Gegevens:

Categorie:
Spanning/Thriller
Geplaatst:
25 februari 2013, om 10:37 uur
Bekeken:
806 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
292 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Het Ronde Huis .2"


In het studentenhuis trof ik in de entreehal een man aan die op handen en knieën bezig was grijze tegels te leggen. Ik bleef op de drempel staan. De huisbaas had dus eindelijk besloten om iets aan het achterstallige onderhoud te laten doen. Ik maakte een praatje met hem boven het geluid uit van zijn met cement besmeurde radio.

  Hij rechtte zijn rug en zette het geluid zachter. Hij gebaarde naar de gang en naar de wc. 'Daar ben ik klaar, daar kan je gerust lopen,’ zei hij.

  ‘Daar kom ik nooit, daar zit altijd een dikke spin,’ zei ik. ‘Ik gebruik de wc boven. Ik lijd aan een ernstige vorm van arachnofobie.’

  Hij leek onder de indruk van het woord. ‘Spinnenangst,’ legde ik uit. ‘Ik hou niet van kriebelbeesten die  met harige poten over je blote bil omhoog rennen als je op de pot zit. Of dat zo’n arachnorakker je een venijnige beet in je eikel geeft. Goorpotige griezels! Ze houden zich verscholen onder de wc-bril of kruipen in donkere hoekjes en gaatjes tussen de muurtegels.’

  Hij moest hier hartelijk om lachen. ‘Ik zal straks even boven kijken of daar nog scheuren en gaten zijn,’ zei hij. Hij stond op, rekte zich en stelde zich aan me voor. ‘Bram Leeuwenhorst,’ grijnsde hij. Ik had het niet goed verstaan, de muziek stond nog te hard.

  ‘Leverworst?’ vroeg ik.

  Weer zijn bulderende lach.

  ‘Loes, een van de medebewoners van het huis, heeft laatst eentje voor me doodgeslagen, met haar vlakke hand, zo pats boem op de witte tegels tegen de muur vande wc, what a woman! Normaal gesproken is ze vegetarisch – ze is lid van de Partij voor de Beesten of zoiets, maar ze had deze keer geen tijd om die vieze zespoter of achtpoter – wat is het eigenlijk? - te vangen en met twee holle handen op elkaar de trap af, de gang door, naar de achtertuin te brengen – ze moest snel naar college.’

  Bram Leverworst vond het een prachtverhaal, hij zag het voor zich, zei hij - pats!

  ‘Loes doet aan karate,’ vertelde ik. ‘Normaal zou ze de spin een karatetrap uitgedeeld hebben

maar dat gaat nou eenmaal niet in het kleinste kamertje van het huis.’

  Bram brulde van het lachen, opnieuw zag hij het voor zich: Loes in de kleine nauwe ruimte van de wc, een trap met haar been ter hoogte van haar schouder.

  ‘Zo’n zwart langpotig rotkreng,’ zei ik op ernstige toon, ‘hij probeerde nog weg te komen, rende omhoog naar het plafond, maar nee hoor – tjak! Maar ik vrees dat spinnemans niet de enige van zijn soort was, dat ie vast nog wel wat broertjes had, of een papa en mama. Vast geen weeskindje, moederziel alleen op de wereld, geen Remi sans famille. Nee, zijn vele familieleden, neefjes en nichtjes ook, houden zich nu nog even  schuil in donkere kieren en gaatjes maar als ze de kans krijgen... Wraakzuchtige krengen, ze zullen niet nalaten de dood van een van hen te vergelden:  bloedwraak! eerwraak!’

  Bram hoestte van het lachen. Toen hij enigszins bijgekomen was, beloofde hij alle scheuren en gaatjes zorgvuldig te dichten zodat die gemene eikelbijters zich daar voortaan niet meer konden verstoppen.

  Ik vroeg of hij nooit last van zijn rug kreeg van al dat voorovergebogen zitten op zijn knieën. Hij was nu nog jong maar dit soort werk kon je toch niet tot je veertigste volhouden? Viel reuze mee, vertelde hij. In de weekends liep hij zo veel mogelijk rechtop, in de bossen en over zandvlakten. Hij stond op en liet me de naam De Piepers zien die in gifgroene letters gedrukt stond op zijn poepbruine t-shirt. Eronder was een afbeelding van een vreemd soort apparaat dat eruit zag als een of ander martelwerktuig of orthopedisch hulpmiddel.

  ‘De piepers?’ vroeg ik, ‘zijn dat geen aardappels? Of heeft het iets te maken met de naam van jullie klussenbedrijf, dat Zo Gepiept! heet of zoiets?’

