Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Waargebeurd
Geplaatst:
29 december 2015, om 08:50 uur
Bekeken:
461 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
221 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Jeugdige compassie hoofdstuk 14. Dr. Eendenbek"


Hoofdstuk 14: Dr. Eendenbek

April doet wat hij wil dus werden mooie dagen afgewisseld met korte herfstachtige perioden en flinke slagregens met onweer. Tijdens zo’n donderbui was Bart van huis naar werk gefietst voor een nieuwe dagdienst waarbij hij volledig zeiknat arriveerde. Voor Cavadia zag hij een oude Bentley geparkeerd staan waarvan hij zich verwonderd afvroeg van wie die nu weer was. Auto bezit was nog niet erg ontwikkeld in de zorg en zeker niet zo’n dik exemplaar welke nu de oprit bezette. Bart had zelf sinds januari zijn rijbewijs maar geld voor een auto bezat hij niet. Daarbij was fietsen nog steeds de beste en snelste methode om de stad door te komen. De tram was een makkelijk en relatief goedkoop alternatief waarmee je elke hoek van de stad kon bereiken. Van zijn collega’s wist Bart dat een paar een auto bezaten maar de meesten kwamen gewoon met de fiets of tram naar hun werk.

Bart kwakte zijn fiets in het rek en stormde de voordeur binnen. Voor de vorm schoof hij zijn voeten op de deurmat even snel heen en weer om direct door te stomen naar de kleedruimte om zijn natte kleding uit te kunnen doen, hoofdschuddend nagezien door Gladys die verstoord naar het natte en modderige spoor keek welke hij achterliet. In de kleedruimte trof hij Helma die net haar jas had uitgetrokken en ook tot op de draad verzopen was: “Da’s nog eins lekkeâh weiâh he”, lachte ze en wrong boven de wastafel haar dikke haar uit. Bart lachte minzaam terug en begon zijn natte bovenkleding uit te trekken. Hij realiseerde zich al snel dat zijn onderbroek ook volledig nat geworden was en enigszins gegeneerd trok hij deze ook uit. Cavadia beschikte niet over gescheiden kleedruimten en het was streng verboden om in uniform buiten te lopen. Normaal was het niet zo’n probleem daar ondergoed voldoende verborg maar in dit geval moest Bart zich eerst goed afdrogen voordat hij zijn uniform kon aantrekken. Tot overmaat van ramp kwam Wendy ook nog eens binnen stappen terwijl hij net zijn onderbroek halverwege zijn kuiten naar beneden had getrokken met zijn kont gericht naar Helma. “Zo, dat is nog eins un lekkeâhre ochtendgroet”, zei Wendy en klakte met haar tong. “Oh, dan zie je meiâh dan ik”, antwoordde Helma: “Ik zie allein Jupiteâh in un bleke hemel”. Wendy trok haar hoofd scheef: “Jupiteâh is tenminstuh groât, ik zie un sikkeltje van un halve maan”, hierbij verwijzend naar het verschrompelde gevalletje tussen Barts benen die van de nattigheid en de kou niet bepaald in top conditie verkeerde. Bart mompelde een verwensing en pakte een handdoek om zich nog ergens achter te kunnen verbergen en begon zich hartgrondig af te drogen in de hoop dat de beide dames zich op andere onderwerpen gingen richten. Gelukkig voor hem hadden ze al genoeg van hun plagerijen en begonnen zich om te kleden. Voor Bart was dit altijd een prettig moment daar hij vanuit zijn ooghoeken er nooit genoeg van kreeg om vrouwenlichamen te bestuderen. Het gegeven dat Bh’s en onderbroeken bepaalde delen verborgen hielden stoorde hem niet maar stimuleerde juist zijn fantasie. Deze ochtend echter was hij te beschaamd om hier op te letten en alleen maar bezig zo snel mogelijk zijn uniform aan te krijgen, zonder onderbroek, wetende dat de licht doorschijnende stof dit niet helemaal verborgen hield. Zich voornemend de volgende keer extra kleding mee te nemen als reserve toog hij naar de keuken voor een lekker bakkie warme koffie. Daar aangekomen was Gladys in gesprek met een voor Bart vreemde man. Hij was ongeveer net zo groot als Bart, bezat een behoorlijk dikke buik en een kalend hoofd omlijst door een ring van bruin haar dat als een lauwerkrans op zijn hoofd rustte. De man droeg een lange doktersjas waarbij allerlei spullen uit de zakken puilden. Bart ontwaarde een stethoscoop en een oor lampje met vergrootglas in de linker. Uit de rechter stak een glimmend geval waarin hij een soort handgreep herkende maar waarbij de rest verborgen bleef in de zak. De man draaide zich naar Bart: “Goedemorgen, mijn naam is Helmut en ik ben voorlopig jullie nieuwe afdelingsarts”, en gaf hem een vochtige, slappe hand. Bart keek hem eens goed aan en stelde zich voor. ’s Mans bril was een exotisch gouden ziekenfondsbrilletje met enorm dikke glazen waar zijn ogen groot en dwingend doorheen tuurden. De bril liep met gebogen stangetjes achter zijn oor langs waarbij de uiteinden eronder net zichtbaar waren. Al liep Helmut op een tredmolen met een werkende drilboor in zijn handen, de bril zou op zijn neus blijven staan. Ondanks het kalende hoofd schatte Bart zijn leeftijd op begin dertig. Helma en Wendy kwamen ook binnenlopen en keken verwonderd naar de vreemde kerel die hun joviaal begroette, een stoel voor hen naar achteren trok en ze hielp te gaan zitten alsof ze plaatsnamen in een restaurant. “Zo, ut kon nog wel eins un weâhreld dag wôhden met al die mannelèke attenties”, grapte Wendy en keek daarbij schalks naar Barts kruis. Helma hikte en keek schielijk een andere kant op terwijl Bart het schaamrood omhoog voelde kruipen vanuit zijn hals. Kwaad verdiepte hij zich in zijn kop koffie en luisterde onderwijl naar Helmut die omstandig vertelde waar hij vandaan kwam, nog in opleiding was en erg uit keek naar zijn periode in Cavadia. Hij zou zes maanden dienst doen en weidde enorm uit over wat hij in die tijd hoopte te bereiken. Helma onderbrak hem na een tijdje: “Wat heb je toch in je zak zitten Helmut”? en wees vragend naar het metalen glimmende geval in zijn rechter zak. Hij haalde het ding eruit en legde hem op tafel. Bart zag twee metalen helften van taps toelopende halve cilinders welke perfect op elkaar aansloten. Het zag er uit als een eendenbek waarbij met het handsvat de bek geopend kon worden. “Dit is een speculum dames, een onmisbaar hulpmiddel voor de diagnostiek van een arts”, zei Helmut en keek hierbij liefkozend naar het apparaat op tafel. “Kut, un kuttenkèkeâhr”, mompelde Wendy zodanig dat alleen Bart het kon horen. “een watte”? vroeg Bart haar waarop zij in ABN in zijn oor fluisterde: “een kuttenkijker”. Bart bekeek het ding nog eens goed en realiseerde zich toen de werking pas waarop zijn roodheid een nieuwe dimensie aannam. Gladys en Helma waren blijkbaar vaker met het apparaat in aanraking geweest gezien hun misprijzende blik waarmee ze er naar keken. Helmuts jovialiteit werd duidelijk teniet gedaan door zijn overduidelijke adoratie voor het speculum maar hij leek dit niet te merken. Het ding in zijn zak terug stoppend kwebbelde hij vrolijk door tot Margreet binnen kwam lopen en hem begroette. Samen gingen ze richting kantoor waarop de anderen hun overdracht konden beginnen om vervolgens aan het werk te gaan.

