Gegevens:

Categorie:
Waargebeurd
Geplaatst:
21 augustus 2011, om 19:01 uur
Bekeken:
736 keer
Aantal reacties:
1
Aantal downloads:
273 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Een dag aan het strand"


Ik zit in de auto naast mijn vader. Of eigenlijk in de “bus”, de volkswagen met al zijn gereedschap en onderdelen die hij gebruikt voor zijn werk. Hij is technisch monteur en rijdt half Nederland door om vaatwassers, ovens en nog meer grootkeukenapparatuur te repareren. Gisteravond werd mijn vader gebeld door zijn werk. Een strandtent had problemen met de vaatwasser. Na een tijd boven door de telefoon met de klant gepraat te hebben, kwam mijn vader naar benden met het nieuws dat hij de volgende morgen vroeg, vanochtend dus, naar het strand bij Wijk aan zee moest. Als ik het leuk vond om mee te gaan en lekker op het strand te hangen mocht dat. Dit zag ik wel zitten, ik kom tenslotte niet zo heel vaak op het strand aangezien we in het midden van het land wonen dus vanochtend stond ik om zeven uur naast mijn bed en om acht uur zaten we in d auto. We zijn er bijna, want ik kan in de verte de duinen al zien liggen. Om de duinen door te rijden naar de strandtent waar mijn vader moet werken moet je een slagboom door. We staan een tijdje te wachten, want er moet iemand komen om hem te openen. We rijden door de duinen. Daar zie ik de blauwe zee met de smalle witte schuimrand op de plek waar  hij het zandstrand opkomt. We stappen uit de auto lopen naar binnen. Ik haal de belangrijke spullen, zoals mijn mobiel, uit mijn tas en laat hem achter in de strandtent zodat ik hem niet het hele strand over loopt te sjouwen en loop naar buiten.

 

Ik begin aan de aftocht naar de zee, moeizaam door het losse zand waar ik in weg blijf zakken. Uiteindelijk sta ik daar dan, op het stevige, natte zand waar de zee nu et niet bij komt. Ik kijk uit over de grote blauwe zee en probeer Engeland te zien. Ik slaag er niet in. Het enige wat er aan de horizon te zien is, zijn een groot vrachtschip onderweg naar IJmuiden of Rotterdam of heel ergens anders en een klein zeilscheepje. Heel in de verte zie ik ook de contouren van het windmolenpark. Ik draai een kwartslag en begin te lopen, langs de zee op. Ik voel hoe de wind de haren uit mijn gezicht blaast en sluit mijn ogen even. De wind is niet koud zoals hij vaak is aan zee. Hij verwarmt en streelt licht over mijn gezicht. Ik blijf doorlopen. Er zijn zo weinig mensen op de vroege uur dat ik toch niet bang hoef te zijn om tegen iemand op te botsen. Ik zie de goed uitziende jongens van de reddingsbrigade de reddingsboot klaarleggen, zodat ze hem makkelijk kunnen pakken als er later op de dag iemand in nood komt. Het beloofd een mooie dag te worden, dus er zullen later, als het niet meer zo belachelijk vroeg is, veel mensen komen waarvan een groot deel wel even de zee in wil. Ik loop verder, maar een stukje verderop blijf ik staan om uit te kijken over de grote blauwe vlakt met kleine golfjes. Ik hoor een meeuw krijsen. Hij is het er zeker niet mee eens dat er nog niemand is en het eten van te stelen.

 

Ik loopt verder. De zon breekt even door de wolken en ik zie een lange schaduw naast me verschijnen. Ik blijf nog een keer staan om naar de felle weerspiegeling van de zon in het water te kijken. Er komt een hond voorbij rennen. Nog een vroege wandelaar. Een stukje voor mij blijft hij stil staan en snuffelt aan iets. Ik loopt in zijn richting, benieuwd wat er op het strand ligt. De eigenaar van de hond komt ongeveer tegelijkertijd met mij aan bij de hond en we zien dat de hond bij een aangespoelde kwal staat. De eigenaar gebied de hond bij de kwal weg te gaan en loopt samen met de hond verder. Ik blijf nog even staan bij de kwal, die daar zo hulpeloos op het zand ligt als een hoopje jellypudding. Eigenlijk best wel zielig bedenk ik. Als er een zeehond, orka of dolfijn aanspoelt op het strand rent iedereen er meteen heen en doet er alles aan om hem te helpen, maar als er een kwal aanspoelt loopt iedereen er met een grote boog omheen, terwijl ze waarschuwingen roepen naar andere badgasten. Die kwallen, die steken als je ze aanraakt, die laten we gewoon uitdrogen en uiteindelijk sterven. Tot er iemand komt die genoeg moed heeft om het beest weg te halen en in de prullenbak te gooien.

