Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Waargebeurd
Geplaatst:
28 december 2015, om 08:36 uur
Bekeken:
444 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
185 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Jeugdige compassie hoofdstuk 1. Een vliegende start"


Hoofdstuk 1: Een vliegende start

Met groeiende verbazing bekeek Bart de gevel van de enorme villa waar, volgens zijn adresgegevens, het verpleeghuis Cavadia gevestigd zou moeten zijn. Het gebouw telde 3 verdiepingen, had enkele kleine balkons aan de voorkant en veel, heel veel grote en kleine ramen. Hij verwachtte bij aankomst een rechthoekig gebouw te zullen aantreffen met 4 of meer verdiepingen zoals de meeste verpleeghuizen gebouwd waren. Een oversized villa was niet in zijn gedachten voorgekomen. Dus hier moest hij zijn opleiding tot ziekenverzorgende gaan volgen.

Dat Bart überhaupt nog in de zorg zou gaan was voor hem een verrassing. Na zijn MAVO afgerond te hebben had hij vele sollicitatie brieven verstuurd naar allerlei zieken- en verpleeghuizen om de verpleegkunde opleiding te kunnen volgen. Zonder succes had hij ervoor gekozen om door te stromen naar de HAVO en het dan nog eens te proberen. Na 3 maanden had hij het echter wel gezien en stopte met leren. Na enige maanden werken in een distributie centrum plofte er dan toch een brief op de mat met een uitnodiging voor het volgen van de ziekenverzorgende opleiding in verpleeghuis Cavadia in Den Haag waarbij hij kon instromen in februari. Zijn verbazing dat het bijna een half jaar had geduurd om hem antwoord te geven had snel plaats gemaakt voor opwinding dat het nu toch eindelijk zou gaan gebeuren. Weliswaar was het geen verpleegkunde opleiding maar de mindere ziekenzorg opleiding wat hem op dat moment niet kon schelen. Hij had het niet meer verwacht dus was de uitnodiging voor hem een cadeautje. Zijn praktijk kon hij in Cavadia volgen, zijn theorie op een school in de binnenstad. Nu, een maand voordat hij achttien werd, was hij naar het grote Den Haag vertrokken vanuit het groene hart van de Randstad om naar wat hij zijn roeping beschouwde te gaan aanvangen. Zijn zwager had voor hem een twee kamer appartement in Scheveningen geregeld waardoor huisvesting geen probleem meer was en de eigenlijke sollicitatie was schriftelijk afgehandeld door ene Zr. Digtenhorf, directrice van Cavadia.

Peinzend bekeek Bart de Villa nog eens goed. Op het eerste gezicht leek het gebouw goed onderhouden maar nu zag hij her en der tekenen van het eerste verval. Scheurtjes in de muren, afgebladderde verf op de kozijnen en een dakgoot welke nog maar amper aansloot op de regenpijp. Op de enorme betonplaat die dienst deed als oprit stonden geen auto’s maar alleen een paar afgetrapte fietsen die slordig gerangschikt stonden in een gevlekt aluminium fietsenrek aan de muur. Links van de groen geverfde voordeur met glas in lood ruitjes erboven was een groot raam waarachter hij enige bewegende silhouetten waarnam. Zijn moed bij elkaar rapend stapte hij naar de voordeur en zocht naar de bel. Deze was niet te vinden dus klopte hij maar op de deur en wachtte geduldig af. Na een paar seconden werd de deur geopend door een dame in verblindend wit uniform gestoken. Zij was zeker een jaar of dertig, enigszins gezet en een grote uilenbril op haar sterk vooruitgestoken neus omgeven door een sproetig gezicht. Op haar bovenlip had enige dons zich gevestigd met een licht blonde gloed in tegenstelling tot haar bruine haardos welke in een dikke knot samengebonden was bovenop haar hoofd. Ondanks dat de opstap naar de drempel zeker 15 centimeter bedroeg stak Bart een half hoofd boven haar uit terwijl hij zelf amper de een meter zeventig haalde. Terwijl hij haar strak aankeek zag hij in de diffuse omgeving van zijn blikveld dat haar uniform een jurk was die net over de knieën reikte met daaronder geitenharen sokken gestoken in open leren sandalen. Met zijn wilde krulhaar, verschoten spijkerbroek en groene parka was hij niet de meest knappe verschijning maar zij stak hem overduidelijk naar de kroon. Onder de indruk nam hij haar uitgestoken hand aan: “Dag, jij moet Bart zijn denk ik? Ik ben Anja, waarnemend afdelingshoofd van Cavadia. Welkom!”