Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Fantasy
Geplaatst:
8 december 2016, om 15:02 uur
Bekeken:
277 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
146 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Haar"


Daar reed prins Wolfjan, op zijn trouwe paard Zwezerik, in de richting van Slot Hang. In het slot wachtte op hem de zeer schone prinses Christina, die hem eerder die dag beloofde te trouwen, maar dan moest hij nog wel een aantal ingrediënten halen voor het feestmaal van die avond. Prins Wolfjan had, in twee etappes, aan deze eis voldaan en kwam nu met het tweede deel van zijn boodschap aan bij het slot.

Terwijl de knappe prins zijn helm afzette en zo zijn lange, blonde haarlokken liet wapperen in de wind, riep hij naar de wachters van het slot dat zij hem binnen moesten laten. Na een korte identificatieprocedure werd hem in eerste instantie geen toegang verleend.
"De prinses slaapt al." werd prins Wolfjan verteld.
"Slaapt al?!" bracht hij geschokt uit. Hij keek op de miniatuurzonnewijzer op zijn pols, en ondanks dat de zon al bijna onder was gegaan, kon hij nog duidelijk zien dat het nog geen zeven uur in de avond was.
"Daar geloof ik niets van, meneer de wachter. Ik eis de prinses te zien, en wel nu!" riep hij naar de wachters. Die hielden vol dat ze prinses al sliep.
"Ze slaapt al en heeft bovendien geen zin meer om u ooit nog eens te zien." vertelden de wachters prins Wolfjan nu ook nog eens. Voor de prins was de maat nu vol. Hij stapte van zijn paard af en worstelde beide wachters eenvoudig naar de grond, waarna hij hen hun sleutels afpakte en de grote deur van het slot opende.

Met zijn gespierde borst vooruit liep prins Wolfjan over het binnenhof van het kasteel in de richting van de eetzaal. Door de ramen van de zaal in kwestie kon hij zien dat daar nog licht brandde en er in ieder geval nog iemand wakker was. Het viel hem op dat er op het binnenhof zelf niet bijzonder veel te doen viel. Zo nu en dan zag hij een onderdaan heen en weer schuifelen, maar dat was het dan ook wel. Gedurende zijn eerdere bezoek die dag was het prins Wolfjan al opgevallen hoe klein, dun en lelijk de onderdanen van de knappe prinses Christina en haar moeder koningin Alycia waren. In de wijde omgeving van het kasteel was genoeg landbouwgrond beschikbaar om eten te kweken en was er bovendien ruimte om vee te laten grazen. Daarnaast stroomde ergens verderop in de buurt de rivier Zever, gekenmerkt door het gebrek aan oevers, waar de vissen zowat op je schoot sprongen, klaar om te worden opgegeten. Een slecht dieet zou de reden niet kunnen zijn, zo concludeerde de prins. Het viel hem ook nog eens op dat het slot zelf in een niet al te beste staat verkeerde. Er ontbraken hier en daar wat stenen in de muur en met onkruid en mos was moeder natuur aardig op weg om wat terrein terug te winnen op het door mensen gemaakte bouwwerk. Dit alles zou hij echter wel oplossen na het huwelijk tussen hemzelf en prinses Christina. Een oom van prins Wolfjan had namelijk een bouwbedrijf en met familiekorting zouden de kosten van de herstelwerkzaamheden ook wel meevallen.

