Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Waargebeurd
Geplaatst:
29 december 2015, om 08:50 uur
Bekeken:
462 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
265 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Jeugdige compassie hoofdstuk 13. Strontjong"


Hoofdstuk 13: strontjong!

Grote veranderingen op Cavadia. Zr. Post was met ontslag. Officieel met vervroegd pensioen maar Bart vermoedde dat haar zure reactie op het min of meer aanspreken door Zr. Digtenhorf en het gegeven dat ze Anja’s ziekte gemist had hier debet aan waren. Anja zelf zat langdurig in de ziektewet. Bart had horen fluisteren dat ze buiten haar schildklierproblemen ook behoorlijk depressief was en opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis voor behandeling. Dit zou wel een flinke tijd gaan duren, wellicht wel haar definitieve afscheid van de zorg. Andre de verpleeghuisarts was er ook mee gestopt. Van de een op de andere dag was hij vertrokken naar een ander verpleeghuis zonder ook maar afscheid te nemen. Bart was hier niet rouwig om. Zijn wrok tegen Andre bestond nog steeds. In de weken na het overlijden van mevrouw Meidrich was Bart hem verschillende keren tegengekomen en was blij geen wandelstok bij zich te hebben daar hij anders een perfecte imitatie van mevrouw Volencova uitgevoerd zou hebben. Bart sprak geen woord met hem behalve één keer, mijnheer Belt had weer eens een bijzonder agressieve ochtend waarbij ze besloten hadden hem na het uiterst moeizaam uitkleden eerst een uurtje naakt te laten betijen in zijn nogal sterk onwelriekende kamer. Bart had Andre gezegd dat mijnheer Belt een flinke wond in zijn lies had waarop de verpleeghuisarts naar diens kamer toog. Het onderzoek kon blijkbaar niet op veel medewerking van de beste man rekenen daar Andre na tien minuten afgepeigerd en met striemen op zijn armen en gezicht kwam melden dat hij geen wond gevonden had. Bart had geantwoord dat hij het zeker niet goed gezien had en met groot genoegen de aftocht van Andre naar het hoofdgebouw gadeslagen, op de rug van zijn witte uniformjas een prachtige bruine poepvlek van zijn nek tot zijn billen. Er kwam zelfs nog een flinke lucht af gezien de vliegen die hem achtervolgden.

Een vervanger voor Zr. Post was al een week na haar vertrek aanwezig wat bewees dat Zr. Digtenhorf hier al langer van op de hoogte was en haar maatregelen genomen had. Het nieuwe afdelingshoofd heette Margreet Zeilmaker, leek iets jonger dan veertig, wilde graag bij haar voornaam genoemd worden en had een zachte, vriendelijke stem. Bart kon het direct met haar vinden en vond haar een ‘prachtwijf’. De eerste actie van Margreet was het creëren van een pauze ruimte op de zolder daar zij het verblijven in de keuken maar lastig vond en van mening was dat pauzeren diende te gebeuren op een plek waar je niet constant lastig gevallen werd door je werk. Ze had wel haar eigenaardigheden. Ze kon soms minutenlang peinzend starend stil blijven staan op de vreemdste plekken waarbij ze nergens op reageerde behalve op bewoners die haar wat vroegen. Ze leek dan uit een soort verdoving op te schrikken waarna er weer niets aan de hand leek. Bart wilde een keer pauze nemen midden op de dag en toog met zijn boterhamzakje naar de zolder. Daar bleek Margreet al te zitten en nog voordat hij de trap helemaal bestegen had keek ze hem verwilderd aan: “Nu niet Bart”, en wuifde hem nijdig weg. Tien minuten later kwam ze beneden en leek het hele voorval vergeten te zijn. Van Suzanne had hij gehoord dat ze Margreet zittend op een stoel in één van de slaapkamers was tegengekomen. Ze zat daar, wezenloos voor zich uitkijkend en mompelend in zichzelf. Toen zij haar riep keek ze op en mompelde: “vieze trut, hopeloze darm dat je bent”. Suzanne was hier uiteraard flink van geschrokken en snel weggelopen. Bart had haar verzekerd dat ze het verkeerd gehoord moest hebben waarbij Suzanne toegaf dat Margreet gemompeld had en ze het waarschijnlijk niet goed verstaan had. Vreemd was het allemaal wel.

