Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Spanning/Thriller
Geplaatst:
19 december 2014, om 01:53 uur
Bekeken:
506 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
142 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De uitverkorene"


Het is gewoon een woensdagavond in café De Overkant in Vriezenveen, als de stamgasten opgeschrikt worden door het getingeling van het tingelingding. Een vrij vreemd toestel voor in een café, waar de werknemers gewoon zicht hebben op de deur. Hoe dan ook, het tingelingding tingelingde en daar stond een, voor de stamgasten, vreemde vent. Een grote man met een zongebruinde huid die haast wel van leer gemaakt leek. Ook hingen zijn lange lokken tot over zijn schouders en bungelde er een baard van een goede twintig centimeter zo rond de mond van deze vreemdeling.
"Bent u verdwaald?" vraagt één van de gasten aan de man, die naar de bar loopt en op één van de krukken gaat zitten.
"Nee." zegt hij, kortaf.
"O."
"Wilt u iets te drinken?" vraagt de uitbater aan zijn nieuwe klant.
"Nee hoor, dank u." krijgt hij als antwoord. De vreemdeling kijkt op en ziet hoe alle aanwezigen hem aanstaren.
"Ik heb oe hier nog nooit eerder gezien." merkt één van hen op.
"Dat kan. Ik ben hier ook nog nooit eerder geweest."
"Wa moej hier da?" vraagt de zelfde man.
"Ik werd gevraagd om hier te wachten."
"Door wie?"
"Geen idee."
"Waarom doe'j t da?"
"Omdat ik geen idee heb wat ik anders zou moeten doen." zegt de vreemdeling, terwijl hij zich naar de stamgasten toe draait.
"Zo gaat het al jaren. Iemand zegt dat ik ergens heen moet gaan en dan doe ik het maar."
"Ja, maar waarom?"
"Dat weet ik eigenlijk ook niet."
"Waar woon je dan?"
"Geen idee"
"Hoe heet je dan?"
"Geen idee."
"Wat weet je wel?"
"Dat ik al jaren bezig ben met waar ik ook maar mee bezig ben. O ja, en ze noemen mij de uitverkorene." merkt de vreemdeling zo even tussen neus en lippen door op.
"Nou wottie heelmoal mooi!" roept een van de stamgasten uit.
"De uitverkorene? Ben je niet gewoon ontsnapt uit een inrichting of zo?"
"Nee hoor. Het ging allemaal zo. Jaren geleden, toen ik nog ergens op een basisschool zat, gingen we eens voor een sportdag het bos in. Vraag mij niet waar dat was, hoe het bos heette of wat de naam van mijn basisschool was, want dat weet ik allemaal niet meer. Hoe dan ook, we moesten op een gegeven moment voetballen op een veld van een sportvereniging in de buurt en omdat ik één van de grootsten en sterkste was, moest ik een aantal van die banken van de gymzaal het veld op rollen. Nadat we klaar waren met wat we ook maar aan het doen waren moesten die dingen natuurlijk ook weer opgeruimd worden. Dus ik sleepte die dingen weer terug naar een of ander berghok. Toen ik er nog eentje weg moest bergen werden alle kinderen bij de juf geroepen, omdat we zo weer met de bus naar school zouden worden gebracht. Ik zei tegen haar dat ik nog één zo'n bank op moest ruimen en dat ik zo weer terug zou zijn. Ik ging terug naar het voetbalveld en tilde de bank aan de niet-wieltjeskant op, waarna ik het ding terug naar de berging reed. Ik zette die bank naar de anderen neer, deed de deur dicht en liep weer terug naar het punt waar de juf en mijn klasgenootjes stonden te wachten. Toen ik er eenmaal was, waren zij allemaal verdwenen. Je kon zelfs niet zien dat ze er ooit geweest waren."

"Raar verhaal." merkt een stamgast op.
"Ik weet het, maar het echte rare moet nog komen."
"Vertel." moedigt een andere stamgast aan.
