Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Liefde/Romantiek
Geplaatst:
22 augustus 2007, om 21:20 uur
Bekeken:
1122 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
593 [ download ]

Score: 2

(2 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Obert en co (slot)"


   " Oef!!! Dat was de moeite, manlief!" zucht Liesbeth, moe maar voldaan na gedane arbeid, naast haar ventje neerploffend.
" Zalig!!!" puft Floris nog nagenietend van het zopas genoten liefdesexploot. Maar dan plots bezorgd: " Zeg, Lies! Het kan toch geen kwaad voor....?"
" Voor wat?"
" Awel, voor de kleine, hé?"
" Bijlange niet, gij! Nog héél lang niet!" lacht Liesbeth.
Een tijdje liggen de beide echtelingen stillekens dicht bij elkaar te genieten.
" Ik had niet verwacht dat gij er aan zoudt denken!" pretoogt Liesje naar Flor opkijkend.
" Aan wat?" vraagt Flor afwezig, volop van het hem door de naakte Liesje geboden schouwspel genietend.
" Dat het vandaag juist drie maand geleden is dat we mekaar voor het eerst tegenkwamen!" legt Liesbeth uit.
" Hoe zou ik dát nu kunnen vergeten?" jokt Floris, Liesje voor een tweede rondje huwelijksworstelen tegen zich aantrekkend.
 
" Sergeant!! Seeer....geant!!!" dondert commandant Mercier de deur van zijn kantoor ongeduldig opentrekkend.
" Ja, kapitein?" springt de aangesprokene recht.
" Verzamel de manschappen!" beveelt de kapitein.
" Ja, chef!"
" Zeg ze dat ze hun geweer meepakken!"
" Zal gebeuren, commandant!"
" En dat ze de kogels niet mogen vergeten!"
" Amai, baas! Wat staat er te gebeuren?" informeert de sergeant, nieuwsgierig geworden bij zulke straffe maatregelen.
" Weer een overval op de Slaets!" verduidelijkt de kapitein.
" Ja chef????...."
" De boeven verplaatsen zich in een donkerblauwe automobiel van het merk Minerva! En ze komen mogelijk onze richting uit!"
" Zal ik de baan laten afzetten?" loopt de sergeant op zijn orders vooruit.
" Precies!"
" Hebt U een bepaalde plaats in gedachten, chef?"
" Hm..." bepeinst commandant Mercier het vraagstuk. " ....we gaan het niet te moeilijk maken! Hier vlak voor de kazerne is even goed als ergens anders!"
" Zal gebeuren, commandant!" salueert de sergeant alvorens zijn hielen te lichten.
" En...sergeant!!!..." houdt de kapitein hem nog even staande " Ik ben hier als je me nodig mocht hebben!" waarna hij zijn ondergeschikte wegwuift en, in de wetenschap dat hij al het menselijk mogelijke gedaan heeft, zich terug aan zijn kruiswoordraadsel wijdt.
 
