Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Waargebeurd
Geplaatst:
29 december 2015, om 08:58 uur
Bekeken:
456 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
169 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Jeugdige compassie hoofdstuk 17. Liefhebbende echtgenoot"


Hoofdstuk 17: Liefhebbende echtgenoot

Blokkend voor zijn examen viel Barts sociale leven volledig in het water. Hij begon nu te merken dat zijn opleiding een half jaar korter was dan die van zijn medeleerlingen. Veel stof uit het eerste half jaar had hij niet of onvoldoende meegekregen en ook weinig aandacht aan geschonken. Menig avond zat hij kromgebogen over zijn boeken en trachtte de hanenpoten van zijn mede studenten te ontcijferen van de aantekeningen die zij gemaakt hadden in de periode dat Bart nog in het distributie centrum werkte. Transpiratie werd een vast onderdeel van zijn dagelijks leven en het enige bezoek wat hij ontving was hoofdpijn die te pas en te onpas langs kwam. Ondanks de verzekering van Trudy dat hij intelligent genoeg was en het wel zou halen was hij daar zelf erg onzeker over. Hij had het zo druk dat Floor uit zijn gedachten verdreven werd en zijn hartzeer over haar vertrek snel over was. Ondanks zijn irritatie over haar neurotische gedrag en de wetenschap dat hun relatie niet lang zou duren was zijn trots flink gekrenkt. Dat ze hem een slappe hap had genoemd deed zeer ondanks dat hij wist dat ze ergens wel gelijk had. Het enige wat hij jammer vond was dat hij zijn neukmaatje kwijt was wat genoeg zei over zijn ontbrekende diepere gevoelens voor haar.

Zijn afleiding was zijn werk. Bart stortte zich met hart en ziel op de bewonerszorg in een poging de stress kwijt te raken die hem nu al weken parten speelde. Helpen deed het niet erg. Dit uitte zich in het gegeven dat hij nu al twee keer een incontinentie luier binnenstebuiten had aangetrokken bij een bewoner. De tweede keer was erg vervelend. Urine en dunne ontlasting stroomden langs de panty van mevrouw Helwaard haar schoenen in op het moment van de dag dat het meeste bezoek aanwezig was. Bart was zelf gelukkig de eerste die het gezien had en kwam er op het toilet tot zijn schaamte achter dat de incontinentie mat met de geplastificeerde kant tegen haar huid plakte waardoor haar lichaamsvloeistoffen vrijelijk konden stromen. Het arme mens had irritatieplekken in haar liezen gekregen die blijkbaar erg jeukten omdat ze al begon te krabben voordat hij haar onderlichaam had schoongemaakt. Het valt niet mee om een wit uniform schoon te houden bij een vrouw met poep aan haar handen die alles vastpakt wat in het gezichtsveld verschijnt!

Zijn stress bezorgde Bart ook een korter lontje. Niemand merkte hier gelukkig iets van maar bij het minste of geringste voelde hij irritatie opkomen die met moeite te onderdrukken was. Eenmaal kwam dit tot zijn schaamte tot uiting. Bij het helpen van mevrouw Claeys liep ze schade op die te voorkomen was geweest als hij niet zo impulsief en geïrriteerd had gereageerd. De dame had de gewoonte om tijdens het verzorgen van haar voeten, wat ze erg vervelend vond, naar voren te schoppen. Bart had haar stom genoeg op een postoel gezet en was toen begonnen haar voeten te wassen. De ene trap na de andere kwam zijn richting op wat zijn irritatie flink opwekte. Nog stommer had hij haar rechtervoet al voorzien van een schoen alvorens de linker te wassen en had nog voordat hij het washandje nat had gemaakt al een flinke kleun tegen zijn scheenbeen te pakken wat behoorlijk zeer deed. Op zijn hurken reikte hij naar de linker en zag in zijn ooghoek de rechter weer naar voren schieten waarbij hij in een reflex haar kuit pakte om de voet tegen te houden. Een scheurend geluid deed hem opschrikken en voordat hij in de gaten had waar dit door veroorzaakt werd zat zijn hand onder het bloed. Nadere inspectie leerde dat de zwakke en dunne huid op haar kuit in een prachtige winkelhaak van om en nabij de tien centimeter was losgescheurd. Hevig geschrokken en scheldend op zichzelf had Bart Meryem gewaarschuwd die de nog vastzittende huid had teruggelegd op de wond en gefixeerd met verband. Uiteraard had Bart niet het lef te vertellen wat er precies was gebeurd maar liet het voorkomen alsof het been van mevrouw Claeys ergens achter was blijven haken en daardoor beschadigd. Zijn gedachten gingen hierbij steeds terug naar Arpad de verraderlijke waarbij hij zich vereenzelvigde met diens leugenachtige reactie op het bijna uit bed vallen van Thelma. Hij nam zich voor voortaan beter na te denken en op te letten wat hem vervolgens ook wonderwel lukte.

