Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
22 augustus 2011, om 16:20 uur
Bekeken:
591 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
234 [ download ]

Score: 2

(2 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Overwonderd -AF-"


Met de zon en de wind in de rug suizen mijn wielen over het fietspad. Alles is groen, springt en bruist van het leven. De zomer.

Een goede dag voor mooie dingen.

In de verte draait een blauwe auto de weg af, een breed zandpad in, verdwijnt uit het zicht.

 

De drukte van de toeristen benauwt me en heel even, maar dan ook heel even, verlang ik naar de winter waarin het bos weer van ons is. Urenlang dwalen zonder iemand tegen te komen, geen blikjes en plastic, dan komt bij elke diepe ademhaling de ruimte binnen, de stilte, de voetstappen van de reeën. Dan krijg ik weer het gevoel dat ik met mijn armen gestrekt kan rennen, zonder iemand van zijn fiets te slaan.

Stop. Zomer. Mijn rug is bezweet onder de rugzak.

 

In dezelfde verte rent een lange figuur soepel de weg over, naar het fietspad. De krulletjes springen wild alle kanten op, en mijn blik glijdt als vanzelf over de persoon heen, op zoek naar vogels, torretjes, vlinders. En toch kijk ik nog eens; er is iets anders.

En nog eens.

As.

"WAT?!" Mijn schreeuw schrikt de andere fietsers op, maar zij verdwijnen in het niets, ik zie alleen nog dat lichtelijk gespannen maar lachende gezicht waarin twee heldere ogen recht in mijn ziel kijken.

Alsof er een dam doorbreekt, zo barst een blijdschap los die zich met een noodgang naar mijn gezicht begeeft om daar in een enorme lach naar buiten te komen.

As.

 

Tien jaar geleden, toen ik me met de wereld geen raad wist en alleen maar wilde tekenen en schrijven, kwam zij plotseling de school binnengewandeld, en werden we door een vriendin aan haar voorgesteld.

We begrepen elkaar volkomen, al snel waren we twee handen op één buik, werkelijk onafscheidelijk. Onze geesten hadden zich verbonden met zo'n sterkte, dat we elkaars gedachten en gevoelens vaak als een open boek konden lezen.

We droomden soms dezelfde dromen, samen in dezelfde ruimtes en werelden, tekenden en lazen urenlang, soms zonder iets te zeggen, lachten ons misselijk, dansten op vrolijke metalconcerten, braken in in leegstaande gebouwen en tripten in het park. Alles was anders. We leefden in een schemerwereld waar we soms de diepste bizarre schaduwen opzochten en daar zo lang mogelijk bleven. De heftigheid maakte de buitenwereld draaglijk.

Jarenlang koesterden we de kabel die tussen ons gespannen was, maar toen we beiden achttien waren, kwamen er barsten. Kleine haarscheurtjes in het begin, maar we veranderden. En veranderden. Die schemerwereld ging niet meer samen met mijn nieuwe ik die in het bos in een woonwagen woonde; knipperend en nog wat onwennig tegen de felle zon stapte ik langzamerhand, beetje bij beetje, het licht in.

Zij woonde in een kraakpand waar sommigen drugs gebruikten en de sfeer verslechterde. Het gevoel 'ze kan de korte weg naar het licht kiezen of er met een omweggetje heengaan' groeide bij mij. Maar keuzes kan je niet opdringen.

 

Op een dag barstte de bom. Zij deed iets heftigs wat mijn vriend hard raakte, en indirect ook mij. We zijn bij het kraakpand aangereden en daar nooit meer teruggekomen.

Ik vergeet nooit meer haar gezicht in de zijspiegel van de auto toen we wegreden.

Alles was anders. We spraken elkaar 's avonds aan de telefoon, de enige keer dat ik gehuild heb om het verbreken van een vriendschap, maar om de één of andere manier kon het niet anders.

Zij ging door, ik ging door, los van elkaar. En toch bleef de lijn tussen ons bestaan, ik kon het soms niet laten om schilderijen van haar op internet op te zoeken en foto's van toen te bekijken. Vergeven had ik haar al lang, al fluisterde een duiveltje soms pissige gedachten in mijn oor.

Opleiding afmaken, verhuizen, afscheid van mijn ouders, alles veranderde in die vijf jaar tijd.

 

"Hoi," Ze staat me verlegen aan te kijken, maar de lach wint het. Haar broer komt rustig aangelopen.

"Lang geleden," grijnst hij, en kijkt uit zijn ooghoeken eens naar zijn zusje.

Meer dan een halfuur zitten we met zijn drieën op het vochtige gras bij de heide. We praten over alles, lachen, verbazen ons, en terwijl de tijd verstrijkt wordt met elk woord, elke glimlach, elke blik, de kabel iets strakker aangetrokken.

Mijn vriend straalt als ik thuiskom en vertel wat er gebeurd is en hoe ze veranderd is, hoe ze tussen de schapen in een boerderijtje leeft en haar eigen atelier heeft.

Overmorgen komt ze hier, we zullen genieten.

 

Soms hebben dingen wat tijd nodig

 

 

 

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.