Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Overige
Geplaatst:
18 oktober 2014, om 01:12 uur
Bekeken:
423 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
111 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De curieuze zaak van het zingend gevleugelte"


"Trek je broek eens omhoog, viespeuk!" hoorde Jacob zijn vrouw Clara uit het raam schreeuwen. Jacob, houthakker van beroep, stond op en draaide zich om. Hij zag nog net hoe zijn zichtbaar geïrriteerde vrouw hun slaapkamerraam dichtgooide. Na het slaken van een diepe zucht hees Jacob zijn broek op en legde hij een volgend stuk hout klaar. Net op dat moment hoorde hij iemand een bekend riedeltje fluiten. Hij liep zijn voortuin in en zag dat het Barend was, een man die enkele jaren geleden in het dorp in de buurt van de houthakkerij van Jacob was komen wonen. In de tussenliggende jaren hadden Jacob en Barend een redelijk goede vriendschap opgebouwd, maar vanwege Barends' gebrek aan weerstand jegens alcohol was Clara geen liefhebber van diens aanwezigheid. Jacob wist ook wel dat Barend zo zijn gebreken had, maar wie is er nu wél perfect? Zo beredeneerde Jacob. Hij was het zeker niet. Clara ook niet. Perfecte mensen was hij nog nooit tegengekomen. Wie hij nu wel tegenkwam was Barend, en Barend liep fluitend rond met in zijn hand een vogelkooi.
"Hee, Barend!" riep Jacob naar zijn min-of-meer vriend.
"Barendje, wat heb je daar in die kooi zitten?"
"Oh, dit? Dit is een labradoreend!"
"Een labradoreend? Daar heb ik nog nooit van gehoord!"
"Dat komt omdat dit exemplaar de laatst bestaande is!" riep Barend terug, maar vanwege een passerende vrachtwagen had Jacob hem niet goed kunnen verstaan.
"De laatste in waar?!" riep hij dan ook terug. Barend keek even of het veilig was om over te steken en ging aan de omheining rondom de tuin van Jacob staan.
"De laatste op de wereld, Jacob!"
"Maar wat moet jij er dan mee?" vroeg Jacob.
"Ach, Jacob, ik probeer gewoon een beetje geld te verdienen. Dit is namelijk niet zomaar de laatste labradoreend. Deze kan zingen!"
"Een zingende eend? Daar heb ik nog nooit van gehoord, Barend."
"Nou, Jacob, wees dan bereid om versteld te gaan staan. Hee, labradoreend, zing eens een stukje Appeltaart, wil je?" vroeg Barend aan de eend. Deze schraapte zijn keel en kuchte ook nog een beetje, om vervolgens te beginnen met zingen.

"Appeltaart
doe mij zo'n lekker stukje appeltaart
er zitten kruimels vast in opa's baard
kruimels van de appeltaart

Plotseling,
glipte het vorkje zomaar uit mijn hand
hij stak in mijn voet en die zit nu in verband
wat een vreemd ding, zo plotseling

Het was te snel op, ik mis het, de appeltaart
Ik vroeg 'wie at het op?' nu wil ik mijn appeltaart

Appeltaart,
er was zelfs een stuk voor ome Aart
er zaten nog kruimels in opa's baard
kruimels van de appeltaart"

"Wauw, wat bijzonder!" riep Jacob enthousiast uit.
"Dank u." antwoordde de vogel.
"Appeltaart is toevallig ook nog eens mijn lievelingsliedje. Zou je de rest ook voor mij willen zingen?"
"Vijf euro."
"Vijf euro?" antwoordde Jacob verrast.
"Ja, dat zit zo." zei Barend, terwijl hij zijn vogel onderbrak.
"Ik heb hem getraind he? Door het eerste stuk van het liedje te zingen weet hij de mensen te binden, om daarna voor een kleine vergoeding het liedje af te maken." legde hij ook nog uit. Jacob viste een twee euromunt uit zijn broekzak.
"Ik vrees dat ik niet meer dan dit heb, Barend."
"Ach, dat is ook wel goed. Twee euro vind ik ook wel een goede vriendenprijs, trouwens." antwoordde Barend, waarna hij de munt uit de hand van Jacob plukte. Hij stopte het ding in zijn zak en de labradoreend schraapte zijn keel wederom. Hierna vervolgde hij het lied.

