Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Spanning/Thriller
Geplaatst:
2 september 2014, om 10:42 uur
Bekeken:
569 keer
Aantal reacties:
2
Aantal downloads:
161 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De monnik van Schier..."


Aan de rand van het eiland Schiermonnikoog, midden tussen de duinen stond een kleine hut. Je moest wel goed kijken voor je hem zag, hij stond namelijk midden tussen naaldbomen en struiken en was daardoor haast onzichtbaar. Het was een bijzonder eenzame en afgelegen plek. Zomers was het er erg fijn, maar tijdens een flinke najaarsstorm kon het er behoorlijk spoken en wilde je daar liever maar niet zijn.  Je kunt je dan ook haast niet voorstellen dat hier iemand woonde. Toch was er iemand die niet anders wilde. Zijn naam was Sybe Doeksen en woonde er helemaal alleen. 

 

Op een dag in september, aan het eind van zomer zat Sybe in zijn hut. Op een eenvoudige houten stoel met rieten zitting zat hij wat voor zich uit te staren. Op een kleed in de hoek, vlakbij de snorrende houtkachel sliep een hond. Het was Aike, een Friese Stabij van 4 jaar oud. De hond zag eruit alsof hij net in het water had gelegen. Naast hem lag tevreden spinnend een dikke rode kater die luisterde naar de naam Japik. Sybe zat aan een vierkante, ruwhouten tafel. Voor hem stond een oude mok met dampende koffie. Hij had net zijn pijp aangestoken en daardoor rook het er heerlijk naar zoete tabak. Sybe zat daar maar en was klaarwakker, hoewel het ochtendgloren nog lang op zich zou laten wachten. Hij had deze nacht zijn bed nog niet gezien. Sybe dacht na, of beter gezegd: hij piekerde. 

 

Een paar uur daarvoor, zo tegen twaalven had Sybe besloten om er nog op uit te trekken. Niet dat hij zin had om de behaaglijke hut te verlaten maar hij maakte zich zorgen. In de loop van de avond was het weer nogal guur geworden. De wind bulderde om het huis en slagregens striemden tegen het raam. Nu vroeg Sybe zich af of hij zijn boot wel ver genoeg op het strand had getrokken, door de wind zou het water bij vloed veel hoger komen dan normaal. Die boot was belangrijk voor hem, hij was graag op zee en met de vis die hij ving verdiende hij wat centen. Eropuit dus maar. Zodra hij buiten kwam, leek de wind hem meteen bij de kladden te pakken. Zelfs Aike had moeite om vooruit te komen, maar toch liep hij vrolijk blaffend tegen de wind in. Het regende ook nog eens flink. Met elke windvlaag striemde het water zijn gezicht. Het was maar goed dat Sybe zijn dikke oliepak had aangetrokken, anders was hij al spoedig volledig doorweekt geweest. Met veel moeite liep hij naar het strand, in zijn hand een oude stormlantaarn om toch wat licht te hebben maar veel hielp het niet. Hij zag bijna geen hand voor ogen. Gelukkig kende hij het eiland op zijn duimpje, anders was hij zeker gevallen. Al snel kwam de strandslag in zicht die hem tussen de duinen door naar het strand zou voeren. 

 

Op het strand ontbrak elke beschutting tegen de wind en het leek wel alsof de wind hier dubbel zo hard waaide. Hij keek naar de plek waar hij de boot had neergelegd. Gelukkig, hij lag er nog maar het scheelde niet veel. Door de harde wind was de vloed zo hoog, dat het water de boot bijna had bereikt. Siebe liep er zwoegend naar toe en pakte het touw dat vooraan de boot zat. Hij zette kracht en sleepte de boot met veel moeite een tiental meters verder. Hij was behoorlijk buiten adem. Hij was een sterke kerel maar hij merkte wel dat hij geen 20 meer was. “No mar wer nei hûs”,  sprak hij tegen zichzelf.