De boodschap, een zakje met specerijen, nog altijd in zijn hand hebbend, strapte prins Wolfjan de deur naar de eetzaal open. De aanwezigen keken verschrikt op in de richting van de woedende prins. Deze speurde met een boze blik in zijn ogen de zaal rond, waar hij nog meer misvormde dienaren zag zitten. Een bizar hoog aantal van hen beschikten over slechts één oog en ook waren er aardig wat die nog nauwelijks haar op hun hoofd hadden zitten. In het midden van de zaal, daar waar hij de prinses en de koningin verwachtte te zien, zat niemand. Even dacht prins Wolfjan dat prinses Christina daadwerkelijk al sliep, maar plots zag hij aan een tafeltje in de hoek een drietal mensen zitten die nogal afstaken bij de rest van de aanwezigen. Zij leken alle drie nog over een flinke haardos te beschikken en samen zes ogen te hebben. Prins Wolfjan stapte met zijn kenmerkende grote passen in de richting van het drietal en smeet het zakje met specerijen tussen de borden van de drie in. Als eerst keek een blonde mevrouw, tussen de twee anderen gezeten, op. Prins Wolfjan herkende haar als koningin Alycia, wier linker oog haar rechter niet volgde. Toen de prins de koningin eerder die dag ontmoette, was het feit dat zij blijkbaar over een glazen oog beschikte hem niet opgevallen. Wat paniekerig schoof ze haar kunstoog weer recht. Ook de andere twee dames keken op. Rechts van de koningin zat een mevrouw die wel redelijk op haar leek. Ze zag er echter wat ouder uit en had bovendien een kapsel met de nodige grijze haren. Ook deze mevrouw had een glazen oog. Vervolgens aanschouwde prins Wolfjan de derde mevrouw aan het tafeltje, gezeten aan de linkerkant naast de koningin. Deze dame keek alleen vluchtig de prins aan, waarna ze haar blik snel weer afwendde.
"Uit mijn ogen!" riep ze bovendien naar de verbouwereerde prins. Ondanks dat hij haar gezicht maar kortstondig gezien had, herkende prins Wolfjan haar direct. Dit was prinses Christina, die eerder die dag haar handen niet van de prins af kon houden.
"Wat heeft dit te betekenen?" vroeg de prins zich dan ook af.
"Ik moet u niet meer, prins Wolfjan. U ziet er niet uit! U mist een oog en heeft bovendien geen haar meer op uw schedel zitten!" mopperde de prinses. Prins Wolfjan begreep er niets meer van. Hij haalde zijn hand door zijn blonde haardos heen en sloot afwisselend zijn ogen. Op die manier kon hij op de tast en zijn veranderende zicht af bepalen dat de prinses een hoop onzin haar mond uit liet sijpelen.
"Wat bazelt u nou, prinses Christina? Mijn hoofd loopt over van haar en ook mijn beide ogen heb ik nog." verkondigde prins Wolfjan dan ook.
"Stop met liegen, prins Wolfjan! Mijn ogen bedriegen mij niet! Tevens zal mijn handspiegel u mijn gelijk bewijzen." vertelde zij, waarna de prinses haar handspiegel met de spiegelkant in de richting van prins Wolfjan draaide. Daar zag hij echter wat zijn tast hem al deed vermoeden.
"Uw spiegel is het met mij eens, prinses Christina. Mijn haar en ogen zijn immer present. Hier, staat u het mij toe u op een andere wijze te bewijzen." sprak prins Wolfjan. Voorzichtig pakte hij de rechterhand van de prinses vast en liet haar vingers door zijn lange goudblonde lokken rollen. De mond van de prinses viel open van verbazing, waarna ze bovendien in een furieuze woede ontstak en opstond van de tafel.
"Waarom heeft u dit gedaan?!" brieste ze woest in de richting van de mevrouw met de grijze haren.
"Ik wil nu dat u de vloek verbreekt!" schreeuwde ze ook nog.
"Welke vloek?" stamelde prins Wolfjan, wiens eigen woede inmiddels omgeslagen was in een vorm van verwarring.
"Dit is onze hofheks, prins Wolfjan. Zij heeft dit ongetwijfeld op haar geweten!"

