Gegevens:

Categorie:
Overige
Geplaatst:
7 april 2015, om 21:28 uur
Bekeken:
576 keer
Aantal reacties:
1
Aantal downloads:
200 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Uit de herinneringen van een overheidsdienaar"


Het loket van het bureau Bevolking was juist open, toen een man de geboorte van zijn zoon kwam aangeven. "Wij noemen hem Klojo," zei hij. Ik liet het hem spellen en vervolgens opschrijven, in de veronderstelling dat ik hem verkeerd verstaan had. "In mijn land is dat een vrij gebruikelijke naam. Klojo is bij ons de god van de wind."

"Weet u wat Klojo betekent in dit land?" vroeg ik hem. Dat wist hij. Hij keek mij aan en zei: "De god van de wind is geen gemakkelijke god." Ik liet dit even bezinken. Wij dienen tenslotte tolerant te zijn voor elke overtuiging, juist als de godlozen die we zelf verkiezen te zijn. "Mag ik u een suggestie doen? Ik wil u graag helpen uw zoon een goede start te geven in dit land." Dat laatste voegde ik toe toen hij mij vragend aankeek.

"We kunnen de naam van uw zoon schrijven in een vorm die waardigheid uitdrukt volgens de normen van dit land. Dan wordt het: Claude Jo." Tot mijn opluchting knikte hij goedkeurend. Hij bedankte mij zelfs en zei: "In mijn land is Jo de god van de dieven. Dat zal uitstekend passen bij de wijze waarop in uw land een maatschappelijke carriere wordt opgebouwd." Ik besloot het hierbij te laten, en we namen vriendelijk afscheid na de vereiste bescheiden in orde te hebben gemaakt.

***

Enkele maanden later werd ik in mijn hoedanigheid van collegiaal begeleider benaderd door de afdeling Huisvesting. De medewerkster van Welstand bleek overstuur. Nadat ik haar op haar gemak had gesteld, beschreef zij de voorgeschiedenis die haar van haar stuk had gebracht. Toen ik het formulier met de relevante gegevens zag begon het mij te dagen. Zo kwam ik opnieuw in aanraking met de man die ik geholpen had met de naamgeving van zijn zoon.

Ik geef u bij deze en in kort bestek een beschrijving van de situatie. De heer K. (zoals we hem zullen noemen) had een riante woning gekocht in een nette straat. Als echte aanhanger van de windgod wilde hij openstaan voor het spontane en onverwachte. Daarom liet hij, naar zijn zeggen, de woning tot verval komen en besloot hij een vuilnisbelt in zijn voortuin aan te leggen. Met alle luchtjes die daarbij horen, want omdat dhr. K. tevens een bewonderaar van cultuur was, streefde hij naar een echt gesamtkunstwerk dat als een welriekend offer zou opstijgen naar de god van de wind. Hij verklaarde zelfs te hopen op een ontruiming door de politie zodat het een heuse modernistische performance zou worden. Dit laatste bleek inderdaad onvermijdelijk. Hoewel hij de dienstdoende functionarissen hartelijk welkom heette, is uiteindelijk besloten tot het onbewoonbaar verklaren van de woning.

Hij bleek nu met vrouw en kind in een caravan te wonen. Waar ze trouwens erg gelukkig waren, maar de overheid een stuk minder. Ze schilderden de caravan zachtroze met paars, reden naar hartelust rond waar dat mocht en parkeerden voor de nacht waar ze maar wilden. Dit alles zonder een wet te overtreden maar tot wanhoop van de plaatselijke bevolking en de overheid.

Ik deed mijn collega het voorstel, haar met deze client te assisteren. Wat zij direct accepteerde. "Zodra de collega's ons informeren over de huidige verblijfplaats van dhr. K., kunnen we hem benaderen voor een gesprek."

***

Na een bericht van de gemeentelijke dienst, bezocht ik dhr. K. op de parkeerplaats van een failliete fabriek waar hij de caravan had neergezet. Ook zijn zoon en echtgenote waren aanwezig bij het onderhoud. Over toon en stijl van het gesprek wil ik melden dat het direct aansloot op de integere en vriendelijke houding van dhr. K. tijdens onze eerste ontmoeting op het gemeentehuis.

Ik informeerde naar de gezondheid van zijn zoon, en vroeg hoe dhr. K. dacht over de toekomst van zijn zoon. "Hij kan met ons mee terwijl we rondtrekken. We zullen hem inleiden in het leven volgens ons onderwijs," zei dhr. K.. Ik vroeg: "Vindt u het niet wat eenzaam voor hem, zo zonder leeftijdgenoten?"

Dhr. K. zei opgeruimd: "Als hij aandrang krijgt koop ik een vrouw voor hem. In mijn land zijn wij daar eerlijk in, en transparant." Hij voegde dit laatste toe in reactie op mijn verbaasde en ietwat kritische blik. "Onze vrouwen zijn erg zelfstandig; zij doen het voorstel voor de inhoud van het contract, ook de voorwaarden voor ontbinding." Hij fronste de wenkbrauwen en vertrouwde mij toe: "Je moet als man erg goed opletten met zo'n contract."

Zijn vrouw kwam erbij. "Een man kent sterke hartstochten. Wij vrouwen begrijpen dat." Ze sprak langzaam en duidelijk tegen mij, zoals men een kind met zachtheid tot inzicht probeert te brengen. Dhr. K. knikte ernstig. Hij legde mij rustig de zaak uit. "We hebben de offerte tot in detail doorgenomen. Wij leggen in onze contracten namelijk alles vast: het volledige huwelijkse handelen in al zijn aspecten en heel zijn levensgang." Zij voegde hieraan toe: "Wij leggen een bepaling zo vast dat hij meetbaar en bespreekbaar wordt. Zo is elke discussie vruchtbaar."