"Het was te snel op, ik mis het, de appeltaart
Ik vroeg 'wie at het op?' nu wil ik mijn appeltaart

Appeltaart,
er gaan herinneringen mee gepaard
de ingrediëntenlijst voor appeltaart
want ik bak graag een appeltaart
Mm mm mm mm mm mm mm"

"Knap hoor, dat zo'n eend zo goed kan zingen. Waar ga je dat dier trouwens heen brengen?" vroeg Jacob geïnteresseerd aan Barend.
"Gewoon, naar de stad. In het dorp hier hebben ze het allemaal wel gehoord en zijn de mensen bovendien ook niet zo welvarend." legde Barend uit.
"Oh, nou, succes ermee!"
"Bedankt Jacob!" groette Barend zijn maat, waarna hij zijn tocht vervolgde en Jacob weer naar zijn achtertuin trok.

Enkele uren verstreken en plots werd Jacob opgeschrikt door het geluid van een wild openslaand raam. Hij draaide zich om en zag dat zijn vrouw, Clara, daar stond.
"Kom je even omkleden, het eten is klaar." deelde ze mede, waarna ze het raam weer snel sloot. Nadat Jacob zijn bijl had weggelegd viel het hem plots op dat Barend opnieuw langsliep, maar deze keer in de richting van het dorp. Hij liep zijn voortuin in en sprak Barend aan.
"Hee Barend, hoe ging het in de stad?" vroeg hij zijn vriend. Barend draaide zich naar Jacob toe, waarna het die laatstgenoemde opviel dat Barend geen kooi meer bij zich droeg. Ook waggelde de labradoreend niet achter hem aan.
"En waar is je zingende eend gebleven?" vulde Jacob zijn vraag aan.
"Hee Jacob! Jaaa, in de stad ging het goed hoor!" antwoordde Barend, waarna hij zijn jaszak opende en Jacob een flinke stapel geld liet zien.
"De stadsmensen waren zo onder de indruk van mijn labradoreend dat ze hem voor heel veel geld wilden overkopen! Hoewel ik hem niet graag zag gaan, ging het hier om zo'n groot bedrag, dat ik gewoon niet kón weigeren." legde Barend bovendien nog uit. Vervolgens bewoog hij op zo'n manier dat hij langs Jacob heen kon kijken. Ook Jacob keek nu om en zag een niet bepaald vrolijk kijkende Clara in de voordeuropening staan.
Barend, op de hoogte zijnd van Clara's aversie jegens hem, groette zijn vriend en vervolgde zijn weg richting het dorp. Jacob liep naar de voordeur toe om naar binnen te gaan, maar werd tegengehouden door zijn vrouw.
"Wat moest die dronkenlap hier?"
"Ach, zo'n kwaaie is het toch niet?" probeerde Jacob zijn vriend te verdedigen, waarop hij een por in zijn maag kreeg van Clara.
"Wat moest hij hier?" vroeg ze nogmaals.
"Hij is naar de stad geweest met zijn zingende vogel, waar hij dat dier blijkbaar voor veel geld verkocht heeft." antwoordde Jacob.
"Ik wist niet dat hij een papegaai had."
"Het was geen papegaai, het was een eend! Een labradoreend, of iets in die richting. Het scheen bovendien ook nog eens de laatste van zijn soort te zijn."
"Een zingende labradoreend?! Zoiets heb ik nog nooit gehoord."
"Ik ook niet, maar op zijn weg naar de stad kwam hij hier ook langs en liet hij het dier Appeltaart zingen. Het was werkelijk prachtig. Nooit zo'n mooie versie gehoord."
"Ja ja." antwoordde Clara fronsend.
"Over geld gesproken, wanneer ga jij weer een lading hout verkopen? Ik moet weer nodig boodschappen doen."
"Ik heb nu nog niet genoeg gekapt, maar overmorgen ga ik wel even een vrachtje bij de timmerman langsbrengen." deelde Jacob zijn planning.
"Mooi zo, dan maak ik morgen het laatste beetje op. En ik wil die Barend hier niet meer zien. Ik vertrouw die vent voor geen meter. Ga je nu maar eens omkleden." beval ze Jacob, waarna hij zijn huis betrad.

