Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Sciencefiction
Geplaatst:
24 januari 2015, om 15:31 uur
Bekeken:
595 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
196 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Cadaver et Manes"


Opeens werd Marten opgeschrikt door een laag gedreun, komend vanuit de verte. Hij keek richting het einde van de straat en zag hoe stof alle kanten op werd geblazen. Verder de lucht in starend zag hij de bron van het geluid. Het was een helikopter die vrij laag over de gebouwen heen vloog.
"Aan alle overlevenden. Kom naar de parkeerplaats van de Empty-supermarkt voor een evacuatie. Ik herhaal. Kom naar de parkeerplaats van de Empty-supermarkt voor een evacuatie."
Marten keek om zich heen en zag dat de zombies die de straat vulden niet op of omkeken. Erg vreemd vond hij dit. Normaliter raken ze juist helemaal over de zeik van het minste of geringste geluidje. Lang kon hij zich niet afvragen waarom de zombies niet op de helikopter reageerden. In de verte hoorde Marten geweerschoten. Hij zag hoe een groepje gewapende overlevenden achter de helikopter aan aan het rennen waren, die niet geheel toevallig in de richting van de zojuist genoemde supermarkt vloog. Deze groep overlevenden bestond uit een eclectische mix mensen. Zo liep er een bijzonder klein vrouwtje tussen, getooid met een hoofddoekje, en rende er ook een grote en gespierde Turkse man mee. Marten herkende hem van de sportschool waar hij heen ging. Daar werkte de man officieel als instructeur, maar hing hij vaker zelf aan de verschillende toestellen, dan dat hij anderen hielp. Ook liep er een man van middelbare leeftijd mee. Hij had een vrij hoog voorhoofd. Je zou kunnen stellen dat de man redelijk kalend was. Het overblijfsel van zijn haardos was voornamelijk wit. De man had een soort wallen onder zijn ogen. Hij deed Marten denken aan het tekenfilmhondje Droopy. Naast deze drie liepen er ook nog enkele jongeren mee. Ook zij representeerden wat betreft hun huidskleur in alle kleuren van de regenboog. Dit Marten bijzonder opvallend. Voor deze uitbraak van zombies ging het er heel anders aan toe in de samenleving. Een apartleving werd dit door bepaalde mensen ook wel genoemd. Toen deze uitbraak net ontstond, was bij Marten de vrees groot dat dit onder de overlevenden zou kunnen leiden tot een nog grotere vreemdelingenhaat. Misschien juist wel tot een soort etnische zuivering, allemaal verborgen achter het excuus van de uitbraak. Dat je mensen redelijk eenvoudig van het leven kon beroven, en aan eventuele autoriteiten kon verklaren dat ze symptomen vertoonden van geïnfecteerde individuelen. Het deed Marten dan ook deugd om te zien dat er van zijn vrees totaal geen sprake was.

Terwijl de overlevenden met rasse schreden dichterbij kwamen, moest Marten iets bedenken om zichzelf te redden van hun wildwesttaferelen. Soepeltjes gleed hij door een deur heen, waarna hij deze opende. Vlug pakte hij een steentje van de grond en gooide hij deze door een raampje van een kast die zich in de gang van het gebouw bevond. Geschrokken keek de zombie die het dichtst bij de deur stond op, waarna deze snel naar binnen rende, zoekend naar de bron van het geluid. Marten gooide hierna snel deze voordeur dicht. Hij bewoog zichzelf richting het grote raam in de woonkamer en keek naar buiten. Hij zag hoe de overlevenden alsmaar dichterbij kwamen, tot één van hen plots op de rug werd gesprongen door een zombie die de initiële kogelregen had overleefd. De zombie beet zijn slachtoffer in zijn hals, waarna er een ijzingwekkende schreeuw door de straat klonk. De andere overlevenden draaiden vlug om en schoten hun medemens letterlijk en figuurlijk te hulp. Nadat de andere overlevenden zowel de springende als de reguliere zombies af hadden geschoten, namen ze een kijkje bij de gevallen strijder in de groep. Marten kon vanaf zijn plek zien dat de zombie een flinke hap vlees uit de hals van de jongen had gebeten. De andere overlevenden overlegden even kort met elkaar, waarna de Turkse man uit de sportschool werd aangewezen om iets uit te voeren. Terwijl de gebeten jongen al rare stuiptrekkingen begon te vertonen, richtte de man zijn pistool op hem. Hij haalde de trekker over, en de jongeman stopte vlug met zijn ongecontroleerde bewegingen. Een oorverdovende stilte volgde, waarna de overgebleven groepsleden hun tocht, met de tranen nog vers in de ogen, naar de parkeerplaats van de supermarkt vervolgden.

