Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Overige
Geplaatst:
11 februari 2014, om 20:13 uur
Bekeken:
486 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
205 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Sinaasappelen - Afl. 1 van 4"



Een dag eerder leek alles nog vrij gewoontjes, en zoals op de meeste dagen, maar dan plotseling, zomaar, zonder waarschuwing,  veranderde het: de kleur van de dingen, de geuren en smaken, zijn zintuigelijke beleving, zijn manier van denken, alles... 
    Het was niet omdat hij een paar nachten onrustig sliep of helemaal niet, en overdag opgejaagd rondliep alsof hij iets zocht en niet vond, want dan had dit nog de tergende aanloop tot een depressieve inzinking kunnen zijn, met geëigende middelen te bestrijden.
    Maar juist omdat hij moeite had onderscheid te maken tussen waken en dromen in een duistere leegte, kreeg alles meer en meer het karakter van een onontkoombare, mentale instorting.
    Niet vaker dan één keer per jaar gebeurde zulk onheil gelukkig;  meestal laat in de lente; als er zachte avonden waren en de bomen bijna vol in blad. Als het naderde, kon hij het in huis van onrust niet meer uithouden. Dan was het of hij langzaam gewurgd werd, en móest hij weg, weg uit de verstikking van zijn thuis en zijn buurt.
    En dat deed hij ook. Niet zelden bleef hij een hele nacht buitenshuis, een onvermijdelijke, zich aankondigende ontvluchting die gaandeweg iets mee kreeg van een jaarlijks terugkerend ritueel.
    Zijn moeder, – aan dit gedrag door de jaren min of meer gewend geraakt, – had aanvankelijk nog tegen deze in haar ogen onbegrijpelijke gril geprotesteerd, – deels uit moederlijke bezorgdheid, deels omdat moeders nu eenmaal niet graag wijken voor naar haar mening puberale fratsen in opvoedende zin. – Maar dat had niet geholpen.
    Zijn kleine moeder met haar zachtaardige, reeds wat ouwelijk vergrijsde gelaatstrekken van het naar hem opgeheven gezicht, om een passend antwoord te ontvangen... Maar een antwoord kwam niet. – Ze liet hem toen maar begaan; vorig jaar zelfs zonder tegenspraak of bemoeienis. Want er was nooit iets vervelends gebeurd tijdens zijn vreemde escapades en Arjo was gelukkig altijd veilig (en geheel mak) teruggekeerd naar huis.
    Och, hij had haar heus wel willen zeggen wat hem bezielde. Vóór of nadat het gebeurde, als dat haar zou geruststellen.  Als hij maar had geweten hoe... Want over wat hem dreef kon hij haar niet wijzer maken; dat wist hij zelf amper. Soms dacht hij dat wat hem de straat opjoeg, een zonderlinge kracht was, een diep verborgen drijfveer die hem dwong iets te onderzoeken, en vanzelfsprekend niet op straat. Was hem dit raadsel eenmaal duidelijk, dan had hij net zolang gezocht tot hij dat ontbrekende stukje van de puzzel in zijn bestaan had kunnen inpassen.
    Maar hoe vaker hij nadacht, hoe vaster hij geloofde dat het per slot niet meer kon betekenen dan een zinloos symptoom, een geheim waarmee hij zichzelf, onbewust, diende te pijnigen, bijvoorbeeld uit een verdrongen schuldgevoel, (bij gebrek aan een meer verheven bestemming). – Had het een rationele oorzaak, dan zou die hem waarschijnlijk nooit worden geopenbaard (en zouden zelfs psychiaters er een hele kluif aan hebben). – 
    De verhouding met zijn moeder was ondanks alles niet zeer emotioneel of gepassioneerd. Zij wist dat hij het draaglijker vond zich aan de vooravond van zijn impasse buiten op straat (of in een vergelijkbare situatie) te begeven. Zelf beperkte hij zich tot de mededeling daarvan; verder wilde hij haar er niet in betrekken; hij vond dat hij geheel bij zichzelf te rade diende te gaan; nog afgezien ervan dat zij hem toch niet zou kunnen bijstaan.
   