Thelma verkeerde die ochtend in een neerslachtige bui. Ze was net herstellende van een terugval in haar MS waarbij ze een flink deel van de kracht in haar armen verloren was. Je kon haar niet meer alleen helpen dus verzorgde Bart haar samen met Helma. Deze probeerde grapjes te maken door een komisch duo voor te stellen ‘Thelma en Helma’ maar de potentiële cabaretière reageerde hier niet op. Ze bleef Bart met een treurige blik aankijken waar hij het moeilijk mee had. Ze hadden een paar keer tijdens nachtdienst diepgaand met elkaar gesproken waarbij Thelma haar angst voor het doodgaan geuit had. Ze was niet zozeer bang om te overlijden maar wel voor de manier waarop. Haar longen konden het begeven of haar hart, ze kon ook doodgaan aan bijvoorbeeld een urineweg infectie waar ze nu ook weer last van had. Haar angsten waren gebaseerd op de onzekerheid over het lijden wat haar mogelijk te wachten stond. Bart kon die angst niet wegnemen maar wel goed luisteren en meeleven. Sinds de toestand met Arpad had Thelma een zwak voor Bart ontwikkeld gevoegd bij zijn empathische vermogens waardoor ze hem in vertrouwen had genomen. Aan de ene kant voelde hij zich hierdoor in zijn ego gestreeld maar aan de andere kant had hij het er moeilijk mee omdat hij het niet los kon laten. Bart had hier meerdere keren met Trudy over gesproken waarbij zij hem benadrukte dat met het toenemen van de ervaring loslaten makkelijker zou worden. Bart wist niet zeker of hij dit wel wilde. Voor hem voelde het aan als afstomping door ervaring wat voor hem een schrikbeeld was. Bart was juist trots op zijn invoelende kwaliteiten waar hij zich meer en meer bewust van werd. Doseren was een kwestie van tijd redeneerde hij en zolang moest hij er maar mee leren omgaan. Het bleef echter lastig.

