Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
24 mei 2014, om 16:49 uur
Bekeken:
381 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
222 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Camille (tijdelijke titel) deel 1"


Vandaag heb ik voor het eerst in een lange tijd inspiratie gekregen voor een verhaal. Het is al even geleden dat ik echt heb geschreven, dus ik ben nog een beetje roestig. Feedback is daarom erg welkom!
Dit is geen autobiografie, het verhaal slaat niet op mij, dit is simpelweg het resultaat van een creatieve opwelling (er kunnen, door de haast waarin ik dit heb geschreven, spelfouten in zitten. Voel je vrij om me te corrigeren.)

 

--

 

Langzaam open ik mijn ogen, mijn wimpers plakken aan elkaar. Vermoeid probeer ik me te focussen op wat zich voor mij bevind, maar vage kleuren worden vermengd met elkaar tot een grote drab en een flits van pijn schiet door mijn ogen. Ik sluit ze weer. Door de steken begin ik sneller te ademen. Ik probeer het te negeren en ik voel me geleidelijk rustiger worden. Een zacht gepiep dringt door in mijn gedachten. Het herhalende geluid irriteert me, doet zeer in mijn oren. Alsof iemand keer op keer een naald in mijn hoofd steekt. Waar komt dat geluid vandaan? Aarzelend probeer ik mijn oogleden weer van elkaar te halen. Het blijft heel even zwart, maar dan begint mijn zicht weer te komen. Het plafond is lichtgrijs, zie ik. Het is brandschoon en nergens is een stofje of pluisje te bekennen. Voorzichtig til ik mijn hoofd een beetje van het kussen waar ik lig, en ik probeer naar rechts te kijken. Een felle pijnscheut gaat door mijn nek en hoofd en ik plof weer neer op het kussen. Tranen schieten in mijn ogen, die ik ditmaal stijf dichthoud. Ik klem mijn kaken strak op elkaar. Waarom heb ik zoveel pijn? Mijn borstkas gaat snel op en neer en ik krijg het deze keer niet voor elkaar rustig te blijven. Ik heb zin om te huilen, te schreeuwen “Wat doe ik hier?!”, maar ik krijg het niet voor elkaar een woord uit mijn keel te laten komen. Meer dan onhoorbaar gefluister komt er niet.

Links van me gaat een deur open. Schuifelende voetstappen verplaatsen zich richting mij, gevolgd door zware, dreunende passen. Een vertrouwde vrouwenstem sist iets naar de herriemaker. ‘Stil, Herman. Ze slaapt nog.’

Ik wil schreeuwen dat dat niet zo is, dat ik hartstikke wakker ben en dat ik wil weten wat ik hier in godsnaam doe. Tegelijkertijd weet ik dat dat niet meer dan hopeloos is, aangezien ik niet praten kan. Dus ik blijf stil en voel hoe een zachte hand over mijn arm strijkt. Ik durf mijn ogen niet te openen, omdat ik wel kan raden wie het zijn. Juist de personen die ik niet zien wil. De zware stappen gaan aan de andere kant van mij zitten. Een ruwere hand pakt de mijne en knijpt er zachtjes in. ‘Ben je wakker, Camille?’ 

Open je ogen niet. Niet doen. Ik voel hoe mijn oogleden trillen, maar ik ben niet van plan ze te openen. Niet voor hen.

De zachte hand aan de linkerkant laat me los. ‘Laten we gaan, Herman. Sissy moet ook nog te eten hebben.’

Mijn ouders hun voetstappen vertrekken weer en de deur gaat dicht. Ik voel hoe ik weer moe begin te worden. Slaap neemt de overhand.

 

 

 

 

Mijn naam is Camille. Ik ben negentien jaar oud en ik woon samen met mijn ouders en hun achterlijke kat in een vrijstaande woning aan de rand van een klein plattelandsdorpje. Ik heb een oudere broer, Melvin, maar die is het huis al uit en probeert volgens mij te vergeten dat hij ouders heeft. Wat ik volkomen begrijp.

