Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Waargebeurd
Geplaatst:
29 december 2015, om 08:47 uur
Bekeken:
501 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
215 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Jeugdige compassie hoofdstuk 11. Eruptie"


Hoofdstuk 11: eruptie

Bart zat in zijn 6e nacht van de 2e volledige nachtdienst in januari, de diensten die Anja hem in zijn maag gesplitst had. Zijn humeur ging met de nacht verder achteruit. Het werken op zich was niet slecht, de zorg aan de bewoners voerde hij graag uit en in de nacht kon hij soms met iemand praten die een schouder nodig had. Van de geestelijk nog goede bewoners wist hij dat een aantal ’s nachts hun zorgen door hun hoofd lieten malen waar ze overdag geen last van leken te hebben. Barts natuurlijke kwaliteit als vertrouwenspersoon kwam dan goed van pas. Hij wist dat bewoners hem meer vertelden dan de andere verzorgenden. Niet dat hij het altijd leuk vond wat hem toegefluisterd werd, verre van dat! Hun kinderen overleefd of onvrijwillig kinderloos gebleven en nu moederziel alleen. Kinderen die nooit meer kwamen en áls ze al kwamen ruzie maakten. Ongelukkige huwelijken en in een enkel geval zelfs in elkaar hengstende echtgenoten, al of niet kinderen erbij betrekkend. Incest gepleegd door Opa die toch zo goed bekend stond bij de familie en in de buurt waardoor het slachtoffer nooit iets had durven zeggen. Bart luisterde, oordeelde niet en veroordeelde niemand maar deed waar de mensen behoefte aan hadden. Een persoon die geheimen toevertrouwd kon worden en ondanks zijn jeugdige leeftijd medeleven toonde waar anderen medelijden hadden. Hij was zich niet zozeer bewust van deze kwaliteit maar onderging het omdat hij geaccepteerd had dat het gewoon zo was. Hij raakte er min of meer aan gewend. Naast het luisteren vond hij het ook heerlijk om de bewoners met dementie over de wang strijkend of hun hand zachtjes pakkend een glimlach te ontlokken. Soms was het knipperen van een oog voor hem al voldoende om te weten dat zijn attentie ontvangen was en gewaardeerd werd. Wat hem steeds meer dwars begon te zitten was het moeten werken met steeds verschillende uitzendkrachten. Een paar waren wel okay maar, ondanks zijn ervaring met Estelle en zijn huidige relatie met Floor, moest hij toch nog steeds flink wennen aan nieuwe vrouwelijke verzorgenden, die toch ver in de meerderheid waren. Het overkwam hem nog regelmatig dat zijn gezicht de kenmerken van een tomaat aannam bij de eerste kennismaking. Hij randde ze in zijn hoofd niet meer aan en begon normaler te denken over vrouwen maar een gewoonte van jaren leer je niet zomaar af en een reflex is wat het is dus werd hij nog steeds rood.

Van de zes uitzendkrachten die hij in elf nachten was tegengekomen kon hij met twee goed opschieten. De anderen waren lui, arrogant, dom of ronduit vervelend en ergerden hem mateloos. Van de twee welke hij wel aardig vond las de een de hele nacht boeken en de ander breide alsof ze een weeshuis moest voorzien van sjaals. Geen enerverend gezelschap dus hield hij zich op de rustige momenten maar bezig met radio luisteren of gewoon voor zich uit staren.

Elke dag dat Anja moest werken tijdens zijn nachtdienst had hij met toenemend afgrijzen tijdens de overdrachten haar klaagzangen beluisterd. Bart merkte wel dat iedereen er last van had maar omdat niemand er iets van zei hield hij zijn mond maar dicht waarbij hij zich ook goed realiseerde flink gezwijnd te hebben toen hij zo verlopen te laat was gekomen. Dat het impact had gehad merkte hij wel bij Anja. Ze deed nog stugger dan anders tegen hem en bekritiseerde zijn werk waar het maar kon. Van de goedaardige Anja in het begin van zijn periode op Cavadia kon hij niets meer terugvinden. Hij gruwelde er van dat zij zo meteen weer bij de overdracht zou zitten om haar hymnes aan te heffen, niet in het minst omdat zijn 6e nacht altijd de moeilijkste was. Hij zette de koffie maar vast klaar onderwijl zich opwindend over dat zeikwijf en zich voorstellend welke bagger er nu weer uit haar mond zou komen.