Bart dacht nog vaak na over de zelfmoord van mijnheer van Dam. Hij was hier flink door geraakt en twijfels overvielen hem regelmatig. Het ene moment voelde hij zich weer enorm schuldig, het andere wist hij voor zichzelf dat het onvermijdelijk was geweest. Hij begon veel na te denken over euthanasie en raakte hierdoor af en toe behoorlijk in de knoop. Hij besefte wel dat in een dergelijke geval een doodswens, zo die al herkend was, niet eenvoudig gehonoreerd kon worden maar het deed hem piekeren over het oneerlijke en mensonterende van de situatie waar iemand in verkeerde. Hij liep erin vast en de enige met wie hij dit kon bespreken zweeg als het graf. Marda reageerde niet op zijn toespelingen en af en toe direct gestelde vragen. Bart had de indruk dat ook zij met mijnheer van Dam in haar maag zat ondanks haar bezweringen die nacht dat het goed was zo.

Tijdens het multidisciplinair overleg, kortweg MDO genoemd, kwam de situatie rond mevrouw de Vrij ter sprake. Dit MDO werd gevormd door Meryem, Margreet, Mijntje, een paar therapeuten en Bart. Bewoners werden hierin besproken en gekeken werd of therapie en verzorging aangepast moesten worden. Mevrouw de Vrij was ingebracht door Mijntje. Zij had gezegd dat het haar begon op te vallen dat de dame vaker en harder tekeer ging als haar echtgenoot in de buurt was. Dit werd door alle aanwezigen beaamd waarbij Margreet vertelde dat zij door het raam van het kantoor de beide echtelieden had zien lopen, hij de rolstoel duwend, en mijnheer de Vrij een paar maal met de stoel rammelde in een poging haar stil te krijgen. Iedereen keek Meryem aan in de verwachting dat zij hierover een gesprek met het mijnheer van Dam zou gaan voeren. De arts reageerde echter niet en was zichtbaar verlegen met het vooruitzicht de beste man te moeten confronteren met het gegeven dat zijn vrouw vermoedelijk bang van hem was. De bespreking leverde dan ook niets op tot teleurstelling van Mijntje.

In de middag had Bart tijd over en besloot een stukje te gaan wandelen met mevrouw Helwaard. Mijnheer de Vrij zag zijn voorbereidingen en stelde voor gezamenlijk de deur uit te gaan. Bart vond dit prima en met zijn vieren vertrokken ze richting het park. Mevrouw de Vrij gilde dat het een lieve lust was en de schaamte van haar echtgenoot hierover was pijnlijk om te zien. Bart stelde halverwege voor om van rolstoel te wisselen wat mijnheer de Vrij dankbaar aannam. De dame kalmeerde direct toen hij haar stoel begon te duwen maar bleef met grote ogen om haar heen kijken. In het park zetten ze zich op een bankje en bespraken mijnheer de Vrij en Bart de bewonersvakantie. De man gaf aan hoe prettig hij het gevonden had toch nog een keer met zijn vrouw op vakantie geweest te zijn. Bart luisterde en stelde af en toe vragen waarbij het gesprek langzaam maar zeker over de vroegere thuissituatie van het echtpaar ging.