" Een donkerblauwe, zegt ge?" herhaalt de klerk de vraag van de politie-inspecteur op het bureel van de garage waar de Minerva's geproduceerd worden.
" Ja!"
" En ge zijt zeker dat het één van onze wagens is die ge zoekt?"
" Zeker! Wat is zeker!" repliceert de inspecteur wrevelig door de blijkbaar ingebouwde traagheid van zijn gesprekspartner. " Laat ons zeggen dat we alle mogelijkheden nalopen!"
" Hm..." schraapt de klerk zijn keel terwijl hij met zijn vinger zorgvuldig langs de verbazingwekkend korte klantenlijst gaat. " We hebben maar één enkele donkerblauwe automobiel verkocht!"
" Aha??..."
" Aan... laat eens kijken... hier!! Een zekere meneer Obert!"
" Prachtig!" wrijft de inspecteur zich in de handen. Hij is wreed content dat er geen twintig namen tevoorschijn komen. " En waar woont die meneer Obert?"
" Tja, ik weet niet of ge daar veel mee gaat zijn..." twijfelt de klerk.
" Dat maak ik zelf wel uit!" gromt de inspecteur, met een kwade blik op de brave man, zijn notaboekje en potlood in de aanslag brengend om de feiten te noteren.
" Wel, hier staat.... Dubbel-O-ranch in New Antwerpen, Illinois..."
" De... dubbel...O????"
" Ranch..." helpt de klerk gedienstig.
" In Nieuw Antwerpen????...."
" Illinois!!!" vult de bureauridder nogmaals allerhulpvaardigst aan.
" Illinois?????.... Illinois, zegt ge toch, hé? Waar in hemelsnaam ligt dat?" roept de inspecteur verwonderd uit.
" In Amerika...." grijnst de klerk, ten volle genietend van de stompzinnige uitdrukking die 's mans gelaat heel wat interessanter maakt om naar te kijken.
Maar na de rechercheur een minuutje of vijf in stilte uitgelachen te hebben, schraapt de klerk zijn keel en verklaart:
" Ik weet niet of ge er veel aan gaat hebben, maar toen ik het kontrakt aan het opmaken was hoorde ik die meneer Obert iets tegen zijn madam zeggen over het huren van een ‘Hof de plaisance' niet ver van de stad."
" Wat???..." valt de rechercheur rood aanlopend van kwaadheid uit. " ...en dat zegt ge nu pas?"
" G'hebt er ook niet naar gevraagd hé!" verdedigt de klerk zich.
" Dat is obstructie van het gerecht!" raast de inspecteur zichzelf zo erg opblazend van kwaadheid dat de klerk, niet zonder reden, begint te vrezen voor een explosie.
 
" Doe het maar wat kalmaan nu, Jean!" verordonneert de heer Obert het schot tussen de passagiersruimte en de chauffeursplaats openschuivend.
" Waar zijn we ergens?" vraagt madam Obert het nu met een sukkelgangetje voorbijglijdende landschap in ogenschouw nemend.
" Niet ver meer van de gendarmerie!"
" Dan zijn we binnen een kwartiertje veilig op den ‘Hof'!" glundert de heer Obert. Maar het kennelijke genoegen dat hij aan die constatering beleeft is van korte duur omdat Jean, juist achter de hoek van de kazerne vol in de remmen moet teneinde de daar opgestelde wegversperring te ontwijken zodat zijn werkgevers, als gevolg van dit onvoorziene manoeuver, stevig door elkaar gehutseld worden.
" Wel alle donders!" roept meneer Obert als de sergeant beleefd aan zijn pet tikkend naar hem toe komt. "Wat heeft dat te betekenen??"
" Identiteitscontrole, meneer!"
" Waarom? Jij weet toch wie ik ben?"
" Natuurlijk, meneer!"
" Wel???"
" Orders van het hoofdkwartier, meneer! Alle donkerblauwe wagens tegenhouden en inspecteren!"
" Waarom?"
" Een stel schurken zou zich met zo'n wagen verplaatsen, meneer!"
" Maar, allee sergeant!" valt meneer Obert ongeduldig uit. " Ge ziet toch dat wij geen boeven bijhebben?"
" Neen, natuurlijk niet meneer!" geeft de sergeant geschrokken toe.
" En dus....????"
" Euh???....Ah...juist! U kunt doorrijden, meneer! Nog een prettige avond, mevrouw!" salueert de arme man, onderwijl druk teken doende naar de mindere klabakken om de barrikade op te heffen.
"Oef! Dat was op het nippertje!" zucht meneer Obert als de wagen goed en wel terug in beweging is.
" Wat nu baas?" vraagt Jean.
" Tijd om te verkassen, me dunkt! Het wordt me hier te gevaarlijk!"
" Ge zegt het maar, chef! Zal ik ineens doorrijden?"
" Nee, zo'n vaart zal het niet lopen! We gaan eerst langs den ‘Hof'! Terwijl jij de brandstoftank volgooit en de banden nog eens oppompt of wat er ook nodig is om deze kar in topconditie te brengen, pakken wij onze valiezen."
 
