Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Overige
Geplaatst:
20 september 2013, om 20:42 uur
Bekeken:
512 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
246 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De komeet van Halberski - Looch"


 

Het zijn vreemde tijden. – Ikzelf ben van huis uit niet bepaald een pessimist vind ik, maar al die onheilsboodschappen van de laatste maanden brengen wel mijn goede geloof aan het wankelen. De kranten melden dagelijks achteruitgang, met de verwachting dat de wereld binnenkort helemaal in de put zal belanden en de internationale handel zal instorten. Dat er ontelbare bedrijven failliet zullen gaan. Dat velen hun baan zullen kwijtraken, waardoor zij hun hypotheeklasten niet meer kunnen dragen. – Wij ook..?
    Ik weet niet, misschien zal het zo'n vaart niet lopen. Of juist wel. Niemand die het weet. Wij  blijven onszelf moed inspreken. Het is verleidelijk aan te nemen dat, terwijl het nu even minder is, alles over enige tijd weer van een leien dakje gaat.

Al heel lang houden Ralitsa en ik van gebeurtenissen die het dagelijkse, wat stroeve bestaan een beetje kleur geven: bijzondere weersomstandigheden, een grote fabrieksbrand of een massaal evenement om te bezoeken kunnen altijd op onze belangstelling rekenen. En dus is ook de komst van het hemelverschijnsel een welkome gebeurtenis. De komeet van Halberski-Looch, de mooiste sinds eeuwen, zeggen de astronomen. Toeval dat er in deze cruciale tijd ook in de kosmos iets speciaals lijkt plaats te vinden?  – Vanavond zal zij op haar hoogtepunt van zichtbaarheid zijn. Dus blijven wij thuis, want dit gaan we natuurlijk niet missen. Het weer werkt mee en alle bewolking is achter de horizon verdwenen, zodat het fenomeen vanavond het ongetwijfeld zeer goed te bewonderen is. Ik heb er al weken naar uitgezien. En de hele dag voel ik me opgetogen in het vooruitzicht van het verschijnsel. Hoe laat is het donker? Tien uur?  
     
Wij hebben achter ons huis een klein vierkant erf, omsloten door twee schuttingen en een schuurtje. Ik ben vanavond al vier keer naar buiten gelopen om de toestand op te nemen. Maar het was nog steeds veel te licht, zodat aan de hemel niets te ontdekken viel, of je moest het je verbeelden. De laagstaande zon scheen nog oranje op de ene schutting.      
    Soms als het avond wordt, voel ik een vage, onbestemde angst. Niet dat het verklaarbaar is, maar dan schijn ik ergens voor op mijn hoede te moeten zijn. Waarvoor blijft onduidelijk. Vanavond heb ik de raadselachtige notie dat het best eens uit de hand zou kunnen lopen. Ik heb geen idee waarom dat zou moeten zijn. Al met al voel ik me een tikje nerveus.
    Om mijzelf een beetje te ontspannen bij het kijken straks, heb ik twee glaasjes Calvados genomen.
       
Wij wonen in een nieuwbouwwijk die hier vijf jaar geleden uit de grond is gestampt. Het is een moderne woonbuurt en die lijkt op een of andere manier te bevorderen dat iedereen hier erg op zichzelf is en weinig tijd heeft voor anderen. Buitendien draaien velen avond- en nachtdiensten in de bedrijven waar ze werken. Zou ook een reden kunnen zijn.  
    Als ik voor de vierde keer naar buiten gelopen ben, tref ik bij toeval buurman Fred aan op zijn achtererf. Fred en zijn vrouw zijn de enigen van de hele straat die wij nog wel eens spreken. Lange Fred heeft rood haar en de lichtste blauwe ogen die je ooit bent tegengekomen. Zijn vrouw heet Agnes en komt bij Ralitsa om de haverklap kookboeken lenen, die ze dan niet terugbrengt. – Ik roep dat er nog niet veel te zien is, om een praatje te beginnen. Lange Fred draait zich om, steekt met zijn hoofd boven de schutting uit en deelt mee dat hij niet gaat kijken vanavond. – "Ik heb hem gisteren al gezien," zegt hij, "bij mijn zwager in de polder. – Veel beter, want daar is het donkerder dan hier. – Ik moet trouwens werken vanavond. Zolang het nog kan, zoals we er tegenwoordig maar bij vertellen. Het is een rare tijd. Hoe is dat bij jou? Sombere vooruitzichten zeker?"  
    "Och, bij ons valt dat nogal mee, hoor. Die bedrijfstak van ons (belastingadviezen) is niet zo kwetsbaar."
    "Ja, dat denk je maar. Eerst lijkt het niks, maar opeens zie je alles om je heen veranderen zonder dat je er wat aan kunt doen, en poff! daar ben jij ook de klos. Zonder dat je er wat aan kunt doen."   
    Fred kijkt op zijn horloge en zegt dat het de hoogste tijd wordt. Hij wenst mij bij het kijken genoegen, brengt zijn hand op groethoogte en loopt zijn huis binnen.
    "Wat zei Fred?" vraagt Ralitsa als ik in de huiskamer terug ben, "ging hij ook kijken?" – "Nee. Hij moet werken en heeft hem gisteren al gezien zegt hij. – Maar gisteren was er toch veel te veel bewolking, volgens mij."   
   
