Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Waargebeurd
Geplaatst:
28 december 2015, om 08:40 uur
Bekeken:
475 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
228 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Jeugdige compassie hoofdstuk 6. De dood"


Hoofdstuk 6: De dood

Starend in een oneindig niets zit de vrouw aan het hoofd van de lange tafel. Haar oude, met lijnen doorgroefde gezicht geeft geen enkele emotie weer maar is strak en onbewogen. Handen met lange, smalle vingers houdt ze gevouwen op haar schoot. De rolstoel waarin zij zit piept zachtjes in een gelijkmatig tempo met het trillen van haar linkerbeen.

Het piepen stoort haar niet. Ze lijkt het niet te horen. Ze kijkt maar recht vooruit, dwars door de bloemen die op tafel staan en dwars door de muur waar zij tegenover zit. Het raam aan haar rechterkant toont de drukte van een doorgaande weg. Een groep kinderen fietst lachend voorbij. De vrouw heeft er geen belangstelling voor. Ze is niet meer in staat op te nemen wat er buiten gebeurt. Ze kijkt maar ziet niet, hoort maar luistert niet. Hoelang ze al zo zit? De vrouw weet het niet. Dagen, maanden, tijd is een begrip wat allang uit haar leven is verdwenen. Een door Alzheimer geschilderd portret waarin abstractie en surrealisme tot een gecompliceerde eenvoud samengevoegd zijn. In haar hoofd een grijze massa waarin met zwierige penseelstreken afgerekend is met de rationaliteit, grote littekens achterlatend. Af en toe komt een echo uit het verleden vanuit de verte op haar af om even daarna weer snel te verdwijnen zonder een spoor van herkenning achter te laten. Dat de vrouw bestaat ervaart ze alleen maar door het meebewegen van de stoel met haar trillend linkerbeen.

De vrouw zit en staart, haar been trilt, de stoel piept, de tijd glijdt voorbij.

De deur van de kamer gaat open en met stevig gerammel wordt de koffiewagen binnengereden. De vrouw hoort het niet.

"Ik heb koffie voor u", roept Bart met luide stem terwijl hij een arm om de schouders van de vrouw slaat. Heel even klinkt het gepiep luider om direct weer te vervallen in de monotonie van zoeven.

Hij knoopt de vrouw een papieren servet om en gaat met de koffie in zijn hand op een kruk naast haar zitten. Hij brengt het kopje naar haar mond en beroert zachtjes met de rand haar onderlip. In een reflex tuit ze haar lippen en een klein slokje wordt naar binnen gegoten. Ze slikt en uit haar mondhoek sijpelt een straaltje koffie over haar kin in haar hals tot het opgenomen wordt door het servet. Bart veegt voorzichtig haar kin droog en herhaalt de handelingen tot het kopje leeg is. Hij verwijdert het servet, geeft de vrouw een kus op haar voorhoofd, strijkt met de rug van zijn hand over haar wang en loopt met rammelende koffiewagen de kamer uit. Terwijl het rammelen langzaam wegsterft staart de vrouw door de bloemen door de muur. De stoel piept, de tijd glijdt weer voorbij.

Plots richt de vrouw haar hoofd iets op. Haar ogen worden groot en de pupillen verwijden zich. Haar mond wordt een smalle streep en een verbeten, pijnlijke grimas trekt over haar gezicht. Haar handen vouwen zich zo krachtig samen dat haar vingers wit worden.

Enige ogenblikken blijft ze zo zitten. Een zacht gekreun welt op uit haar keel. Zachte schokken trekken door haar lichaam. Dan worden haar ogen dof, haar handen ontspannen zich langzaam en zachtjes zakt haar kin op haar borst.

Haar linkerbeen stopt met trillen. De stoel piept niet meer.

De tijd staat stil.

Weer gaat de deur van de kamer open. Bart komt binnen met een glas water in de ene hand en een bakje met tabletten in de andere.

"Uw medicijnen mevrouw....". Zijn adem stokt. Hij staat stil en kijkt naar de vrouw. Zijn gezicht weerspiegelt het voorbijtrekken van verbazing naar ongeloof, van ongeloof naar schrik. Met een paar stappen bereikt hij de vrouw en knielt voor haar neer. Met een snelle beweging zet hij de medicijnen en het water op tafel en grijpt naar haar pols. Hij kijkt in haar ogen en beseft dat het geen zin meer heeft.

Bart blijft enige tijd geknield naast de vrouw zitten. Dan richt hij zich op en vouwt haar handen voor haar buik.

"Rust maar zacht vrouwtje", mompelt hij en beziet de drukte van de doorgaande weg door het raam. "Wat mij betreft komt in je advertentie te staan: te laat is van ons heen gegaan….

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.