Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Waargebeurd
Geplaatst:
28 december 2015, om 08:39 uur
Bekeken:
457 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
205 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Jeugdige compassie hoofdstuk 5. Een ontluikende liefde"


Hoofdstuk 5: een ontluikende liefde

Na 7 maanden opleiding mocht Bart dan eindelijk nachtdiensten draaien. Dit betekende op vrijdag avond starten tot de volgende week vrijdag ochtend, 7 nachten achter elkaar, daarna het weekend vrij en op maandag weer met een avonddienst beginnen. Bart had hier naar uitgekeken. Het leek hem wel zwaar maar hij was erg benieuwd hoe hij zich hieronder zou houden. Er tegenop kijken deed hij niet daar hij begrepen had dat er verzorgenden waren die 10 op 10 af draaiden en dit al jaren lang. Die 7 nachten zou hij dan ook wel overleven. Dat die mensen steevast ergens iets mankeerden wist hij toen nog niet. Jaren later kwam hij erachter dat verzorgenden met dergelijke diensten vaak sociaal slecht onderlegd waren of gewoon niet in staat samen te werken met anderen. Ook kwam wel voor dat ze vreemd gedrag gingen vertonen. Zo zou hem eens overkomen dat tijdens een nachtdienst met vaste wacht Adelheid Huider, voormalig Duitse, zij hem in volle ernst midden in de nacht maande om stil te zijn, het raam openduwde en zei: “Ik wil het gras horen groeien”. Het ergste was dat hij nog mee ging luisteren ook.

Zijn nachtdienst zou hij gaan draaien met Annegiek, de aan heimwee leidende Groningse. Dit was wat minder want zij stond bekend om haar huilbuien op de gekste momenten, haar verder stille gedrag en totaal ontbreken van humor. De nachtdienst zag hij niet tegenop, samenwerken met Annegiek wel. Hij arriveerde om half 11 bij Cavadia, erg vroeg omdat zijn dienst pas om 11 uur begon maar hij kon het thuis niet meer uithouden. Yvonne en Marjan hadden samen avonddienst dus was het wel even gezellig kletsen. Om kwart voor elf zag Bart een brandende fietslamp op de oprit bewegen, Annegiek was gearriveerd. Inwendig zuchtte hij even en besloot nogmaals het beste er van te maken. Groot was dan ook zijn verbazing toen even later Suzanne in de deuropening van de keuken stond. “Hey, Suzanne”, begroette Yvonne haar: “Heb jij nachtdienst? Ik dacht dat Annegiek moest werken”. Suzanne zette haar rugtas op de keukentafel: “Klopt maar zij heeft zich vanochtend ziek gemeld. Ik was de enige die de dienst over kon nemen dus ben direct naar huis gegaan om nog wat te slapen”. Bart voelde zijn wangen kleuren wat hem een gniffelende blik van Marjan opleverde. Dit verbeterde de doorbloeding van zijn gezicht zo goed dat hij met knalrood gezicht aan de aanrecht een kop koffie inschonk en quasi geïnteresseerd naar buiten stond te kijken waar het pikkedonker was en bleef. Barts verlegenheids blos werd niet alleen veroorzaakt door het feit dat Marjan wist dat hij heimelijk verkikkerd was op Suzanne. Een paar weken daarvoor zouden hij en Marjan samen de stad in gaan. Hij was daarvoor naar haar appartement gefietst die uit één kamer bestond met een klein badkamertje en dito keuken. Om ruimte te sparen had zij een matras op de grond en kussens rond een klein, laag tafeltje. Verder was de kamer leeg buiten een berg kleren in de hoek. Vlak voordat ze weg zouden gaan gaf Marjan aan zich even om te willen kleden omdat ze niet de juiste kleren voor uitgaan aanhad. Bart had even om zich heen gekeken en zich afgevraagd waar ze dat dan zou doen toen zij staand haar trui begon uit te trekken. Hij had beschaamd zijn hoofd naar beneden gericht en begon een gat in de tafel te branden terwijl zijn hartslag even het juiste ritme kwijtraakte. Vanonder zijn wimpers zag hij de BH op de grond vallen en onwillekeurig keek hij even op. Haar grote borsten hingen vlak boven haar buik met de tepels naar beneden gericht. Vreemd, op de plaatjes in de seks boekjes stonden de tepels altijd naar voren. Desondanks kon hij het niet laten gebiologeerd door te staren, zich beseffend dat zij dit moest waarnemen. Het leek Marjan echter niets te kunnen schelen en haar in de cel zittende gevangenisvriendje voorkwam dat Bart de stoute schoenen aantrok. Na het aanbrengen van een andere BH en blouse werd de betovering voor Bart verbroken maar niet zijn verwarring. De hele avond had hij het beeld van haar bengelende borsten voor ogen die in zijn onervarenheid en naïviteit de mooiste waren die hij ooit had gezien. Haar donkere tepels keken, weliswaar scheef maar verliefd, op hem neer in zijn gedachten. Hij zou dit beeld nooit meer kwijtraken.

