Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Drama
Geplaatst:
26 mei 2012, om 23:09 uur
Bekeken:
819 keer
Aantal reacties:
2
Aantal downloads:
267 [ download ]

Score: 2

(2 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Leegloop"


Met zijn stramme handen gevouwen achter zijn rug, staat Doeke Bartels aan de rand van de weidse akker. Het oranje van de ondergaande zon kleurt de wereld met zachte pasteltinten, de harde lijnen van de dag vervagend. Aardappelscheuten steken in lange rijen tot aan de einder hun tere kopjes boven de grond. Een wulp strijkt neer op de zwarte aarde, zijn stijgende roep verbreekt de stilte van de milde voorjaarsavond. Bartels staart in de verte. ‘De laatste keer.’, mompelt hij voor zich uit.

 

Het was bijna zestig uur geleden. Een donkerblauwe auto stopte op het erf. Twee mannen waren uitgestapt en hadden zoekend om zich heen gekeken.  Zodra ze Bartels in het vizier kregen kwamen ze doelgericht op hem af. ‘U bent Bartels?’ Hij had bevestigend gemompeld en ze wantrouwend gadegeslagen. De oudste van de twee viel met de deur in huis: ‘Ik heb de plicht u dit dwangbevel te overhandigen. U dient uw huis binnen tweeënzeventig uur te verlaten en het aan de autoriteiten over te dragen.’ Bartels voelde zijn hart samenkrimpen. Hij had op dit moment gewacht zoals een terdoodveroordeelde op zijn beul; nog altijd hopend op gratie die redelijkerwijs niet verwacht mocht worden. Bartels zou huis en haard moeten verlaten, of hij wilde of niet. Verzet had hier geen zin. Hij nam het document aan en zei: ‘Het komt in orde, heren.’ Met een wrange glimlach bracht hij de hand aan zijn pet bij wijze van saluut.

 

De eerste berichten over een mogelijke ontruiming waren vijf jaar geleden in de media verschenen. Een uitgelekte raadsnotitie en een ijverige journalist vormden de perfecte ingrediënten voor een heuse dorpsopstand. Het hele dorp was in rep en roer, een actiecomité werd opgericht en nog diezelfde avond zat een groot deel van de ruim 200 bewoners in het kleine dorpshuis om plan de campagne te maken. Bartels was er ook geweest. Hij herinnerde zich de strijdlustige kreten. ‘Ons mooie dorp teruggeven aan de natuur? Dat nooit! Liever dat ze me ten grave dragen dan dat ik vertrek. ’ De stoere taal gaf hem hoop. Hij behoorde niet tot de schreeuwers maar was wellicht toch de meest standvastige van het stel; zijn boereninborst verloochende zich niet. Zijn grond, zijn geboortegrond waarmee hij zo vergroeid was zou hij nooit verlaten.

 

Bij thuiskomst had hij verslag gedaan aan zijn vrouw. Gezeten op de rand van het bed vertelde hij wat er gezegd was en door wie. Siene had hem aangehoord en hem gerustgesteld. Zo’n vaart zou het toch niet lopen? Maar hij was er niet gerust op; ambtelijke molens malen langzaam maar doorgaans wel gestaag. Hij wist dat de wet natuurcompensatie voorschreef bij grote projecten en dat juist hun dorp door de leegloop van de afgelopen jaren een goede kandidaat was.