De kwade geest ging na een reeks lauwe meidagen weer in de aanval; en Arjo wist dat hij zich niet vergiste. Weg!.. ik moet hier weg... dacht hij, nu direct! Zuchtend trok hij  – na zijn moeder te hebben gezegd dat het wel weer laat kon worden, – om negen uur de huisdeur achter zich in het slot en vertrok. Zij liet hem gaan, na hem op het hart gedrukt te hebben voorzichtig te zijn. 
     Hij verliet het huis, benard door vage, ongewisse beklemmingen, maar met opvallend weinig andere gedachten. Hij haastte zich direct zijn buurt uit, alsof daar ongeluk huisde, (al wist hij niet welk) – en begon in volstrekt willekeurige richting de ene straat na de andere af te lopen. 
    Over een bepaalde route of vast plan dacht hij niet na; hij was zonder voornemens omdat zijn hersens niet meer rationeel werkten; hij liep doelloos de buurt door; het was een wonder dat hij niet steeds in dezelfde straten ronddwaalde. Visioenen woelden in hem op als kluwen wormen voor zijn ogen, maar overheersten zijn wil nog niet geheel.
    Er liepen slechts een paar mensen buiten die zich schenen te haasten in het vroeg ontstoken lantaarnschijnsel, en een enkele maal passeerde hem een fietser met zoemend voorlicht, wat hem om een of andere reden door de ziel sneed. In de huizen waar hij langs kwam zag hij de bewoners als spoken onder gele schemerlampen in hun huiskamers zitten. Hij had het besef dat alles om hem heen ziek en hopeloos was geworden, dat zelfs de lucht binnenshuis klam was en bedorven; en dat hij daarom met de meeste spoed iets moest verzinnen... Dat als hij niets deed een nòg grotere onrust zich van hem meester zou maken. En hij niet wist wat er dan zou gebeuren. 
    Zijn toevlucht zoeken in de hoofdstad zou hij in geen geval... dat had hij op avonden als deze wel overwogen, maar nooit gedaan... Daarvoor waren er te veel onzekerheden en onprettige verrassingen die je daar konden overkomen, en die hij er niet bij kon hebben. – In zijn eigen vertrouwde geboortestreek blijven was veiliger zo leek het.
     Een duidelijke stank  hing in de straten, van iets dat was ontsnapt bij een industrieel proces, en zich ongecontroleerd had verspreid in de vaalrode avond vol valse beloften en aanpokend onheil. Het leek smeervet. Hij was er niet zeker van dat hijzelf die geur niet meedroeg, als een onverklaarbaar fenomeen, maar veel deed dat er niet toe. Voor hem was die geur de verbeelding van alle troosteloosheid waarmee hij te maken had; thans moest hij vlug een besluit nemen om de storm in zijn brein tot bedaren te brengen.
    Wanhopig stond hij stil op een straathoek en zocht naar alle kanten. Hij was alleen, hij wist het. Misschien moest hij meer persoonlijke relaties in zijn probleem betrekken om het overzichtelijker te krijgen... Maar hoe... Vrienden had hij bijna niet (en eigenlijk nooit gehad; en zij die er waren geweest, hadden er na korte tijd de brui aan gegeven). Er was er slechts één overgebleven, (voor zichzelf noemde hij hem meer een bekende), die nachtportier was en werkte in het oude industriecomplex aan de noordgrens van de stad.
    Een zwakke herinnering aan een bedrijf met reactieketels en roermechanieken ging in hem rond... Naar die vriend zou hij kunnen gaan en hem een avondlijk bezoek brengen, – Desnoods (als dat kon) zou hij daar de gehele nacht blijven, als laatste mogelijkheid. Een dergelijke oplossing zou, (hoopte hij), verbetering kunnen brengen, en alle onrust en radeloosheid tijdelijk verdoven. Die vriend was overigens onkundig van zijn eigenaardigheid en zou vermoedelijk niet veel van het bezoek begrijpen. Arjo was ervan overtuigd dat, mocht zijn vriend vragen hebben, hij wel een passend antwoord zou weten te geven. 
    Het idee van dat bezoek, het vooruitzicht van zo'n buitengewoon fascinerende omgeving, waarnaar Arjo al eerder belangstelling had getoond gaf hem een opgelucht gevoel. Hij meende zelfs dat hij zijn wanhoop weer enigszins onder controle begon te krijgen.
    Om zijn nieuwe ontsnappingsmogelijkheid niet direct aan te spreken, verbleef hij nog in de Hoofdstraat. Voorlopig ging hij, hoewel nog steeds gehaast, de etalages van de buurtwinkels langs, die gekleurd licht als in een caleidoscoop over de stoepen uitstraalden en hij kreeg zowaar iets terug van het evenwicht dat tot nu toe had ontbroken. Weliswaar was zulk doelloos observeren voor zijn bijna uitgeputte energie  vermoeiend, maar het gaf toch iets weer van een minieme triomf sinds hij het ouderlijk huis was ontvlucht.