Ik volg een opleiding Management & Statistiek en heb een baan bij de plaatselijke supermarkt. Sinds anderhalf jaar heb ik een vriend, die nu in kleermakerszit voor mijn neus zit en driftig een stel formulieren aan het invullen is. Zijn wenkbrauwen staan in een geconcentreerde positie en hij heeft zijn tong nog net niet uit zijn mond. Mijn handen grijpen in het zachte vloerkleed waar ik op zit en vinden mijn mobieltje tussen de verfrommelde papieren op de vloer. Geruisloos tik ik mijn pin in op het scherm en open ik een applicatie, maar ik verraad mezelf door de luide klik van mijn camera en Youri kijkt verschrikt op. Haastig vergrendel ik mijn telefoon weer en houd hem achter mijn rug, ''Sorry, je zag er schattig uit.'' giechel ik, semi-beschaamd. 

''Ik ben niet schattig, geef hier dat ding'' hij schuift zijn spullen aan de kant en leunt voorover, slechts centimeters van mijn gezicht af en zet zijn beste puppy-ogen op. ''wist je dat dit telt als stalken?''

Ik kan het niet laten om te grinniken, ''je hebt me zelf binnen gelaten, oen. Volgens mij heb ik al het recht om een foto te maken van mijn vriendje terwijl hij druk bezig is met grotemensenzaken.'' Dat laatste zei ik betuttelend, en dat was voor hem genoeg om een arm om mijn middel te haken, mij omhoog te trekken tot we stonden en ik omhoog moest kijken om hem aan te kijken. ''Durf je wel tegen zo'n kleintje, Youri?''

Hij gaat op zijn tenen staan en kijkt extra fronsend op mij neer ''hoezo,'' hij glimlacht scheef, ''intimideer ik je?'' Daarop laat hij me los en gaat op zijn bed zitten, poseert een uitdagende pose en zegt met de zwoelste stem die hij kan vinden: ''Je mag alle foto's van me maken die je wilt, schatje''

Onwillekeurig schiet ik in de lach, ''hou maar op Youri, je begint eng te worden.''

Hij lacht mee, met zijn witte rechte tanden en dat volmaakte kuiltje in zijn kin. Hij laat zijn arm onder zich vandaan zakken en ligt op zijn rug naar het plafond te kijken. De scherpe contouren van zijn prachtige gezicht steken af tegen de lichtgroene muur achter hem, en ik zie zijn borstkas op en neer bewegen als hij een zucht slaakt. ''Denk je dat ze me aan zullen nemen?''

De vraag verbaast me. Hij is normaal zo zeker van zichzelf, en zijn kunst is prachtig. ''Waarom zouden ze je niet aannemen? 't zou zonde zijn om zulk talent te laten gaan, their loss.''

''Maar ik heb zulke goeie artiesten gezien, die waanzinnig mooie werken maakten en gewoon afgewimpeld werden als de eerste de beste straatkunstenaars.'' verzucht hij.

''Jij bent geen straatkunstenaar, jij hebt potentie. Ik denk echt niet dat ze mensen aan zouden nemen die ze niet beter kunnen maken dan dat ze al zijn. Ze moeten mensen kunnen vormen, Youri, daarom denk ik dat je een goede kans maakt.''

Hij draait zijn hoofd en kijkt me dankbaar aan. ''Ik hou van je, weet je dat?''

''Ik hou ook van jou,'' Ik leun voorover om hem een kus te geven, maar hij trekt me halverwege aan mijn arm waardoor ik over hem heen val.  Lachend geef ik hem een duw aan zijn schouder en hij gebruikt de gelegenheid om me tegen hem aan te trekken in een warme omhelzing. Zijn heerlijke lichaamsgeur doet de vlinders in mijn buik tollen en ik begraaf mijn gezicht in zijn t-shirt terwijl hij me over mijn haar strijkt en kietelende woorden naast mijn oor fluistert.