 

Hij schrikt op uit zijn overpeinzingen. Siene; hoe lang was ze nu al weg? Ze had een langdurig en pijnlijk ziekbed gehad en hij had haar verzorgd. Feitelijk was hij er niet handig genoeg voor maar met hulp van de Thuiszorg ging het net. Zijn wat onbehouwen manier van doen had ze steeds met liefde gadegeslagen. De slopende ziekte had haar langzaam maar zeker afgebroken tot er slechts een schim over was van de vrouw die hij ooit had gehuwd.  Het was een droevige tijd geweest maar wel met een gouden krans. Ze hadden gesproken over al het goede dat het leven hun had gegeven. De vreugde van de mooie reizen, de jachtpartijen, de succesvolle uitbreiding van het bedrijf. Ook hadden ze kunnen spreken over hun grote verdriet; hoe graag ze ook hadden gewild, kinderen waren er nooit gekomen. Maar het meest bijzonder was, dat ze eindelijk hun gevoelens voor elkaar durfden te benoemen. Het ging onwennig en de woordkeus was onhandig maar het gaf hun wel de zekerheid dat het goed zat tussen hen. Ze waren in die periode dichter bij elkaar gekomen dan ooit tevoren.  

 

Hij zucht. Het leven was goed geweest maar wat restte hem nu nog? Op zijn best een kwijnend bestaan in een aanleunwoning.

 

Na de eerste bijeenkomst was het actiecomité voortvarend aan de slag gegaan. De wethouder had hen weliswaar verzekerd dat de notitie slechts een verkenning betrof maar daarmee namen de inwoners geen genoegen. Spandoeken werden besteld en folders gedrukt. Een website werd gemaakt en het comité werd een stichting met een ordentelijk bestuur. Maandelijks kwamen ze bijeen en bespraken de actuele ontwikkelingen. Toen men echter een half jaar niets meer van de plannen had vernomen, verslapte de aandacht. De vergaderfrequentie werd teruggebracht tot eens in de twee maanden, spandoeken verdwenen langzamerhand en men vond dat het toch maar fijn met een sisser was afgelopen.

 

Op de dag van Siene’s overlijden stond onverwacht de aankondiging in de krant. Een aanvraag voor het wijzigen van het bestemmingsplan om grootschalige natuurontwikkeling mogelijk te maken. Andermaal werd de rust in het dorp ruw verstoord. ’s Avonds zat het dorpshuis vol. De voorzitter van commissie had ’s middags al verhaal gehaald op het gemeentehuis en verkondigde met een sombere blik dat de plannen reeds in een vergevorderd stadium verkeerden. Ze hadden nog wel mogelijkheden om de plannen aan te vechten maar de kans op een overwinning leek gering.

 

Bartels had het nieuws nauwelijks meegekregen. Zijn wereld was sinds enkele weken steeds kleiner geworden om ten slotte te sublimeren in de paar vierkante meter van het bed; het sterfbed van Siene. Nog een laatste maal had ze naar hem geglimlacht. ‘Het ga je goed, lieve man’, lispelde ze en een waas trok over haar gezicht. Het was gebeurd.

 

De dag dat ze haar ter grave hadden gedragen had de warme zomerzon zeer haar best gedaan. De prachtige rouwkoets met de twee Groninger paarden ervoor, de dienst in het kleine kerkje, de grote stoet bekenden die haar begeleidden achter de koets naar het kerkhof; ze stonden hem helder voor de geest. De lucht boven landerijen trilde, de aardappelen stonden in bloei.

 

Toen de wereld na enige tijd weer wat tot Bartels begon door te dringen, realiseerde hij zich wat er ging gebeuren. Zijn geboortestee, de plek waar vele geslachten Bartels hadden gewoond werd verkwanseld. Zo hij dan toch eenzaam zijn oude dag zou moeten slijten, dan toch zeker op zijn geliefde boerderij. ‘Ze kunnen verrekken, die grote lui’, sprak hij met ingehouden woede, ‘nooit ga ik hier weg.’