Na overgedragen te hebben vertrokken Marjan en Yvonne. Marjan had hem nog even een knipoog gegeven waar hij 10 minuten later nog boos over was. Niet op haar maar omdat de rode kleur op zijn wangen permanent dreigde te worden. Om twaalf uur ging Suzanne de medicijnen klaar zetten en Bart startte met het ontbijt klaarmaken. Toentertijd een normale gang van zaken. Het brood werd gesmeerd, belegd, afgedekt met plastic folie en in de koelkast bewaard. Koffie kopjes en theeglazen met de theezakjes er al in werden klaargezet en wel of niet voorzien van suiker en melk. Voor iedere bewoner was een voedingskaart gemaakt waarop stond wat ze wel en niet mochten hebben en hun voorkeuren. Om half 1 waren ze beiden klaar en maakten zich op om de eerste verschoonronde te lopen. Dit bestond hoofdzakelijk uit het controleren of iedereen goed in bed lag, rustig sliep en nog droog was. Uiteraard was dit laatste niet altijd het geval dus volgde steevast het ritueel van natte luier weghalen, matje eronder verwisselen en weer een droge luier aantrekken. Zwaar werk omdat niet iedereen even lekker meewerkte, slaperig als zij waren. De begane grond kostte zo een uur en leverde een volle vuilniszak en dito waszak op. Nadat dit opgeruimd was begaven zij zich met de trap naar de eerste etage. Bart liep zoals gewoonlijk achter Suzanne aan maar was in gedachten verdiept en keek naar haar klompen in plaats van naar haar derriere. Halverwege draaide Suzanne haar hoofd om: “Ik weet wel dat je naar mijn kont kijkt hoor”! zei ze lachend en keek schalks naar beneden. Bart bromde in zichzelf: “kijk ik een keer niet word ik er op aangesproken”. Suzanne draaide haar hoofd weer naar voren en liep verder. Bart kloste achter haar aan. Plots werd hij zich ervan bewust dat hij naast de voetstappen van Suzanne en hemzelf een derde paar voetstappen hoorde. Hij keek achter zich maar zag niemand. Toen hij weer opkeek staarde Suzanne met een angstig gezicht naar beneden: "Hoor jij dat ook”? vroeg ze met schrille stem en grote ogen. Beiden stonden ze stil maar hoorden het derde paar voetstappen doorklossen in een vreemd ritme, alsof iemand met een gekneusde enkel liep. Twee snelle voetstappen gevolgd door een korte stilte. Bart schudde zijn hoofd: “het is vast niets, laten we gewoon naar boven gaan”. Angstig duwde Suzanne de trapdeur boven open en keek de donkere gang in. Bart duwde haar verder, passeerde en bleef toen even staan. “het geluid komt hier van boven, uit de rechtergang”. Hij vond dat hij het zich niet kon veroorloven angstig over te komen en liep de gang in trachtend uit te vissen waar het geluid vandaan kwam. “Het komt uit de kamer van mijnheer Picaro”, constateerde Bart. Hij opende de kamerdeur, knipte het licht aan en stapte naar binnen. Mijnheer Picaro lag op zijn rug op de grond, schoenen aan met de veters los en trappend tegen de muur. Hij was behoorlijk dementerend en kwam wel vaker zijn bed uit. Blijkbaar was hij zijn schoenen tegengekomen, had deze aangetrokken om vervolgens op pad te gaan waarbij hij in het donker de deur niet kon vinden. Waarom hij dan op de grond was gaan liggen ontging Bart maar het was duidelijk dat hij niets mankeerde dus hard kon hij niet gevallen zijn. Inwendig opgelucht draaide hij zich om: “zie je, voor alles is een verklaring”, en zag tot zijn genoegen dat Suzanne hem licht bewonderend aankeek. Ze legden de onfortuinlijke man weer in bed om vervolgens hun ronde verder te lopen. Op de eerste etage verbleven bewoners die enigszins mobiel waren en je in je eentje kon helpen. Hun wegen scheidden zich waarbij Suzanne aan de ene kant van de gang begon en Bart aan de andere. Op de eerste kamer hoefde hij alleen een glas water op het nachtkastje te verwisselen bij mevrouw Baljaard. Zij was een week geleden opgenomen en de schrik van iedere verzorgende binnen Cavadia. Ze was 56 en vrijgezel, de dag door chagrijnig en commanderend alsof ze de reïncarnatie was van Zr. Post wat onmogelijk leek daar deze zich nog in het land der levenden bevond. Thuis had ze haar been gebroken en omdat ze een eerste etage woning had zonder lift moest ze bij gebrek aan familie of vrienden in het verpleeghuis blijven tot ze weer kon traplopen. Ze waste en kleedde zich altijd zelf waarbij ze alleen in en uit bed geholpen hoefde te worden. De bel was haar minnaar daar ze deze regelmatig beroerde om vervolgens blaffend haar wil op te leggen. Menigeen was al uit haar kamer gevlucht gevolgd door, weliswaar nette, verwensingen. Want ze was een dame! Slank postuur, regelmatig gezicht en lange benen. Voor haar leeftijd was ze best een mooie verschijning ondanks haar grijswitte haar en een stramheid in haar rug alsof ze als kind stijfsel in plaats van havermout gekregen had. Alles werd echter overschaduwd door haar norse uiterlijk en korte, in staccato geuite wensen en eisen. Een normaal gesprek was met haar niet te voeren, ze hield haar kaken stijf dicht en keek je zo hooghartig aan dat je vanzelf stilviel. Van Anja die haar kende had Bart begrepen dat Mevrouw Baljaard geen gelukkig leven had mogen leiden. Ze wist te vertellen dat zij twee keer in haar leven een bijna echtgenoot had gehad die allebei een paar dagen voor het huwelijk besloten te overlijden. Na de tweede keer had zij zich teruggetrokken in haar huis, liet boodschappen bezorgen en vertoonde zich nog maar zelden aan de buitenwereld. In zijn observaties zonder dat zij dit kon zien had Bart waargenomen dat ze, onbespied als ze dacht te zijn, haar hooghartige houding liet varen waarna verdriet als een deken over haar uitgespreid leek te worden. Bart had met haar te doen en vlaste al een paar dagen op een manier om haar op te vrolijken maar had nog niets gevonden.