Marten haalde opgelucht adem. Voor de zoveelste keer deze week had hij een hachelijke situatie als deze weten te overleven. Het was allemaal begonnen op een druilerige zondagmiddag, zo'n anderhalve week geleden. Al enkele weken heerste er een vreemdsoortige griep in dit deel van Europa. Griepprikken haalden niets uit, daar het virus resistent bleek voor alle mogelijke oplossingen. In mum van tijd was het op een dusdanige manier gaan muteren, dat de geïnfecteerden bijzonder vreemd begonnen te vertonen. Deze geïnfecteerden begonnen samen te scholen, en net als in de films, vielen zij mensen aan die resistent bleken te zijn. Het dagelijks leven in het land werd al rap een halt toegeroepen, en ook Marten zat al snel thuis. Op zijn laatste werkdag had hij nog net de supermarkt in de buurt leeg weten te kopen, zodat hij in elk geval nog enkele weken zou kunnen overleven. Dit was zijn plan, maar het ging een beetje mis op de eerder genoemde druilerige zondagmiddag. Ondanks de niet zo beste staat van zijn buurt en het constante gekreun en gegrom van buiten, had Marten het toch voor elkaar gekregen om tot ver in de middag rustig in bed blijven te liggen. Dit hield hij goed vol, totdat zijn rust op een ruwe wijze verstoord werd door een hard gebeuk op zijn voordeur. Niet lang duurde het voordat zijn deur het begaf en er enkele zombies naar binnen kwamen gelopen. Terwijl Marten nog boven in zijn bed lag hoorde hij hoe de zombies zijn keuken overhoop aan het halen waren. Marten stond op, en in een wanhoopspoging sloot hij zijn slaapkamerdeur. Hij schoof zijn kast er tegenaan, als een extra blokkade om te voorkomen dat hij het volgende slachtoffer van de geïnfecteerden zou worden. Het gestommel als gevolg van deze acties maakten de zombies juist extra alert op het feit van de aanwezigheid van Marten. Terwijl hij alleen een botte, oude schaar in zijn kamer had liggen als wapen, hoorde hij hoe de zombies zijn trap op kwamen rennen. Met drie of vier zombies tegelijkertijd beukten ze tegen zijn slaapkamerdeur aan. Niet al te lang duurde het voordat deze deur het begon te begeven onder de bovennatuurlijke krachten van de geïnfecteerden. Hij hield zijn schaar in zijn hand alsof het een dolk betrof, en nadat hij zijn kastdeur had geopend begon hij hiermee in te hakken op enkele armen die inmiddels ook al door de achterzijde van de deur waren gekomen. Bij één van deze stoten bleef zijn schaar vastzitten in het vlees van één van de zombies. Nu Marten zijn wapen kwijt was geraakt wist hij niet meer wat hij doen moest. In een laatste poging om ze tegen te houden, sloot hij zijn kastdeur maar weer. Een actie die het gewenste resultaat uiteraard nooit had kunnen bereiken. Deze kastdeur, was net als de rest van de kast, gemaakt van een inferieur materiaal. Marten wist zeker dat zijn slaapkamerdeur meer kon verdragen dan de deur waartegen hij nu aanleunde, maar een andere keuze had hij niet. Met alle kracht die hij nog in zijn lichaam zitten had probeerde hij de deur dicht te houden. Hij voelde inmiddels verschillende zombiehanden tegen de andere zijde van zijn kastdeur beuken. In een laatste wanhoopspoging draaide hij om en probeerde hij paniekerig de kastdeur met zijn beide handen dicht te houden. Voor de geïnfecteerden was hij echter geen serieuze competitie, en met drie tegelijk kwamen ze door de kast van Marten heen. De kracht die hierbij loskwam deed Marten achterover vallen, met zijn achterhoofd recht op het frame van zijn gietijzeren bed.

