Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Fantasy
Geplaatst:
8 juli 2011, om 09:18 uur
Bekeken:
895 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
207 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Oigir"


 

In een straf tempo liepen de groepen over de bergweg. Vooraan de groep volwassenen, druk pratend en lachend, zich duidelijk niet bewust van wat komen ging. Daarachter de kinderen, in strakke rijen, ernstig, zwijgend, zich voorbereidend op de taak die hen wachtte. Tussen de twee groepen in liep Oigir, de enige tiener, hij wilde er bijna bij denken “in het gezelschap”, maar nee, hij hoorde niet bij het gezelschap, niet bij dat voor hem, niet bij dat achter hem. Hij had nog de kracht van een kind, maar de chaos van volwassenheid had zijn hersenen al sterk in zijn greep. Hoe lang zou het nog duren voor hij vrijwillig bij die voorste groep zou aansluiten en alle verantwoordelijkheid zou laten varen?

De stoet trok een lawinegalerij in en het geluid veranderde, eerst de toenemende echo in het gekwek van de ouderen, dan achter hem het luider wordende ritme van de marcherende kinderschoenen. Iets klopte er niet aan deze galerij. Het leek wel of alles op één of andere manier dubbel was, alsof er een slecht gemaakte kopie van de galerij over de echte heen lag. Oigir stopte en keek omhoog en zag dat de kopie gaten in het dak had, waardoor hij de lucht kon zien. Daarachter, hoog boven hem, zag hij de top van de Berg. Hij dacht richting die top: “Ik weet niet precies waarom ik hier ben, maar ik bén er”.
De kinderen liepen inmiddels langs hem heen, hij had enkele blikken opgevangen waaruit bleek dat ze goed beseften dat hij, hoe zeer ze zijn naderende volwassenheid ook vreesden, een belangrijke rol te spelen had in wat komen ging. Ze hadden het hem niet uit willen leggen, bang dat hij de verantwoordelijkheid zou afwijzen, dat hij te volwassen zou reageren. Hij hoopte maar dat, als het moment daar was, het kind in hem de juiste beslissing zou kunnen nemen.

Het hol echoënde geluid van de schoenen stierf weg. Oigir keek naar de uitgang van de galerij en zag dat twee volwassenen op hem waren blijven wachten. Vaag herkende hij zijn ouders. Hij vroeg zich af of sommige volwassenen toch voldoende besef van hun omgeving hielden om nog zorg voor hun kinderen te blijven voelen. Kón dat? Oigir liep naar hen toe, ze grijnsden breed naar hem en begonnen nietszeggende verhalen af te steken, waardoor Oigir ernstig ging twijfelen aan dat idee. Samen liepen ze verder. Oigir keek nog eens om en zag dat de lawinegalerij zijn schaduwkopie kwijt was. De Berg had hen gezien, in zich opgenomen, wist dat ze kwamen en bereidde zich ongetwijfeld voor op de komende strijd.

---

Het werd tijd om het kamp voor de nacht op te zetten. De plek boven het meer waar ze aangekomen waren, leek hiervoor heel geschikt. Kinderen gingen met de volwassenen op stap om hout te sprokkelen voor de vuren die ze om het kamp heen wilden oprichten. Anderen, met het talent daarvoor, lieten potten water in hun handen koken, om voedsel in klaar te maken. Steeds als er voldoende hout was aangedragen om een vuur te vormen, stak een Vuurwerper een hand in de stapel en deze ontbrandde zoals het hoorde. De veilige barrière tegen de monsters van de duisternis sloot zich langzaam.

Met de magen weer gevuld en het vuur om hen heen konden ook de kinderen zich eindelijk een beetje ontspannen. Ergens zong een kind een groepje ouderen toe. Een Dondermaker maakte een trapje van schokgolven en een Vuurwerper liet hierover prachtige golven van wit vuur naar beneden vloeien. Oigir zat hier gefascineerd naar te kijken, maar bedacht dan dat ze beter hun krachten konden sparen voor de strijd. Alsof zij dat niet wisten. Maar mooi was het wel. Oh, wat was het toch vervelend om te merken dat hij opgroeide. Dat heen en weer gegooid worden tussen de ernst van de jeugd en het speelse van de volwassenheid, jezelf zien afglijden zonder dat je er iets aan kon doen...

