zich af of hij anders over haar zou hebben gedacht, moest zijn vader in het verleden het lot tussen hem en de prinsen niet hebben willen forceren.
‘De koning gaat hetzelfde tegen jou zeggen als dat hij tegen de anderen heeft gezegd,’ zei ze vanaf de troon.
‘En dat is?’           

   ‘Nee,’ zei de vorst terwijl hij in dezelfde deurholte stond als vanwaar de prinses hem had toegeroepen.
‘Hoogheid,’ groette Aaron en hij boog weer, nu dieper als voor de dochter. De koning leek in niets op de beelden van zijn voorvaderen. Hij droeg geen kroon, was niet uitgedost in een lange mantel, had geen zwaard om zijn midden hangen. Maar het grootste verschil was de uitdrukking op zijn gezicht. Aaron zag geen felle, trotse of innemende blik, die hij bij een koning verwachtte. De vorst leek vermoeid. Donkere wallen en diepe groeven tooiden het gelaat. Hij had langere grijze haren en een driedagen oude baard, die hij blijkbaar niet gewoon was te dragen, want hij krabde er in de loop van het korte gesprek driemaal in.
‘Ik ga tegen jou hetzelfde zeggen dat ik tegen de andere paljassen heb gezegd die hier het voorbije uur zijn geweest. De Wolvenren is geen spelletje. De ruiters hebben tijdens zware proeven kunnen bewijzen dat ze het aankunnen. Hoewel het reglement stelt dat ik het recht heb om elke vrijgekomen plaats in te vullen, ga ik dit niet doen.’
Nadat de vorst gesproken had liep hij langs de ronde muur richting de middenbeuk van de troonzaal.
’Heer, mijn vader,’ riep Aaron de koning toe, die hem dadelijk in de rede viel.
‘Jouw vader is net de reden waarom,’ zei de vorst.
‘Hij heeft, zoals alle vaders, mij verzocht geen van jullie allen verlof te geven om deel te nemen.’
Aaron stond, nog steeds verlicht door de felle stralen die door de koepelvensters naar binnen villen, verslagen voor de tronen. Hij zag dat de prinses naar hem keek vanop de kleine troon. In tegenstelling tot een paar ogenblikken geleden was haar gezicht uitdrukkingsloos. De koning draaide zich nog een laatste keer om.
‘Aaron,’ zei hij op meelevende toon, ‘dit is niet de manier om in de gratie van je vader te vallen.’
Daarna verdween hij door de grote poort.

   ‘Verdomme,’ riep hij uit toen de poort dichtsloeg. Zijn vloek galmde door de troonzaal. De gardisten van de Koninklijke Wacht reageerden niet.
‘Soms hebben ouders gelijk,’ zei de prinses vanop de troon. ‘Elk jaar sneuvelen er geweldige ridders tijdens de Wolvenren. Welke kans zou jij maken.’
‘Wat weet jij er nu allemaal van,’ snauwde hij de prinses toe. Ze schrok. Ze was het niet gewoon dat iemand zo tegen haar deed, maar zag al dadelijk de spijt op Aarons gezicht.
‘Ik ben de jongste dochter van een koning. Hoeveel belang denk je dat mijn vader in mij stelt.’
De prinses stond op en verliet de rotunda. Aaron rook haar frisse geur toen ze voorbijliep en zag haar dunne lichaam blootvoets door de zijdeur gaan.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.