Om zeven uur was iedereen aanwezig. Wendy, Suzanne, Anja, drie uitzendkrachten voor de dagdienst en eentje waarmee hij de nacht gedraaid had. Wendy en Suzanne waren in een geanimeerd gesprek verwikkeld over een televisie programma de avond ervoor. De uitzendkrachten bleken elkaar allemaal te kennen en haalden herinneringen op van de keren dat ze samengewerkt hadden. Bart lurkte stilletjes aan zijn koffie, moe en slaperig, en nam van de verhalen weinig anders waar dan wat geroezemoes. Zijn gedachten waren nu bij Floor en hoe jammer hij het vond dat ze moest werken waardoor hij niet lekker tegen haar aan kon kruipen bij thuiskomst. Gedurende zijn nachtdienst had ze bij hem geslapen in het appartement wat haar dagelijkse ritjes naar Zoetermeer bespaarde. Definitief bij hem intrekken of andersom vond ze nog te vroeg, hij eigenlijk ook, dus hielden ze hun eigen woning maar sliepen regelmatig bij elkaar. Bart wist zelf al wel dat hun relatie niet zo heel lang zou duren, daar waren ze toch te verschillend voor. Floor hield van kruidenthee waar hij van gruwelde, zij moest weer niets hebben van koffie. Samen eten was lastig omdat Bart geen goede kok was en niets wist van vegetarische voeding en Floor vertikte het om vlees klaar te maken. Bart had ook veel moeite met haar fascinatie voor de geesteswereld die, in tegenstelling tot zijn verwachting, alleen maar gegroeid was na de toestanden met het ouija bord. Haar manier van kleden begon hem tegen te staan en na amper een maand merkte hij al dat hij vaak niet wist wat ze verteld had. De seks daarentegen was heel prettig dus genoot Bart er maar van zolang het nog duurde.

“BART”, de kreet van Anja liet hem opschrikken uit zijn mijmeringen. “Dit is nu al de derde keer dat ik je roep. Blijf je er nog een beetje bij of moeten we zo direct maar raden wat er vannacht met de mensen gebeurt is”. Bart had de eerste twee keer niet gehoord en was geschrokken van haar harde uitroep waardoor hij er uitflapte: “Je kunt toch alles in de zorgplannen lezen”. Direct viel er een ongemakkelijke stilte in de keuken. Wendy en Suzanne oogden scheef naar Anja om haar reactie te zien en de uitzendkrachten keken verwonderd in het rond, niet begrijpend waar de spanning ineens vandaan kwam. “Dat je brutaal bent weet ik onderhand wel”, beet Anja hem toe: “Draag nu maar over en voordat je weg gaat wil ik dat je de spoelkeuken opruimt. Het is de hele week daar al een enorme rommel en ik ben het zat jouw troep te moeten opruimen”. Bart slikte, slikte nog een keer en omdat de smerige smaak in zijn mond niet weg wilde gaan slikte hij voor de derde keer. De moeheid die hij voelde veroorzaakte een waas in zijn verstand. Rustig maar ijzig keek hij Anja aan: “Je zoekt het maar uit waarnemend lui afdelingshoofd die je bent. Ik weet niet wat ik je misdaan heb maar ik ben je gekat en gevit meer dan zat. Ik hoor je alleen maar klagen en piepen en je laat mij alle kutklusjes opknappen. Bekijk het maar”. Als er nog een gradatie erger dan totale stilte bestond trad die situatie nu in. Gedurende zeker een minuut zei niemand wat of bewoog totdat Wendy zachtjes zei: “Kut, nâh zèn duh rapen gaâhr”. Ze leek het zelf niet eens in de gaten te hebben want Bart kon zich niet voorstellen dat ze het aan zou durven op dit moment Anja voor het hoofd te stoten. Bart sloot zijn ogen om de kanonnade over zich heen te kunnen laten komen. Toen hij ze weer open deed liep Anja net de keuken uit zonder iets te zeggen. Bart keek hulpeloos om zich heen: “het is toch zeker zo. Worden jullie het niet zat dan”. Hij ontving ontkenning noch bevestiging. Ze keken hem maar aan alsof hij van een andere planeet plotseling was verschenen en niet geloofden dat hij echt was. “Ik ga maar naar huis”, mompelde de uitzendkracht met wie hij de nacht gedraaid had en vertrok. Suzanne stond op en wenkte de andere uitzendkrachten: “Kom maar met mij mee dan zal ik jullie wijzen waar je kunt beginnen”, en liep met hen de afdeling op. Wendy streek hem even over zijn hand en schudde meewarig haar hoofd: “Ga nu maar naar huis Bart. Ik weet niet wat hier van gaat komen maar je bent hartstikke moe en je kunt er nu toch niets meer aan doen”. Bart knikte, raapte zijn spullen bij elkaar en vertrok zonder eraan te denken dat hij zich nog om moest kleden. Eenmaal thuis voelde hij zich erg verward en bang om wat er komen zou. Hij vond nog steeds dat hij gelijk had waar het Anja betrof en haar gedrag naar hem toe maar Bart wist ook heel goed dat hij zijn boekje ver te buiten gegaan was. Omdat hij zo moe was viel hij toch betrekkelijk snel in slaap om tegen één uur weer wakker te worden om uiteindelijk tot vier uur te liggen piekeren. Hij ging er maar uit en tegen half vijf kwam Floor binnen. Hij vertelde haar niets en probeerde zich te concentreren op haar verhalen van de dag wat nog redelijk lukte ook. Zij had altijd wel zin in seks dus was dit ook een welkome afleiding. Na het eten worstelde hij zich de televisie avond door en toog tegen half elf richting Cavadia met wallen onder zijn ogen en lood in de schoenen.