 

Ik hoor geroep en kijk op. Even voor mij, bij het water, is een vader zijn dochter aan het leren surfen. Ik blijf even staan kijken tot ik me realiseer dat er niet zo veel aan te zien valt en ik weer verder loop. Ik zie een schaar van een krab liggen, nog meer dieren die gewoon dood op het strand liggen waar niet naar omgekeken wordt. Even verderop ligt nog een schaar en nog iets verder een pootje. Ik ben net zo erg als de rest, ik laat het gewoon liggen. Maar ik denk er over na dat het zielig is. Misschien ben ik toch iets beter, al is het maar een haartje. Ik blijf nog even staan, over de zee uitkijkend en denkend aan het schooljaar dat komen gaat. Ik weet nog niet precies bij wie ik in de klas kom of waar ik morgen moet zijn om mijn rooster te halen. Ik weet van een aantal vakken niet eens of ik ze wel kan volgen. Peinzend loop ik verder. Wat ga ik doen als ik niet bij mijn beste vriendin in de klas kom of als ik dat ene vak niet mag volgen? En wat als ik bij de ene persoon waar ik in de eerste klas zo’n problemen mee heb gehad kom? En wat ga ik doen als ik mijn totaal onbereikbare liefde weer zie op de repetitie? Ik weet het niet, maar nu hoef ik het ook nog niet te weten. Ik sta nu op het strand, ver weg van school en gecompiceerde relaties. Ik hoor gehijg achter me en kijk om. Achter me staat een hond. Hij ruikt aan mijn broek, gaat voor me zitten en kijkt me met grote, vragende ogen aan. Zou hij willen dat ik hem aai? Ik zou het graag willen, maar door mijn allergie kan ik het beter niet doen. Soms baal ik echt dat ik allergisch ben. Ik mis de band die je met huisdieren kan hebben. Ik kijk de hond spijtig aan en hoor in de verte zijn eigenaresse roepen: “ Max, kom hier!” De hond strijkt nog een keer zijn natte lichaam langs mijn broek en loopt dan naar zijn eigenaresse, een grote natte plek op mijn broek achterlatend. Ik kijk hem triest na. Ik loop nog een stukje door tot ik opeens iets voel trillen in mijn broekzat. Mijn mobiel. Het is mijn vader die belt waar ik ben. Ik antwoord dat ik een stuk heb gelopen en dat ik er meteen aankom. Ik draai me om en loop terug.

 

Als ik bij de strandtent aankom zit mijn vader op het terras. Hij vraagt of ik zin heb in een tosti. We bestellen twee tosti’s hamkaas, voor mij een warme chocomelk met slagroom en voor mijn vader een thee. We eten bijna zwijgend onze tosti’s en besluiten dan om nog even naar de zee te lopen om pootje te baden. De zon is nu echt doorgebroken en met de zon in onze rug lopen we nog een keer door het losse zand naar beneden. In het begin is het water erg koud, maar al snel raken mijn voeten eraan gewend. We staan een tijdje op het zand terwijl de ene golf na de andere onze voeten overspoelt en op de weg terug het zand korreltje voor korreltje onder onze voeten vandaan haalt. Ik sta daar nog eens na te denken over de toekomst en de afgelopen jaren als mijn vader de stilte verbreekt: “ Zullen we zo teruggaan?” Ik knik instemmend en we lopen samen terug. We houden onze schoenen uit en stappen met zanderige voeten de auto in. Eén van de medewerksters van de strandtent stapt bij ons in de auto om de slagboom open te maken, waardoor we heel krap zitten. Ze maakt de slagboom open en dan beginnen we aan de rit naar huis.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

Ik heb even bij je profiel gespiekt en ik zie dat je nog jong bent. En daar bedoel ik mee dat je het voordeel van tijd hebt om je te ontwikkelen in je schrijven. Ik lees potentieel, dus zoveel mogelijk lezen, schrijven én posten en haal de feedback waar je wat aan hebt er voor je zelf uit.

Zet hem op Lucia
maurice

Geplaatst op: 2011-08-23 12:37:46 uur