---

Gedurende de nacht waren er meerdere keren monsters buiten het kamp gesignaleerd, maar het vuur deed zijn werk. De paar keer dat iets te dichtbij kwam, werd het met een vuurstroom op andere gedachten gebracht. Donderslagen of verlammend geluid wilden de kinderen ‘s nachts liever niet gebruiken, om de volwassenen niet te verontrusten. Die hadden minder last van de aanwezigheid van monsters dan ze zouden schrikken van sommige tegenmaatregelen die de kinderen konden nemen.

---

Het kamp werd vroeg weer opgebroken, de volwassenen protesterend dat ze alles weer moesten dragen, de kinderen geduldig maar dwingend proberend hen te wijzen op dat kleine beetje verantwoordelijkheid dat toch echt nodig was.
Ze wisten dat deze nacht de laatste betrekkelijk rustige was geweest. Hoeveel tijd er nog nodig was om bij de Berg te komen wisten ze niet, maar ze trokken nu rechtstreeks het gebied van de vijand in, dus de monsters zouden nu niet meer tot de nacht wachten om hun koppen op te steken en de aanvallen zouden serieuzer worden.
Bij die gedachte bekroop Oigir weer het gevoel dat hij graag opeens volwassen zou willen zijn, geen angst meer voor de monsters, geen zorgen meer voor de komende strijd. Maar nee, ze hadden hem nodig, dus hij hield zich jong!

Steeds vaker waren er nu trollen en ander klein gespuis te zien. Die bleven echter op een afstand tot ze met genoeg waren en er iets groters de aandacht van de kinderen kon afleiden. Dan zouden ze stiekem aanvallen. De kinderen vormden nu een beschermende kring om de volwassenen heen, terwijl die nog steeds niet doorhadden wat er gaande was, en naar de trollen wezen en tegen elkaar kwetterden hoe schattig die er uitzagen. Het zou vrij snel tijd worden om een veilige schuilplaats voor de ouderen te zoeken om de strijd uit te zitten.

---

Verkenners hadden een bruikbare grot gevonden om de volwassenen in achter te laten. Enkele kinderen, met talenten die minder belangrijk waren voor de komende strijd, waren achtergebleven om hen te beschermen. Sommige volwassenen leken het vervelend te vinden dat hun kinderen weg zouden gaan, maar misschien was dat wel gewoon omdat ze het vertrouwde gezelschap zouden missen.
Nu was het leger weer op weg, gedisciplineerd als altijd. Nou ja, op één persoon na dan, die er maar zo’n beetje bijliep. Oigir voelde meer afstand tot deze kinderen dan ooit. Opgroeien was een langzaam en gemeen proces. Waarom kon het niet gewoon in één keer over zijn? Toch was hij vastbesloten zijn uiterste best te doen om hen te helpen, op welke manier dat dan ook zou zijn.

Hoe verder ze kwamen, hoe grotere monsters ze moesten bevechten. Die trollen en ander klein grut werden door de Vuurwerpers makkelijk gedood of op de vlucht gejaagd. De steenachtige vierpotige dingen, die ze nu vaker tegenkwamen, lieten zich door een vuurbal niet tegenhouden, maar de Stemvergruizers lieten er weinig van heel. Inmiddels was er al meer dan eens iets heel groots met lange wapperende ledematen en een kop als een hamer opgedoken, dat ook tegen vuur leek te kunnen, die door de Dondermakers wel een tijdje op een afstand konden worden gehouden door ze met schokgolven achteruit te werpen, maar door hen niet vernietigd konden worden. Een Stemvergruizer moest dan eerst een rots in scherpe fragmenten schreeuwen, dan kon een Verplaatser deze stukken in de richting van het monster gooien, waarna een Dondermaker daar zo veel snelheid aan kon geven dat het monster aan flarden gescheurd werd. En zo werd de strijd steeds complexer. Aan ‘hun kant’ waren nog geen doden gevallen, maar dat zou niet lang meer duren.