De volgende ochtend stond Jacob weer in zijn achtertuin te zwoegen, toen Clara met haar regenjas aan even kwam vertellen dat ze het dorp in zou gaan en pas 's middags verwachtte terug te keren. Jacob vond dit allemaal prima. Nu hoefde hij zich in ieder geval enkele uren geen zorgen te maken over zijn bouwvakkersdecolleté. Zo rond dezelfde tijd als de dag voordien zag hij Barend wederom aan de overkant van de straat lopen, en weeral droeg hij een vogelkooi bij zich.
"Hee, Barend!" riep hij. Barend groette Jacob vriendelijk terug en stak ook deze ochtend de weg over om zijn nieuwe vogel te laten zien.
"Wat heb je deze keer bij je?"
"Oh, dit? Dit is een Sint-Helenaral."
"Een wat?"
"Een ral. Dat is zoiets als een meerkoet of een waterhoentje."
"Aha, en wat is er zo bijzonder aan deze vogel, Barend?"
"Deze Sint-Helenaral kan heel goed zingen! Misschien nog wel beter dan de labradoreend van gisteren. Bovendien is dit de laatste in zijn soort."
"Ja ja. En wat zingt deze vogel dan?"
"Appeltaart. Om de een of andere reden is dat nummer pérfect om zingende vogels aan te leren. Wil je het horen?"
"Prima." antwoordde Jacob, waarna de Sint-Helenaral zijn keel schraapte en ook nog een beetje kuchte, en vervolgens begon te zingen.

"Appeltaart
doe mij zo'n lekker stukje appeltaart
er zitten kruimels vast in opa's baard
kruimels van de appeltaart

Plotseling,
glipte het vorkje zomaar uit mijn hand
hij stak in mijn voet en die zit nu in verband
wat een vreemd ding, zo plotseling"

"Fraai... fraai. Het valt mij wel op dat deze vogel precies dezelfde stem heeft als die eend van gisteren." antwoordde Jacob.
"Dat ligt vast ook aan het nummer, he? Of misschien wel aan de trainer." verklaarde Barend glimlachend.
"Wil je trouwens de rest nog horen?" vroeg Barend, zijn hand ophoudend in de hoop dat Jacob er een muntje of twee neer zou leggen.
"Nee, bedankt makker. De opvoering van gisteren staat mij nog goed bij, en daarnaast heb ik geen geld." vertelde Jacob. Hij draaide zijn broekzakken binnenstebuiten om Barend te laten zien dat hij niets te geven had.
"Ach, dat geeft ook niks. Nou, ik ga maar weer de stad in, tot kijk Jacob!"
"Tot ziens, Barend." groette Jacob terug, waarna hij zijn werk hervatte.

Het was zo rond etenstijd en Jacob ruimde zijn spullen op, toen het hem opviel dat Barend in een stevig tempo langs kwam rennen. Net als de dag voordien had Barend ook deze keer geen kooi meer in zijn handen, maar leek hij wel in een veel slechter humeur te verkeren. Jacob wilde hem nog vragen wat er aan de hand was, maar op het moment dat hij bij zijn tuinhekje arriveerde was Barend al uit het zicht verdwenen. Later, toen het avondeten al was weggewerkt en Jacob lekker onderuitgezakt de krant aan het lezen was, werd er plots op zijn voordeur geklopt. Jacob deed open en zag dat er een aantal heren in nette pakken voor zijn deur stonden.
"Het spijt ons u te moeten storen, meneer, maar kent u toevallig deze man?" vroeg één van hen aan Jacob, waarna er een tekening voor zijn neus werd gehouden met daarop de beeltenis van een man die best wel eens Barend zou kunnen zijn.
"Hij lijkt wel een beetje op Barend." zei Jacob, waarna de mannen opeens allemaal recht schoten.
"Barend, zegt u? En weet u ook waar wij deze Barend vinden kunnen?"
"Gezien het avond is zal hij wel in de kroeg in het dorp hier verderop zitten."
"Intrigerend. Beste man, dank u voor uw hulp." zei één van de mannen, waarop hij samen met de rest weg wilde lopen.
"Maar ho eens even." probeerde Jacob hen te stoppen.
"Waar hebben jullie Barend voor nodig?" De man die tot dan toe al het praatwerk deed draaide zich al lopend om en gaf Jacob een antwoord waar hij niet bijzonder veel aan had.
"We hebben nog wat... zaken te bespreken met deze Barend." legde hij uit, waarna hij samen met de andere mannen in een auto stapte en in de richting van het dorp reed.

