Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Waargebeurd
Geplaatst:
28 december 2015, om 08:43 uur
Bekeken:
462 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
188 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Jeugdige compassie hoofdstuk 9. Kwaaltjes en moeheid"


Hoofdstuk 9: kwaaltjes en moeheid

Bart ergerde zich mateloos. Sinds een paar weken hoorde hij Anja over niets anders meer dan dat ze zo moe was, van alles mankeerde en veel dingen niet kon op dit moment. Tijdens het sinterklaasfeest zou ze samen met Bart voor de hapjes en de drankjes zorgen met als resultaat dat ze de hele tijd op haar krent in de keuken gezeten had waarbij hij de hele middag continu had lopen buffelen om alles voor elkaar te krijgen. Trudy had gesust en toegesproken waardoor hij zich in had kunnen houden maar menige kan limonade was bijna voortijdig leeggegoten op Anja’s hoofd. Bart had het alleen niet kunnen laten de bus met slagroom na heftig schudden bij de eerste keer spuiten ‘per ongeluk’ op haar rug te richten met klodders wit in Anja’s haar als gevolg. Ze had het niet eens gemerkt maar was doorgegaan met het maken van de dienstlijst wat het enige was dat ze die middag kon doen volgens eigen zeggen. Ze had ook in de huiskamer kunnen gaan zitten en helpen met eten en drinken van een aantal bewoners. Iemand anders had Bart dan kunnen helpen maar nee hoor, mevrouw Anja wenste een aria aan klaagzangen in de keuken te gaan aanheffen met Bart als publiek. Terwijl ze bezig was met de dienstlijst had hij gezien dat ze zijn diensten voor de komende maand volledig omgegooid had waardoor hij twee volledige nachtdiensten moest draaien. Veertien nachten in een periode van vier weken was zwaar, zeker omdat de hulpbehoevendheid van de bewoners flink aan het toenemen was. Daarbij zou gedurende die tijd zijn toch al niet overvolle sociale leven stil staan, zeker omdat hij in de tussenliggende weken gewoon dag- en avonddiensten moest doen. Hij had er een opmerking over gemaakt maar Anja had gezegd niet anders te kunnen omdat er twee mensen op wintersport gingen en ze personeel te kort kwam. Dat die trut zelf ook een nachtdienst kon doen kwam blijkbaar niet bij haar op maar uiteraard hield Bart deze opmerking maar voor zichzelf.

De dag na Sinterklaas werd gebruikt om Cavadia klaar te maken voor de kerstdagen. Een forse spar stond te pronken in de huiskamer en Bart werd ’s middags de zolder opgestuurd om de doos met kerstballen tevoorschijn te halen. Hij kon ze niet vinden. Wel de dozen met lichtjes, kerststerren en antroposofisch geknutselde bedenksels maar de ballen waren onvindbaar. Op zijn hoofd krabbend keek hij de zolder nog een rond en zag achteraan een klein deurtje van zo’n anderhalve meter hoog welke blijkbaar de toegang was tot een laatste ruimte onder de schuine overkapping. Deze deur was hem ontgaan en hij hoopte dat die vermaledijde kerstballen zich er achter zouden bevinden. Hij liep naar het deurtje toe en opende hem. Binnen was het pikkedonker en het flauwe licht op de zolder achter hem was niet voldoende om ook maar iets te kunnen ontwaren. Tastend ging hij op zoek naar een lichtknopje aan de binnenzijde en vond hem aan de rechterkant. Hij knipte hem aan en een peertje gestoken in een simpele lampenkap creëerde een felle en scherp begrensde lichtkring daaronder. Vanuit het donker staken twee handen en twee voeten de lichtcirkel in met vanuit het duister erbuiten een paar ogen die hem gloeiend aankeken. Bart gaf een gil, deinsde achteruit en viel languit op zijn gat waarbij een splinter uitstekend uit