     Toen de kleingeestige etalages met hun futiele koopwaar hem werkelijk begonnen te vervelen, zette hij er zo veel mogelijk de pas in.
    Het betekende lopen en lopen... vijf kilometer in noordelijke richting, die uitdagende optelsom van dwarsstraten, viaducten, kruispunten, hoge en lage bebouwing, fabrieken en winkeltjes, loodsen en schimmelige schuttingen, oude lantaarns, elektriciteitsmasten en armzalige neonreclames.   
     Als een brokkelige kloof doorsneed de Hoofdstraat zijn geboortestad. Toen hij deze lange straat grotendeels had afgelegd en de kilometers danig in zijn spieren waren achtergebleven, was de onrust in zijn hoofd niet minder geworden. Het lopen voelde aan of zijn benen bewogen zonder dat het iets met de rest van doen had, maar hij ging voort, zonder te wankelen of te rusten. Hij was allengs in stillere buurten gekomen en allerlaatst in een affreus ogende achterwijk waar op dit uur geen mens op straat te zien was. Bij andere aangelegenheid zou hij er blijven rondhangen, het duister zoekend om vanuit steegjes en achterafjes naar binnen te gluren, een neiging waaraan hij soms geen weerstand kon bieden. Maar hij was te gehaast en had voor de verleidelijke duisternis geen oog; hij voelde zich meegezogen in een vreemde koortsdroom en er spookten hem bizarre gedachten door het hoofd. Misschien word ik wel gek, dacht hij op sommige ogenblikken, – àls ik het al niet ben...
    Het was een aanmerkelijk zoele avond; het werd duidelijk dat hij met dit looptempo uitgeput en bezweet bij de vriend zou aanlanden, en daarom gunde hij zich na een tijdje wat kalmere momenten.
    Hoezeer hij ook had verwacht de omgeving van zijn bestemming te kennen, hij was na een poosje toch op minder voorspelbaar terrein. Een stokoude bakstenen boogbrug met bemoste openingen als schietgaten aan de zijkanten moest je over wist hij. Dan een stukje langs armzalige donkere wallen aan het water, net als de vorige keer.
    Maar dan? Zijn geheugen leek aangetast door draaikolken van mist; en de duisternis alom maakte het niet makkelijker. Zijn zolen knarsten weerbarstig op een golvend sintelterrein van een oud bedrijf in vuns lantaarnlicht, en hij werd nog weifelachtiger over de juiste richting naarmate hij de spaarzaam verlichte muren naderde. Het stonk vreselijk naar vetsoorten, en tussen de vaten aan de zelfkant woekerden brandnetels van een meter hoog in hele bossen.
    Hij zakte bijna door zijn knieën en was aanhoudend duizelig. Ik ben doodziek, dacht hij, kan ik dit nog volhouden de hele nacht? Is dit eigenlijk wel beter dan thuis..?
    Toch liep hij verder. Opzij glansden in een gloed van schijnwerpers slanke opslagtanks als raketten klaar voor de start naar de maan. Naarmate hij dichterbij kwam en ze tot respectabele hoogte oprezen, raakte de omgeving sterker verlicht, en nam het infernale gedaver toe van de stoomstralen die in rioolputten bliezen. Weldra bevond hij zich voor de hoge fabrieksmuur waarin tientallen flauw verlichte ramen van draadglas pijnlijk gebarsten naar binnen waren gezegen, alsof er met hamers op in was geslagen. Sommige stonden half open; er wiegelden drijfriemen achter en spaakwielen die met de draaiende schaduwen voor zijn voeten speelden.
    Evenals de vorige maal viel hem op dat men de terreinen met vaten en tankinstallaties zomaar kon belopen zonder dat het werd opgemerkt, laat staan belet. Hij sloop onbelemmerd langs de muur en zag een openstaande deur aan het eind.
    Hij stapte daar zonder veel schroom binnen, nochtans voorbereid dat hij iemand zou kunnen tegenkomen die hem onmiddellijk zou wegsturen. Dan zou hij op hakkelende toon zijn verhaal over de portier proberen af te steken. Het gebouw, binnen overdadig beschenen door grote lampen in dikke glazen kommen, stond vol enorme machines die dreunden. Sommige reikten bijna tot het dak als de motoren van een zeeschip. Het was overal vet, en centimeters dik als gore sneeuw lag hier het grijze stof. Nog steeds niemand... Was ik hier vorig jaar ook, vroeg hij zich af, ik herinner het me niet...

(Wordt vervolgd met nog 3 afleveringen).

 




Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.