" Oh, Lies! Wat zijt gij toch een schoon kind!" mummelt Floris slaperig, als hij wat bekomen is van de inspanning eigen aan een terdege uitgevoerde daad der liefde.
" Ligt ge mij weer te beloeren, ja?" giechelt Liesbeth quasi kwaad. Waarna ze Flor desalniettemin als beloning voor het kompliment een ferme klapzoen toedient.
" Houdt mij liever eens stevig vast!" eist ze.
Iets wat Flor zich geen tweemaal laat gebieden.
" Hmmm... zo zou ik wel eeuwig kunnen blijven liggen!" zucht Liesje verzaligd, na wat gewriemel om alle ledematen in elkaar te laten passen.
" Ikke niet!" fluistert Flor terug.
" Gij niet? En waarom dan niet?" stuift Liesje, verwonderd over zulke onverwachte en vooral onromantische reactie, lichtjes gepikeerd op.
Waarop Floris, als enige repliek, zijn alweer verhardend lijf nog wat steviger tegen Liesjes zachte rondingen aandrukt met de woorden:
" Daarom niet!!!...."
Maar Liesje, inplaats van zich op te maken voor een vervolgsessie liefde voor volhouders, gaat plotsklaps rechtop zitten.
" Wat is't" schrikt Flor. " Hebt gij geen goesting meer?"
" Sttt...!!!" doet Liesje terwijl ze als een schichtige hinde de sponde ontvliedt en voorzichtig een blik door het raam werpt.
" Meneer en madam!"
" Watte?!!" reageert Flor vol ongeloof.
" Rap! Kleedt U aan!" hijgt Liesbeth, zelf als de wiedeweerga in haar kleren klimmend.
" Waar is mijn broek?" sist Flor in paniek onder het ledikant duikend.
" Hier!.... En hier zijn uw sokken!" helpt Liesje onderwijl de kamer geroutineerd opruimend.
" Wat nu?" vraagt Flor als hij, na wat wel een eeuwigheid lijkt, eindelijk zijn uniformpet op het hoofd kan drukken.
" Het bed!" griezelt Liesbeth.
" Helemaal nat en verkreukeld!" stelt Flor vast.
Maar Liesje krijgt geen tijd om te reageren want vanuit de vestibule galmt madam Oberts stem gebiedend door het ganse huis:
" Mieke!!!!...... Liesbeth!!!!"
" Ik ben hier, mevrouw!" antwoordt Liesbeth prompt luidop, en laat er stilletjes op volgen:
" Da's madam! Ze komt zeker en vast naar boven!"
Radeloos inspecteren Liesbeth en co de kamer om een schuilplaats voor Flor te vinden.
" De kast?" stelt Flor in gebarentaal voor.
" Nee!!" schudt Liesbeth gedecideerd.
" Het venster?" wijst Flor.
" Gij zijt zot zeker?" gebaart Liesbeth terug.
" Qu'est ce que tu fais là?" onderbreekt madam Obert deze stille samenspraak vanop de trap.
" Ik, euh..., ben de bedden aan het verschonen, mevrouw!" antwoordt Liesje met stemverheffing, in een plotse ingeving als een razende het linnengoed van het bed sleurend.
" Vooruit!" gebiedt ze Flor, die er maar wat voor spek en bonen bijstaat, sotto voce. " In de hoek!" Een bevel dat Floris sinds zijn kinderjaren niet meer heeft dienen op te volgen.
" Ah?... en waar is Mieke?" klinkt madam Obert nu heel erg dichtbij.
" Die is naar het dorp om kommisie's te doen, madam!" replikeert Liesbeth,  Floris met de moed der wanhoop hardhandig in de krappe ruimte tussen de kast en de muur dwingend en net onder het beddengoed bedelvend als madam Obert de slaapkamer binnenkomt.
" Hebt gij nog veel werk?" vraagt deze, de ravage in de kamer in ogenschouw nemend.
" Heu, nog een goed kwartierke...."
" Doe dat dan maar straks!" beslist madam Obert.
" Vult nu eerst even een mand met wat lekkere hapjes en een paar flessen champagne! Meneer en ik hebben besloten om vanavond te gaan picknicken!"
Waarop er voor Liebeth niets anders op zit dan Floris aan zijn lot over te laten om zich gehoorzaam naar de keuken te begeven.
 