Met het glas water in de hand duwde hij zachtjes de kamerdeur open. In de schemer veroorzaakt door het ganglicht zag hij dat ze half rechtop op haar rug in bed lag en regelmatig ademhaalde. Op zijn tenen sloop hij naar het nachtkastje en tilde het lege glas op om de volle er voor in de plaats terug te zetten. “Wat moet jij”! Klonk het uit bed en van schrik liet Bart zowel het lege als volle glas uit zijn handen vallen die kletterend aan scherven vielen op de vloer waarbij het water tot zijn knieën spetterde. Tot tien tellend bleef hij zo staan, grote ogen, open mond en zijn handen vooruitgestoken alsof hij de glazen water nog vasthield. Toen hij tot vijf geteld had klonk er een zacht gegrinnik uit bed: “Je moest jezelf eens kunnen zien! Geen gezicht!”, het gegrinnik veranderde in een hikkend geluid en Bart zag uit zijn ooghoek dat zij met haar handen op de dekens sloeg van plezier. Plots werd het weer stil: “zou je dat niet eens opruimen”, klonk haar weer norse stem vanuit de schaduw van haar gezicht. Bart deed zoals hem bevolen was, zette een nieuw glas water neer, wenste welterusten en vervolgde zijn ronde. Ondertussen dacht hij na over het gegeven dat ze gelachen had, weliswaar uit leedvermaak maar toch. Hij maakte met zichzelf de weddenschap dat hem dat vaker zou gaan lukken.