Weer trof hij een nieuwe uitzendkracht aan met wie hij de laatste nacht zou doorbrengen. Een man zowaar die zich voorstelde als Anu Dib. Bart moet heel verbaasd gekeken hebben want hij voegde er direct aan toe dat dit ‘klein licht’ betekende, hij eigenlijk Karel heette en aanhanger was van de Bhagwan. Bart ontdekte nu ook de kralenketting met een portretje en bedacht zich dat dit wel eens een moeilijke nacht kon worden. Gelukkig bleek dit een vooroordeel. Karel sprak niet over zijn beweging en kon prima werken. Tijdens de rustige momenten spraken ze over allerlei zaken, van voetbal tot politiek waardoor de nacht nog redelijk snel door te komen was.

Tegen half zeven werd Bart nerveus. Zijn ogen prikten van moeheid en zijn voeten brandden alsof hij van Zoetermeer naar Scheveningen gelopen was en dat vier keer achter elkaar. Hij wist dat Anja vrij was dus zou haar bij de overdracht niet treffen. De hele nacht had hij geen enkel teken waargenomen van wat hem mogelijk te wachten stond, geen briefje, niks. Hij rommelde wat in de spoelkeuken en ruimde alles op waarvan hij maar dacht dat het niet zo hoorde. Toen er niets meer op te ruimen viel liep hij naar de keuken om de koffie te gaan zetten. Hij opende de deur en bleef als aan de grond genageld staan. Zr. Post had pontificaal plaatsgenomen aan de tafel en zat met de handen gevouwen te wachten. Hij had geen deur horen slaan of gehakketak waargenomen en keek onwillekeurig onder de tafel in de verwachting dat ze haar schoenen had uitgetrokken en op kousenvoeten naar binnen was geslopen wat niet het geval bleek. Met een gevoel van fatalisme rechtte Bart zijn rug: “Goedemorgen Zr. Post”, zijn benepen stem kwam overeen met zijn huidige stemming. Zr. Post groette niet terug, hief haar hand op alsof ze het verkeer moest tegenhouden en dreunde: “half negen, kantoor van Zr. Digtenhorf, geen uniform”, klapte haar hand op tafel om vervolgens met het overbekende gehakketak en deuren slaan te vertrekken. Ze was al kort van stof maar zo extreem had Bart het nog nooit gehoord en vreesde dan ook het ergste. De overdracht ging als in een droom maar snel en hij kon zich omkleden. Buiten rookte hij de ene na de andere sigaret voor het hoofdgebouw en probeerde allerlei verdedigende zinnen op te dreunen die hij maar kon bedenken. Hij realiseerde zich Zr. Digtenhorf nog nooit gezien te hebben waardoor hij totaal niet wist wat te verwachten. Om kwart over acht liep hij het hoofdgebouw binnen en begaf zich naar de kamer van de directrice. Daar nam hij plaats op de bank in de gang om lijdzaam het moment af te wachten waarop hij de hellepoort mocht betreden welke vertegenwoordigd werd door de enorme dubbele deur tegenover hem.