"Ja?.." grommelt kapitein Mercier als er beleefd op de deur van zijn kantoor geklopt wordt. Waarop de verbindingsofficier correct saluerend het bureau betreedt.
" Nog een telegram van het hoofdkwartier, chef!" meldt hij, het bewuste formulier aan de commandant overhandigend.
" Hm.... belangrijk?" polst zijn overste ietwat verstrooid, aangezien hij juist op dit moment zijn verstand pijnigt om een dertienletterwoord beginnend met een ‘S' en eindigend op ‘i' te vinden dat ‘ Voortbrengsel van een grote Afrikaanse loopvogel' betekent.
" Nadere bijzonderheden in de affaire Slaets, chef!" geeft de man te kennen.
" Ha?"
" De naam van een mogelijke verdachte, chef!"
" En...?"
" Een zekere ‘Obert', chef!"
" WAT????!!!!!"
" Een zekere...." begint de verbindingsofficier gedienstig, maar de kapitein is niet echt geïnteresseerd in zijn explicatie omdat hij volop bezig is met een van ontstentenis vlijmscherpe blik gaten in het telegramformulier te boren.
" Verdomme! Verdomme! Verdomme! Het zal toch niet waar zijn zeker!!!" vloekt hij wat nog rest van het document met beide handen verfrommelend. " Dat kost mij mijn promotie, miljaarde!!" om dan, zonder nog op zijn verbindingsofficier te letten als de weerlicht het kantoor uit te stuiven.
 
De sergeant wil juist op zijn gemakske een sigaretje rollen als de commandant verhit bij de wegversperring verschijnt.
" Hoe staat het hier, sergeant?" informeert de kapitein kortaf, zonder zelfs maar een opmerking over het rokertje te maken.
" Niks bijzonders, kapitein!..."
" Wat bedoelt ge vent, met niks bijzonders!" blaft commandant Mercier.
" Wel...heu.... behalve meneer Obert die zojuist gepasseerd is ...."
" Watte???" krijst de commandant met van emotie uitpuilende ogen.
" ... is er nog geen enkele wagen voorbij gekomen!" maakt de sergeant zijn zin trots af.
" Uilskuiken! Kaffer!! Waarom hebt ge hem niet aangehouden?!!!!"
" Heu... baas, meneer Obert is toch zeker geen boef! Hij is vorige week nog bij U op visite geweest!" verweert de sergeant zich beduusd.
" Alleman op zijn velo!" beveelt de kapitein met een kop als een overrijpe tomaat van pure koleire.
" ???..." aarzelt de sergeant bij deze nogal onverwachte wending in het gesprek.
" En laat mijn paard zadelen!" gaat zijn overste verder.
" Heu... goed chef...maar.... waar moeten de manschappen naartoe?"
" Naar den ‘Hof' natuurlijk!!!" buldert de commandant.
" Vooruit! Ge moest al weg zijn!"
 
