Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Maatschappij
Geplaatst:
22 mei 2015, om 02:14 uur
Bekeken:
408 keer
Aantal reacties:
2
Aantal downloads:
123 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Eens in een leven"


David Janssen werd zondagochtend in alle vroegte gewekt door zijn wekker. Precies hetgeen de bedoeling was van zo'n apparaat, dus dat kwam goed uit. David was nou niet bepaald een ochtendmens. Dit had voor een groot deel te maken met zijn beroep als muzikant. Als solo-artiest trad hij vooral 's avonds op, en had zodoende een redelijk ongebruikelijk dag-en-nachtritme ontwikkeld. Verbaasd was hij dan ook toen hij een e-mail ontving van enkele mensen in Hippolytushoef, waarin een verzoek stond om juist in de ochtend langs te komen voor een show. Zijn artiestenleven bleek tot dusver financieel gezien nog niet echt een enorm vermogen op te leveren, dus had David geen andere keuze dan het aanbod te accepteren. Bovendien bood men ook bijna het dubbele bedrag van David's gebruikelijke vraagprijs, waardoor het aan motivatie niet ontbrak.

Daar reed hij dan, in zijn autootje, over de Afsluitdijk richting het voormalige eiland Wieringen. Daar, in een gemeente die dezelfde naam droeg als het eiland dat niet meer was, zou ook Hippolytushoef moeten liggen. Gezien zijn navigatiesysteem enkele weken eerder er de brui aan gegeven had, moest David het vandaag maar op de ouderwetse manier doen. Met behulp van bordjes en een briefje waarop hij het adres geschreven had. Kerkplein 17, Hippolytushoef, stond daarop. David ging er vanuit dat het een kroeg betrof. Dat was hij namelijk wel gewend aan de dorpen in zijn omgeving. In het midden stond steevast een kerk, met daar tegenover de dorpskroeg. Bovendien kende hij Hippolytushoef al uit de sterke verhalen die zijn opa hem altijd vertelde over overgrootvader Janssen, die gedurende het laatste deel van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste actief zou zijn geweest als zeelied. Vaker dan eens zou hij het eiland Wieringen, en Hippolytushoef in het bijzonder, hebben bezocht. Dit vooral wegens de vele kroegen die het dorp rijk was, alsmede het daarbij behorende uitgaansleven. In die tijd werd het dörrep ook weleens Klein Parijs genoemd. Het zou vooral een dolle boel geweest moeten zijn als de kermis er was.

Dat was echter ruim honderd jaar geleden, en in de tussentijd is het ruige Zuiderzeemanschap verloren gegaan. Ook lag Hippolytushoef niet meer op een eiland. Wel was David nu net een bordje gepasseerd, waaruit hij kon opmaken dat hij nu aanwezig was in het dorp in kwestie. Voorzichtig reed hij met zijn autootje door het dorp heen, zoekend naar het kerkplein. Het viel hem echter op dat het redelijk druk was op de weg, waardoor hij gedwongen werd zijn wagentje in een willekeurig straatje te parkeren. Hij haalde zijn elektrische gitaar en versterkertje uit zijn kofferbak en liep met zijn handen flink gevuld het kerkplein op. De drukte had nu een duidelijke oorzaak, zo zag David. Al deze mensen zochten de kerk op. Dat deed men dus op zondagochtenden. David was dit soort activiteiten niet gewend, daar hij normaal gesproken nog ergens in dromenland vertoefde.