"Hebt u weleens discussies over het naleven van een bepaling?" vroeg ik. Ze antwoordde voor hen beide, op haar bekende pedagogische toon. "Zeker. Mijn man kust mij elke dag de tenen. Gaan we dit vandaag koel doen, of vurig? Dat is de vraag die wij met smaak bespreken."

"Maar," vroeg ik haar, "hebt u dan nooit onenigheid?" Zij antwoordde stellig: "Altijd. Als hij vurig is, ben ik schuchter. Is hij koel, dan dring ik mij op."

Ik liet dit bezinken. Het spel van geven en nemen was mij uit persoonlijke ervaring bekend, maar ik was verbaasd dat dit in een stabiele verhouding zover kon worden doorgevoerd. Het bracht mij wel op een idee.

"Mag ik u een voorstel doen?" Ik schetste hen het perspectief van een contract met de gemeenschap onder auspicieen van de overheid. Wat zij na enige discussie met genoegen aanvaardden. Nadat ik mijn collega op de hoogte had gesteld, liet ik de verdere invulling van de zaak in vertrouwen aan haar over.

***

Enkele maanden hoorde ik niets, totdat ik de echtgenote van dhr. K. tegenkwam bij de afdeling Sociale zaken. Toen ik naar haar situatie informeerde, vertelde zij dat ze een uitkering moest aanvragen omdat haar man veroordeeld was tot enkele jaren cel.

"Dat is triest nieuws," zei ik. Maar zij zei, op haar nadrukkelijke toon: "Hij is netjes zijn deel van het contract nagekomen. En: de gevangenis is een echte uitdaging voor hem."

Ik vernam dat de vrouw van dhr. K. een adviesbureau voor levensbeeindiging was begonnen. Dhr. K. had de schuld op zich genomen voor de fouten die zijn ega had gemaakt; zo stond het kennelijk in het contract.

Op verzoek van mevrouw K. begeleidde ik haar bij het bezoek aan dhr. K.. Hij was blij mij en zijn echtgenote te zien. Hij zag er enigszins toegetakeld uit, wat hij desgevraagd verklaarde als het resultaat van een intern kennismakingsritueel. De volgende keer dat wij hem spraken zag hij er beter uit. Hij had een ster in zijn nek getatoeëerd en sprak rustig en zelfverzekerd. Hij had het spel door, naar zijn zeggen. Mevr. K. kreeg nog diezelfde week bericht dat haar man was overgeplaatst naar een zwaarbewaakte inrichting. Na enige tijd mochten wij hem ook daar opzoeken. Hij was zo mogelijk nog zelfverzekerder en verklaarde dat hij binnen een half jaar op vrije voeten zou zijn. Wat inderdaad zo uitkwam. Hij meldde dat we ons geen zorgen meer hoefden te maken over geld: hij was nu multimiljonair. Hij was een echte dief geworden, ons land waardig, in wie men dan ook veel vertrouwen stelde.

Ik had het gevoel dat zijn echtgenote de wenkbrauw fronste, al was er aan haar gezicht niets te zien. "Het is fijn dat je een goede boef bent geworden," zei ze bedachtzaam. "Wij hebben ons geen zorgen gemaakt." Dat laatste sprak ze nog nadrukkelijker uit dan al haar gewoonte was, en ik zag aan het gezicht van dhr. K. dat hij het opmerkte. Hij boog het hoofd en leek te knikken in reactie op een goede ingeving.

Bij zijn invrijheidstelling kwamen wij hem ophalen. Hij had een dikke envelop onder de arm die hij aan zijn vrouw overhandigde. Zij oogde niet erg verbaasd en keek hem met genegenheid aan. Ze stopte de envelop in haar tas, legde haar hand op zijn arm en zei tegen mij: "Kom, we gaan naar huis."

Toen wij de deur van de gevangenis uitkwamen, werd dhr. K. neergeschoten. Het was vakwerk: snel, anoniem, en met vrijwel direct resultaat. Dhr. K. lag op de grond en wist voor hij stierf nog enkele woorden met zijn vrouw te wisselen. Zij luisterde rustig terwijl zij vriendelijk zijn handen vasthield. "Wat een goede man," zei zij toen hij overleden was, en dat zegt zij nog altijd als het gesprek op dhr. K. komt.

***

Ik vergezelde haar naar haar mobiele woning. Daar keek ze even de inhoud van de envelop door. Ze keek me daarop vriendelijk aan. "Hebt u een gezin?" vroeg zij. Nee, dat had ik niet. "Zou u het aandurven met mij en mijn zoon?" Ik hoorde mijzelf bevestigend antwoorden, wat zij zag. "Laat mij een contract voor u opstellen, zodat u weet waar u aan begint." Nooit heb ik een vrolijker contract gelezen dan het stuk dat zij mij aanbood - en geen verstandiger, zoals ik merkte bij het bespreken van mijn amendementen en later, in de dagelijkse praktijk.

U begrijpt, ik stemde in. Ik nam ontslag bij de gemeente en ging met vervroegd pensioen. Wij stapten in de caravan, om nooit meer terug te keren naar de omgeving waar zij en haar zoon niet veilig zouden zijn.

***

Ik help haar bij het onderwijzen van haar zoon. Hij wordt al een echte boef; een van het goede, universele soort. En als hij bedachtzaam en vriendelijk antwoordt op de vragen die ik hem stel, hoor ik in de verte de stem van dhr. K..



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

Brabant (bah) maar: ere wie ere.. graag gelezen.

Geplaatst op: 2015-04-08 15:36:25 uur