Ondertussen heeft madam Obert het allernoodzakelijkste voor een snelle afreis zoals een nachthemd, een paar schone kousen, wat proper ondergoed, zeven spiksplinternieuwe jurken, twaalf paar schoenen en negen hoeden in een koffer gepropt. Ze staat nog te twijfelen of ze haar bontjas in zilvervos zal meenemen als meneer Obert gehaast de kamer komt binnenvallen.
" Ben je klaar lieveling?"
" Bijna schat! Wat denk jij? Zal ik deze mantel ook maar inpakken?"
" Mij om het even, als je het maar vlug doet!"
" Rafaël! Jaag me alstublief niet op! Je weet dat ik daar niet tegen kan!" waarschuwt madam Obert een astrakan deux-pièces uit de kleerkast opdiepend om dit in de spiegel te keuren.
" Eveline!!!" dringt meneer Obert, op zijn uurwerk wijzend, aan.
" Ja?"
" Maak eens wat voort kind!" insisteert meneer Obert met voor dit ogenblik bar slecht gekozen woorden want zoals elke zich reisvaardig makende, lichtjes zenuwachtige, doorsnee huisvrouw in haar plaats zou doen verandert ook dame Obert plots in een kortaangebonden moegetergde leeuwin die zonder voorafgaande waarschuwing haar onvoorzichtige echtgenoot het mantelpakje met geweld in het aangezicht kwakt.
" Gij zeverende zagevent! Pak dan zelf maar in!" krijst mevrouw Obert, alle opgekropte spanning van de afgelopen zeer bewogen uren de vrije loop latend terwijl ze in snel tempo de zilvervos, twee sjakossen, een schemerlamp, een asbak, een vaas met bloemen en de rest van haar omvangrijke garderobe naar haar wederhelft keilt die, ongelukkig genoeg, juist de hoek waar Floris onder het beddengoed verscholen zit, uitkiest om in dekking te gaan.
De gevolgen zijn niet te overzien. De heer Obert gaat met zijn volle gewicht op de kleinste teen van Flor staan die, vanwege de plotsklaps haren ten berge rijzende pijnscheut, met een oerkreet rechtveert. Beide kibbelende echtelieden terstond met verstomming slaand.
Niet voor lang echter, want terwijl Floris, nog steeds van kop tot kleine zere teen in laken gedrapeerd, in een poging zijn leed te verzachten op één been staat te hinkelen, gilt mevrouw Obert:
" Het spook! Het spook!"
" Meer dan een week te vroeg, verdorie!" constateert meneer Obert nuchter, alvorens de kamer uit te snellen.
Al is Flor maar een simpele gendarm derde klas, toch weet hij wanneer hij ergens teveel is en daarom, van zodra hij weer terug met twee voeten op de grond staat, schuifelt hij onder het aanbieden van zijn excuses de gang op.
Een manoeuvre dat madam Obert, mede door de ongearticuleerde en beangstigende klanken die haar via de dikke lagen textiel ter ore komen, aanzet tot het slaken van nog een door merg en been snijdende noodkreet.
" RAFA......ÊEEEELLLL!!!!!!" waarop haar echtgenoot, net terug van de wapenkast met angstwekkende precisie een vervaarlijk ogend dubbelloops jachtgeweer onder Floris's aandacht brengt.
Flor, van zijn kant, besluit, gezien de situatie, om de verdere gebeurtenissen niet af te wachten. Duikt, op het ogenblik dat meneer Obert de haan van zijn geweer overhaalt, met veel tegenwoordigheid van geest naar de deur van de diensttrap. Ontloopt alzo een forse lading hagel die, het oorspronkelijke doel op een haar na missend, zich met destructieve kracht via het levensgrote portret van een baronnelijke voorouder in de achterliggende muur boort. Hierbij het afzichtelijke conterfeitsel met één klap aanzienlijk verfraaiend.
 
Terzelfdertijd laat Liesje van het puur verschieten de bokaal aardbeienconfituur, die zij net in de picknickmand wil stoppen, uit haar handen glippen.
" Floris!" krijt zij angstig. Want het leidt voor haar geen enkele twijfel dat het zojuist gevallen schot en de gendarm van haar leven in innig verband met elkaar staan. Daarom laat zij de op de vloer aan scherven liggende jampot aan zijn lot over en haast zich naar boven.
Ze is echter nog maar een paar treden hoog als Flor, die in zeven haasten langs dezelfde weg naar beneden dondert, haar in een melée van armen, benen en allerlei bedlinnen terug de keuken in dwingt.
" Flor!!!" roept Liesje, zonder te letten op het ongemak dat de val veroorzaakt heeft, verheugd en begint zijn ietwat confuse gelaatstrekken met brandende kussen vol liefde te overdekken. Maar Floris is helemaal niet in de stemming om te minnekozen.
" De deur! Waar is de uitgang?" vraagt hij, zich gehaast aan Liesjes omhelzing onttrekkend om tegelijkertijd met grote, verwilderde ogen naar een mogelijke vluchtweg te speuren.
" Daar!" wijst Liesbeth haast automatisch op de vraag reagerend, naar de openstaande tuindeur. Waarop Floris zich uit de resten van het hinderlijke beddengoed wringt. Liesje in de gauwte nog een zoen op het voorhoofd drukt om, net voor de heer Obert als een razende Roeland de keuken binnenstormt, in het struikgewas aan de overzijde van het grasveldje te verdwijnen.
" Waar is het? Waar is het spook?" dondert meneer Obert tegen zijn nog immer op de grond residerende keukenmeid.
" Daar!" bibbert Liesbeth, met veel tegenwoordigheid van geest wijzend naar de op een hoopje liggende lakens.
Waarop de heer Obert zonder aarzelen, met een meesterlijk schot vanaf de heup, het slaapkamertextiel omtovert in een hoop vodden.
 
