Gegevens:

Categorie:
Spanning/Thriller
Geplaatst:
27 februari 2013, om 10:36 uur
Bekeken:
829 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
273 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Het Ronde Huis .4"


Met de wegenkaart geopend op mijn knieën zat ik naast Bram. We spraken weinig; eigenlijk hadden we elkaar niet zo veel te zeggen. Op de Veluwe, bekend als een oer-christelijke omgeving en onheilsgebied vanwege de vele uitbraken van polio in het verleden – de straf van God -, reden we even ten zuiden van Nunspeet zwijgend over verlaten wegen naar een plek waar we het busje achter konden laten. We fietsten verder over zandweggetjes naar de plaats waar het Ronde Huis moest hebben gestaan. Ik herkende alles, ik had me goed ingelezen op internet, de kaarten en foto’s goed bestudeerd en in me opgenomen. Een hoge haag van rodondendrons langs het pad leidde naar de plek – de plaats delict. Hier had zich dus alles afgespeeld: een komen en gaan was het hier geweest van hooggeplaatsten, van schatrijke machtige lieden - de machtigste heren van heel Europa die op deze plek de smerigste dingen hadden uitgehaald -, de elite van weleer, de havenbaronnen, grootgrondbezitters, hoge legerofficieren, grootindustriëlen, adellijke losbollen – allen seksmaniakken, deelnemers aan orgiën, allen verzot op seks met jonge kinderen. Gruwelijke taferelen hadden zich hier voorgedaan in en rondom het Ronde Huis, bij de vijver, in de bossen. Gevangengehouden meisjes van wie de voetjes opzettelijk verminkt waren zodat ze niet weg konden lopen. Die uiteindelijk vermoord werden en in de bossen begraven. Eén groot Gothick horrorgebeuren moet het geweest zijn.

  Ik liep er wat beduusd rond. Bram was voortvarend te werk gegaan, hij had de metaal detector uit zijn rugzak gehaald en de koptelefoon opgezet. Hij zocht op een hogergelegen plek, de afgeplatte heuvel waar het gebouw moet hebben gestaan. Ik liep langs een laag bakstenen muurtje. Een onaangenaam gevoel bekroop me, overmeesterde me. Hier, in deze desolate omgeving, had die oer-slechterik Frank van Vloten rondgelopen met zijn jachtgeweer onder zijn arm. Zijn geest waardde rond. Hier, op dit oude verweerde muurtje had de jonge prinses in de zon gezeten en over het meertje uitgekeken. Naast Prins Hendrik, haar geliefde vader, die haar bezwangerde toen ze zeventien was, die een kindje bij haar verwekte dat ze onmiddellijk af moest staan, een meisje dat ‘weggestopt’ in een nonnen-klooster in Brabant voortaan als Marie-Claire Rovers onbekend en onbemind door het leven zou gaan. Tot haar eenzame dood in 1998 op tachtigjarige leeftijd.

  Bram scheen geen geluk te hebben op de plaats waar hij zocht zo’n tien meter verderop; wel zag ik hem af en toe bukken om iets op te rapen of om te wroeten met zijn handschepje. Ik nam de zilveren munt uit m’n broekzak, spuugde er op, bukte me om er wat droge aarde op te wrijven en groef een kuiltje met m’n hak. Vlak bij het muurtje gooide ik de munt neer, schoof met de zijkant van m’n schoen er wat aarde overheen, liep verder.

  Na een tijdje gaf Bram het op, de plek waar het Ronde Huis had gestaan had niets opgeleverd. Hij zette het apparaat uit en trok de koptelefoon van zijn hoofd.

  ‘Ik zoek hier naar overblijfselen van het spoorlijntje en het ondergrondse gangenstelsel,’ riep ik hem toe, ‘probeer daar nog eens langs dat muurtje, daar hebben de machtigen der aarde in het zonnetje  gezeten om uit te rusten na hun orgiën. Ik blijf liever uit de buurt – vanwege de spinnen die zich waarschijnlijk op houden in donkere hoekjes en spleten tussen die oude bakstenen...’

  ‘Hele families,’ riep Bram grijnzend terwijl hij naderbij kwam. ‘Opa’s en oma’s, papa’s en mama’s, broertjes en zusjesspinnen..’

  Hij zette zijn koptelefoon weer op en struinde langs het muurtje, zwaaiend met het schoteltje van het apparaat naar links en naar rechts. Ik keek van een afstand toe. En ja hoor: Bingo! Ik kon de piepjes horen. Bram bukte zich, wroette met het schepje en kwam overeind met iets in zijn vingers, iets belangrijks, mogelijk iets waardevols. Hij gebaarde me om naderbij te komen maar ik riep dat ik uit de buurt bleef vanwege de spinnen. Hij kwam naar me toe.

  ‘Wat is het, wat heb je gevangen?’ vroeg ik.

  ‘Een ouwe munt...’ Hij wreef hem schoon met zijn duim.

  'Uit 1907 zo te zien.’ Hij was als een kind zo blij.

  ‘Laat eens kijken.’ Hij overhandigde de munt. ‘Verrek já. Die heeft een van die rijke stinkerds van toen hier laten vallen – vond het niet eens de moeite om het op te rapen. Misschien Zwijnen Heintje wel, die problemen had met het bukken vanwege zijn volgevreten ronde buik.’ Ik bekeek het kleinood aandachtig. ‘Inderdaad uit 1907, ik zie het duidelijk,’ zei ik. ‘Van zilver als ik me niet vergis.’

  Ik gaf hem zijn munt terug en hij liep er enthousiast mee naar de vindplaats. ‘Waar er ééntje ligt kunnen er meer onder de grond verborgen zitten, broertjes en zusjes, papa’s en mama’s enzo,’ zei hij grijnsend. Hij zette zijn koptelefoon op en zwaaide langzaam en zorgvuldig met zijn speurapparaat heen en weer  langs de lage bakstenen muur. Een lange tijd was hij bezig met het zoeken naar eventuele familieleden des munts, maar helaas, no such luck, de zilveren half-gulden bleek slechts een zielig weesmuntje te zijn, moederziel alleen op de wereld, sans famille. Ik bleef toekijken. Op afstand. Vanwege de spinnen.

  Bram staakte zijn bezigheden, zette de metaal detector tegen het muurtje. ‘Tuurlijk, anderen zijn ons hier voorgeweest, dat moet wel,’ zei hij. ‘Maar deze hebben ze gelukkig over het hoofd gezien.’ Hij klopte glunderend op zijn borstzakje. Ik was blij voor hem - had hij tenminste iets om aan zijn zwangere Ingrid te laten zien, een pronkstuk van edelmetaal om tussen zijn bronzen munten in de vitrinekast te leggen.

  Een ouder echtpaar fietste in onze richting – eindelijk wat mensen in deze enorme verlatenheid. Bram wuifde naar hen. Ze stopten en stapten af. Bram liep stralend op hen toe om een praatje te maken en hun trots zijn munt te tonen.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.