de houten vloer zich in zijn rechterbil drong. Door de scherpe pijn kwam hij enigszins bij zijn positieven maar bleef toch met afgrijzen naar de ledematen staren waarbij de ogen priemend zijn aandacht opeisten. Bart voelde een flauwte opkomen en hijgend probeerde hij dit terug te dringen om te voorkomen dat wie zich daar ook in het duister bevond hem niet kon overrompelen onderwijl in katzwijm verkerend. Ook hierin hielp de pijn in zijn bil en voorzichtig kwam hij langzaam overeind terwijl hij de onverlaat daar binnen in de gaten hield. Hij keek nog eens goed naar de handen en voeten en begon te twijfelen aan de echtheid daarvan. Ze leken een beetje te glanzen en toen zijn blik scherper werd ontwaarde hij een schroef aan de buitenkant van de enkels. Ineens realiseerde hij zich wat het was, een oefenpop zittend op een stoel en door ongebruik weggestopt in de verste hoek van de zolder. Hij zuchtte eens diep zich verwonderend over zijn domheid en schamend voor zijn reactie en stapte de ruimte in. Met de lampenkap als een soort zaklantaarn om zich heen schijnend vond hij twee dozen met kerstballen in de verste hoek. Hij sleepte ze tevoorschijn, onderwijl de pop een pestklap gevend waar zijn vingers zeer van deden maar waardoor het onding rammelend uit de stoel rolde en bonkend met het hoofd op de vloer belandde. Na deze kleinzielige wraakneming sjouwde hij de dozen naar beneden en zette ze op de tafel in de keuken. “Zo, ben je ongesteld gewôhden”, constateerde Wendy en keek naar zijn achterwerk die, nu de aandacht erop gevestigd was, toch wel erg pijnlijk begon te worden. Bart tastte zijn rechterbil af die warm en vochtig aanvoelde en haalde een behoorlijk bebloede hand weer naar boven. “Hoe kom je nâh aan bloed aan je reit”, vroeg Wendy in onvervalst Haags. Op dat moment kwam ook Anja binnenlopen bestraffend kijkend naar Wendy vanwege haar taalgebruik. Die wendde zich tot haar: “Volgens mè mot je even kèken Anja, ut lèkt wel of eâh un rotje in zèn hol afgestoken is”. “Neuh, alleen maar een splinter”, verdedigde Bart zich die als de dood was dat Anja naar zijn blote kont zou gaan kijken, een gênantere situatie kon hij zich niet voorstellen. Anja die, zonder te hoeven bukken, zijn broek omlaag trok om vervolgens zijn hammen te gaan betasten op zoek naar de oorzaak van de schade. Anja bemonsterde de bebloede broek en hand van Bart: “Ik voel me niet erg lekker dus lijkt het me beter dat jij het doet Wendy”. Bart slaakte een zucht van verlichting en was voor het eerst sinds weken blij met de luiheid van Anja. Wendy was okay, geen schoonheid maar bij haar had hij er geen bezwaar tegen zijn broek naar beneden te trekken en hij was er van verzekerd dat, wat ze ook zou aantreffen, niemand anders er van zou horen. Dat dit een voor hem ongekende reactie was en betekende dat hij veranderde na de ervaring met Estelle realiseerde hij zich niet. “Oh, okay. Kom mâh mei nâh kantoâh Bart". Zonder te kijken of hij ook daadwerkelijk meekwam liep ze weg ondertussen meewarig hoofdschuddend naar Anja. Deze zag of hoorde klaarblijkelijk niets meer want reageerde niet op het platte Haags of het hoofdschudden. Bart hobbelde achter Wendy aan, zorgvuldig zijn voorzijde naar de huiskamer kerend om te voorkomen dat ook daar de schade waargenomen kon worden. In kantoor draaide Wendy zich om: ” Zo, draai je mâh eins even om dan kan ik bekèken wat duh schaduh is”. Bart ging met zijn rug naar haar toe staan, knoopte zijn broek los en liet hem met onderbroek tot op zijn knieën zakken. “Jeminei! Un splinteâhr! Un haâhrdblok zal je bedoelen”. Bart