De volgende ochtend ontwaakte hij. Althans, dat vermoedden had Marten. Hij lag op zijn bed, keek naar links en zag op zijn wekkerradio dat het half tien in de ochtend was. Het viel hem op dat hij zich niet bijzonder vermoeid voelde. Ook spookten de gedachten aan de gebeurtenissen van de dag ervoor door zijn hoofd. Hij voelde met zijn hand aan zijn achterhoofd, maar kon zo geen bult of snee vinden. Na nog even te hebben gelegen besloot Marten op dan maar op te staan, en de overblijfselen van zijn kast en slaapkamerdeur op te ruimen. Terwijl hij vanuit zijn liggende beweging rechtop begon te zitten en zijn benen naast zijn bed wilde zetten, viel het hem op dat er nog altijd benen in zijn bed lagen. Verschrikt ging hij snel staan en aanschouwde een bijzonder vreemd fenomeen. Hoewel Marten redelijk zeker was van zijn zaak dat hij zelf gewoon naast zijn bed stond, lag hij er ook nog in. In eerste instantie begreep hij er helemaal niks van, dat hij opeens met z'n tweeën was. Gezien de situatie in de buitenwereld, leek het Marten wel een goed idee om zijn tweede ik wakker te schudden. Samen zouden ze er vast sterker voor staan dan alleen. Maar terwijl Marten zijn handen richting de schouders van zijn liggende exemplaar bewoog kwam hij tot de conclusie dat het vastpakken van zijn tweede ik geen optie was. Zijn handen gingen dwars door de tweede Marten, de dekens, het matras en ook de bedbodem heen. Dit gebeurde op zo'n manier dat Marten zowat zijn evenwicht verloor en bijna op zijn kloon viel. Juist op dat moment begonnen hem enkele andere dingen op te vallen. Zo toonde de tweede Marten geen enkel teken van leven. Hij zag er koud en bleekjes uit en ook leek hij geen adem te halen. Op enkele redelijke verse wonden her en der op zijn lichaam na leek er echter niet al te veel aan de hand te zijn met Marten twee. De originele Marten speurde zijn slaapkamer rond, en zag nog een levenloos lichaam liggen. Deze man was duidelijk een geïnfecteerd individueel. Een opvallend kenmerk aan deze zombie was een schaar, welke nog diep in diens arm vastzat. Marten probeerde de schaar uit de arm van de man te trekken, maar kreeg er op de één of andere manier niet echt veel grip op. Hij probeerde op de man om te rollen, maar ook dit lukte niet bepaald. Wel kon hij het gezicht van dit persoon goed zien. Enkele opvallende kenmerken van deze geïnfecteerde waren de groenige kringen rondom diens ogen en eenzelfde kleur ring had zich rondom zijn mond gevormd. Ook waren zijn lippen redelijk bleek te noemen.

