Gegevens:

Categorie:
Eenzaamheid
Geplaatst:
7 februari 2016, om 23:02 uur
Bekeken:
687 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
214 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Schrijven"


Stil, we moeten fluisteren. Niemand weet dat ik dit schrijf, zelfs mijn vrouw niet. In dit en een ander opzicht ben ik een echte geheimschrijver. Ik schrijf alle gedachten op van de verborgen persoon in mijn binnenste. Dat is een spreker! Hij kan het niet laten, en ik ook niet, want wat erin zit wil eruit, het moet eruit.

 

Er zijn dagen dat het mij overmant. Dan rijd ik naar de hei en loop naar een drassige plaats waar geen mens komt. Hoop ik. Als het dan geklonken heeft kom ik tot mezelf. Ik kijk om me heen, bang dat iemand mij toch gehoord heeft. Vloekend om mijn onhandelbare zelf bagger ik mijn weg terug. Als ik de greppel uitklim, de verharde weg op, draai ik mij om. Ik maak een foto van mijn voetspoor; in een paar woorden schrijf ik erbij wat ik deze keer kwijt moest. Nu is de spanning weg, ik ben leeg, zo wezenloos als het moeras. Ik voel me goed, mijn leven is van mij.

 

Dan hoef ik niet meer te fluisteren. Ik zing luidkeels mee met de autoradio. Ze kijken me vreemd aan als ik het bos uitrijd, maar dat interesseert me niets. Ik doe pas rustiger aan als mijn straat in zicht komt. Als ik de deur open, heb ik mezelf weer in de plooi. Ik hang mijn jas naast de jas van mijn vrouw. Ik leg mijn pet naast de muts van mijn vrouw. Ik kom de huiskamer in en ga zitten, naast de urn van mijn vrouw.

 

***

 

Kylie, luister eens naar een lezer. Het gaat hier om een extreem teruggetrokken man die evengoed ons respect verdient. Een passende slotzin zou op zijn plaats zijn, al is het maar om te tonen dat we deze man zijn beslotenheid gunnen.

 

"Stil, we moeten fluisteren." Niet zo opgewonden, Kylie. 'We' hoeven niet te fluisteren, want een hedendaagse lezer (zoals ik) leest alleen bij hoge uitzondering hardop. Bovendien heb ik als lezer niets te melden, alleen de schrijver spreekt en dat nog slechts op papier. Laten we het zo eens zeggen: "Ik spreek in stilte, op papier."

 

"Niemand weet dat ik schrijf, zelfs mijn vrouw niet." 'Niemand'? Ik weet het, want ik lees het verhaal. Dat mag dus best preciezer. "Wie leest kan mij horen. Mijn vrouw hoort mij niet, want zij leest niet."

 

"In dat opzicht ben ik een echte geheimschrijver. Ik schrijf alle gedachten op van die verborgen persoon in mijn binnenste." Geheimschrijver, verborgen persoon... hahaha Kylie, wat ben je toch heerlijk dramatisch. Het kan realistischer en bondiger. "Zie mij als de secretaris van mijn innerlijke stem."

 

"Dat is een spreker! Er zijn dagen dat het mij overmant. Dan rijd ik naar de hei." Groot gelijk Kylie. Nu geen tijd verliezen met een lang verhaal over allerlei details. "Daar laat ik het uitklinken. Ik ben leeg, de stem is weg; mijn leven is van mij." Een heel bevrijdend einde.

 

Hoe het onderweg toegaat geloven we wel. Pas bij huis wordt het interessant. "Als ik de voordeur open, heb ik mezelf in de plooi. Ik hang mijn jas naast de jas van mijn vrouw. Ik leg mijn pet naast de muts van mijn vrouw. Ik kom de huiskamer in en ga zitten, naast de urn van mijn vrouw." Prachtig! Zij zwijgt, zoals de schrijver zwijgt.

 

Nu nog de slotzin.

 

***

 

Ik spreek in stilte, op papier. Wie leest kan mij horen. Mijn vrouw hoort mij niet, want zij leest niet.

 

Zie mij als de secretaris van mijn innerlijke stem. Dat is een spreker! Er zijn dagen dat het mij overmant. Dan rijd ik naar de hei. Daar laat ik het uitklinken. Ik ben leeg, de stem is weg; mijn leven is van mij.