 

Nog voor de deur in het slot valt hoor ik mijn moeders stem vanaf de tweede verdieping. ''Ben jij dat, Camille? Waarom ben je zo laat?''

Ik hang mijn jas aan de kapstok, neem de tijd om mijn schoenen uit te doen en kijk in de spiegel om de zuigzoen in mijn nek te bedekken met mijn haar voor ik antwoord.

''Camille?''

''Ik was bij Youri, mam.'' Roep ik naar boven. ''En het is pas half negen.''

Mijn moeder komt de trap aflopen, met in haar armen een grote berg was. ''Kan je me hier even mee helpen?'' Ze drukt de helft in mijn handen. ''Je vader heeft weer vuile kleren lopen sparen.''

Samen lopen we door de keuken naar het washok, waar ik haar help met de kleren op kleur te sorteren. Ik zie net op tijd een string van mij ertussen zitten en stop ik die in mijn vestzak voor mijn moeder hem ziet. Gelukkig ben ik haar gaan helpen, bedenk ik me opgelucht. Als we de wasmachine aan hebben gezet, zet ik heet water op terwijl ik de vaatwasser uitruim. Mam gaat aan de keukentafel zitten met haar sudoku, en neemt dankbaar de kop thee aan die ik voor haar heb gezet. ''Youri mag wel blij zijn met zo'n goede vriendin als jij, dat je hem komt bezoeken terwijl hij ziek is.'' 

''Ja, hij voelt zich nog steeds behoorlijk beroerd'' lieg ik, terwijl ik de suikerpot weer terugbreng naar de keuken. ''Ik ga huiswerk maken op mijn kamer, oke?'' Ze hoort me al niet meer.

Net als ik boven ben, hoor ik de voordeur beneden open gaan en de dreunende voetstappen van mijn vader door de gang lopen. Hij mompelt dingen over 'dalende omzet' en 'incompetente mensen', dus ik besluit hem met rust te laten en ga mijn kamer binnen. Het raam staat open, en de ruimte is aangenaam koel. Ik ga aan mijn bureau zitten en haal mijn laptop uit mijn schooltas naast me, klap hem open en zie meteen dat Pat online is. Ik besluit om niet met haar te chatten, ik wou dat ik met Youri kon praten.

Ik loog tegen mijn moeder dat hij ziek was, omdat hem van haar dan wel móet bezoeken. Normaal heeft ze liever niet dat ik naar zijn huis ga, omdat ze niet wil dat ik alleen met hem ben, en mijn vader al helemaal niet. Hij heeft een behoorlijke hekel aan Youri, omdat hij vind dat ik te jong ben om met jongens om te gaan. Moeder is eigenlijk ook niet al te blij, maar ze heeft beloofd tegen papa te zeggen dat hij en ik gewoon goede vrienden zijn. Ik wou dat ze eens ophielden met zoveel controle proberen te hebben over mijn leven, dat ze accepteerden dat ik zelfstandig kon zijn en dat ik niet altijd hun kleine meisje kon zijn.

Melvin was direct weg toen hij achttien werd. Hij vertrok zomaar, zonder iets te zeggen, zelfs niet tegen mij. Een hele lange tijd was ik heel boos op hem, dat hij me zomaar in de steek had gelaten, maar later begreep ik dat hij het niet langer aan kon om te blijven. Op een avond hoorde ik mijn ouders discussieren in de woonkamer, pap was woedend op Melvin en mam probeerde hem te kalmeren. Hij dat hij zijn zoon nooit zou vergeven dat hij ervandoor was gegaan met een buitenlands meisje, en dat hij niet hoefde te proberen om ooit nog thuis te komen. Mijn moeder deed nog een poging om hem te sussen door te zeggen dat zoiets bij mij voorkomen moest worden, en dat ik nooit contact met hem zou mogen zoeken.

Die avond, toen mam dacht dat ik sliep, dekte ze me toe en zuchtte: ''Vanaf nu, Camille, ben je enig kind.''

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.