De deur van de kamer werd geopend en de dikke buik van Helmut gleed naar binnen gevolgd door de rest van de eigenaar. Hij stelde zich voor aan Thelma die hem met nietszeggende blik aankeek en alleen haar gezicht even vertrok toen hij haar hand schudde, ze had zelfs pijn bij zijn kleffe en slappe handdruk. “Zo wijfje”, zei Helmut wat Bart een rilling bezorgde vanwege de kleinerende toon: “Ik heb begrepen dat je een urine weg infectie hebt, laten we maar eens kijken”, en met een gebaar gebood hij Helma om de benen van Thelma uit elkaar te houden met de knieën omhoog waarbij hij Bart terzijde schoof. Hij pakte het speculum uit zijn zak, spreidde de schaamlippen van Thelma en schoof het apparaat naar binnen. Thelma gaf een kreetje wat bewees dat de verlamming in haar onderlichaam niet volledig was en ze blijkbaar nog gevoel had. Helma keek hem verongelijkt aan wat hij niet leek te merken. Hij pakte zijn oor kijker, scheen in de vagina van de dame in bed en keek door het vergrootglaasje naar binnen, onderwijl het speculum heen en weer bewegend in een poging de volledige diepten van haar grot te kunnen doorzoeken. Onderwijl hummend alsof hij iets bijzonders waarnam duurde het onderzoek zeker twee minuten waarbij Helma tekenen van grote verontwaardiging begon te vertonen. Eindelijk knipte Helmut het lampje uit, trok het speculum weer naar buiten en spoelde hem af onder de koude kraan waarna hij hem zonder af te drogen weer in zijn zak stopte. Hij knikte Thelma toe en vertrok. “Dit kan niet”, brieste Helma: “Ze heeft een blaasontsteking en hij kijkt in haar baarmoeder, steekt dat ding er koud en droog in en spoelt hem daarna alleen maar af”. Ze verontschuldigde zich bij Thelma, dekte haar toe en gebood Bart met hem mee te lopen naar het kantoor waar Margreet bezig was met de roosters. Binnen stak Helma meteen van wal en vertelde hoe Helmut zijn inwendige onderzoek gedaan had. Margreet luisterde ernstig en stond direct op toen ze hoorde dat het speculum met alleen koud water was afgespoeld: “Ik ga direct naar hem toe voordat hij dat ding zonder te ontsmetten bij een ander naar binnen steekt en daar een infectie veroorzaakt”, en raasde de deur uit. Een paar tellen later stonden zij en Helmut in de keuken tegen elkaar te razen, Margreet strijdvaardig met haar handen in de zij en hij met zijn handen in de lucht. Blijkbaar stonden de antwoorden van Helmut haar niet aan want ze wees naar de deur met gestrekte arm en vinger in een houding die absolute onverzettelijkheid uitdrukte. Helmut blies de aftocht met een arrogante en verongelijkte houding en liep Bart bijna omver waarbij zijn ogen vuur schoten achter zijn dikke brillenglazen. Hij knalde de buitendeur dicht, stapte zijn Bentley in en spoot weg waarbij het fietsenrek geraakt werd en de fietsen met luid gekletter op de straat vielen. Margreet trok met hoogrode kleur van boosheid haar jas aan: “Ik ga naar Zr. Digtenhorf, dat figuur komt hier niet meer in. Ik wil ook weten waar ze hem vandaan gehaald hebben”, en vertrok naar het hoofdgebouw.

Tot zover de korte maar intense kennismaking met Dr. Eendenbek zoals hij voortaan binnen Cavadia genoemd werd. Alleen Wendy bleef hem consequent ‘Dr. Kuttenkèkeâhr’ noemen wat niemand overnam gezien de platvloersheid van deze kwalificatie. Helma klampte een paar weken later Bart aan en vroeg hem: “Weet je waar Dr. Eendenbek nu werkt”? Op Barts ontkenning zei ze: “Op de poli gynaecologie in een ziekenhuis in Rotterdam”. Bart hoopte vurig dat Marjan die immers weer in Rotterdam woonde nooit op die poli terecht zou komen.

Aan het eind van de werkdag slofte Bart vermoeid naar de kleedruimte om daar te ontdekken dat Helma, Wendy en Margreet een bankje tegen de muur geplaatst hadden tegenover de plek waar hij zich om moest kleden. Ze zaten gedrieën op het bankje alsof het een tribune was en floten en juichten bij zijn binnenkomst. Boos pakte hij zijn inmiddels droog geworden kleding en kleedde zich om in de toiletruimte waarbij zijn ene sok in de pot viel. Nog steeds boos stapte hij op zijn fiets en racete naar huis. Onderweg zakte zijn kwaadheid af om plaats te maken voor het inzien van de humor van de situatie. Met niet realistische bravoure had hij spijt dat hij zich niet ten overstaan van de dames omgekleed had. Bijna thuis hoopte hij vurig dat Floor al binnen was.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.