Marten was nog bezig met zijn inspectie, toen hij een gekuch achter hem vandaan hoorde komen. Hij draaide zich om en zag dat er opeens enige beweging in zijn kloon bleek te zitten. Verbaasd en vol verwondering aanschouwde Marten hoe zijn tweede ik van zijn bed klom en richting zijn slaapkamerdeur slenterde. Tijdens deze korte tocht probeerde Marten de aandacht van zijn tweede ik te trekken, maar Marten twee reageerde nergens op. Terwijl de tweede Marten even tegen de deurpost aanleunde besloot de eerste Marten om eens goed naar het gezicht van nummer twee te kijken. Net als bij de man met een schaar in zijn arm, had nu ook de tweede Marten groenige kringen rondom zijn ogen en was ook het gebied rondom zijn mond flink verkleurd. Opeens drong alles tot hem door. Nadat hij zijn bewustzijn had verloren tijdens de aanval van de vorige dag, hadden de zombies zich uitgeleefd op het levenloze lichaam van Marten. Hierdoor raakte zijn lichaam geïnfecteerd. Nu, zo'n anderhalve dag later, begon het virus pas zijn ding te doen, en was het lichaam van Marten nu ook niets meer dan een zombie. Dit betekende ook dat hijzelf nu niet meer in leven was. Toch kon hij nog rondlopen en dingen aanraken. Marten had zo het vermoeden dat hij nu een lichaamsloze entiteit was geworden. In andere woorden, hij was nu een geest. Deze nieuwe conclusies waren nog bezig te integreren in de lichaamsloze versie van Marten, toen hij plots nog meer gekuch hoorde. Lichaamsloze Marten draaide zich om en zag hoe de man met een schaar in zijn arm ook weer opstond. Hij baande zich voorzichtig een weg door de ruïnes van de kast en de slaapkamerdeur, waarbij hij zombie-Marten tegen diens arm stootte. Het lichaam van Marten leek hierdoor te schrikken, en ondanks zijn staat gaf hij in een reflex een por terug aan de andere man. Die verloor bijna zijn evenwicht, terwijl hij bijna-vallend de overloop op bewoog. Hij keek op en haalde met zijn schaarloze arm uit naar zombie-Marten. De geestversie van Marten schrok vervolgens van de reactie van zijn voormalige lichaam. Deze vloog de man met de schaar in zijn arm naar zijn keel en begon hem herhaaldelijk tegen diens hoofd aan te slaan. De andere zombie duwde het lichaam van Marten vrij eenvoudig van zich af en begon flink terug te meppen. Lichaamsloze Marten begon zich nu ernstige zorgen te maken. Ondanks dat hij met zijn lichaam een regelmatige bezoeker van de sportschool was, stond hij nou niet bepaald bekend als een ijzersterke krachtpatser. Ook was de man met de schaar in zijn arm minstens twintig centimeter groter dan zombie-Marten en al gauw een keer zo breed. De grotere zombie greep het lichaam van Marten vast bij diens middel en smeet hem tegen de balustrade aan. Martens' lichaam reageerde hierop door tegen de man met de schaar in zijn arm aan te springen en zich vast te bijten in zijn deltaspier. Omdat de grotere zombie door het vastklampen van zombie-Marten nu opeens een stuk zwaarder bovenlichaam gekregen had en daarom ook zijn natuurlijke balans verloor, begon hij al slaand te tollen. Omdat het lichaam van Marten nu flink aan het hoofd van de andere zombie aan het trekken was, verloor de man met de schaar in zijn arm definitief zijn evenwicht, en viel hij dwars door de balustrade heen van de trap af. Spook-Marten wendde zijn visie af van het gevecht. Zijn ogen sluit kon niet, want die zaten samen met zijn oogleden nog gewoon in zijn lichaam vast. Althans, dat was zo voor de val.

