Gegevens:

Categorie:
Horror
Geplaatst:
25 juni 2017, om 09:02 uur
Bekeken:
519 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
178 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Scheerbeurt op de Waddenzee .2"


Het groepje streek neer aan een tafel in de eetzaal en Hans stak van wal. Niet in zijn bootje maar met zijn Kapitein Rob-verhaal. Een verhaal waar ieders oren van zouden gaan klappertanden, althans die hoop sprak Wanda uit. De plaats van handeling was de jachthaven van Harlingen waar Hans zojuist zijn zeilbootje van polyester, een Valk, had losgemaakt uit de aanhangwagen achter zijn auto en de betonnen helling had afgeduwd het water in. Iemand uit zijn kennissenkring had ooit eens in sierletters De Vrijheid geverfd als naam voor op de boot en had hem een Kapitein Rob pet en een pijp cadeau gedaan. De pet had hij nu op zijn kale schedel gezet tegen de felle zon. De pijp had hij nog nooit in zijn mond gehad. Hij overwoog om tijdens de vakantie het Kapitein Rob verhaal Het Geheim van de Bosplaat in het Latijn of in het Frans te vertalen en die dan als lesmateriaal of leesvoer te gebruiken op school in het najaar. Hij meerde de boot af en hees het twaalf vierkante meter zeil. Het was windstil, geen zuchtje wind, het zeil hing bewegingloos. Dan maar de kleine hulpmotor, dat pruttelding dat het geluid maakte van een elektrisch koffieapparaat, uit de kofferbak van de auto gehaald. Hij bevestigde het ding naast het roer. Het zou nog een hele toer worden om met alleen het buitenboordmotortje de haven uit te varen op weg naar de Waddenzee waar misschien wel genoeg wind stond om het zeil enigszins te vullen. Hij haalde andere spullen uit zijn auto, waaronder een gevulde koelbox en zette alles in de kuip. Het was nog vroeg, hij had geen haast. De vaarafstand van Harlingen naar Terschelling, zo’n 25 kilometer hemelsbreed, was wel 50 kilometer met al die vaargeulen en bochten en dat zou wel eens de hele dag kunnen vergen. Maar op zo’n windstille zomerdag wist hij het niet. Afijn, hij zou wel zien.

   Half verscholen achter het grootzeil stond hij in de kuip na te denken toen er boven hem op de kade een in het zomers wit geklede vrouw en een puberjongen voorbij liepen. Hij herkende ze direct. Jasper en zijn moeder. De vrouw had onlangs nog op een ouderavond zulke merkwaardige dingen gezegd over werkstukken van enkele leerlingen die een klein schoolschandaaltje hadden veroorzaakt, zoals je die jaarlijks wel een paar keer meemaakt. Jasper en zijn moeder, helemaal uit Amsterdam. Wat deden die hier in Harlingen? Ze hadden hem niet herkend. Nee allicht niet, met die zeemanspet op.

De vrouw was een byzondere verschijning: geheel in het wit gekleed, een soort moedervogel in een luchtig zomergewaad dat reikte tot over haar knieën maar dat aan de zijkant een wijde tot net onder haar heup oplopende spleet had waaruit steeds een welgevormd bovenbeen tevoorschijn kwam terwijl ze naast haar zoon voort stapte. Ze kwamen mijn kant op. Ik keek gefascineerd vanonder de klep van mijn pet naar het telkens verschijnende mooie been en dacht aan de bekende opmerking van Godfried Bomans naar aan leiding van de beroemde benen van Marlene Dietrich: Had mijn vrouw maar één zo’n been! Wijde witte fladdermouwen had ze die deden denken aan vleugels terwijl ze heftig gebaarde en de jongen met zangerige stem toesprak. Zonder door hen opgemerkt te worden -  ik stond immers half verscholen achter het slappe zeil en lager dan de kade in de boot; bovendien had ik mijn pet op om mijn hersenpan tegen de zon te beschermen en een zonnebril op – ving ik flarden van hun gesprek op. De notarisvrouw verweet haar puberzoon dat hij altijd zo ongezond at en dronk, altijd weer die junk food van McDonalds en blikjes choco en cola, nooit eens vers fruit of een glas melk. Geen wonder dat hij er zo slap en lusteloos bij liep en er zo pips uit zag. Zelfs het dragen van de mand was hem welhaast te veel en zou ze van hem moets overnemen. Dat moest nu beslist anders worden, deze paar dagen. Veel zon en frisse lucht en groente en fruit en bruin brood. Ze keek in de rieten mand die hij naast haar mee zeulde en somde op: appels, bananen, perzikken, komkommer, selderij, mango… mmm… en melk en kaas… alles even heerlijk en gezond.