keek verontwaardigd achterom: “Overdrijf niet zo Wendy en hou nou maar op met die imitatie van een FC Den Haag supporter. Anja is nu niet meer in de buurt”. Ze lachte even, trok haar schouders op en antwoordde in ABN: “Goed hoor, ik zal er mee ophouden. Anders wel een flinke splinter joh”. Ze liep naar het verbandkastje en haalde er een pincet uit en een flesje alcohol. Met watten depte ze zijn bil schoon wat erg koud aanvoelde. “Zeker een adertje geraakt want zo groot is ie toch niet”, met de pincet pakte ze de punt van de splinter en trok deze er in één ruk uit. “Zo, gepiept, verbandje erop en klaar is kees”, waarbij ze de daad bij het woord voegde, een gaasje op de plek legde, dikke dot watten om het bloed op te vangen er op en flink afplakken met pleister. “Ik zal in het kleedhok je gewone broek even halen want die uniformbroek kun je niet meer aan”. Ze liep het kantoor uit en Bart hoorde haar langs de keuken lopend nog zeggen: “Nâh Anja, die splinteâh is eâhruìt hoâh. Voâhlopig kan hè niet zittuh dus laat hem mâh hard weâhrken”. “En bedankt dat je het zo zachtjes zegt”, dacht Bart terwijl hij toch wel moest lachen om de manier waarop ze Anja in de maling nam. Even later nam hij zijn broek in ontvangst en kon weer aan de gang op de afdeling.

Bart bedacht zich dat wie de kerstballen haalt ze ook in de boom mag hangen, pakte een doos uit de keuken en liep naar de huiskamer. Hij was de deur nog niet uit of zag een streep over de blauw kleurige ballen lopen. Hij keek nog eens goed: “Hé, plastic”, en zonder te dralen duwde hij de huiskamerdeur open, stapte naar binnen, bleef expres met zijn voet achter de drempel haken en struikelde met doos en al naar binnen. Deze vloog uit zijn handen en met veel geraas vielen de ballen op de grond waarna ze stuiterend alle kanten opvlogen. Het effect was totale aandacht van alle bewoners, hun aanwezige familie, Wendy en een uitzendkracht. De reacties waren divers: “Ach jongen, wat doe je nou”, “Hemel, mankeer je niets”, “Wie is dat, wat moet je hier”, een enkele krachtterm en van achter uit de huiskamer klonk een zachtjes: “Jihih”. Bart had nog nooit zoveel respons gehad op zijn acteer capriolen en begon overdreven de ballen op te rapen. Familie begon over de grond te kruipen en zelfs een paar bewoners pakten ballen op om die aan hem te geven. Wendy bekeek alles van een afstandje en leek het allemaal prachtig te vinden ondanks dat zij ook niet wist dat de ballen niet van glas waren en zich rot geschrokken was. Nadat alle ballen netjes in de boom hingen en Wendy met slingers en figuurtjes de versiering had afgemaakt was de dagdienst voorbij en konden ze aanstalten maken weer huiswaarts te keren. Hij liep nog even naar de keuken om gedag te zeggen toen Anja hem aanhield: “Bart, je had morgen avonddienst maar ik heb niemand meer kunnen vinden voor overdag. Ik verwacht je morgenochtend vroeg. We komen nog iemand tekort maar we redden het hier beneden wel met zijn tweeën. Ik heb nog wél een uitzendkracht voor de avond kunnen bemachtigen”. Ze liep weg zonder de hatelijke blik van Bart te zien die nu in haar rug brandde zonder schade aan te richten. “Verdomme, dat wordt hard werken morgen”, dacht Bart: “Die trut zal wel weinig uitvoeren en dan komt alles op mij neer”. Boos beende hij naar buiten, sprong op zijn fiets waarbij hij zijn gewonde derriere vergat en direct weer omhoog kwam waarna hij staand op de pedalen wegtrapte, zijn gedachten bij Anja het luie varken en bij een Zeeuwse knol die hij vroeger gekend had.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.