De hofheks mompelde maar wat en roerde met een houten tandenstokertje een beetje in haar cocktailglaasje.
"Verbreek het!" schreeuwde prinses Christina, terwijl zij ook met haar handen op de tafel sloeg. Dit gebeurde met een dusdanige kracht, dat ze koningin en flink van schrok en het bestek toch zeker een centimeter of twee van het tafeloppervlakte kwam.
"Vooruit." fluisterde de heks, waarna ze met haar vingers knipte. Prinses Christina keek prins Wolfjan aan en er verscheen voor het eerst die avond een glimlach op haar gezicht. Maar al snel verdween de aandacht voor het gelaat van prins Wolfjan, en keek de prinses langs hem heen, naar alle lelijke dienaren die op waren gestaan van hun respectievelijke tafels en op het geschreeuw af waren gekomen.
"Heeft u dit ook gedaan?" vroeg de prinses voorzichtig aan de hofheks.
"Euh, tsja, euh..." stamelde de heks.
"Verander ze terug!" riep prinses Christina naar de heks, maar die wilde daar niets van weten.
"Nee! Nee! Dat lijkt mij echt géén goed idee!" zei zij dan ook. Gelukkig voor de prinses was daar prins Wolfjan nog, die zijn zwaard uit de schede haalde, en met de scherpe punt van zijn wapen naar de hofheks wees.
"Misschien is het maar beter dat u luistert naar de prinses." beval hij haar aan.
"Niks daarvan!" hield de heks schuddebollend vol.
"Jawel!" riep de boze prinses. Op dat moment ging ook koningin Alycia haar met de zaak bemoeien. Ze stond op en pakte voorzichtig de arm van haar dochter vast.
"Liefje, weet je dat nou wel zeker? Het is toch goed zo? Jij hebt je knappe prins en je lelijke dienaren. Zo is er toch voldoende balans in het kasteel?" probeerde de koningin prinses Christina te overtuigen.
"Zij verdienen het toch niet om lelijk te zijn?! Oh prins Wolfjan, doe er toch wat aan!" smeekte de prinses de prins. Prins Wolfjan drukte met de platte zijde van zijn zwaard tegen de keel van de hofheks aan, waardoor zij uit haar stoel viel en tevens tegen de muur gedrukt werd.
"Verander ze terug!" riep prinses Christina nogmaals, maar de heks weigerde wederom.

Terwijl hij de heks nog steeds door hem tegen de muur gedrukt werd, keek prins Wolfjan prinses Christina afwachtend aan.
"Wat nu?" vroeg hij haar dan ook.
"Eraf met haar hoofd!" riep de prinses door de eetzaal heen. Dit bevel werd door de lelijke onderdanen begroet met een luid gejuich. Koningin Alycia probeerde deze toestand nog altijd te sussen, maar dit bleek tevergeefs te zijn. Prins Wolfjan draaide zijn zwaard een kwartslag en drukte de scherpe kant van zijn wapen zo door de keel van de hofheks heen. Op het moment dat haar onthoofde lijk de vloer van de eetzaal raakte, hoorde prins Wolfjan achter hem een alsmaar herhalend ploppend geluid. Het was net alsof iemand popcorn aan het maken was. Prins Wolfjan keek om en zag hoe alle lelijke onderdanen veranderd waren in zeer gemiddeld uitziende mensen. Het gaf hem een goed gevoel. Tevens zou hij nu helemaal de held van de beeldschone prinses Christina zijn. Het was juist daarom dat hij een blik in de richting van de prinses wierp. Daar zag hij iets gruwelijks. Daar waar de prinses eerst beeldschoon was geweest, was het nu juist zij die een oog miste. Van haar voorheen mooie, lange, zwarte lokken was nog nauwelijks iets over. Tevens leek haar bovenkaak niet meer in haar mond te passen en waren ook haar rondingen verdwenen. Prins Wolfjan stopte zijn zwaard weg en blies pardoes op zijn vingers.
"Mijn held!" hoorde hij de ooit knappe prinses zeggen, terwijl zij met haar tong uit haar mond en haar armen wijd open op hem af kwam gelopen. Tot zijn grote opluchting werd de deur naar de eetzaal voor de tweede keer deze avond opengetrapt. Waar de prins dit zelf eerder had gedaan, was daar nu zijn trouwe paard Zwezerik om hem uit deze benarde situatie te bevrijden.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.