Ook op commandant Mercier en zijn mannen, die net langs de oprijlaan van de ‘Hof' hun opwachting willen maken mist dit schot zijn uitwerking niet.
" Alleman in dekking!" beveelt de kapitein, zelf aanstonds het goede voorbeeld en zijn paard richting struikgewas de sporen gevend.
Een bevel dat de rest van de garde ijverig gehoorzaamt. Zodat, na wat geharrewar om de beste schuilplaatsen, de oprijlaan, op een paar in de steek gelaten fietsen na, volledig verlaten ligt als Jean de chauffeur, ook al gealarmeerd door de knallen, de wagen vanuit de garage met piepende remmen voor het bordes van het huis tot stilstand brengt.
" De wagen!" sist kapitein Mercier tegen de sergeant die een boom verder in dekking ligt.
" Als we die in handen hebben, zijn we meester van de situatie!"
" Zou best eens kunnen, chef!" beaamt de man, want hij is er zo één die er vanuit gaat dat de baas altijd gelijk heeft.
" Bon!" beslist de kapitein, zijn sabel uit de schede trekkend. " Vooruit met de geit!... Ten aanval!!!!" waarop hij zonder op zijn personeel te wachten rechtspringt en in de richting van het huis stormt zodat er voor de sergeant en co niets anders op zit dan hem, zij het ietwat minder enthousiast, op de voet te volgen.
 
Jean, de chauffeur, beklimt reeds gehaast het bordes als hij plotsklaps opgeschrikt wordt door het niet te vermijden tumult dat gepaard gaat met een horde chargerende gendarmen. Maar waar een mindere man verstijfd van angst zijn lot gelaten zou afgewachten, glipt Jean zonder aarzelen het huis in. Waarna hij de voortgang van de kapitein en zijn mannen op zeer effectieve wijze weet te stoppen door de zware eikenhouten voordeur handig op dubbel slot te doen.
" Baas! Baas! De juten zijn er!" roept hij uit volle borst, alzo kort en krachtig de rest van het huishouden van de stand van zaken op de hoogte brengend.
" Verdomme! Alles loopt mis!" vloekt meneer Obert, die nog in de resten van het beddengoed aan het poken is, binnensmonds bij het horen van Jean's alarmkreet terwijl hij luidop de chauffeur om nadere bijzonderheden verzoekt.
" Waar zijn die smerissen, zei je?"
" Aan de voordeur, baas! Een stuk of tien schat ik!"
" Miljaar! Grabbel wat blaffers uit de wapenkast, dan haal ik Eveline! We gaan er vandoor!"
Zodat een hooglijk verblufte, nog steeds op de vloer zittende Liesbeth moederziel alleen in de keuken achterblijft.
 
Het wordt Flor, bij het horen van het schot in de keuken, plots koud om de leden. Hij realiseert zich dat hij diegene, waar hij met hart en ziel aan verknocht is, als een verfoeilijke egoïst helemaal alleen heeft achtergelaten in het gezelschap van een schietgrage gek.
Hij aarzelt dan ook geen ogenblik en maakt aanstonds rechtsomkeer.
 