“Wilma en ik waren op slag verliefd toen we elkaar voor de eerste keer tegenkwamen”, zei Gerrit terwijl hij liefkozend de arm van zijn vrouw streelde die met een kreetje schielijk terugschrok: “Ik vond haar mooi en eigenlijk nog steeds. Ze was een lieve vrouw die mij altijd ondersteund heeft, ook toen het voor ons financieel heel moeilijk werd door mijn domme acties met het bedrijf. Ze was slim, slimmer dan ik, maar heeft nooit geprobeerd mij te overvleugelen. Zij zag van te voren al aankomen dat het fout ging met mijn bedrijf en heeft toch altijd mijn beslissingen gesteund ondanks dat ze wist dat deze fout waren. Het is aan haar te danken dat we toen niet aan de bedelstaf geraakten. We hebben ook nooit ruzie gehad en het enige wat aan ons huwelijk mankeerde is dat we geen kinderen hebben gekregen. Hoe dit komt weten we niet, we hebben het niet laten onderzoeken”. Bart keek Gerrit schuin aan en vroeg ineens spontaan: “Wilma lijkt nu regelmatig bang te zijn. Weet jij misschien wat hier de oorzaak van is”? Gerrit zuchtte: “Het is een paar jaar geleden begonnen tijdens onze fietstochten. Dit deden we heel graag en vaak en ze kon fietsen als geen ander. Een keer moesten we stoppen bij een verkeerslicht en toen het op groen sprong bleef ze staan. Ik was al aan de overkant toen ik pas doorkreeg dat ze niet achter me aan reed. Ik ben weer teruggegaan omdat ik dacht dat ze ergens pijn had of zo. Toen ik haar daarnaar vroeg zei ze niets maar bleef maar staan en keek naar haar fiets alsof ze die voor de eerste keer zag. Het leek wel alsof ze niet meer wist hoe ze moest fietsen en ik werd een beetje bang. Pas na vijf minuten stapte ze op en reed heel onzeker weg. Een tijdje daarna leek het weer goed te gaan. Toch kwam dit steeds vaker voor tot ze op een gegeven moment tegen me zei geen zin meer te hebben in fietstochten. Ik vond dit raar en heb tegen haar gezegd dat ze niet zo gek moest doen want ik begreep er niets van. Ze wilde ook niet naar de huisarts maar bleef maar zeggen dat ze genoeg had van fietsen”. “En verder, wat gebeurde er daarna”? vroeg Bart. “Daarna begon ze rare dingen te doen. Koffie zetten zonder iets in het filter te stoppen, stofzuigen zonder stekker in het stopcontact en de strijkbout aan te zetten en vervolgens te laten staan zonder te strijken om maar iets te noemen. En ’s nachts kwam ze steeds vaker haar bed uit, kleedde zich aan en was verontwaardigd als ik er iets van zei. Ik heb haar zelfs een keer midden in de nacht van de straat moeten plukken. Ze zei dat ze naar de bakker ging en wat ik ook antwoordde, ze leek hier van overtuigd. Op een gegeven moment heb ik haar maar vastgebonden aan het bed om te voorkomen dat ze er steeds uit ging en ze begon toen steeds vaker te gillen”. Gerrit vouwde zijn handen in elkaar en moest zichtbaar moeite doen niet te gaan huilen. “Heb je haar toen wel eens geslagen Gerrit”, vroeg Bart zachtjes waarbij hij schrok van zijn eigen overmoed. Gerrit keek hem vanonder zijn wenkbrauwen aan: “Ik schaam me ervoor dit te moeten zeggen maar ja, Ik heb haar toen weleens geslagen. Ondanks mijn zorgen werd ik boos en uit onmacht en vermoeidheid heb ik wel eens uitgehaald. Nu ben ik heel ongeduldig met haar en vind haar geschreeuw verschrikkelijk. Ook nu kan ik er vaak niet tegen en moet me inhouden haar door elkaar te rammelen, af en toe vergis ik me wel eens. Je zult me nu wel een verschrikkelijke vent vinden”, en Gerrit kneep zijn handen extra stevig samen zodat de knokkels wit werden. Bart dacht even diep na en onderzocht bij zichzelf wat hij nu voelde. Hij liet het scheuren van de kuit van mevrouw Claeys langs zijn geestesoog trekken en zei: “Weet je Gerrit, ik denk dat ik wel begrijp hoe je je toen voelde. Verstandelijk weet ik dat het niet goed was maar gevoelsmatig kan ik je er niet om veroordelen. Als ik je zo beluister moet het een hele onplezierige, vermoeiende en onmachtige tijd voor je geweest zijn. Ik weet niet of ik het beter gedaan zou hebben en begeleiding had je niet dus kon je er met niemand over praten. Het verklaart wel waarom Wilma zo gilt als jij er bent. Ze weet waarschijnlijk niet meer dat je haar geslagen hebt maar blijkbaar is er wel wat van blijven hangen”. Gerrit keek naar zijn vrouw die met open mond en angstige ogen het park in tuurde: “Dat denk ik ook en ik vind dat heel erg. Als ik er wat aan kon doen zou ik het proberen maar ik weet niet wat”. Bart klopte hem op zijn schouder omdat hij ook niet wist wat hier op te zeggen. Enige tijd zaten ze stilzwijgend naast elkaar, Gerrit in zijn verdriet en Bart peinzend in het zoeken naar oplossingen. Onderweg naar Cavadia pakte Gerrit Bart ineens bij zijn pols: “Dank je jongen. Ik ben altijd bang geweest voor de reactie van anderen als ik zou zeggen dat ik haar geslagen had. Ik weet niet waarom ik het jou wel vertelde maar ben blij dat je er naar gevraagd hebt. Ik heb er enorme bewondering voor dat je me niet veroordeeld hebt, dit doet me ontzettend goed! Ik zal een afspraak maken met de psycholoog van Cavadia en met haar praten. Misschien weet zij hoe ik hier het beste mee kan omgaan”. Bart kleurde bij de complimenten en het gegeven dat een man die zeker vijftig jaar ouder was dan hij zijn mening en medeleven zo waardeerde. Trots als een pauw betrad hij Cavadia, niet in het minst omdat Wilma de Vrij onderweg bijna niet meer gegild had.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.