. Haar open lach en spontane handdruk vergoedde veel van de eerste indruk welke bij Bart een beeld had opgeroepen van een zestiger jaren kabouter met een knot in plaats van een puntmuts. Anja troonde hem mee naar binnen en loodste hem een gangetje in naar een hal waar links en rechts van hem twee gangen op uitkwamen met tegenover een glazen deur waarachter hij een paar oude mensen waarnam gezeten aan eettafels in redelijk luxueuze stoelen. Anja liet hem zijn jas uittrekken en hing deze aan de kapstok aan de muur waar een verscheidenheid aan jassen en dassen zich reeds verzameld had. Nu hij zo tegenover haar stond zag Bart pas echt hoe klein ze eigenlijk was. Ze kon maar amper de een meter veertig halen en door haar gezetheid en witte uniform leek ze nu verdacht veel op het Michelin mannetje. In gedachten haalde Bart zijn schouders op en liep achter haar aan de deur door rechts in de hal gelegen naast het gangetje. Erachter bleek zich een grote keuken te bevinden met een vierkante tafel in het midden en links een gasstel met oven en een schuin oplopende schouw erboven. De schouw was bekleed met delfts blauwe tegeltjes waar verschillende voorstellingen op te zien waren. Tegenover hem bevond zich het grote raam welke hij buiten al gezien had waar over de hele lengte een granieten aanrecht voorlangs liep met twee diepe gootstenen in het midden. In de kamer bevonden zich twee andere wit geüniformeerde vrouwen die hem werden voorgesteld als gediplomeerd ziekenverzorgende Trudy en tweede jaars leerling Yvonne. Trudy schatte hij op midden twintig, blond, stevig gebouwd maar niet dik. Een prettig gezicht met licht uitstekende voortanden en overduidelijk trekkend met haar rechterbeen. Yvonne was een goed uitziend meisje zonder echt knap te zijn met donker rood haar en in tegenstelling tot haar collega’s gestoken in een wit broekpak. Omdat zij tweede jaars was schatte Bart haar leeftijd op zo’n negentien jaar, iets ouder dan hij. Ondanks zijn verlegenheid in het gezelschap van vrouwen voelde hij zich snel redelijk op zijn gemak en met zijn allen gezeten aan de keukentafel vroegen zij hem honderduit over zijn herkomst en interesses. Na een half uur merkte Trudy op dat zij hun toilet ronde moesten gaan lopen en ze vertrok met Yvonne in haar kielzog richting de huiskamer achter de glazen deur. “Ik moet de medicijnen gaan delen“, zei Anja: “Ik verwacht Zr. Post elk moment hier. Zij is het afdelingshoofd en zal je inpraten over de gang van zaken, hoe je opleiding hier zal starten en welke diensten je de komende weken gaat draaien”. Bart alleen latend liep ze de keuken uit terwijl ze de deur open liet staan. Waar hij net nog op zijn gemak was sloeg de nervositeit hem nu op de keel. In zijn ogen was een afdelingshoofd het bijna hoogst haalbare slechts overtroffen door de directrice. Gevoelig als hij was voor hiërarchie bestond het wachten nu uit zenuwachtig trommelen met zijn vingers op de tafel en af en toe hevig slikkend wezenloos naar buiten starend. Na enige tijd reed een grijze lelijke eend de oprit op die zo abrupt remde dat de auto nog een paar keer voor- en achteruit schommelde. Een struise magere dame stapte uit en liep met kittige pas richting de voordeur. Met een knal hoorde Bart deze dichtslaan. Snelle hakketakkende voetstappen in de gang kondigden haar komst in de keuken aan en voor hij het in de gaten had stond ze in de deuropening. Opgestoken zwart haar, een zwart mantelpakje, broodmager figuur met een streng lijkwit gezicht erboven en zwarte lakschoenen aan haar voeten. De vleesgeworden vampier met een tolerantie voor daglicht. Ze bleef even staan en nam Bart op met een blik waar menige ijsbeer het nog koud van zou krijgen, liep de keuken door en schonk zich bij het aanrecht een mok koffie in. Ze draaide zich om en steunde met haar kont tegen de aanrecht, de mok tussen haar beide, klaarblijkelijk vuurvaste handen. Ze keek hem nogmaals strak aan en trok daarbij enige malen haar grote donkere wenkbrauwen zodanig op dat diepe rimpels ontstonden op haar hoge voorhoofd, daarmee de ouderdomsrimpels