Om half tien is het voldoende schemerig naar mijn idee. 
    Zodra we de deur uitgelopen zijn en op het straatje staan, kijk ik omhoog. "En... jaaa!!" roep ik triomfantelijk. De aanblik van de komeet is reeds verrassend. De kop glinstert flauwtjes, de staart beslaat bijna de helft van de hemel. Ralitsa is achter me aan is gekomen en ik zie dat ze ook omhoog kijkt. Toch is het eigenlijk nog te licht om alles goed te zien.
   
Ik bedenk dat ik het plan had om mijn verrekijker te gebruiken, want zoiets wil je toch zo goed mogelijk waarnemen! "Even mijn kijker halen, die heb ik vergeten," zeg ik; en struikel in mijn enthousiasme bijna over de keukendrempel.
    Als ik terugkom, valt direct op dat Ralitsa zich een beetje heeft teruggetrokken. Zij is op het tuinbankje gaan zitten. Het lijkt of zij haar gezicht expres heeft afgewend. Maar helemaal goed te zien is dat niet door de dalende schemering.
    "Wat is er nu?" zeg ik. "Niet kijken? En je had je er zo op verheugd..."    
    "Ik vind dit niet prettig," zegt zij ernstig, "het maakt me bang." – "Bang? Echt? Hoe kun je nu van zoiets moois bang zijn ? Moet je toch zien. Fantastisch!" Ik probeer haar bezorgdheid weg te nemen met een rustig overredende toon. Maar misschien is het  het beste als ik haar even met rust laat.
    Ik kijk weer omhoog. De komeet is niet veranderd, maar wel duidelijker door de voortschrijdende duisternis. Zij strekt zich uit over driekwart van het uitspansel. De lichtgevende kop en de iets donkerder staart, van de zon afgekeerd. Er glinstert van alles in, lichtroze, geel en blauw oplichtend in vegen, met wat heldere punten als sterretjes. Het beeld is indrukwekkend, een beter woord komt mij niet te binnen. Het doet denken aan een gigantische kerstboomversiering.
    De "mooiste sinds eeuwen". Dit is hem dus. De komeet van Halberski - Looch. Naar haar ontdekkers genoemd. Ik weet niet eens hoe je die moet uitspreken, want hun nationaliteit ken ik niet; die stond er niet bij in de kranten.
    "Je kunt gerust kijken hoor," zeg ik, "het is hier ontzettend ver vandaan en volstrekt ongevaarlijk."
    Maar zij schudt het hoofd en blijft met afgewende blik zitten.
    Wat heeft ze? Ik had dit niet verwacht. En begrijp er ook niets van. Het maakt haar bang zegt ze. Vroeger stonden kometen bekend als brengers van onheil. We weten dat er mensen waren, zo beangst dat ze zelfmoord pleegden, en niet alleen primitieve volken in de binnenlanden. Vooral toen een keer aangetoond was dat er blauwzuur in de staart zat. Gelovigen, die geen enkel verstand van astronomie hadden, die dachten dat de wereld zou vergaan...  Overigens bleek het gehalte aan het giftige cyanide veel te laag om kwaad te kunnen. 

Nu ja, jammer dat zij niet durft, – maar ik laat me er niet door weerhouden.