Trudy was bevorderd tot waarnemend afdelingshoofd. Als Bart iemand dit gunde was zij het wel! De consequentie was dat zij geen begeleider van hem meer kon zijn. Zijn teleurstelling daarover veranderde direct toen hij vernam dat Mijntje, die gelukkig weer beter was, zijn begeleiding overnam. Er waren ook drie nieuwe ziekenverzorgenden aangenomen. Helma, afkomstig uit de Schilderswijk die het geweldig kon vinden met Wendy. De Haagsche gesprekken die zij samen voerden waren hilarisch waarbij de nodige imitaties van Van Kooten en de Bie als Jacobse en van Es over de tafel vlogen. Gladys was een goedlachse Surinaamse mamma. Ze streek steeds over Barts hoofd als ze vond dat hij iets goeds deed op zo’n manier dat hij het nooit aanstootgevend vond. Ze kon heerlijk koken en nam haar gerechten regelmatig mee om: “dat blanke schriele mannetje wat meer ‘gigante’ te maken. Bart begreep later dat ze bedoelde dat hij meer kerel moest worden en blijkbaar begon dat met zijn gewicht. Ondertussen voelde hij de steek onder water wel wat hem niet veel kon schelen omdat haar kookkunst alle schimpscheuten goed maakte!

Marda was de derde nieuw aangenomen ziekenverzorgende. Ergens midden twintig, stil en teruggetrokken. Ze was een ontzettend harde en snelle werker. Ze kon bewoners in de helft van de tijd helpen die Bart er voor nodig had maar was nooit op één fout te betrappen. Van de bewoners werd ook nooit een klacht ontvangen. Marda was prettig om mee te werken, vertelde nooit iets over zichzelf en vroeg ook nooit naar belevenissen van anderen.

Op deze maandagochtend was nog geen vervanger voor Andre gesignaleerd. Hij was nu drie weken weg en een paar keer per week kwam een andere arts vanuit het hoofdgebouw waarnemen. Het was echter te merken dat er geen vaste afdelingsarts was. Regelmatig werd er getelefoneerd naar het hoofdgebouw met vragen over waarnemingen bij bewoners die anders dagelijks met Andre besproken werden. Bart maakte zich er niet zo druk over en zou vanzelf wel zien wie er kwam. Hij was bezig met het klaarzetten van de koffie voor de bewoners toen Margreet de keuken binnenkwam en voor het raam naar buiten ging staan kijken. Het viel Bart al op dat haar ogen niets leken waar te nemen bij binnenkomst dus stopte hij even met zijn werk om te zien wat ze ging doen. Na enige minuten wezenloos naar buiten gestaard te hebben draaide Margreet zich om, schoof een stoel naar achteren en ging zitten. Ze keek Bart aan met een nietszeggende blik en mompelde: “Klootzak, viesjek, strontjong”, om vervolgens heftig het tafelblad te gaan bestuderen. Bart wist totaal niet wat hij moest zeggen dus ging maar verder met het optuigen van de koffie kar. “Bart, ik hoor goede berichten over jou van Mijntje en Trudy. Ze hebben me gevraagd of ik je wil zeggen dat je vooral door moet gaan met gek doen bij de bewoners omdat ze dat blijkbaar heel leuk vinden”. Bart keek hogelijk verbaasd op van de kar en vroeg zich af of hij nu gek was geworden. Het ene moment onheus onder de grond geschoffeld en het andere enorm opgehemeld. Dit was allemaal wat teveel voor hem dus pakte hij de kar en reed hem naar de huiskamer onderwijl een dankjewel stamelend. Terwijl hij de koffie rond deelde raakte hij er meer en meer van overtuigd dat Margreet toch echt gezegd had wat hij meende te horen en hij besloot haar daar later over aan te spreken. Gladys hielp hem met het geven van de koffie aan de bewoners die het niet zelf konden opdrinken en hij drukte zijn vervelende gevoel naar de achtergrond. Halverwege de koffieronde zag hij mevrouw Dillekamp opstaan met haar koffie kopje in de handen. De dame was al behoorlijk aan het dementeren en zolang je haar met rust liet en haar gang liet gaan waren er weinig problemen. Ze liep met haar kopje naar de tafel waar Gladys net bezig was mijnheer Zeldam zijn koffie te geven. Mevrouw Dillekamp steunde met één hand op de tafel en goot vervolgens het kopje leeg in de pot van de kunstplant in het midden van het meubelstuk. De koffie liep er aan de onderkant direct weer uit en verspreidde zich rap over het blad. Gladys sprong op: “Mevrouw Dillekamp! Niet doen! U maakt er een rotzooi van”. De aangesproken dame rechtte zich op en krijste: “Waar bemoei je je mee slet”, en wilde het kopje naar het hoofd van Gladys gooien. Bart was met twee stappen bij de furieuze bewoonster, pakte haar achter de rug in haar zij, nam haar elleboog in een greep en beet Gladys toe: “Ja, waar haal je het recht vandaan om iemand die de plantjes water wil geven zo toe te spreken”, en leidde het vulkaantje weg van de tafel. Mevrouw Dillekamp keek hem dankbaar aan en knikte alsof ze wou zeggen: “Die hebben we goed haar vet gegeven”, en kalmeerde onmiddellijk. Bart liet los nadat hij haar het kopje slim afhandig gemaakt had en ze vervolgde rustig haar weg. Gladys keek hem aan en schudde meewarig haar hoofd: “Dat heb je goed opgelost jongen maar zeg nooit meer tegen me dat ik geen recht heb want dan neem ik de volgende keer koeien ogen voor je mee, eens zien of je dat ook lekker vind”, waarop ze haar hoofd in de nek gooide en brullend begon te lachen.