Na de val was het heel eventjes stil in het huis, maar al snel kon de lichaamsloze versie van Marten opnieuw een soort gegrom horen. Hij bewoog zich in de richting van de trap en zag hoe de man met de schaar in zijn arm totaal in de kreukels op de trap lag. Zombie-Marten was net bezig om van het andere lichaam af te klimmen. De geestversie van Marten haalde hierop opgelucht adem, voor zover dat kon zonder longen. Hij daalde van de trap af en nam eens een kijkje in zijn keuken. Zijn koelkast was volledig overhoop gehaald. De deur hing alleen nog aan de onderste scharnier vast en de zombies die het huis gisteren binnen waren komen vallen hadden om de één of andere reden alle melkpakken kapotgestampt. Lichaamsloze Marten tilde met de grootste moeite een cherrytomaatje uit de deels ontwrichtte deur van zijn koelkast en bracht deze naar zijn lichaam toe. Zombie-Marten was inmiddels in de woonkamer tegen een muur aan het leunen. De ziel van Marten hield het tomaatje voor de neus van zijn lichaam, maar die reageerde hier totaal niet op. Omdat dit niet werkte, gooide de geestversie van Marten het tomaatje maar naar de andere kant van de woonkamer, waar het een klein fotolijstje van een lage tafel stootte. Het geluid dat volgde bleek wel een aanleiding te zijn voor het lichaam van Marten om in beweging te komen. Hij keek op en banjerde richting de lage tafel in het zitgedeelte van de woonkamer. Waar het lichaam van Marten echter geen rekening mee had gehouden was het feit dat een onderdeel van de balustrade nu halverwege de kamer lag. Zombie-Marten stapte er precies bovenop en gleed weg, waarna hij met een flinke smak op de tafel viel. Wederom hield de lichaamsloze Marten zijn adem in. Nadat het stof was gaan liggen stond het lichaam van Marten wonderwel weer op, alsof er niets gebeurd was. Maar toen hij zich richting de geestversie van Marten draaide, viel er vrij duidelijk te zien dat hij bij zijn val zijn schouder op zijn minst had ontwricht.

Dit bleek een stevige prijs voor een handig weetje te zijn geweest. Door middel van geluid had Marten het voor elkaar gekregen om al zo'n anderhalve week lang zijn lichaam op een redelijk veilige wijze dwars door de stad heen te loodsen. Marten draaide weg van het raam waardoor hij zojuist had gezien hoe een overlevende gegrepen werd door een geïnfecteerde, en zag dat de zombieversie van hemzelf een trap op aan het lopen was. Het huis, waarin zij zich bevond, werd voor de uitbraak van dit verwoestende virus overduidelijk bewoond door een welgesteld gezin met enkele jonge kinderen. Hoewel het huis waarschijnlijk al sinds het begin van de uitbraak onbewoond was geraakt, leek het er nog altijd op alsof de bewoners amper waren vertrokken. Zo stond er nog een mok gevuld met koffie op een salontafel en klonk er vanuit de keuken het geluid van een testbeeld op een televisie. Vanwege het virus waren normale uitzendingen ook niet meer mogelijk. Terwijl de lichaamsloze entiteit die Marten nu was rondkeek op de benedenverdieping, schoot hem ineens iets te binnen. Hij was dit huis binnengelopen om zijn lichaam schietgrage overlevenden te ontwijken. Maar waar was zijn eigen zombieversie nu? Geest-Marten ging de hele begane grond af, en zag plots zijn lichaam de trap naar boven opstappen. Een kort gevoel van opluchting maakte snel plaats voor blinde paniek, toen Marten zag dat er halverwege de trap een gietijzeren sierkinderfietsje op zijn kant lag. En als hij de afgelopen anderhalve week iets geleerd had, was het dat geïnfecteerden niet bijzonder alert waren als het aankwam op obstakels. Zo had hij enkele dagen geleden nog gezien hoe het lichaam van een oud-collega van hem een ontbrekende putdeksel over het hoofd zag, en pardoes het riool inviel. Dit gebeurde op zo'n aparte manier, dat hij tijdens zijn val een arm verloor. Terwijl het lichaam op de ontbrekende ondergrond wilde staan, viel hij zijdelings tegen de rand van de put aan. Marten probeerde zijn oud-collega nog te waarschuwen, maar dit had niet gewerkt. Alleen wist Marten nog steeds niet of dit nu kwam door zijn huidige 'vorm', of vanwege het feit dat de zombies sowieso al niet zo goed reageerden op stemgeluid. Terwijl het lichaam van de oud-collega van Marten zo zijdelings in de put terechtkwam, bleef hij met zijn linkerarm op de rand balanceren. Op de één of andere manier bleef het stof van zijn wollen vest vast hangen aan de rand van de opening, waardoor niet alleen zijn mouw, maar ook gelijk zijn gehele arm afscheurde. De rest van het lichaam maakte een flinke smak op de bodem van de rioolbuis, maar leek nog geen besef te hebben van diens ledemaatverlies. Hij stond al gauw weer op en slenterde rustig verder in de riolering onder de stad.