Ze liepen langs een modderpoel en op het moment dat ze er allemaal voorbij waren, veranderde die poel opeens, groeide de lucht in, kreeg een soort van tentakels, waarmee het een aantal kinderen ter aarde sloeg. Vuurwerpers gooiden uit alle macht naar het monster, zonder resultaat. Ook de schokgolven van de Dondermakers leken geen invloed te hebben en de Stemvergruizers hadden geen enkele invloed op deze modderklont. Het monster ging op een aantal kinderen af, die duidelijk geen kans maakten tegen dit ding. Hij wist niet waarom hij het deed, maar hij liep van achter op die bewegende modderberg af en ramde zijn vuisten erin. Hij voelde hoe zijn geest het lichaam van het monster indrong en merkte dat overal waar zijn geest kwam, dat lichaam bevroor. Langzaam veranderde de modderberg in een ijsberg. Daar hadden de Stemvergruizers en Dondermakers wél grip op, zodat ze het bevroren monster in stukken uiteen konden slaan. Het ding stierf en Oigir liet zijn geest terugvloeien naar zijn eigen lichaam.
Om hem heen stonden kinderen met verbazing en bewondering naar hem te kijken. Dit hadden ze nog nooit gezien, dit talent was ze geheel onbekend. Eerlijk gezegd, tot die paar minuten geleden had hij het zelf ook niet geweten. Dus dit was zijn talent. Hij wist dat, ergens in de strijd, dat talent onmisbaar zou zijn. Nogmaals keek hij de kring van kinderen rond. Er was iets veranderd in hun houding. Op één of andere manier zagen ze hem nu toch als jonger dan hij was, bijna als één van hen. Bijna.

---

Ze hadden de voet van de Berg bereikt. De toestroom van monsters begon zijn tol te eisen, de kinderen werden moe en hun krachten begonnen uitgeput te raken. Bijna iedereen moest nu voortdurend meedoen in de strijd, dus er was weinig ruimte meer om weer op krachten te komen. Oigir had een paar keer kunnen helpen met moddermonsters, maar hier op de stenige bergflanken zouden die waarschijnlijk niet meer voorkomen.
De groep was inmiddels uiteengevallen in kleinere groepen met kinderen van diverse talenten, zodat ze meer monsters tegelijk aankonden zonder elkaar in de weg te zitten.
Het groepje, waar hij zo’n beetje mee meeliep, was bezig de bergflank te beklimmen. Opeens raasde en schokte de grond onder hen, ze werden door een aardschok omvergeworpen. Ze klauterden weer overeind, met verbazing en ongerustheid in hun ogen. Er volgden niet meer schokken, dus ze liepen maar weer verder.
Een paar minuten en monsters later gebeurde hetzelfde weer, maar nu krachtiger, langer. Deze keer kwamen niet alle kinderen er ongeschonden vanaf. Schrammen en bulten, een pijnlijke plekken van het vallen, allemaal nog niet zo ernstig. Maar wat nu als zo’n aardbeving plaatsvond terwijl ze met monsters aan het vechten waren?
Onvermijdelijk gebeurde dat. Een golf rotsmonsters kwam van de berg afgedonderd, Dondermakers, Verplaatsers en Stemvergruizers maakten zich op om ze tot kiezels te reduceren, maar op het moment dat ze wilden toeslaan werden ze door een aardbeving onderuitgegooid. De monsters denderden over de groep heen, gelukkig hadden die zelf blijkbaar geen controle over hun bewegingen dus ze konden niet stoppen om meer schade aan te richten. Toch was die schade groot. Enkele kinderen waren werkelijk geplet en bleven dood of stervend liggen, anderen hadden botbreuken of bloedingen. Even was het een bijna volwassen chaos in de groepen.
Snel organiseerden de overgeblevenen zich, om de volgende aanvalsgolf te kunnen weerstaan. Zó makkelijk waren ze nu ook weer niet te verslaan. Terwijl de kracht in hen afnam, nam de vastberadenheid toe. Ze moesten deze strijd winnen om ooit weer een normaal leven te kunnen leiden.