 

De procedure ging verder als een ploeg door de akker. Niets leek de voortgang in de weg te staan. Procedure na procedure werd verloren. Het bezorgen van ‘de brieven’ vormde de eerste maten van de coda. In de brief konden de bewoners kennisnemen van de totale schadeloosstelling die aan hen zou worden uitgekeerd bij vrijwillig vertrek. Eerst weigerde men massaal maar langzamerhand veranderden de geluiden. ‘Je kunt er wel een mooi nieuw huis voor laten zetten’, sprak de een. Een ander zag een buitenkansje. Bij een derde leek vooral de angst te regeren: ‘Nu krijg je in ieder geval nog iets, als we langer wachten krijgen we misschien wel de kous op de kop’. Allengs ontstond er meer animo om in te gaan op het aanbod. Toen Gertjan Hoving als eerste aangaf te hebben getekend, werd er nog wel even gemokt maar het eerste schaap was over de dam. Gertjan stond te boek als een verstandig man die niets deed voor hij er goed over had nagedacht. Toen de laatste procedure werd gevoerd bij de Raad van State zat slechts een handvol inwoners op de publieke tribune. Ze waren zelfs door dorpsgenoten onder druk gezet om de procedure te staken.

 

Bartels hoorde niet bij de ondertekenaars van de brief. Zijn verdriet hield hem echter teveel bezig om zich actief met de protestbeweging te bemoeien. Hij sleet zijn dagen zoveel mogelijk in eenzaamheid, nam ’s avonds een paar borrels en hoopte op een genadige slaap die soms wel, maar vaker niet kwam. Elke ochtend werd hij wakker met het besef dat er iets vreselijks was gebeurd. Dan keek hij naast zich en constateerde dat haar plek leeg was. De pijn was onbeschrijfelijk maar toch stond hij op. Hij maakte gewoontegetrouw een boterham klaar en werkte die met een paar slokken lauwe thee weg. De rest van de dag klungelde hij maar wat aan. Een wandelingetje door het veld, een stukje op de fiets om wat boodschappen te doen. Mensen sprak hij nauwelijks, de aanloop die er kwam stond hij aan de deur te woord.

 

De eerste sloopwerktuigen waren gekomen. Op volgorde van tekenen werden de huizen gesloopt, te beginnen met de oude boerderij van Hoving. Met pijn in zijn hart registreerde hij hoe eerst de pannen van het dak werden gehaald. Vervolgens werden met een kraan de muren omgehaald.  Het oude dorp leek te zuchten onder de wond die haar was toegebracht. Huis voor huis ging ten onder en het dorp werd leger en leger. Toen ten slotte ook de school en het dorpshuis werden gesloopt was het hart uit het dorp. Nog slechts een handvol inwoners bleef achter, nog een achttal huizen stond overeind.

 

Morgenochtend is het dan zover. Rond negen uur moet hij het huis hebben verlaten en zou hij het moeten overdragen aan de instanties. Ze zouden nog een laatste ronde maken en de deur verzegelen. Hij had bij andere huizen gezien dat het pand vrijwel onmiddellijk daarna tegen de vlakte zou gaan. Hij moest zich nu dan toch gewonnen geven en de plek waar vele generaties voor hem hadden gewoond achter zich laten. ‘Teruggeven aan de natuur’, hadden de autoriteiten gezegd.

 

Bartels keek uit over het aardappelland. De aardappelen zouden verder opgroeien om over enige tijd in lila, roze of wit te gaan bloeien. De ijzeren regelmaat van het boerenbedrijf is onverbiddelijk. Volgend jaar zal deze akker grenzen aan een nieuw natuurgebied, het ooit zo levende dorp dat aan het moeras is onttrokken zal weer in zijn oorspronkelijke staat zijn teruggekeerd.

 

Een laatste blik, Bartels draait zich om. Zijn kromgewerkte lijf begeeft zich als vanzelf naar de grote schuur en verdwijnt uit beeld. Met zijn handen omklemt hij het koude staal van zijn oude jachtgeweer, hij voelt de loop tegen zijn voorhoofd. Een knal klinkt over de velden.

 

Hem krijgen ze hier niet weg.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

heel ontroerend geschreven. leest vlot en boeit.

Geplaatst op: 2012-05-27 02:03:37 uur