  Leverworst grijnsde schaapachtig. ‘Nee, geen aardappels. Het is de naam van onze vereniging: De Piepers. En dit ding hier...’, hij streek zijn t-shirt glad over zijn borst, ‘is een DS -9 Black Bull Allround metaaldetector. Zo’n ding heb ik thuis. Een ding dat piept als het iets vindt – vandaar de naam van onze vereniging.’ Zijn hobby was schatzoeken met een metaaldetector, daar knapte hij helemaal van op na al dat doordeweekse geklus in keukens en gangetjes en wc’s. Op een mountainbike er op uit. Alleen of met zijn vriendin. Maar die had er de laatste tijd niet zoveel aardigheid meer aan sinds ze zwanger was. Ze wilde niet met haar bolle buik op zo’n terreinfiets kriskras door woeste landschappen crossen.

  Hij sprak er enthousiast over. Vertelde dat hij thuis een vitrinekast had vol gevonden spullen:  musketkogels, gespen, bronzen munten... Gevonden op plekken waar veldslagen waren geweest in de Tweede Wereldoorlog of in de tijd van Napoleon.

  Napoleon had nooit een veldslag geleverd op Nederlands grondgebied, vertelde ik hem. Daarvoor moest hij toch echt naar België – naar Waterloo. Of naar Rusland. Ik had eigenlijk geen tijd voor een praatje, ik wilde achter m’n computer zitten om te weten zien te komen wat die Van Vloten -  that bug-eyed creep – in zijn schild voerde, maar vooruit! Ik vond Leverworst wel een geschikte kerel; oom Felix zou hem een ‘toffe peer’ hebben genoemd in zíjn studententijd.

  Hij had eens een zoekmaatje gehad, vertelde Bram, die veel meer wist over geschiedenis en die de beste plekken kende waar ze met zijn metaaldetector konden zoeken. Maar die jongen, Bernie, had één groot probleem: hij had een grote bek, hij was lastig, hij maakte moeilijkheden, en nu had het bestuur van hun club hem geliquideerd.

  ‘Geliquideerd?’ vroeg ik.

  ‘Ja, geliquideerd van de ledenlijst; hij mag niet meer op de clubavonden komen, hij is niet meer welkom. Maar hij had het er wel naar gemaakt, moet ik zeggen.’

  ‘Waarschijnlijk bedoel je geroyeerd,’ zei ik. ‘Ze hebben hem toch niet tegen de muur gezet en een kogel door z’n kop geschoten?’

  ‘O, zeg je dat zo. Ja, ik ben niet zo goed met woorden. Meer met m’n handen. Oké, geroyeerd dan. Maar ik ben nu mooi wel m’n vaste zoekmaatje kwijt, hij wou niet meer gaan schatzoeken, jammer.’

 

Op mijn kamer zocht ik via internet naar informatie over Xavier van Vloten maar vond niets. Des te meer over een naamgenoot, ene Frank van Vloten, grootgrondbezitter, die een eeuw geleden had geleefd - van 1858 tot 1930 – en in een villa, het Ronde Huis, had gewoond in de bossen bij Nunspeet. Een intrigeerende man: alom gevreesd, een seksmaniak, een kinderverkrachter – de Zwarte Duivel – altijd in het zwart gekleed. Het begon me te dagen: onze huidige Xavier van Vloten spiegelde zich aan, modelleerde zich aan die rijke stinkerd van weleer, dat was het! Modelleren? Was dat niet een kreet uit het neurolinguïstisch programmeren, die pretentieuze pseudowetenschappelijke hocus-pocus uit de zakenwereld voor patserige, patjepeeërige managers, verkopers, graaibankiers en vertegenwoordigers? Die moesten immers bij zichzelf de eigenschappen en vaardigheden zien aan te kweken van bekende of beroemde succesvolle businesslieden of desnoods van fictieve figuren als Sherlock Holmes en James Bond of van mythische wezens als Jezus Christus of Graaf Dracula. Bizar. Waarom niet Dagobert Duck of Olivier B Bommel? Had de huidige Xavier van Vloten zich karaktertrekken en uiterlijk eigengemaakt, was hij een navolger geworden, van een historische figuur, de beruchte grootgrondbezitter Frank van Vloten na eerst zijn licht te hebben opgestoken op een cursus neurolinguïstisch geprogrammeerde apekool? En nu dus een kopie, een kloon van zijn illustere naamgenoot.

  Ik las en ik las. Ik kreeg een lumineus idee. Echt zo’n woepiedoe-eureka-aha-erlebnis: met Bram er opuit! Ja, waarom niet? Bram Leverworst, de jongen die de nietbestaande God zo- even beneden op zo’n serendipiteitelijke wijze op mijn levenspad had gestuurd. Samen met hem poolshoogte nemen bij dat Ronde Huis, althans de plek waar het originele Ronde Huis had gestaan - de locus delicti. Een beetje onderzoeksjournalist zou toch juist daar een kijkje nemen, de hardboiled detective, de hardgekookte speurneus gaan uithangen à la Raymond Chandler en Dashiell Hammett? Couleur locale opsnuiven, praten met mensen uit de buurt, wie weet wat dat zou opleveren. En een beetje neurolinguïstisch geprogrammeerde lulkoekhapper zou met gestrekte keel luid de bekende strijdkreet uitgestoten hebben: Tsjakka! We gaan ervoor! Maar ik hield me in. Ik rende naar beneden.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.