 

Hij keerde zich om en liep richting van de strandslag. De wind had hij nu in de rug en dat liep een stuk gemakkelijker. Plotseling begon Aike angstig te blaffen. Het was maar goed dat Sybe de hond snel greep anders was het dier er zeker vandoor gegaan. Voor de zekerheid deed Sybe hem aan de lijn. Nu kon hij eens kijken wat er aan de hand was. Hij keek naar alle kanten maar zag niks. Misschien was de hond wel geschrokken van een vluchtend konijn of een opvliegende vogel. In een dergelijke stormnacht lijkt alles soms anders, zelfs voor een hond. Gerustgesteld wilde hij weer verder lopen, maar ineens... zag hij wat vreemds. Vanachter het duin scheen een vaag, groen licht. Het was geen licht waar je wat bij kon zien maar een heel zacht schijnsel. Sybe was niet bang uitgevallen en hij besloot er op af te gaan. Hij bond de hond even aan een paaltje. "Hjir bliuwe, Aike." Sybe klauterde omhoog langs het duin. Het was geen pretje, af en toe struikelde hij bijna omdat zijn voet weg zakte in een konijnenhol of hij bleef haken achter een pol helmgras maar hij zette door. Toen hij de top genaderd was, voelde hij zich toch niet meer zo zeker. De wind waaide flink om zijn oren en het leek wel alsof ze tegen hem sprak. "Sybeeeeeee", hoorde hij bij elke nieuwe uithaal maar dat was natuurlijk maar verbeelding. Hij wilde zich niet laten kennen en ging verder. Vlak voor de top liet hij zich voorzichtig op zijn buik zakken. Zo kon hij ongezien in de duinpan kijken, een soort dal tussen de duinen in. Hij tijgerde voorzichtig een stukje naar voren en… zijn hart sloeg over van schrik. Midden in de duinpan zag hij iets dat op een mens leek. Het was een lange figuur en droeg een lichtgrijze monnikspij. Sybe zag hem vanaf de achterkant. Het groene licht dat hij eerder had gezien was hier veel sterker. Het kwam niet van een lamp maar leek rechtstreeks uit de figuur te komen. Sybe werd vervuld van angst. Toch kon hij niet stoppen met kijken, het was alsof zijn blik als vanzelf naar de figuur werd getrokken.  Ineens draaide de figuur zich om en keek Sybe recht in het gezicht. Wat Sybe toen zag deed hem huiveren van ontzetting. Het gezicht van de figuur was heel lichtgroen en had een verwrongen uitdrukking, alsof het oneindig veel pijn had. De ogen waren zwart met rode, gloeiende pupillen. Met zijn benige vinger wees hij naar de grond, alsof daar wat te vinden was. 

 

Het duurde niet lang of Sybe sloeg op de vlucht, hij rende het duin af naar beneden, maakte de hond los van de paal en zette het op een lopen. De wind in de rug gaf het tweetal vleugels. Na enkele honderden meters keek Sybe nog eens over zijn schouder. De figuur stond nu boven het duin, het groene licht was nog steeds duidelijk te zien. Sybe struikelde, viel, krabbelde weer op en ging door. Zo vlug als zijn benen hem konden dragen, rende naar zijn hut. Hij ging vlug naar binnen, deed de stevige grendel op de deur en stak vlug een olielamp aan. Hij rilde en dat was echt niet alleen van de kou. Hij stapelde wat hout in de kachel. Met veel moeite kon hij een lucifer aanstrijken. Zijn trillende handen maakten het haast onmogelijk. Na een paar pogingen lukte het eindelijk en al snel brandde er een mooi vuur. Het leek wel alsof er niets gebeurd was. Sybe droogde de hond af met een oude handdoek, maakte een pot koffie, stopte zijn pijp en ging aan tafel zitten. Daar zat hij nu alweer een paar uur. 

 

Sybe kon er niet over uit. Wat was er gebeurd? Wat had hij in vredesnaam gezien? Hij geloofde niet in spoken en was voor de duvel niet bang. Maar dat wat hij vanavond had meegemaakt viel niet te ontkennen. Zou hij het slachtoffer zijn geworden van zijn eigen fantasie of had iemand hem streek geleverd? Hij bleef er maar over nadenken en kwam er niet uit. Uiteindelijk viel hij toch in slaap op zijn stoel maar het was een onrustige slaap met veel enge dromen. Steeds weer kwam de grijze monnik in beeld en schrok hij weer half wakker.

