Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Fantasy
Geplaatst:
10 augustus 2017, om 14:36 uur
Bekeken:
134 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
18 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De wolvenren hst 2 (1)"


   Het derde niveau van de stad onderscheidde zich van de andere twee, enerzijds door de hogere ligging en anderzijds omdat de stront van mensen en dieren er niet door de straten liep. Het was ook het enige niveau waar lomperiken de gevels van de herenhuizen beschermden tegen uitwijkende koetsen en waar de huizen uitkeken over tuinen en parken in plaats van koterijen en stinkende markten. Toen Aaron boven de rode daken aan het einde van de boulevard de top van de koepel van het paleis zag verschijnen, werd hij zenuwachtiger, hoewel hij er nog was geweest samen met zijn vader. De rust en het zelfvertrouwen die zijn vader had uitgestraald had ook een invloed op Aaron gehad. Naast zijn vader voelde hij zich fier en zeker, maar nu hij alleen onderweg was, voelde hij bij elke stap, die hem dichter bij het paleis bracht, zijn hart sneller kloppen.

   Zijn vader had altijd alles geregeld en was succesvol in het bereiken van al zijn doelen en Aaron werd nooit gevraagd iets voor zichzelf te doen. Als hij het ook maar eens probeerde nam zijn vader het altijd over. De eerste keer dat Aaron zelf de verantwoordelijkheid had moeten nemen voor een van zijn daden, had hij het familiefortuin moeten aanspreken om de schade te rechten en had hij een levensschuld opgelopen. In een poging die af te lossen, leerde hij zijn beste vriend kennen.

   Nadat hij de laatste bocht van de hoofdstraat had genomen, rook hij de eerste nieuwe geur van zijn tocht. Voorbij de bocht lag het plein van de vier windstreken, dat beplant was met bloemen en kruiden die symbool stonden voor de uithoeken van de Monarchie. De paarse bloemen van de hommelstruik lieten hun typische zoete zwoele geur los, die meegedragen werd door de bries die over het plein waaide. De hoofdstad van de Monarchie lag op een heuvel die enkel omringt was door vlakke weides, waardoor elke windvlaag tegen de heuvel botste en daarna door de stad jaagde. De hommelstruik stond voor de warme streken rond de Oostelijke Zeeën en de grote havens. In de perkjes ernaast stonden sparren hagen, rozen en viooltjes, klimop en lelies in kleine vijvers, allen vertegenwoordigers van hun streek.

   Aan de overkant van het plein stond een gebogen zuilengalerij van rood marmer en natuursteen die toegang gaf tot een volgend plein. Boven de zuilengalerij waren kantelen gebouwd waarop stenen beelden stonden van gekroonde figuren in weelderige mantels. Sommigen steunden op een lang zwaard terwijl anderen enkel het heft van het zwaard dat rustte in de schede omklemden. Een rij van vier vorsen had de armen gekruist. De vorsten van de vijf dynastieën keken vanop de zuilengalerij naar de bezoekers van hun nazaten. Eens, dacht Aaron terwijl hij tussen de zuilen door liep, moesten deze beelden in fraaie kleren geschilderd zijn geweest, maar nu bleef er enkel een wit oppervlakte over, met hier en daar een restje verf.

   Tussen de zuilen door zag hij eerst de rode stenen van het koningsplein die, in concentrische cirkels, over het hele oppervlakte lagen. Daarna werd het hele zicht ingenomen door de voorgevel van het paleis, die zo hoog en zo breed was, dat Aaron moest opkijken om nog wat van de blauwe zomerlucht te zien. Voor de gevel, die een kleur had van gedroogde modder of gevallen herfstbladeren, stonden zes gardisten van de Koninklijke Wacht. Ze droegen een traditioneel uniform met op de torso een beer in een gouden roos, het embleem van de huidige dynastie. Hij stapte de negen trappen op die naar de grote gouden poort leidden.

   Aaron stapte door de poort en bevond zich in de staatszaal, de grootste overdekte ruimte op het Continent. Elke tien voet ondersteunde een dikke marmeren zuil het gehemelte. In het midden van de zaal was er een grote open ruimte waar honderden mensen gezeten konden worden bij staatsdiners of waar grote bals konden plaatsvinden. De muren waren bezet met afwisselend witte marmer en bladgouden panelen en het daglicht viel binnen langs grote hoge ramen, die uit gewoon glas waren vervaardigd, die halverwege de gevels stonden. Het contrast met de donkere buitenkant verraste de bezoekers. Aarons voetstappen echoden in de lege ruimte en zijn pas vertraagde. Het was moeilijk om je niet nederig te voelen in deze ruimte, dacht Aaron, en het verbaasde hem des te meer dat zijn vader hier met hem had rondgelopen alsof hij zich thuis voelde. Hun familiefortuin moest deuren openen, daarvan was Aaron zich bewust, maar het was nog iets heel anders om je vorst te wanen in het paleis van de monarch. ‘Gedraag je zoals je wil dat andere je zien, en zo zal je behandeld worden,’ had vader hem ooit gezegd, maar nu ontbrak het hem aan de moed om te doen alsof hij niet onder de indruk was. Aaron stapte door de enige deur van de achtergevel. Deze leidde naar de binnenkoer.

   De binnenkoer was ovaal en had aan weerszijden een zuilengalerij. In tegenstelling tot de zuilen rond het voorplein waren deze elegant en kon Aaron, een vijftienjarige van normale grootte, zijn armen er net rondslagen, zo hij het zou proberen. De kleine zuilen, samen met de smalle vijvers en gesnoeide bomen hadden maar een doel: de bezoekers te laten overdonderen door de majestueusheid van de troonzaal die aan de andere kant van het pleintje stond. Muren in warme kleuren, waarin gebrandschilderde ramen in versierde kozijnen stonden, leken naar de hemel te reiken, totdat de magistrale koepel het overnam. Deze koepel bestond uit drie steeds kleiner wordende delen, waarvan Aaron enkel het bovenste deel kon zien vanop het binnenplein. In de top van de koepel bevond zich het heiligdom van het eeuwige vuur, dat tot vijftig mijlen verder een baken was voor reizigers en pelgrims.

   Langzamer dan nodig liep Aaron de vijf treden op naar de troonzaal. Aan weerskanten van elke trede stond een beeld gegraveerd in de zuil die het fronton ondersteunde. Onder het eerste beeld aan de linker kant stond in de oude taal, die nu nog weinigen machtig waren, een woord geschreven. ‘Kor. 1,’ zei Aaron, ‘de vader van de Monarchie’. De vorst was in zachte steen gebeiteld geweest en zijn gelaatstrekken waren door de tijd vervaagd tot een nietszeggend gelaat. Aan de andere kant was een vrouw gehouwen die gesluierd naar Aaron glimlachte. Enkel haar lippen waren nog zichtbaar. De rest van haar gelaat was al jaren geleden vervaagd. De andere stamvaders van de vijf dynastieën waren langs de volgende treden afgebeeld, de vorst links en zijn vergezellende vrouw aan de rechterkant. Langs de laatste trede, aan de linkse kant, merkte Aaron echter een vrouw. Hij las de letters onder het beeld, en wist wie ze was. Leanna was de enige vrouw die ooit tot koningin gekroond werd. Omdat het beeld verder onder het fronton stond dan de vorige, was het beter bestand geweest tegen de elementen, en kon Aaron de triestheid op haar gezicht zien. Ze was op twintigjarige leeftijd gestorven in het kraambed. De Monarchie had dit als teken opgenomen om vrouwen op de troon verder te meiden.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.