    In de kranten heeft een oproep gestaan om weinig licht te branden in huis of de overgordijnen te sluiten. Het lijkt dat iedereen zich daaraan houdt. Een geluk ook dat de maan niet schijnt; die is nog niet op. De komeet wordt zienderogen duidelijker en imposanter.
    Het is doodstil overal, alsof wij de enige overlevenden in de hele stad zijn. Ik haal de kijker uit zijn etui en zet hem aan mijn ogen. Het is maar een eenvoudig toneelkijkertje, en ik heb hem aanvankelijk niet eens goed gericht. Ik zie alleen de donkere, met sterren bespikkelde achtergrond, die vooral oneindig diep is, waardoor je er eigenlijk geen kleur aan kan toekennen. Naar het mij voorkomt zijn er meer sterren dan anders, maar dat zal wel de vervreemding van het moment zijn. Dan schuift de komeet van rechts vanzelf mijn beeldveld binnen.
    De aanblik is nu niet meer alleen indrukwekkend, maar ook tamelijk angstaanjagend. Zo dichtbij?! Zodanig overweldigend is het, dat men onwillekeurig gaat denken: als dat maar goed afloopt! Ik voel iets van de instinctieve vrees voor het onbekende, voor de macht van het oneindige al. –
    – Ik houd Ralitsa de kijker voor en probeer mijn stem ontspannen te laten klinken: "Je moet nu even kijken. Het is iets geweldigs, hoor! Dit heb je nog nooit meegemaakt!"
    Ik zie in de schemering vaag dat zij van nee schudt, zonder een woord. Ik heb nooit kunnen bevroeden dat ze er niet tegen kon. Te overweldigend, dit...  Hebben vrouwen toch meer intuïtief gevoel voor zulk een onheil? Cultiveren zij nog de aloude angsten der primitieve volkeren? Bijgeloof?  
    Er hangt een eigenaardige atmosfeer. Het reusachtige natuurverschijnsel boven ons overheerst alles. De komeet lijkt steeds groter te worden of dichterbij te komen. Het is nauwelijks te geloven dat dat alleen maar zo lijkt door de toenemende duisternis. Dit verlichte brok steen en ijs, die gigantische sneeuwbal, die overal, op de hele wereld te zien is. – Mijn kijker hangt aan een riempje om mijn nek, en opeens hindert mij dat. Ik doe hem af en leg hem op het tuintafeltje.
    En het is gek, maar mijn gedachten dwalen ondanks het geweld boven ons af. Of ik gedwongen wordt aan de wereldcrisis te denken, die ik even was vergeten. Hoewel het niet koud is, voel ik een huivering over mijn rug trekken. Of ik voor het eerst de bedreigende waarheid van de economische ramp zie naderen.
   
Wat is dat toch steeds voor geluid?.. Nu weer... Het lijkt een stem, elektrisch versterkt...  Het zinkt af en toe in, zwelt dan weer aan.
    "Hoor je dat ook? Die stem in de verte, zeg ik. Wat zou dat zijn?.." Ralitsa antwoordt niet, zit bewegenloos. – "Hoor eens!.. Dat lijkt toch niet helemaal pluis... Ik probeer scherp te luisteren, maar de stem blijft onverstaanbaar. Het zou een auto met luidsprekers kunnen zijn, het verplaatst zich. Komt die onze straat in?
    Net als ik nog iets wil zeggen, vliegt Ralitsa op en loopt haastig naar de achterdeur.
    Zij doet het licht aan en ik zie de heldere rechthoek van onze keuken als uitgeknipt uit het donkere vijfkant van het huis. Dan zie ik, in het gelige schijnsel, dat zij zich krampachtig brakend over de gootsteen buigt.

Ik ben alleen achtergebleven. Nog zwak is de luidspreker te horen, verderweg. Ik kijk naar de keukendeur, waar Ralitsa intussen is verdwenen. Peinzend peuter ik aan de riemgesp van de kijker, hoewel ik niet weet waarom. De komeet hangt als een monsterlijke, lichtgevende draak boven alles.
    Weerzin wurgt mijn keel als ik eraan denk naar binnen te moeten gaan, waar Ralitsa is.
    Ik wil niet weten welk onheil ons gaat treffen;  ik kan daar niet tegen.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.