" Vooruit, Eveline! De hermandad staat voor de deur!" spoort meneer Obert zijn echtgenote boven in de slaapkamer aan. "We moeten maken dat we wegkomen!"
" Pak jij dan even die koffer, manlief? Dan neem ik deze hier!"
" Maar, Eveline! We hebben haast!" roespetteert meneer Obert met een scheef oog naar het tot barstentoe volgepropte ding turend.
" Toch moet die valies beslist mee, lieverd!...." gaat madam Obert verder, zonder acht te slaan op het commentaar van haar halve trouwboek. ".... Want daar.... zit al onze ‘pingping' in!"
Jean staat, de armen vol schietgerei, al in de vestibule te wachten.
" Is dat voldoende, baas?" vraagt hij.
" Voldoende? We gaan geen oorlog uitvechten zulle!" gromt meneer Obert. " Hier! Draagt gij die valies, dan dek ik onze aftocht!"
Waarop meneer Obert twee pistolen uit het aangeboden assortiment kiest en Jean de koffer in zijn pollen duwt.
" Langs de keuken!" wijst meneer Obert, waar een verbijsterde pas rechtgekrabbelde niets begrijpende Liesje, haar werkgevers met Jean de chauffeur voorop langs zich heen ziet draven richting tuindeur. Net op het ogenblik dat Flor aan diezelfde deur zijn opwachting maakt.
" Ai, baas! We zijn omsingeld!" panikeert Jean wanneer hij Floris in het oog krijgt.
" Terug! Terug!" commandeert meneer Obert terstond en Jean bewijst alweer dat hij, waar het op aan komt sleutels in het slot om te draaien, zijn's gelijke niet heeft.
" Wat nu?" vraagt madam Obert met een ongeruste blik op Flor die als een razende aan de deurklink staat te rammelen.
" We gaan langs voor!" besluit meneer Obert.
" Maar daar staat die kapitein en zijn gevolg!" attendeert Jean zijn patron.
" Geen probleem! We nemen haar als gijzelaar!" verklaart meneer Obert, de daad bij het woord voegend door Liesje onverhoeds stevig vast te grabbelen.
Een geste die Floris, die met zijn neus tegen de tuindeurruit gedrukt staat, helemaal niet kan appreciëren.
" Hemel, Rafaël!" brengt madam Obert geschrokken te berde terwijl ze met de van pure angst apatisch meedrentelende Liesbeth door de hal banjeren. " Dit kun je niet menen!"
" Het is onze enige kans, Eveline!"
" Maar het arme meisje bibbert op haar benen!"
" Daar kan ik helaas niets aan veranderen, liefste!" repliceert meneer Obert pragmatisch, maar mevrouw Obert luistert al niet meer naar hem en richt zich compassieus tot haar voormalige keukenmeid.
" Wees maar niet benauwd, Liesje! Ik zorg er wel voor dat jou niets overkomt!"
" Hier heb je alvast wat voor het ongemak!" fluistert ze in Liesjes oor, terwijl ze iets in Liesjes voorschootzak moffelt.
 
" Beuk die deur in!" commandeert de kapitein op hetzelfde ogenblik.
" Hm... heu... maar dat is pure eik, chef!" merkt de sergeant op.
" En dan? Vooruit!" maant de commandant zijn onwillige manschap.
Maar wanneer het voltallige gezelschap al een tiental passen teruggelopen is om een met stevige aanloop de hen opgedragen taak uit te kunnen voeren, draait de voordeur langzaam open. In het deurgat verschijnt meneer Obert die Liesje als een schild voor zich uit duwt, een revolver tegen haar slaap gedrukt.
" Achteruit jullie! Of dit meisje zal het bezuren!" waarschuwt hij de verblufte pakkemannen, die dit bevel bijna werktuiglijk opvolgen.
" Nog verder!" gebiedt meneer Obert ostentatief de haan van het wapen spannend zodat er voor de gendarmen niets anders opzit dan opnieuw te gehoorzamen.
" Jean! Start de automobiel! Eveline! Jij gaat achterin!" gaat meneer Obert voort, onderwijl langzaam achteruit naar het openstaande portier van de wagen schuifelend.
" Vooruit, Jean! Volle gas!" roept meneer Obert, Liesje een stevige duw verkopend zodat zij nadat zij een paar wankele passen geprobeerd heeft rechtop te blijven in de armen van Flor tuimelt die juist om de hoek komt stuiven in de hoop zich langs de voorkant een weg in het huis te forceren.
Terwijl de wagen in een wolk van opspattend grind de oprijlaan afstuift schreeuwt kapitein Mercier: " Schiet!" waarop een waar inferno van geweervuur losbarst.
 