De ochtendzon prikte bij David in de ogen, toen hij midden op de straat met de naam Kerkplein om zich heen aan het turen was. Plots zag hij eindelijk een kroeg staan. Hij liep de straat uit, zo links van de kerk, en zag daar een gebouw met Duvel en Palm als advertenties staan. Terwijl hij dichterbij kwam kon hij goed zien dat deze kroeg ook een naam had, namelijk De Harmonie. De deuren waren echter gesloten en ook de luiken voor de ramen waren dicht. David had zijn versterkertje neergezet en kriebelde zo eens even over zijn hoofd. Hier ging iets niet helemaal goed. Nogmaals toverde hij het blaadje met het adres uit de zak van zijn leren jas. Kerkplein 17 stond daarop. De Harmonie leek alleen een 1 als huisnummer te hebben, dus besloot hij om maar door te lopen. Nummer 2 bleek ook van De Harmonie te zijn, maar ook daar zat de deur op slot. Nummer 3 was een gewoon woonhuis en nummer 4 bleek een makelarij te betreffen. Ook de andere gebouw die hij zo op het eerste gezicht zien kon leken niet veelbelovend te zijn, waarop David besloot om eens rechtsom om de kerk te lopen. Al snel zag hij een nieuwe potentiële kandidaat. Een restaurant/pizzeria met de hoogst originele naam La Dolce Vita, maar ook hier zaten de deuren op slot.

De Hippo-Theek was een van de volgende gebouwen die hij tegenkwam. Ondanks deze tamelijk hilarische naam had David niet veel aan dit gebouw. Er was geen zichtbaar huisnummer en uiteraard leek ook hier niemand aanwezig te zijn. Ondertussen raakte de straat aardig leeg. In ieder geval wat betreft de mensenmassa. Zij leken allemaal de kerk binnen te zijn gegaan. Op één man na. Een slanke man, die wellicht ergens in de zestig was, stond nog buiten de deur op zijn horloge te kijken. Het was inmiddels na tienen, de tijd waarop David aan zijn optreden zou moeten beginnen. Hij nam aan dat de man in kwestie wel zou weten waar David nummer 17 vinden kon, dus liep hij het kerkterrein op. De man keek verbaasd op toen David, met zijn elektrische gitaar en versterkertje in zijn handen en een leren jasje en dito broek, op hem af kwam gelopen.
"Mag ik u wat vragen, meneer?" vroeg David de man. Die knikte instemmend.
"Weet u wellicht waar Kerkplein 17 is?" vroeg David vervolgens, waarna hij zag dat het gezicht van de man een tikkeltje aan de bleke kant werd.
"Is uw naam wellicht David Janssen?" vroeg de man terug. David knikte.
"Ik vrees dat er sprake is van een vergissen, meneer Janssen. U bent nu bij Kerkplein 17." gebaarde de man naar de kerk.
"Maar ik dacht David Janssen, de predikant, geboekt te hebben." stamelde hij voort. Opeens vielen er een hoop puzzelstukjes op zijn plek in het hoofd van David. Dit verklaarde immers ook de schijnbaar eindeloze stroom aan e-mails die hij ontving met daarin allerlei verzen, gebeden en kerkelijke liederen.

"Doornik. Dick Doornik." stelde de man zich nog voor. David zette zijn versterker neer en schudde hem de hand.
"Wat gaan we nu doen met dit probleem, meneer Doornik? Ik heb immers wel kosten gemaakt."
"Inderdaad, meneer Janssen. En ik heb ook een predikant nodig."
"Maar ik weet niet veel van prediken af."
"Dat idee had ik al, meneer Janssen." knikte Dick Doornik, waarna hij over zijn kin wreef.
"Bovendien is prediken in uw, eh... uitrusting ook bijzonder ongebruikelijk. Maar daar hebben wij het volgende op gevonden."