De nacht verliep verder kalm. Suzanne had blijkbaar de gewoonte om tussen de rondes door steeds te lezen waardoor ze niet bepaald een boeiende gesprekspartner was. Hij nam zich voor de rest van de week ook maar een boek mee te nemen omdat hij zich dood verveelde. De week ging zo voorbij. Slapen, naar het werk, ontbijt maken, rondes lopen en weer naar huis. Mevrouw Baljaard lag nu gelukkig steeds te slapen als hij binnen kwam en mijnheer Picaro bleef rustig in zijn bed. De nachtdienst viel hem mee en behalve de op een na laatste nacht had hij geen last gehad van moeheid of slaperigheid.

De maandag erop arriveerde hij voor zijn avonddienst. Samen met Suzanne en Mijntje moest hij het avondeten opdienen en zorgen dat de bewoners fatsoenlijk in bed terecht kwamen. Hij had dienst gekregen op de eerste etage dus was de trap die avond niet zijn beste vriend. In het begin van de avond hoorde hij de bel uit de kamer van Mevrouw Baljaard ten teken dat zij gereed was om naar bed te gaan. Hij liep erheen, deed de deur open en maakte spontaan een diepe buiging waarbij zijn neus tot amper 30 centimeter van zijn knieën eindigde. Eenmaal overeind zag hij haar in stomme verbazing naar hem staren met haar nachthemd amper over haar schoot getrokken. “U wenst Mevrouw”, zei hij waarbij hij de diepste grafstem opzette die zijn keel maar kon maken. Hij huppelde als een verwijfde lakei de kamer in wapperend met zijn handen en danste een rondje om haar rolstoel. “Gek! Help me naar bed”, beet Mevrouw Baljaard hem toe maar haar stem verraadde dat ze nog steeds verbaasd was en klonk lang niet zo hooghartig als anders. Bart huppelde naar haar bed, sloeg de dekens naar het voeteneind en met beide handen naar het bed wijzend zei hij: “Uw hemelbed is gereed Mevrouw. Wenst u nog rozenblaadjes op de dekens of een gevoelig parfummetje op uw kussen”? Mevrouw Baljaard trok haar wenkbrauwen op: “Wat mankeer jij? Is een weekje nachtdienst je in de bol geslagen”? en woest duwend aan de wielen kwam ze naar het bed gerold. “Dansen”? vroeg Bart en hield zijn armen in de startpositie zoals hij ooit op dansles geleerd had, licht vooroverbuigend. Diep zuchtend nam Mevrouw Baljaard zijn vooruitgestoken hand aan, tikte de ander opzij en trok zich met zijn hulp omhoog. Door de staande positie gleed haar nachthemd netjes over haar benen en met een klein hupje stond ze met haar rug naar het bed. Terwijl Bart haar hielp om te gaan zitten bleef ze hem met gefronste wenkbrauwen aankijken. Dit bleef ze doen terwijl hij haar gipsbeen over de rand tilde en ze in het midden van het bed kwam te liggen. Hij trok de dekens over haar heen en ging vervolgens met schuin hoofd en zijn handen in elkaar staan kijken. Vervolgens knikte hij goedkeurend, maakte een diepe reverence en wenste haar met de grafstem een goede nacht met prettige dromen en huppelde vervolgens achterwaarts naar de deur. Hij knipte het licht uit, wuifde nog een keer met zijn hand en trok de deur dicht. Buiten bleef hij nog even met zijn rug tegen de deur staan en slaakte een diepe zucht. Hij hoopte dat hij met haar nu op de goede weg zat. Als hij kon zien hoe Mevrouw Baljaard met een verbaasde maar oprechte glimlach naar de gesloten deur keek had hij het geweten.

Dit gedrag bleef hij de volgende weken volhouden en langzaam maar zeker ontdooide Mevrouw Baljaard, werd vrolijker als hij in de buurt was en begon voorzichtig het spelletje mee te spelen. Bart was nu zo’n beetje haar vaste verzorger wat zijn collega’s bepaald niet erg vonden. Ze begrepen niet hoe het kwam dat hij het blijkbaar niet vervelend vond de norse Mevrouw Baljaard te helpen en hij waakte er wel voor dat niemand zijn gedragingen tegenover haar kon zien. Hij was er trots op dat zij positief reageerde op zijn aanwezigheid en begon tegenover de andere bewoners ook te acteren. Voor ieder had hij een ander typetje bedacht en hield dit vol buiten het zicht van zijn collega’s omdat hij niet wist hoe zij hier op zouden reageren. Hij genoot van dit succes, het maakte zijn werk plezierig en bewoners ontwaakten uit hun sluimer en routine van de dag. Hij had altijd al gedacht dat een enorme man als Willem grote longen had die een harde lach konden voortbrengen en hij werd daarin niet teleurgesteld.

