Gegevens:

Categorie:
Spiritualiteit
Geplaatst:
4 juni 2015, om 22:38 uur
Bekeken:
504 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
163 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Uit de notities van een zielzorger (3)"


Ik beschreef u in eerdere notities enkele van mijn clienten. Ik kan u desgewenst, in alle discretie, ook laten kennismaken met Darwin, die samen met zijn ouders en zijn hele familie tot in de achtste graad op bezoek kwam voor een bezinningsweekend over de ziel van de natuur. En met die man die een dubbelleven leidde in bijna ieder opzicht, omdat hij zich als een gedrocht beschouwde. En die bankier die tot zijn afgrijzen merkte dat hij eerlijk werd tegenover de klandizie. Allemaal schuldigen, van wie de onschuld blijkt uit de simpele ongevraagdheid waaruit ons en andermans leven bestaat; een ongenode gast, een vreemdeling.

***

Laten we het deze keer hebben over een naar jongetje. Zoals veel jongetjes leefde hij in zijn eigen wereld, vanzelfsprekend veilig in de kring van zijn familie, met alleen belangstelling voor zijn eigen dingen. Een echt koninkje dus, tot hij na zijn derde verjaardag van de troon gestoten werd met de geboorte van zijn rivaal. 

Hij beet hem, en kreeg zijn verdiende loon. Hij keek lelijk, en voor het eerst keken zijn ouders lelijk naar hem. Hij ging in een hoek zitten en kwam er pas uit onder bedreiging. Daar stond hij naast de wieg: een ongewenst persoon, die de dood wenst voor de ongevraagde nieuweling.

De schellen vielen hem van de ogen. Dit kon hem dus zomaar gebeuren, in die schoot der familie die zo veilig had geleken. Het zou hem nooit meer overkomen omdat hij in zijn hart geen vertrouwen meer zou stellen in zijn omgeving.

Hij zou de wereld voortaan beleven in een dubbelrol. Hij zou zijn medemensen aardig vinden, als een collega, misschien zelfs als een vriend: op afstand, zonder te leunen of zich te laten beleunen. Een prettige man, die alles vergeet en meteen weer vergeten wordt als hij zijn gezelschap verlaten heeft.

Intussen zou een zeker schuldbesef aan hem knagen voor zijn afkeer van het echte leven - omdat hij ook anders had kunnen kiezen, hij had braaf gelukkig kunnen zijn. Al zou hij die laatste keuze nooit gemaakt willen hebben, een lijder zou hij zijn, een holle mens, opgevreten door het onvervulbaar verlangen om normaal te zijn. Ook al zijn er geen normale mensen en is het keurslijf van het normaal doen een beproeving.

Een onwaarschijnlijk raar kereltje? Kijkt u maar in de spiegel, met mij; wellicht herkent u iets van dit portret.

***

Het zal u niet verbazen dat ik nooit tot een duurzame relatie ben gekomen, maar ik heb mijn spannende perioden. Zo zie ik ieder jaar uit naar de decembermaand. Als hulpsint bezoek ik de dames in het verpleeghuis, en maak daar velen blij met mijn staf en mijn mijter. De verrassing is des te groter omdat ze er niet op rekenen (een voordeel van alzheimer). Ik krijg na het bezoek vaak complimenten van de verzorgers omdat de dames de hele dag vrolijk zijn. Maar als men mij uitnodigt vaker te komen, geef ik aan dat dat iets teveel voor mij wordt op mijn oude dag.

Het is niet wat u denkt. Ik laat de dames mijn sinterklaasstaf kussen, alvorens hen af te rossen omdat ze zich het afgelopen jaar niet altijd braaf hebben gedragen. Zo ben ik: de goedheiligman die ontploft bij het zien van de blinde, zelfgenoegzame medemens. De goedertieren zielzorger...

***

Lang na mijn prille kinderjaren vond ik een nieuw gezichtspunt. Het veranderde mijn leven. Een mens is te begrijpen als een dier met instinct, dat mens wordt en slaagt, door angst en slimheid te leren uit alle tegenvallers: een in model geslagen zak driften. Een mens is echter ook, door alles heen, een wezen dat faalt, en juist hierin zichzelf is. Een mens kan niet slagen in dit leven, want uiteindelijk verliest hij. Hij is, zogezegd, een zielig geval. Wat blijft er over van een mens als je alles van hem wegstreept? Zijn ziel.

Toen ik mij dit op een dag realiseerde, wist ik mijn roeping. Ik gaf weg wat ik had, accepteerde een betrekking als bediende bij een gegoede familie, en nam mijn intrek in de bediendekamer naast de lift: een ruimte zonder ramen met een oppervlak van twee vierkante meter.

Hier ontving ik de clienten die al snel kwamen toestromen naar de heilige die luistert, begrijpt, en laat zijn. In de beslotenheid van mijn kamer zal niemand u bespieden. Hier staat alles stil, uzelf niet in de laatste plaats. Hier valt alles weg, en wat dan spreekt in u, is uw ziel.

Ik verzin het niet voor u. Wat u hardop zegt is dat wat in u spreekt, wat zich uit wil spreken. Neem gerust die paar minuten bij mij. U hoeft zich nergens voor te schamen: goede mensen bestaan niet, aardige mensen wel. U en ik bijvoorbeeld. Een bevrijdende gedachte, nietwaar?



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.