Daar liep hij dan, gekleed in een gewaad in de richting van de preekstoel. Hij voelde een paar honderd ogen in zijn rug en op zijn zij branden en hoorde bovendien mensen fluisteren dat hij toch wel een erg jonge vent was. Eenmaal aangekomen bij de preekstoel nam hij plaats achter het microfoontje. Hij staarde de kerk in en zag helemaal aan het eind Dick Doornik staan, die ook op zijn minst redelijk gespannen leek te zijn. David was het weliswaar gewend om de aandacht van onbekenden vast te houden, maar dit deed hij doorgaans op een geheel andere manier. Bovendien had hij dan altijd zijn gitaar in zijn handen. Nu wist hij niet goed waar hij zijn jatten laten moest. Na een tijdje onhandig bezig te zijn geweest, besloot David om zijn handen maar gestrekt naast de microfoon te plaatsen. Zo bleef hij bovendien in balans. Echter had hij nog steeds geen woord uitgebracht. De voorbereiding was dan ook alles behalve ideaal geweest. Hij had weliswaar een setlist samengesteld, met daarop de nummers die hij spelen zou, maar daar had hij nu niets meer aan. Snel dacht hij aan de woorden die Dick Doornik hem influisterde, vlak voordat David naar de preekstoel gebracht werd.
"Improviseer maar wat. Doe maar iets jazzie." had hij David als advies meegegeven. Nu was jazz niet bepaald zijn ding, en improviseren ook niet echt, maar ineens had hij wel de inspiratie om iets te zeggen. Noem het een goddelijke interventie.
"Mensen, wees niet bevreesd." begon hij zijn preek met een zelfverzekerdheid die hij tot dan toe nog niet getoond had aan zijn publiek.
"Want het zou zomaar kunnen dat u op een dag bij kennis komt en ontwaakt in een vrijstaand huis. Of dat u uzelf in een ander deel van de wereld bevindt. Of dat u plots achter het stuur van een grote automobiel zit. En het kan zo zijn dat u ineens in een prachtig huis zit met uw prachtige vrouw. Of man. Het kan allemaal. Maar dat u dus ineens bewust bent van dit alles en u zichzelf afvraagt, hoe ben ik hier in Godsnaam gekomen?"

De mensen in de kerk keken elkaar raar aan. Ze leken niet te begrijpen waar David het allemaal over had.
"En ook kunt u zich in uw prachtige huis bevinden, met een apparaat waarvan u niet weet hoe het werkt. En u kunt zich ook afvragen waar die grote automobiel dan is. Eveneens kunt u zich beseffen dat dat prachtige huis niet van u is. Of dat u zich afvraagt wie die prachtige vrouw daar is, want de uwe is ze niet. Of man."
Enkele wenkbrauwen schoten de hoogte in. Anderen namen dan weer fronsende vormen aan. Dick Doornik ook keek verschrikt om zich heen.
"Ook kunt u zich uzelf afvragen, wat is dat prachtige huis nu eigenlijk? En waar leidt de snelweg naartoe? En u kunt uzelf afvragen, heb ik het wel bij het juiste eind? Zit ik goed? Zit ik fout? Soms zegt u vast ook, Godallemachtig, wat heb ik nu weer gedaan!"
Ergens halverwege de banken zag David dat er zo nu en dan geknikt werd. Er was even oogcontact tussen hem en Dick Doornik, die zichzelf ook afvroeg hoe hij dit bij de volgende vergadering van de stichting Vrienden van de Hippolytuskerk moest uitleggen.
"Maar dat doet er niet toe, beste mensen. Dit hebben jullie bewezen. Wellicht niet jullie, maar jullie voorvaders sowieso. Wat vooral belangrijk is, is niet vast blijven hangen in de dagelijkse sleur. Elke dag maar weer dezelfde dingen doen. Nooit iets veranderen. Het laten zoals het altijd was. Hetzelfde, zoals het altijd was. De dagen maar laten passeren, alsof ze inwisselbaar zijn voor een ander. Het water u naar de bodem laten drukken. Het water weer ondergronds te laten stromen. De bepoldering van Wieringen ongedaan maken. Een stapje terug de tijd in. Want onder de rotsen, de stenen, de aarde, daar stroomt het water nog. En als uw geld op is, wat eenieder eens in een leven overkomt, laat het water u dan niet aan de lippen staan. Net zoals uw voorvaders ook niet opgaven na de zoveelste overstroming. Mocht u spijt hebben dat uw kinderwensen nooit uit zijn gekomen, het kan nog altijd. Wat ik u eigenlijk probeer te vertellen, beste mensen, is dat u nooit de hoop op moet geven. Nooit uzelf erbij neerleggen. Nooit de dagelijksheid der dingen een sleur laten worden. Laat de sleur maar over aan hetgeen er onder de rotsen en de stenen zit. Want daar stroomt het water altijd nog. Amen."



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

Goede preek !
Doorgaan, Timmeeh :-)

Geplaatst op: 2015-05-22 23:09:30 uur