Na de pauze zocht Bart Margreet op. Hij vond haar in het kantoor, klopte netjes aan en liep naar binnen. “Margreet, ik wil graag iets met je bespreken”, zei hij aarzelend. “Oh, dat is goed jongen, ga maar zitten”, Margreet wees hem een stoel en nam een afwachtende houding aan. “Daarstraks in de keuken kwam je binnen en begon je ineens tegen me te schelden. Je mompelde weliswaar maar ik kon het toch goed verstaan. Direct daarna zei je ineens iets positiefs over me en begreep ik er helemaal niets meer van”. Margreet vertrok haar gezicht en slaakte een diepe zucht. “Was het weer zover”, zei ze aangeslagen en dacht even diep na. “Weet je Bart, wil je iedereen even naar de keuken roepen dan kom ik er zo aan”. Bart stond op en trommelde alle aanwezige personeelsleden bij elkaar. Op hun vragende blikken kon hij ook geen antwoord geven en trok zijn schouders maar op. Nadat iedereen in de keuken aan de koffie zat kwam Margreet binnen, schraapte haar keel en zei: “Ik had dit eerder aan jullie moeten vertellen en vind het dom van mezelf dat ik dit niet gedaan heb. Ik lijd aan een aparte vorm van epilepsie waarbij ik soms heel vervelende dingen zeg. Deze zijn niet tegen de persoon gericht dus moeten jullie je absoluut niet aangesproken voelen. Het komt vaker voor als ik onder spanning sta en met deze nieuwe functie lijkt het me duidelijk dat de afgelopen weken wat stressvol waren. De aanvallen zullen minder worden maar tot die tijd moeten jullie me alsjeblieft vergeven”. Ieder keek haar stil en verwonderd aan. Gladys stond op en liep naar haar toe: “Het is goed dat je dit ons vertelt hebt meid, je had het inderdaad eerder kunnen doen maar gedane zaken enzovoorts”, en kroelde het haar van Margreet. De personeelsleden begonnen door elkaar te praten en Bart voelde zich enorm opgelucht. Hij keek Wendy aan die tegen het aanrecht geleund stond. Zij gaf hem een knipoog en zei: “Maui, kan ik lekkeâh schelden en dan roepen: oeps! Aanvalletje!”. Waarop Helma haar aanstootte en zei: “Als je dat mâh laat, straatmèd. Ik zal je wel manieâhen leâhren nu je van duh rattuh bezeken bent”, en ze vielen gillend van de lach in elkaars armen.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.