Gegevens:

Categorie:
Liefde/Romantiek
Geplaatst:
22 november 2015, om 22:17 uur
Bekeken:
466 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
236 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Uit de dagen van een pensionado"


Het is goed dat hier een briefje voor mijn neus ligt, dan weet ik weer - wat was het ook weer? "Eén zijn met alles en allen." Even zegt de tekst mij niets, tot ik in een flits mijn vrouw hoor spreken. Zij zat naast mij, met haar hand op mijn knie, en vroeg vriendelijk: "Is het niet je diepste wens om één te zijn? Niet één enkel mens, maar gewóón één? Eén met iedereen, één met alles om je heen, één met jezelf?"


Ja, dat briefje helpt mij echt. "Eén zijn met allen in alles," lees ik. Dat heeft mijn vrouw zelf geschreven, als geheugensteuntje. Als ik haar handschrift zie, zie ik haar hand verschijnen. Ik zie vaag haar gezicht; het lijkt vager te worden als ik details wil zien. Het is ook allemaal niet nodig. Ik hoef alleen te kijken naar haar briefje, waar ik haar hand zeker over het papier zie gaan.

 

Mooi is het wat zij schrijft: "Alles ineens in allen." Er staat maar één zin op dat briefje. Ik vind het echt mooi, ik blijf het lezen. Ik begin een beetje te mijmeren, met uw goedvinden. Ineens schiet mij te binnen hoe ik met haar zat te praten, ik weet niet meer wanneer; het was alsof alles in mij op zijn plaats schoot. "Je hoeft nooit meer bang te zijn," zei zij. "Het is goed dat je langzaam uiteenvalt. Dan kun je één zijn, met alles, en iedereen. Dan ben je nooit meer alleen."

 

***

 

Kijkt u maar een andere kant op nu ik mijn mond afveeg. Ik heb het vaker op een dag, alle soorten gal geef ik op. Gelukkig heb ik van mijn vrouw geleerd om het te waarderen. Ik hoor haar nog zeggen: "Ga mee met je lichaam; het zegt wat jij altijd wilde zeggen. Geef op die bitterheid, spreek de waarheid over je leven. Proef het zoet in die gal."

 

Het kwam vaak weer boven als zij dacht aan haar jeugd, speciaal aan de school. "Van alle goede inleidingen die wij hebben genoten, denk ik speciaal aan de inleiding in bitterheid. Ik geniet daar nog steeds van. Bittere smaken, geuren, klanken, en bovenal bittere mensen. Diepe eerlijkheid, en de bodemloosheid van een vulkaan." Ik meen haar weer te horen, een beetje uit de verte, in de keuken waarschijnlijk.

 

Ik ruik weer de kruiden die zij placht te gebruiken, als zij plotseling voor me staat. Ze reikt mij een grote dampende kop aan. Ik buig mij over de kop en ga over mijn nek; ik zou kunnen zweren dat ze goedkeurend staat te kijken. Maar ik heb het te druk voor een bedankje. Als ik weer een beetje bijgekomen ben, zal ik een kaarsje aansteken voor haar gedachtenis.

 

***

 

Ik schuifel naar de hoek met het tafeltje; halverwege ga ik op mijn knieën zitten omdat ik duizelig word. Als het weer gaat kruip ik op mijn gemak naar de stoel. Ik kijk omhoog naar het portret van mijn vrouw. De onpasselijkheid trekt weg terwijl ik me verheug in haar gelaat.


Ik hijs mij omhoog en ga zitten. Hoog als op een troon, ik moet me vasthouden. Ik zie mijn vrouw aan de muur; ik zie meer en meer details. Ik ga staan om beter te kunnen zien. Ze lijkt als twee druppels water op Maria. 

 

Achter mij pakt iemand mij vast; ik trek zowat de tafel van de muur, ik ga hier niet weg. Het is mijn vrouw, het is Maria! Zij staat achter mij, en ik zie haar voor mij. Ik weet dat zij van mij steelt, als ik zie hoe ze mij aankijkt wanneer ze een blik in mijn portemonnee werpt. Het maakt niet uit. Ik kan het niet meenemen, en zij kan het gebruiken. Voor haar arme kleine kindje dat alles zal beërven op deze aarde. Ik strek mijn arm naar hem uit en verlies mijn evenwicht.

 

"Meneer wat doet u nu?" roept zij terwijl ik met mijn zware lijf achterover ga. We vallen gelukkig op het bed. Mijn hoofd eindigt recht in haar schoot. "Meneer!" Ze duwt mij boos van haar lijf. "Dat zei mijn vrouw vroeger ook als we een spelletje speelden. Neemt u mij niet kwalijk mevrouw," zeg ik braaf.

 

Ik ben niet achterlijk, ik weet ook wel dat ik op mijn laatste benen loop. Ik kijk haar eens goed strak aan. Verdorie, ze is echt Maria. Er zijn mensen die twijfelen aan het bestaan van Maria, maar dat klopt niet, hier staat ze. Ik mis alleen haar kindje. Geen wonder, het is mijn vrouw! Ik moet er even bij gaan zitten. Hier word ik echt ontzettend blij van.

 

***

 

"Dokter, dokter!" hoor ik roepen in de verte. Ik wou dat ze eens ophielden met dat geschreeuw. Ik wou dat ik een knop had om het allemaal af te zetten. Dadelijk beginnen ze ook nog met die ellendige sirene, die ambulance die ze voor mij laten uitrukken. Waarom gunt mij niemand een intiem ogenblik met mijn vrouw?



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.