 

Als ik thuis de voordeur open, heb ik mezelf in de plooi. Ik hang mijn jas naast de jas van mijn vrouw. Ik leg mijn pet naast de muts van mijn vrouw. Ik kom de huiskamer in en ga zitten, naast de urn van mijn vrouw. Zij zwijgt, en ik zwijg met haar mee. Achter ons vormt de klok de tijd met zijn trage en precieze tik.

 

***

 

Heel mooi, lezer, heel beheerst. Maar wel streng, en een beetje droevig ook, vind je niet? De enige echte spreker in het verhaal is immers de tijd. De tijd heeft altijd het laatste woord want hij zal ons overleven, maar daar hoeven we hem geen gelijk in te geven. Daarom schrijven we tenslotte verhalen. Niet om de dood te ontkennen, maar om het leven te vieren. Om een happy end, zogezegd. Laten we daarom beginnen met het einde: "Als ik thuis de voordeur open..."

 

Wat valt hier te vieren? We zijn getuige van een heel klein leven, omdat er slechts een fractie uitkomt wat erin zit. Deze man is met huid en haar vastgeklonken aan zijn verleden. "Ik ga zitten naast de urn van mijn vrouw. Zij zwijgt, en ik zwijg met haar mee."

 

Het leven van deze man lijkt zelfs nog kleiner. Hij spreekt niet; dat doet zijn innerlijke stem. Die stem is niet van hem. Vindt hij. Toegegeven: hij deelt zijn lichaam met die stem. Dat is ook het enige wat ze gemeen hebben. "In mij woont een innerlijke stem. Dat is een spreker! Hij kan het niet laten."

 

Het gaat echt om een verborgen persoon: iemand die zich verschuilt in ons, die zich niet durft te tonen aan de buitenwereld. Misschien wel om hele goede redenen. Zo'n persoon kennen we allemaal. Die persoon te laten spreken: dat is de taak van een schrijver. Fluisteren wat niet gezegd mag worden, schrijven wat niet geschreven hoort te worden. En voor u, lezer: lezen wat u niet aangaat.

 

Gelukkig is deze man zijn eigen stem niet kwijt. Hij spreekt, al is het niet hardop, hij schreeuwt, al is het tegen zijn eigen wil (want schreeuwen doet hij, lezer). "Het moet eruit, ik kan het niet laten. Er zijn dagen dat het mij overmant. Dan rijd ik naar de hei. Daar laat ik het uitklinken."

 

Hij zit klem tussen zichzelf en de ongenaakbare buitenwereld. Hij moet nodig veranderen! Maar niet heus, hij heeft zich al genoeg aangepast. Laat hem gewoon tot zichzelf komen. Door te schreeuwen op de hei. Door te schrijven. Door te lezen. Door te luisteren naar de klok. Net zolang tot hij zichzelf ontmoet.

 

***

 

Als ik thuis de voordeur open, heb ik mezelf in de plooi. Ik hang mijn jas naast de jas van mijn vrouw. Ik leg mijn pet naast de muts van mijn vrouw. Ik kom de huiskamer in en ga zitten, naast de urn van mijn vrouw. Zij zwijgt, en ik zwijg met haar mee. Met zijn trage en precieze tik geeft de klok achter ons vorm aan de tijd.

 

In mij woont een innerlijke stem. Dat is een spreker! Het moet eruit, ik kan het niet laten. Er zijn dagen dat het mij overmant. Dan rijd ik naar de hei; daar laat ik het uitklinken. Daar in die blubber ben ik niemand tot last. Het enige wat blijft is de foto die ik maak van mijn voetspoor en de tekst die ik erbij schrijf: wat er te zeggen valt nadat mijn innerlijke stem is uitgesproken.

 

Het doet mij goed als ik weer thuis zit, naast de urn van mijn vrouw, met mijn mobieltje in de hand. Ik lees wat ik geschreven heb. Ik moet niets. Ik volg de slag van de klok. Ik weet wanneer de volgende slag gaat komen; de klok weet dat niet. Ik denk aan mijn vrouw; zij weet dat niet. Ik ben alleen. Zelfs mijn innerlijk zwijgt. En ik denk: hier ben ik.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.