Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Overige
Geplaatst:
6 juni 2014, om 20:13 uur
Bekeken:
419 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
220 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Twee zeer korte Verhalen"


 

1.Vernielen

 

Soms kon ik Kees even niet uitstaan. Vanwege zijn verbazingwekkende vernielzucht, en het totaal ontbreken van spijt over wat hij aanrichtte. Ik maakte het zo vaak mee... Het leek wel of het vernielen hem was aangeboren. Ik begreep daar niets van.    
    Bijvoorbeeld als we naar zijn grootvader gingen om geitenmelk te halen, drie keer in de week. Zijn grootvader was boer, of eigenlijk geweest; de koeien had hij weggedaan, en alleen nog wat geiten hield hij. Hij was heel oud en vrijwel invalide, bewoonde een donker houten huis dat van onder tot boven stonk naar geitenmelk.
    De grootvader zat als we kwamen altijd in dezelfde versleten leunstoel; hij kon nauwelijks nog een voet verzetten. Met ingehouden woede vloekte hij over de jeugd van de school in de buurt met hun vandalisme, waarvan zijn eigendommen tegenwoordig steeds vaker het doelwit waren.
    Maar als we weer buiten stonden, met de melkbus aan het hengsel gedragen, dan gooide Kees steevast nog even twee straatklinkers door het dak van zijn grootvaders hooiberg. Een onontkoombaar ritueel leek dat wel. Dan zag je waar eerst nog rode dakpannen waren nu twee nieuwe zwarte gaten er bij.
    Kees' hese lach daarna, of zijn binnenwerk al vroeg versleten raakte, klonk als een soort conclusie, vol sarcasme en onverschilligheid.
    Dan voelde ik een diep en ernstig medelijden met de arme oude man, maar was er tevens van overtuigd dat ik Kees met geen mogelijkheid van zijn daad had kunnen weerhouden.
    – Toch had zijn gedrag op onze vriendschap eigenlijk geen invloed.

 

 

 

2. Het stadion

 

 

We zaten in zijn woonkamer, gemeubileerd met oude rommel, maar toch ordelijk. Verder was er niemand anders dan hij. "Wat een zonderlinge buurt hier," zei ik, "hoe kom je op het idee." – "Kennissen van mij hebben hier vroeger gewoond," zei hij; "maar die zijn allang verkast. Joviale lui dàt!" – Hij sprong op. "Maar als je dacht dat dit alles was! – Tatááá!!!" en hij trok een oude behangdeur open. "En let nu goed op!"
    Ik rees op van mijn stoel en stak mijn hoofd door de deuropening. Wat ik zag was de binnenkom van een klein voetbalstadion! Bij de achterste rij tribuneplaatsen bevonden we ons, op een hoogte van een meter of tien. Die deur waar we in stonden zat middenin de achterwand. Ik keek uit over een zwart en verdroogd voetbalveld beneden. Er stond ergens nog een half doel.
    Bouwvallig was alles rondom, overal hout dat was vermolmd, het beton verbrokkeld, met grijze verf-resten hier en daar, maar je zag nog duidelijk waartoe het allemaal had gediend. Deze overblijfselen van een verleden... Van hieruit had men zijn sport aangemoedigd, en bananen en vuurwerkbommen op het veld gegooid. Achter de ronde rand van de overkapping zag ik op grote afstand een paar reuze gebouwen. Geheel vrijstaand, alsof men later alles eromheen tegen de vlakte had gemaaid. – De hooligans van dit stadion hadden stellig in die betonnen flats gewoond, of  huisden er nòg.
    – Iedereen kent die televisiereportage van de allerlaatste match, – nee, dat was heel ergens anders en jaren terug. Die accommodatie zou daarna verdwijnen voor een nieuwbouwwijk. Na het laatste fluitsignaal stormde al het gajes het veld op en gingen hun stadion zelf tot de grond toe afbreken, doelpalen, toegangshekken, kleedkamers, alles ging eraan; pas toen de Militaire Eenheid  het tuig de catacomben uitknuppelde was het afgelopen.
    "Vroeger bouwden ze toch enerverend niet?" Zijn stem. – En extra handig, je kon hier zonder kaartje te kopen de wedstrijden bijwonen, door deze deur, toen dit allemaal nog in gebruik was. Heb ik ook gedaan, samen met die kennissen; en niemand die er iets van zei. "Hieronder ergens staan nog huizen, net een gewone straat. Slaat toch nergens op?"
    Ik vroeg mij af: waar bevonden we ons in vredesnaam? Niets herkende ik. Ik was ondanks zijn wonderlijke ontdekking, geleidelijk beland in een miezerige stemming, al minutenlang voorspelbaar, door dit vreugeloze weer, het vergane sportcomplex en die eenzame massale hoogbouw verderop. Ik was ik blij dat we teruggingen. – Mijn bedrukte stemming had hij zeker bespeurd, want toen we weer in zijn woonkamertje waren praatte hij de honderd uit over andere leuke verrassingen, die je overal kon tegenkomen als je je ogen maar de kost gaf. 

 




Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.