" Liesje!... Liesje!... Liesje!..." brabbelt Flor herhaaldelijk tussen de zoenen door waarmee hij Liesjes gelaat opgelucht overdekt terwijl de verdwaalde kogels hen vrijelijk rond de oren vliegen.
" Flor!.." lacht Liesbeth bleekjes. Verder komt zij niet, want plots schokken haar ledematen, ziet Flor alleen nog maar het wit van haar ogen en verliest Liesje met een zwakke zucht het bewustzijn.
" LIES!!!!!" schreeuwt Flor geschrokken zijn eega aan het hart drukkend.
Zijn zielesmart is zo groot dat het zelfs de aandacht van de sergeant trekt nu de wagen van de vluchtelingen uit het gezicht is en het geweervuur opgehouden.
" Wat is er Flor, jong?" informeert hij.
" Het is Liesbeth, sergeant! Ze ligt van hare sus, denk ik!"
" Laat mij eens een keer kijken!" glimlacht de sergeant, met het air van een reeds véél te lang getrouwde man, bijna vaderlijke gevoelens koesterend voor zijn onervaren jongste gendarm. Maar het lachen vergaat hem als hij de zich langzaam uitbreidende bloedrode vlek in Liesbeth's schoot opmerkt.
" Heu,....  Kapitein!!!...."
" Ja, sergeant?"
" Hm... we, heu... hebben een ... probleem, me dunkt...."
" Wat?" begint de kapitein nog wrevelig omdat zijn prooi hem ontsnapt is, alvorens zijn oog op de arme Liesbeth valt.
" Mijn God!!!....Rap!!!.. Vlug!!! Een dokter!!!!"
" Da's meer dan een kwartier rijden, commandant!" repliceert de sergeant nuchter.
" Reden te meer om er haast achter te zetten, nietwaar?"
" Heu,.. juist chef!" kruipt de sergeant onder de woedende blik van zijn superieur in zijn schelp. " Merkx en Pollentier! Peddel als de weerlicht om de dokter!"
" Wat nu?" vraagt Flor wanhopig de hand van zijn nog steeds zo stil als de dood liggende liefde knedend.
" Draag haar naar binnen!" beslist kapitein Mercier.
 
" En?... meneer doktoor?" vraagt Flor doodongerust als de geneesheer uit de grote slaapkamer komt waar zij Liesje met veel moeite en zorg hebben ondergebracht.
" Liesbeth mankeert niks!" lacht de dokter gul.
" Amai! Da's een pak van mijn hart!" zucht de commandant opgelucht.
" Zijt ge zeker?" vraagt de sergeant. " Hoe zit het dan met al dat bloed op haar kleren?"
" Ha! Dat?... Wel..." richt hij zich tot Floris die, al met de deurknop van de slaapkamerdeur in de hand, staat te trappelen van ongeduld om naar zijn Lies te gaan.
" Ze heeft me verteld dat jij verwacht binnen afzienbare tijd vader te worden!?"
" Ja, meneer doktoor!" knikt Floris.
" Awel,... daar komt niks van in!"
" Watte?" schrikt Flor.
" Het arme kind heeft haar regels doorgekregen! Voorzeker van de schrik toen die kerel haar met zijn revolver bedreigde!"
 
" Toch spijtig dat die meneer Obert niet wat later door de mand gevallen is!" zucht Flor een tijdje later als hij en Liesje eindelijk alleen en uitgezoend zijn.
" Waarom?" wil Lies weten.
" Omdat ge nu  bijna een maand voor niks gewerkt hebt!" expliceert Flor.
" Niet helemaal voor niks...." lacht Liesbeth geheimzinnig.
" Hoezo?" verwondert Flor zich over haar reactie.
" Voel maar eens in de zak van mijn voorschoot!" nodigt Liesje hem uit.
" Wat is dat?" vraagt Flor als hij een verkreukeld kleurrijk stuk papier uit de bewuste zak opdiept.
" Dat!.." glundert Liesje. " ... Is een briefje van honderd frank!"
" Amai..." zucht Flor ontdaan. " Hoe zijt ge daar aangekomen?"
" Van madam Obert! Die heeft dat daarstraks met de gauwte nog in mijn zak gemoffeld!" lacht Liesbeth tevreden.
" Maar... dan... dan... zijn wij rijk?"
" Alleszins rijk genoeg om een eigen huisje te huren..." geeft Liesbeth toe.
" Met wat kippen en een geit misschien?..." droomt Flor mee met zijn echtgenote.
" ...en een poesje voor de kleine! Want uitstel is geen afstel, hé?..." vult zijn echtgenote aan.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.