   Ik hoorde de jongen zwakjes tegensputteren en zeggen dat hij die die spullen echt niet lustte. Zonder me te verroeren wachtte ik rustig tot ze voorbij waren gelopen. Ik besloot mezelf niet kenbaar te maken als dat niet strikt noodzakelijk was. Ik had geen zin om me te bemoeien met ruzies van anderen en tot slot van rekening was ik nu op vakantie. Nog even de hulpmotor uit de kofferbak van de stationcar halen, de wagen wegzetten en ik was klaar om het ruime sop te kiezen ha-ha.

   Ik herinnerde me de gebeurtenis op school niet lang geleden. Een van mijn collega’s, een druktemakerig kereltje, had verontwaardigd rondgebazuind dat enkele leerlingen waarschijnlijk boeken en tijdschriften van de openbare bibliotheek hadden gevandaliseerd om zo aan illustraties te komen voor hun werkstukken. Een meisje zou bij haar leesverslag over vrouwenliteratuur een naaktfoto van Kristien Hemmerechts uit een gerenomeerd literair tijdschrift hebben gescheurd waarop te zien was hoe deze toentertijd 45-jarige schrijfster met harige schaamdriehoek stond afgebeeld en een jongen had bij zijn werkstuk over Jan Wolkers een foto toegevoegd waarop deze natuurliefhebber piemelnaakt trots en wijdbeens voor wat aangespoeld hout op het zandeiland Rottemerplaat stond. Niet de naaktheid en geslachtsdelen van deze voor foto’s poserende literaire grootheden veroorzaakten deze opwinding maar het vermoeden dat scholieren plaatjes uitknipten uit bibliotheekboeken en tijdschriften. De leerlingen ontkenden dit en beweerden dat ze de illustraties via een klasgenoot hadden verkregen. Ze weigerden een naam te noemen. Er werd werk van gemaakt. De directeur van de bibliotheek werd opgebeld en hij zou onderzoeken of er daadwerkelijk sprake was geweest van vernieling van boeken en tijdschriften. Een en al heisa.

   Tot de moeder van Jasper, de vrouw van notaris Van der Zon, tijdens de lunchpauze op school verscheen en in de leraarskamer verklaarde dat zij het was geweest die bij haar thuis op zolder uit een stapel oude tijdschriften het exemplaar had opgevist waarop de naakte borsten en het overvloedige schaamhaar van Kristien Hemmererchts te bewonderen waren. De naaktfoto van Jan Wolkers was te vinden op de achterflap van het boekje in haar bezit over zijn  verblijf op Rottermerplaat. Tijdschrift en boekwerkje had ze aan Jasper meegegeven die thuis had verteld over de werkstukken van leerlingen en zoon Jasper had ze op zijn beurt doorgespeeld aan enkele klasgenoten en gezegd dat ze er mee konden doen wat ze wilden.   


Droogvallen op de Waddenzee

 

We voeren langzaam door het vlakke vrijwel rimpelloze water tot de vaargeulen steeds nauwer werden en achter ons droog vielen. Eindelijk voelden we het zand onder de bodem schuren en toen lagen we stil. Er zat niets anders op dan te wachten, uren lang, tot het wassende water ons bootje weer vlot zou trekken.

   En zo lagen we een hele poos gedrieën schouders aan schouder, onze hoofden op het gevouwen voorzeil en de lege gevlochten mand. Het grote zeil hing nog steeds nutteloos van de mast maar schermde ons af van de felle zon. Als ik mijn hoofd op hief en over de rand van de boot keek in de richting van het vaste land zag ik niets anders dan een grijsbeige omringende ruimte. De kustlijn was vervaagd en heiïg. De vuurtoren Brandaris, die zichtbaar zou moeten zijn aan de andere zijde, de kant van het eiland, lag verscholen achter het grootzeil. We lagen in een immense eenzaamheid en stilte. Boven ons de hitte van het volle zonlicht. In een soort omgekeerde metalen kom lagen we. Het gedicht van Hendrik Marsman schoot me te binnen:

 

     Vlam

     Schuimende morgen

     en mijn vuren lach

     drinkt uit ontzaggelijke schalen

     van lucht en aarde

     den opalen dag

 

Ik begon de woorden te prevelen maar hield er meteen mee op; dit was een vitalistisch gedicht en wat wij op dit moment ondergingen was verre van vitaal, eerder het tegenovergestelde daarvan. De morgen schuimde niet, er was niets schuimends aan. Alles was gladgestreken, lusteloos, levenloos. Er klonk geen lach maar er heerste een kosmische stilte. De tijd stond stil, de wereld hield zijn adem in.

   Loom en verzadigd lagen we daar, mater et filius et ego, half verblind door het licht en versuft na gegeten te hebben uit de hoorn des overvloeds van de voedende oermoeder, de cornucopia die de vrouw als zogende moedergeit aan de goden had verschaft, Gefundenes Fressen was het voor ons geweest. Het wachten was nu op het gorgelend en murmelend geluid van opkomend vloed. Maar zo ver was het nog niet. Nog lang niet.

  

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.