Oigir keek omhoog naar de top van de Berg, ongenaakbaar in de verte, als een koning die het strijdtoneel overzag. Als een bliksemschicht trof dit besef hem. Deze Berg wás de monsterkoning, was een levend wezen dat de strijd bezag en stuurde. En dit was zijn taak: hij moest de koning bestrijden, zodat de kinderen zijn legers konden uitschakelen. De hartslag van de koning veroorzaakte deze aardbevingen en het was aan hem om deze tot stilstand te brengen.
Hij keek om zich heen, diverse groepen kinderen waren bezig met monsters te bevechten, soms winnend, nu vaker verliezend, er vielen soms meer doden aan hun kant dan aan die van de monsters. Het werd tijd. Hij zou dit alleen moeten doen. Oigir begon de berg te beklimmen, richting die verre top, richting de troon van de koning.

---

Naarmate hij hoger kwam werden de aardbevingen sterker en duurden ze langer. Iedere keer als hij weer een beving voelde aankomen, sprong hij op en concentreerde zich op het zolang mogelijk in de lucht blijven, in de hoop dat dat lang genoeg zou zijn om pas weer neer te komen als de beving voorbij was. Dan weer over de rotsen doorklauteren, tot de volgende beving zich in zijn gevoel aankondigde. Zo vorderde hij maar langzaam, maar hij wist dat hij helemaal boven op de berg moest zijn om te doen waar hij hier voor was. En ach, eigenlijk was het ook wel een leuk spelletje om die aardbeving steeds nét voor te zijn... Oigir sloeg zich voor het hoofd om die ergerlijk volwassen gedachte en concentreerde zich weer voor de volgende sprong.

Na een eindeloos lijkende klim vlakte de helling eindelijk af en kon hij de platte top zien. Hij rende richting het hoogste punt en stond daar even, wetend dat hij op het juiste punt was, moed verzamelend om te doen wat hij moest doen.
Hij ging op zijn knieën zitten en ramde zijn armen recht naar beneden de berg in. Zijn hele wezen daalde af in de richting waarin zijn armen wezen. Daar waar hij langs kwam bevroor de grond in een fractie van een seconde. Dieper en dieper daalde hij in de berg af, dichter en dichter naar zijn doel, tot hij onder zich het hart van de berg zag: een grote pulserende donkerbruine massa, omgeven door roodgloeiende trage stromen magma. Steeds als het hart samentrok, schudde de hele berg op haar grondvesten en voerden de versnelde magmastromen deze schokkende hartslag naar de oppervlakte.
Oigir spreidde zich uit, maakte zijn aanwezigheid steeds breder, rond dat enorme hart, en overal waar hij zich naar uitbreidde versteenden de magmastromen en kwamen tot stilstand. Hij slaagde erin het hele hart te omspannen, in te sluiten. De hartslag werd langzamer, onregelmatiger, steeds zwakker, en kwam dan tot stilstand. Oigir voelde de warmte uit de aarde omhoogkomen om zijn greep te doorbreken, maar hij hield vol, zijn intense koude uitstralend over de omgeving.
Een klein deel van hem rees weer omhoog naar het oppervlak, om het effect te zien van wat hij deed. Boven was het verloop van de strijd drastisch aan het veranderen. De kinderen konden overeind blijven en hun krachten ten volle benutten tegen het aanstormende gespuis. Ze konden weer een gesloten front vormen van vuur, steen, wind en geluid. De monsters gingen nu met dozijnen tegelijk neer, werden op alle fronten teruggedrongen.
Er waren echter ook monsters die door leken te hebben dat hun teloorgang vooral werd bewerkstelligd door die eenzame figuur op de top van de berg, en ze ondernamen pogingen om in zijn richting te komen. De kinderen zagen deze beweging en vanuit diverse groepen kwamen kinderen richting de bergtop om een beschermende ring rond Oigir te vormen. Het deed Oigir goed om te zien dat de kinderen blijkbaar zoveel vertrouwen in zijn kinderkracht hadden, dat ze zijn bijna-volwassen lijf wilden beschermen om hem zijn taak te kunnen laten volbrengen.