De geestversie van Marten vloog als de wiedeweerga naar de trap toe, om te proberen het gietijzeren sierfietsje weg te slepen. Wegens zijn ontbrekende massa had Marten slechts de energie om hele kleine en lichte objecten op te tillen of te verplaatsen. Ook kon hij genoeg energie opwekken om bijvoorbeeld deuren dicht te laten slaan. Snel keek hij om zich heen, in de hoop kleine of lawaaierige objectjes te vinden en die te gebruiken om de koers van zijn onoplettende lichaam te veranderen. Ineens zag Marten in zijn ooghoek iets glinsteren. Hij bewoog zich vlug naar de bron van deze glinstering toe, en zag dat het een verzameling knikkers betrof. Deze verzameling knikkers stonden op een plank op de overloop en waren opgeborgen in een klein emmertje, ééntje die hij herkende als zijnde een emmer waarin de lokale Empty-supermarkt mayonaise stopte en verkocht. Ideaal voor een grootschalig kinderfeestje, waarbij de nodige patatjes weg zouden worden gewerkt. Marten keek nog eens snel achterom, en zag hoe de zombieversie van hemzelf al bijna bij het gietijzeren sierfietsje aan was gekomen. Nog altijd was Marten het niet gewend dat hij zwaardere object niet op kon tillen. Hij pakte het lichte handvatje gemaakt van plastic vast, en wilde door dit te doen de gehele emmer gevuld met knikkers optillen. Door het gewicht van deze verzameling knikkers gooide Marten per ongeluk de hele emmer om. Een stuk of honderd knikkers stuiterden met zijn allen de emmer uit en de grond op, resulterend in een enorm kabaal. Het lichaam van Marten keek verschrikt op, en in plaats van de trap af te dalen, versnelde hij juist zijn pas, om zo sneller naar het geluid toe te kunnen gaan. De knikkers rolden en stuiterden ondertussen in een rap tempo in de richting van de trap. Ze gingen zelfs zo snel, dat ze binnen een mum van tijd met enkele tientallen tegelijkertijd naar beneden rolden en stuiterden. Zombie-Marten had de aanstormende lawine aan glazen en marmeren knikkers niet door, en stapte pardoes op een aantal hen. Hij verloor zijn balans en viel voorover, met zijn hoofd recht op het fietsje af. De lichaamsloze versie van Marten wendde zijn blik af. Hij wachtte angstig af tot de knikkers waren gestopt met stuiteren en rollen. Nadat de stilte terug was gekeerd in het huis durfde hij pas de gevolgen van het kabaal onder ogen te zien. Langzaam bewoog hij zich naar zijn lichaam toe. Bij zijn lichaam was er echter geen sprake meer van enige beweging. Het lag, met zijn achterwerk omhoog, voorover tegen het sierfietsje aan. Marten aanschouwde zijn voormalige lichaam eens van iets dichterbij en zag hoe het stuurtje zijn schedel gespietst had. Marten wachtte nog enkele uren, in de hoop dat de zombieversie van hemzelf wederom op zou staan. Zijn wachten bleek geen enkel nut te hebben. Zijn lichaam stond niet meer op. Plots werd de overloop waarop dit alles plaats had gevonden verlicht. Marten keek op en zag dat er aan het uiteinde van de hal een lichtgevende poort was ontstaan. Hij begreep de hint. Nadat zijn lichaam gesneuveld was, had hij geen reden om nog op het aardse aanwezig te zijn. Na nog een snelle blik op zijn lichaam te hebben geworpen, zuchtte Marten eens diep en liep hij het licht in.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.