"Ik stond daar dus op die plek en dacht eerst dat ik misschien verkeerd was gelopen. Ik liep verder het bos in naar waar ik dacht dat de weg was, maar ik kwam alleen maar een grote zandvlakte tegen. Ik begreep er helemaal niks van, dus liep ik terug naar waar ik dacht waar de voetbalvelden waren, maar ook in die richting kwam ik geen bekende dingen tegen. Opeens zie ik een fel licht langs de verschillende bomen schijnen. Ik hoopte dat dat de koplampen van de bus waren en liep dus die kant op, maar de bomenlijn hield maar niet op. Ook zag ik in de verte geen hoop op het einde van het bos."
"Maar die lichten dan?"
"Ja, die lichten. Die kwamen wel dichterbij. Toen ik er vlak voor stond klonk er opeens een stem."
"En wat zei die stem?"
"Die stem vertelde mij dat ik naar Bornerbroek toe moest fietsen. Ik had tot dan toe nog nooit van die plaats gehoord en vertelde de entiteit dat ik niet wist waar dat lag. De stem van het licht deelde mij toen mede dat ik de richting waarin de fiets stond geparkeerd op moest fietsen en daarna de bordjes volgen moest om in Bornerbroek te raken. Daar zou ik twee meisjes tegenkomen die mij verder zouden helpen. Vervolgens verdween het licht en zag ik inderdaad een fiets staan. Ook kon ik, ondanks de duisternis, een duidelijk pad het bos uit zien. Ik volgde het pad en kwam uiteindelijk uit op een openbare weg. Volgens de bordjes moest ik toen linksaf slaan om in Bornerbroek terecht te komen, maar het liefst wilde ik gewoon weer naar huis toe. Eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik werkelijk niet meer weet waar mijn woonplaats lag, maar in dat geval had ik rechtsaf moeten slaan. Iets in mij weerhield mij ervan om daadwerkelijk een bochtje naar rechts te maken, en vanwege de uitputting die zich meester had gemaakt van mijn welzijn besloot ik om er op dat moment niet langer tegenin te gaan. Ik sloeg linksaf de duisternis in en fietste blijkbaar naar Bornerbroek toe. Door dit alles te vertellen krijg ik best wel dorst trouwens." hint de vreemdeling. De stamgasten zijn dusdanig geïnteresseerd dat zij de barman wenken om de vreemde man iets te drinken te geven.
"Wat zal het zijn?"
"Appelsap. Een lekker, koud glas appelsap."

De vreemdeling neemt een flinke slok van zijn appelsap en vertelt verder.
"Heel de nacht lang baande ik mij een weg door bossen en over vrijwel volledig verlaten wegen. Zo nu en dan werd ik ingehaald door een auto of kwam er eentje mij tegemoet. Geen van die automobilisten hielden mij staande om te vragen wat een kind zo jong midden in de nacht op de weg deed. Ook begon het vroeg in de morgen keihard te regenen. Zo rond het spitsuur kwam ik langs een bordje waarop Bornerbroek stond aangegeven, maar nergens zag ik twee meisjes staan. Na eventjes gewacht te hebben op iets of iemand, besloot ik om maar door te rijden. Bij een stoplicht viel het mij ineens op dat ik al een tijdje achter twee mensen fietste. Twee jonge meisjes om precies te zijn. Nou ja, jong tot op een zekere hoogte. Ze zaten ongeveer in groep acht van de basisschool. Ik was in ieder geval jonger. Hoe dan ook, terwijl we daar bij het stoplicht stonden te wachten, draaide één van de meisjes ineens om. Ze keek mij aan en glimlachte. Ik wist niet goed wat ik doen of zeggen moest, maar daar had zij al rekening mee gehouden. Ze vroeg mij of ik soms verdwaald was, want ze kende mij niet, en in Bornerbroek schijnen mensen elkaar wel redelijk goed te kennen. Ik knikte. Door de regen had ik het eigenlijk te koud om mij normaal te bewegen en ik durfde ook niet goed om mijn kaken van elkaar te halen. Ze spoorde mij aan om haar te volgen naar haar school, zodat de schoolmeester mij kon helpen. We fietsten met ons drieën naar de school toe en samen met het ene meisje stapte ik het kantoor van de schoolmeester binnen.