completerend naast haar ogen en mondhoeken. Bart kon niet meer doen dan roerloos zitten en met grote ogen afwachten tot zij het woord nam. “Jij bent Bart, ik ben Zr. Post”, uit het magere lichaam kwam een zware bariton naar buiten gewelfd waarbij Bart de indruk had dat hij door de luchtverplaatsing enigszins achteruit gedrukt werd. “Laten we elkaar goed verstaan! Ik ben de baas hier en jij nog maar een beginnende snotneus die denkt geschikt te zijn voor dit vak. Let wel, je bent pas geschikt als ik het zeg! Niet eerder, niet later. De komende drie weken draai je dagdienst van kwart over zeven tot vier uur van maandag tot en met donderdag, op vrijdag ga je naar school. Je luistert exact naar Anja die mij vertegenwoordigt als ik er niet ben en Trudy is je begeleider. Voor je op de keukentafel liggen de huisregels, morgen is je eerste werkdag en ik verwacht dat je de regels dan volledig uit je hoofd kent”. Dit gezegd hebbende draaide Zr. Post zich met een ruk om en keek naar buiten nippend aan haar mok koffie. “Ja mevrouw, goed mevrouw, dank u mevrouw”, stamelde Bart, volledig overdonderd en trekkend met zijn mondhoeken. Zr. Post draaide weer vliegensvlug op haar hakken, boog enigszins naar voren en beet hem toe: ”Geen mevrouw, Zr. Post voor jou!”. Het zweet brak Bart uit waarbij door de schrik hem de humor van het kleine rijmpje ontging: “Ja Zr. Post. Ik zal het niet meer doen Zr. Post”. Ze pakte een stoel, zette de mok met een klap op tafel en ging tegenover Bart zitten. “Vertel me nu maar eens waarom jij zo nodig de zorg in wil”, en keek hem weer strak aan. Bart opende zijn mond in een poging antwoord te geven toen hij een hevige bons hoorde uit de hal. Zr. Post draaide haar hoofd met een ruk naar het geluid, sprong op waarbij de stoel achteruit kletterde en was met twee stappen bij de keukendeur. “Verdikke!”, riep ze uit en verdween de hal in. Bart stond op met zijn mond nog open en volgde haar. Daar zag hij een man op de grond liggen, hevig bloedend uit een hoofdwond. Zr. Post zat op haar knieën naast hem en controleerde zijn pols, ondertussen het hele lichaam inspecterend. “Bart, kom hier naast me”, en ze wees met een benige vinger naar haar linkerkant waar Bart op zijn knieën zonk. “Je hand hier naast de wond en flink drukken met twee vingers op die ader”, wees de ader aan en leidde zijn hand naar de goede plek. Bart drukte flink en zag direct dat het bloeden zo goed als stopte. Zr. Post controleerde armen en benen, blijkbaar op zoek naar breuken en legde de man daarna in stabiele zijligging nadat ze hem geattendeerd had de vingers goed op de wond te houden. Trudy was ondertussen aan komen lopen en na een kort klopje op zijn schouder en een dikke knipoog nam ze zijn plaats in, de wond met een dikke dot gaas afdekkend welke ze blijkbaar ergens snel vandaan gehaald had. Trillend op zijn benen liep Bart de keuken weer in en waste zijn bebloede handen in de gootsteen. Hij ging weer aan de tafel zitten zodanig dat hij het tafereel in de hal niet meer hoefde te zien. Na een poosje kwam Zr. Post weer binnen, waste ook haar handen en ging vervolgens naast hem zitten. “Zo’n ervaring op de eerste dag hier maken maar weinig mensen mee”, dreunde ze en klopte lichtjes op zijn arm. “Met mijnheer de Wit gaat het wel goed. Hij was gevallen en heeft daarbij blijkbaar zijn hoofd flink gestoten. Het bloeden is gestelpt en verder lijkt hij gelukkig niks te mankeren. Hij ligt nu in bed en Trudy is bij hem. Je hebt me goed geholpen. Ga nu maar naar huis en we zien je morgenochtend wel weer”. Dit gezegd hebbende stond ze op, ruiste de keuken uit, hakketakte door de gang de voordeur uit en verdween zonder om te kijken in haar deux-chevaux. In zijn gedachten reed ze met gierende banden achteruit de oprit af om vervolgens vooruit weg te schieten. Bart bleef nog enige tijd verbijsterd aan de keukentafel zitten en stond toen maar op om zijn jas te pakken. Noch Anja, Trudy of Yvonne lieten zich nog zien dus ging hij op weg naar zijn appartement met een strak gezicht en gedachten in zijn hoofd die niet bepaald goedgezind jegens de zorg waren.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.