De deur ging langzaam open en Anja wenkte hem naar binnen. Hij volgde haar en nam plaats in de hem aangewezen stoel zonder leuningen dus legde hij zijn handen maar gevouwen in de schoot. Op drie meter tegenover hem zat het tribunaal bestaande uit Zr. Post, leunstoel met grote oren, en Anja, rechte stoel met armleuningen. “De pikorde is bepaald”, dacht Bart bij zichzelf. Links van hem stond een zwaar bureau met daarachter een dame van normale lengte en postuur met een Beatrix coupe wat licht blauw opgloeide waardoor haar gezicht een soort aura kreeg. Ze keek vriendelijk door haar bril met sterke glazen waardoor haar ogen groter leken dan in werkelijkheid het geval was. Haar kleren kon hij niet goed zien door het grote bureau maar ze leek een hooggesloten blouse aan te hebben van een rode kleur zoals je die bij dure rozen aantrof met om haar nek een parelketting net iets groter dan haar hals. Haar handen had ze plat op het bureau gelegd en waren op meerdere vingers belegd met ringen. Tot zijn stomme verbazing ontwaarde Bart onder het bureau haar voeten gestoken in witte Adidas sportschoenen. Ze zag zijn blik en glimlachte: “Beste Bart, ik ben Zr. Digtenhorf en het spijt mij dat ik niet eerder kennis met je gemaakt heb”. Haar stem was zacht maar goed verstaanbaar en had een licht bekakt accent: “Helaas heb ik een aantal nogal verontrustende berichten over je gehoord ten aanzien van je gedrag en fouten in je werk. Ik wil iedereen het woord geven in deze en wil nu Zr. Post en Anja de gelegenheid bieden hun visie op jouw functioneren uiteen te zetten. Het was alsof ze de Etna het startsein had gegeven om te ontwaken. Om en om braken Zr. Post, dreunend, en Anja, kijvend, hun lava uit over de beduusde en heel klein geworden Bart:

Dreunend: “Brutaal, slordig en achteloos”.

Kijvend: “Hij heeft me uitgescholden voor lui afdelingshoofd”.

Dreunend: “geen respect voor meerderen”.

Kijvend: “Hij zet anderen tegen me op. Wendy laat hij steeds plat Haags praten tegen me”.

Dreunend: “agressief van aard, snel kwaad met rood hoofd”.

Bart zette grote ogen op vol onbegrip over deze misvatting van zijn emotionele uitbarstingen op zijn gezichtshuid.

Kijvend: “Ik probeer hem wat te leren maar krijg over me heen dat ik alleen zit te katten en te vitten”.

Dreunend: “Kans gehad, nu genoeg geweest”.

Kijvend: “Hij laat steeds veel rommel achter wat anderen mogen opruimen”.

Dreunend: “Zij die sterven gaan groeten u”.

Dat zei ze niet maar Bart vond het er perfect tussen passen.

Kijvend: “Ik heb al zo’n toestand met mijn schildklier en ben elke dag doodmoe. Dan kan ik dit er niet ook nog bij hebben”.

Stilte na de laatste opmerking van Anja. De beide zusters keken haar aan waarbij het blijkbaar nieuw voor hen was te horen dat zij iets mankeerde. “Schildklier? Hoe lang al”? vroeg Zr. Post haar met opgetrokken wenkbrauwen. Anja sloeg haar handen voor het gezicht: “Al maanden. Ik ben steeds doodmoe en dat jong loopt me maar te irriteren met zijn bijdehandse opmerkingen en zijn overdreven geacteerde gedoe bij de bewoners”. Bart was hogelijk verbaasd dat Anja dit wist en vroeg zich af of ze het gezien had of gehoord van de mensen in Cavadia. Zr. Digtenhorf keek even peinzend naar Anja om vervolgens een vragende blik op Zr. Post te werpen. Deze trok haar schouders op en vond blijkbaar dat ze genoeg woorden op één dag gezegd had. Ze hulde zich in stilzwijgen en dook nog iets verder de luie stoel in.