'Ha! De uitverkorene!' zei hij direct.
'Ik vroeg mij al af waar je bleef. Je moet je trouwens wel haasten, anders mis je je trein nog!' Ik wilde hem juist vragen over welke trein hij het had, toen hij twee kaartjes uit een lade van zijn bureau toverde en er eentje aan zowel het meisje als mij gaf. Dit meisje, van hooguit een jaar of twaalf, kreeg de opdracht van de schoolmeester om met mij mee te gaan, want ik zou nog te jong zijn om het alleen te doen. Onderweg naar het station in Almelo viel het mij op dat niemand opkeek van dit feit. Alsof twee jonge kinderen dagelijks samen met de trein naar een onbekende bestemming afreizen. Eenmaal in de trein bleken er nog meer kinderen in de zitten. Het meisje nam mij bij mijn hand en liep samen met mij door de coupés heen. In de tussentijd werden we blijkbaar enkele jaren ouder, daar ik opeens een stukje groter was dan haar en zij desondanks ook zichtbaar gegroeid was. Opeens viel het haar op dat haar vriendengroep in een wagon zat. Ze nam plaats naast haar vrienden en begeleidde mij naar de stoel naast haar. Nog altijd begreep ik niet wat er nu precies aan de hand was, maar de mensen om mij heen hadden het duidelijk naar hun zin. Ineens voelde ik een flinke druk op mijn blaas en wilde ik graag naar de wc. Nooit eerder was ik met de trein geweest, dus vroeg ik aan de enige persoon die ik daar kenden, in de ruimst mogelijke betekenis van het woord, of zij toevallig wist waar de wc was. Ze draaide haarzelf om en wees naar een tussenstukje in de trein. Ik stond op en liep er naartoe. Nadat ik klaar was, liep ik terug naar de coupé waar ik van dacht dat ik er zojuist nog zat. Toen ik de deur opende viel het mij op dat zowel het meisje als haar vriendengroep verdwenen waren. Vanwege alle rare dingen die ik in de afgelopen twaalf uur al had meegemaakt, dacht ik dat ik mij misschien vergist had. Dat ik wellicht de verkeerde kant opgelopen was. Ik wilde weer omdraaien om naar de coupé aan de andere kant van het tussenstukje te gaan, toen een jongensstem mij aansprak.
'Je bent hier wel goed, hoor.' zei hij. Ik keek om en zag een alternatief uitziende jongen van een jaar of zeventien in de hoek van het vierzitsplekje zitten. Hij keek mij niet aan en was met zijn telefoon aan het spelen.
'Ga maar gewoon zitten, uitverkorene.' zei hij bijzonder stoïcijns."

Plots gaat de telefoon van het café over. De barman neemt op.
"Ja? Ja, die zit hier." spreekt hij de hoorn nog in, als opeens de deur van het café openzwaait.
"Mooi!" roept één van de twee mannen, terwijl hij zijn ouderwetse mobieltje dichtklapt en op de vreemdeling afstapt.
"Ik had al zo'n vermoeden dat je hier zou zijn!" roept hij bovendien nog uit.
"Drink je drankje even op, dan gaan we zo."
"Hij heeft nog niet betaald." onderbreekt de barman de flamboyante man.
"Niet betaald?! Niet betaald?! Man, weet je wel wie dit is? Dit is de uitverkorene! Je mag allang blij zijn dat je zulk hoog bezoek hebt, en dan had ik het nog niet eens over mijzelf! Laurens, geef die man een knolraap, of waar ze dan ook maar mee betalen in dit deel van de wereld. Ik neem onze nieuwe vriend hier vast mee naar de auto." Laurens, de andere van de twee mannen, haalt een versleten portemonnee uit zijn achterzak en vist er een briefje van tien uit.
"Is dit genoeg?" vraagt hij de barman, die knikt. Laurens legt het briefje neer en volgt de uitverkorene en zijn nieuwe 'vriend' mee naar buiten, de stamgasten en de barman volledig verdwaasd achterlatend.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.