 

De volgende ochtend had Jacob zijn kar volgeladen met hout om het te verkopen aan de lokale timmerman en had hij deze kar naar het dorp gereden, waar hij een vreemde gebeurtenis zich zag voltrekken. Terwijl hij de hoofdstraat opdraaide zag hij dat het hele dorp zich rond de enige kroeg in het dorp, gelegen recht tegenover de kerk, had verzameld. Toen hij dichterbij kwam zag hij dat een hoop van de mannen met getrokken geweren aan het richten waren op een groepje mannen, die zo bij de voordeur van de kroeg stonden. Eveneens was de veldwachter aanwezig, en Jacob kon horen hoe hij in gesprek was met de leider van het groepje mannen. Plots viel het hem op dat er een schijnbaar levenloos lichaam tussen de mannen en de veldwachter in lag. Hoewel het lichaam met de rug naar Jacob toe lag, meende Jacob het lijk te herkennen als zijnde dat van Barend.

"Meneer de veldwachter, als uw hulpjes hun wapens niet laten zakken voel ik mij niet comfortabel genoeg om u dit papier te geven. Dit papier waarop staat dat deze man, voor jullie allen bekend als Barend, maar eigenlijk Rutger heet, een voortvluchtige moordenaar, dief en oplichter is."
"En wat staat er op het papiertje dan?" vroeg de veldwachter aan de man.
"Daarop staat, meneer de veldwachter, de eigenlijke identiteit van deze man, zijn volledige strafblad en een opdracht van de minister van justitie om deze man, levend óf dood, aan de staat te overhandigen. Ziet u, wij zijn namelijk premiejagers en gezien deze man nogal wat op zijn kerfstok heeft staan is de premier bijzonder hoog." legde de man uit. De veldwachter maakte een signaal naar de dorpsgenoten om hun wapens te laten zakken.
"Goed dan, geef dat papiertje eens hier." beval hij de premiejager, die heb het papier en een bijlage van vijf pagina's lang gaf.
"Zo, en wat is dit? Zijn staat van dienst?" vroeg de veldwachter aan de premiejager, die knikte. De veldwachter bladerde eens snel door de papieren heen en knikte en schudde hevig met zijn bol.
"Allemachtig... dat wij al twee jaar lang met zo'n monster samen hebben kunnen leven." liet hij eveneens uit zijn mond ontsnappen.
"Maar in die twee jaar heeft hij ook niet stilgezeten, hoor." begon de premiejager weer te spreken.
"Zo heeft hij onlangs nog het natuurhistorisch museum in de stad hier verderop beroofd van enkele zeldzame exemplaren van opgezette vogels die al honderden jaren uitgestorven zijn. Vervolgens gebruikte hij die vogels om een aardig zakcentje te verdienen door een beroep te doen op zijn vaardigheden als buikspreker, een truc die hij leerde toen hij bij een kinderzender werkte. Kijkt u maar eens op pagina drie. Op zijn laatste werkdag schoot hij de boekhouder van de omroep dood en vluchtte hij met de kas. De fout die hij echter maakte met de vogels, was dat hij zo dom was om ze te verkopen aan de plaatselijke universiteit. Een universiteit die samenwerkingsverband heeft met het natuurhistorisch museum waaruit de vogels gestolen werden. En nu wil het toeval zo zijn dat wij een goede relatie met de rector magnificus van die universiteit hebben. Dus toen Rutger, voor jullie bekend als Barend, gisteren opnieuw met een zeldzame zingende vogel op de proppen kwam en het wederom aan de universiteit wilde verkopen, greep de rector magnificus in. Hij liet een compositietekening maken en faxte deze naar ons, in de hoop dat wij deze man zouden herkennen. Dankzij enkele ooggetuigen wisten wij hem hier te achterhalen, en tja. Om een lang verhaal kort te maken, wij krijgen nogal een flinke smak geld van u."



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.