Bart schonk een kopje koffie in en liep hiermee naar de kamer van Mevrouw Baljaard. Ze had al zeker twee uur niet op de bel gedrukt wat voor haar uitzonderlijk was. Hij klopte aan en duwde de deur open. Een bonk tegen de deur liet hem stilstaan waarna een haarborstel voor zijn gezichtsveld langs flitste, zijn neus schampend, tegen de deurpost knalde en zijn weg vervolgde de gang in, tollend tot stilstand komend een paar meter verder. Er klonk een kreetje uit de kamer en Bart zag het verschrikte gezicht van Mevrouw Baljaard met de handen voor haar mond geslagen. “Jongen toch, ik hoorde je niet binnenkomen en gooide net de borstel naar de deur om aandacht te trekken. De bel doet het niet”. Bart voelde aan zijn licht geschaafde neus, liep beteuterd de kamer in en zette de koffie op de tafel. “Kom eens hier”, zei Mevrouw Baljaard. Hij bukte zich, zij nam zijn hoofd tussen haar handen en inspecteerde zijn neus op beschadigingen. “Het valt gelukkig wel mee, sorry, sorry en nogmaals sorry”. Bart keek haar aan, nog steeds te beduusd om iets te zeggen. Ze bleef zijn hoofd vasthouden en keek even naar beneden. Toen ze weer opkeek zag Bart een traan in haar ooghoek. Ze staarde hem zo nog even aan en liet toen zijn hoofd los en haar handen langs zijn schouders en armen glijden tot ze zijn handen vasthad. “Oh, was ik maar 30 jaar jonger”, zuchtte ze, liet zijn handen los en draaide haar rolstoel naar het raam. Bart bleef nog even verbijsterd staan en vluchtte toen de kamer uit. Hij rende naar het toilet, ging naar binnen en sloot de deur af. Met zijn handen op zijn hoofd liet hij zijn geschokte gevoelens door zich heen lopen. “Dit was zijn bedoeling niet! Waar haalde dat oude wijf het recht vandaan! Hij wilde alleen maar helpen!”. Bart besefte heel goed dat hij haar daarmee onrecht aandeed. Hij kon het alleen niet helpen. Meisjes hadden weinig aandacht voor hem en nu overkwam hem dit! Hij wist niet of hij boos moest zijn of verdrietig. Zo schoten zijn gedachten een tijdje heen en weer. Na een poosje kwam hij tot rust en begonnen de positieve gevoelens de overhand te nemen. Hij realiseerde zich dat Mevrouw Baljaard gevoelig was gebleken voor zijn gekke gedrag en na lange tijd weer plezier in mensen begon te krijgen. Ze kon er ook niets aan doen dat hij blijkbaar bepaalde gevoelens bij haar los maakte. Toen hij het toilet verliet was hij er in zekere zin trots op dat hij een dergelijk effect kon teweegbrengen al bleef het een wrange nasmaak houden.

In de weken daarna gingen Mevrouw Baljaard en Bart vriendelijk maar zakelijk met elkaar om. Bart veroorloofde zich af en toe nog een acteergrapje, hielp haar waar nodig maar zorgde er wel voor dat er een zekere gereserveerde afstand bleef. Dit koste niet veel moeite daar ook zij het vermeed om hem te lang aan te kijken of aan te raken. Ze vonden het beiden goed zo. Op een middag waar zijn avonddienst begon hoorde hij bij binnenkomst dat Mevrouw Baljaard weer naar huis was gegaan en bij het afscheid Anja en Trudy had verzekerd dat Bart een goede verzorgende zou worden met iets extra’s wat anderen niet hadden. Glimlachend nam hij het compliment in ontvangst en hoopte vurig dat Mevrouw Baljaard het geluk weer zou gaan vinden. Hij hoopte echter ook haar nooit meer tegen te zullen komen.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.