Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Overige
Geplaatst:
23 mei 2015, om 16:22 uur
Bekeken:
453 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
180 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Twee korte verhalen"


 

New York


   
Nadat mijn ogen waren gewend ontwaardde ik een hoge, brokkelige, steenwand, met onderaan  een deur, nieuw, later aangebracht. Het was de binnenmuur van het oude pakhuis waar ik doorheen was gelopen en geen mens had gezien.
    Met inspanning duwde ik de zware schuifdeur open en deed een stap naar buiten.
    De zon stak. Voor mij lag een kanaalachtige havenkom met kabbelende golfjes. Aan mijn voeten een verrotte beschoeiing met aangedreven vuilklonten, iriserende oliedrijfsels en grasresten, met de stank van rans vet.
    Onbevaren dit achterwater, – boten of ponten waren nergens te bekennen, noch andere havenactiviteiten, slechts een leeg, kabbelend watervlak, ontoegankelijk voor vaartuigen, omdat nergens een toegang werd geboden; omsloten als het werd door silo's voor meelsoorten en granen aan alle zijden.
    – Dit uitzicht fascineerde mij buitengewoon; het leek of ik het ergens van herkende. Voor dit beeld zou ik wel iedere middag aan deze oever mijn tentje willen opslaan, om in de late zon weg te dromen en te kijken naar die zwaar beschaduwde leigrijze tempels aan de overkant.
    Teneinde één te worden met de vervulling van dit bevlogen visioen.
Of te sterven in opperste eenzaamheid aan de oude havenkant van New York.

 

 

Gevlucht voor het naderen



"Ze hebben haar er al uit gehaald," zei de man, "ze is naar het ziekenhuis gebracht. Het zag er niet best uit. – Waar blijft de brandweer?"
    Een oude houten woning was het waar ik voor stond; met een driehoekige voorgevel, – niet groot, en ook niet van het kleinste soort. Maar dikke rookzuilen van vuil geel en grijs, kolkten en draaiden reeds langs de daklijsten omhoog.
    Ik zag ook vlammen onder de pannen uitkomen. De zolderverdieping moest al in lichterlaaie staan.
    Maar in de huiskamer, op straathoogte – je keek door de ramen, maar niet vèr naar binnen, – was van de brand nog niets te bespeuren. Absoluut niets. Dat was gruwelijk. Er hingen vitrages voor de ramen en er stonden vol bloeiende planten op de vensterbankjes. Die vrouw had ze daareven misschien nog water gegeven.
    Straks zou dat alles veranderen; onverbiddelijk schoof dat aan. Eerst zou er in die kamer rook binnen komen, dan vlammen, en tenslotte zou alles in brand vliegen, de meubels, schilderijen, de radio, de stofzuiger, de keuken – alles, reddeloos.
    Tegen zulke visioenen kan ik slecht; ik draaide mij om en haastte mij weg, zonder achterom te kijken.
    Ik wist dat ik het beeld van het steeds feller brandende, groene huis niet meer kwijt zou raken.

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.