Zr. Digtenhorf gaf Bart een uitnodigend gebaar: “Ik wil je nu in de gelegenheid stellen jouw kant van het verhaal weer te geven”, waarbij ze haar hoofd iets schuin hield in afwachtende houding. Bart aarzelde even en begon in eerste instantie hortend te praten: “Allereerst wil ik mijn excuses aanbieden aan Anja voor mijn uitbarsting gisterochtend. Dit had ik niet moeten doen, zeker niet waar de anderen bij waren en het spijt me dan ook erg. Ik was erg moe van de vele diensten de afgelopen weken en Anja klaagt al maanden over haar moeheid en dat ze van alles mankeert. Ik wist niet dat ze ziek was anders had ik het vast niet gezegd. Ik ben me er eerlijk niet van bewust dat ik bijdehand zou doen. Dat acteren zoals Anja het noemt is gewoon een beetje gek doen bij de bewoners. Ze vinden het leuk en ze worden er wakker van dus leek het me geen kwaad te kunnen”. Zr. Digtenhorf kneep haar ogen iets dichter: “Maar waarom heb je dan niet met Zr. Post gesproken? Zij is tenslotte het afdelingshoofd dus mag je van haar verwachten dat ze een oplossing zoekt”. Bart keek even benepen naar de strenge gestalte van Zr. Post: “Misschien kan ik dit beter niet zeggen maar ik ben een beetje bang voor haar”, wat Zr. Post een korte, triomfantelijke grijns opleverde die alleen door hem gezien werd. Zr. Digtenhorf dacht even na en wende zich tot het afdelingshoofd die haar gezicht weer in de strenge plooi had: “Amely, ik denk dat hier nogal wat misverstanden bestaan die de grondslag vormen voor onbegrip en frustratie. Ik verwacht dat dit zo snel als mogelijk is wordt opgelost”, zich vervolgens naar Anja richtend: “Ik vind het heel vervelend voor je dat je zo met je gezondheid aan het sukkelen bent en denk dat het goed is om een paar weken rust te nemen. Er gaat nogal wat tijd overheen om een schildklier kwaal te behandelen en zolang dit duurt, lijkt het me niet verstandig te gaan werken. En wat jou betreft jongeman, ondanks de misverstanden is het duidelijk dat je het gedrag en de woorden van gisteren wel betreurt maar toch uitgesproken hebt. Hiervoor krijg je een aantekening. Bij herhaling kun je de organisatie verlaten en is het hier einde opleiding”. Haar woorden leverden een dankbare blik op bij Anja en een zure bij Zr. Post terwijl Bart zijn opluchting maar amper kon verbergen. “Wat mij betreft is het voldoende zo”, en Zr. Digtenhorf wenkte beide dames dat ze konden vertrekken: “Jij blijft nog even hier Bart”. De schrik sloeg hem om het hart en bij gebrek aan armleuningen kneep hij hard in zijn bovenbenen. Toen de deur gesloten was keek Zr. Digtenhorf hem vriendelijk aan: “Je hebt geluk jongeman. Ik hecht veel waarde aan de mening van Zr. Post en normaal gesproken had je nu je spullen kunnen pakken. Ik heb echter van anderen een heel andere opinie over je vernomen waaruit me gebleken is dat je blijkbaar last hebt gehad van jeugdige onbezonnenheid. Laat het niet weer gebeuren en het komt wel goed met je”. Bart bedankte haar en draaide zich om richting de deur. Hij had de deurknop nog niet vast gepakt toen hij de stem van Zr. Digtenhorf nog een keer hoorde: “Oh ja, je moet de groeten hebben van mijn goede vriendin Kathlijn Baljaard die jou een bijzonder iemand heeft genoemd”. Eenmaal buiten het kantoor zuchtte Bart diep en dankbaar jegens het lot waarbij een verliefde, in zijn ogen oude, vrouw zijn redding in deze was geworden.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.