 

Zodra het licht werd stond hij op van zijn stoel. Tijd om aan het werk te gaan. Hij rekte zich eens flink uit want hij was behoorlijk stijf geworden van de lange nacht in een rare houding. Hij liep naar buiten. De wind was behoorlijk gaan liggen, het was droog en de zon scheen zelfs. Hij hoorde de vogels luid zingen. Vlug waste zijn hoofd onder de pomp. Het was net alsof hij daarmee ook de angstige ervaring van gisteren van zich afspoelde. Hij kleedde zich aan en riep Aike. Samen gingen ze op weg richting de boot.Toen ze weer op de plek kwamen waar Sybe de afgelopen nacht de monnik had gezien, besloot hij nog even te gaan kijken. Met de knikkende knieën klom hij het duin weer op. Tot zijn stomme verbazing zat er een jongeman in de duinpan. "Goeie", zei Sybe. "Hoe giet it?" De jongeman leek het Fries van Sybe niet te verstaan dus herhaalde Sybe het nog maar eens in het Nederlands. "Hoe gaat het?". "Wel goed", zei de jongeman. Ze hadden een kort gesprekje over het weer en het eiland. Na enige tijd stond de jongeman op en stelde zich voor. "Mijn naam is Peter Willems". "Sybe", zei Sybe. "Wat bringt do hjir?" Toen begon de jongeman zijn verhaal.

 

"Ik doe onderzoek naar mijn familiegeschiedenis. In een archief kwam ik een oud geschrift van rond 1500. Het beschrijft een gruwelijke moord op dit eiland, een moord op een monnik."

 

Sybe voelde een rilling over zijn rug trekken, zo van onder naar boven. Toch luisterde hij geboeid en was nieuwsgierig naar het verhaal "Ga door", moedigde hij de jongeman aan.

 

"De monnik woonde in het klooster op Schiermonnikoog. Hij heeft op het eiland een vrouw ontmoet en hij werd verliefd. Van het een kwam het ander en na verloop van tijd bleek de vrouw in verwachting te zijn. De monnik zou vader worden maar dat kon natuurlijk helemaal niet. Monniken mogen niet met vrouwen omgaan, laat staan vader worden. Het kind werd geboren en toen enige tijd later bekend werd dat hij toch een zoon had, bracht dat nogal wat onrust teweeg. In het geheim gaf de abt van het klooster opdracht de monnik te vermoorden en zijn lichaam begraven en aldus geschiedde Waar precies weet ik niet, maar het moet ergens in de duinen zijn geweest. Ik zou er graag een steen bij plaatsen om hem zo te herdenken. Die man was namelijk een van mijn voorvaderen. U zult ook vast wel geen idee hebben?"

 

Sybe's mond was langzaam open gegaan. Hij stamelde "Fannacht… monnik… storm…". De jongeman begreep er niets van en staarde Sybe verbaasd aan. Met een "Wachtet mar efkes" liep Sybe naar de boot toe en haalde een schep tevoorschijn. Vlug begon hij te graven, het gat werd dieper en dieper. Af en toe wisselden ze even en groef de ander verder. Toen het gat bijna twee meter diep was, stuitten ze op iets hards. Voorzichtig groef Peter verder. Al snel bleek dat ze iets bijzonders hadden gevonden. Onder het duinzand lag een compleet skelet. Om de hals kon je nog een oude, bijna vergane rozenkrans zien zitten en een oud medaillon met inscriptie. Dit was het bewijs dat dit echt het skelet van de monnik was. Het werd Sybe bijna teveel, hij vond het griezelig maar ook ontroerend. De monnik had hem blijkbaar nodig om zijn eeuwige rust te vinden.

 

Sybe en Peter hebben het gat snel weer dichtgegooid. Een paar dagen later werd er een korte plechtigheid gehouden waar Sybe, Peter, de burgemeester en een aantal bewoners van het eiland bij aanwezig waren. Er werd een kleine steen geplaatst aan de rand van de duinpan met een eenvoudige tekst.

 

Hier rust Petrus Johannes Willemsz. 

Monnik op Schiermonnikoog

Overleden in 1520

 

Sybe heeft de monnik na deze dag nooit weer gezien en woont nog steeds tevreden in zijn eenvoudige hut. Maar of de monnik zich aan niemand meer laat zien? Als je op een stormachtige nacht langs de strandslag loopt, kan je soms nog steeds een vaag, groen licht zien. Als je het aandurft, kun je het duin even opklimmen en dan kun je de monnik zien. Maar wees niet bang, want als hij je aankijkt zal je zien dat hij een vriendelijke lach op zijn gezicht heeft. Hij heeft eindelijk rust gevonden.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

Klein detail: een échte Schierder spreekt geen Fries, maar Eilauners. ;-)

Geplaatst op: 2014-09-02 13:48:46 uur