Terwijl de tegenstand steeds verder afnam, werd de kring om hem heen steeds sterker, tot er geen monster meer over was om te bevechten. Oigir trok zich langzaam terug uit de berg. Hij zag hoe de warmte het hart weer bereikte, maar het hart had geen monster-ledematen meer om voor te kloppen en bleef stil. Oigir kwam terug in zijn lichaam en haalde zijn armen uit de grond. Een kind hielp hem overeind. Hij keek ernstig de kring rond, met moeite het juichende gevoel in hem onderdrukkend. Hij wilde dansen en zingen, vieren dat ze de overwinning behaald hadden, maar hij wist dat deze kinderen hem dan onmiddellijk als een volwassene zouden gaan behandelen. Dus hij hield zich stil, accepteerde vriendelijk de ernstige knikjes van de andere kinderen, waarmee zij hun dankbaarheid en vreugde over de goede afloop uitten.

---

Langzamerhand kwam iedereen weer bij elkaar. De kinderen hadden de volwassenen weer uit hun schuilplaats gehaald. Met moeite waren sommige van hen zo ver te krijgen om mee te gaan om de lichamen van de gedode strijders van de bergflanken af te dragen en in de bosgrond te begraven. Er waren zo veel doden dat er slechts korte, formele afscheidsrituelen gedaan konden worden. Vreemd genoeg zag Oigir, bij de plechtigheden waar hij bij was geweest, steeds vaker de volwassenen ook verdriet uiten over de doden. De kinderen leken steeds emotioneler op de begrafenissen te reageren, en hij zag zelfs volwassenen pogingen doen om de kinderen te troosten. Er leek veel meer contact tussen de twee groepen te ontstaan, zonder de gebruikelijke wrijving en afkeer voor elkaars gedrag. Zoals altijd stond Oigir buiten allebei de groepen, waardoor hij haarfijn kon zien wat er gebeurde. Hij kon slechts bedenken dat de afloop van de strijd iets in beweging had gezet, of misschien juist een al lang gaande beweging tot stilstand aan het brengen was.

De doden waren begraven, de wonden verzorgd. Het werd tijd om de terugweg te aanvaarden, naar hun thuis, waar ze nu weer veilig konden leven. Dit besef deed zelfs de kinderen glimlachen. Hier en daar werd er zelfs gegiecheld of klonk een juichkreetje. Het was alsof de kinderen zichzelf niet meer helemaal in de hand hadden.
Hoe verder de voorbereidingen voor de terugweg vorderden, hoe vaker Oigir vreemde dingen zag gebeuren. Een kind dat een handjeklap-spelletje speelde met een volwassene. Een oudere die in alle ernst bezig was een rugzak efficiënt in te pakken. Twee kinderen die kevers tegen elkaar lieten racen in plaats van hun taken te doen, tot een volwassene ze, enigszins verlegen, kwam vragen of ze niet beter eens mee zouden komen helpen. Verbazend. Alles om hem heen draaide om, de volwassenen begonnen kind te worden en andersom. Vreemd dat hij dacht dat dát misschien wel de natuurlijke verhoudingen waren. Verontrustend om te merken dat hij, hij alleen, niet veranderde. Zoals het nu was, waren ze bijna allemaal net als hij: tussenin. Maar Oigir besefte goed dat in alle anderen die veranderingen net zo lang zouden doorgaan, tot de twee groepen volledig van plaats gewisseld waren. En dan zou hij, weer, tussen de twee groepen in staan. Maar nu vroeg hij zich af welke richting hij dan uit zou gaan ontwikkelen. Terug naar het ernstige, verantwoordelijke kind, dat nu de rol van de volwassenheid leek te zijn? Verwarrend.

---

Wat een verschil met de heenweg. Kinderen die op de schouders van één van hun ouders zaten. Andere die luid lachend tussen de lopende mensen door achter elkaar aan renden. Volwassenen die bezorgd toeschoten als een kind gestruikeld was, en, zowaar, daar om huilde. Ja, voor iedereen was het anders... behalve voor Oigir zelf. Hij wilde ook wel wild tussen de mensen doorrennen, maar besefte dat hij daar te groot en te volwassen voor was. Maar dat serieuze en zorgende van die volwassenen was iets waar hij toch ook nog niet aan wilde. Ach, zo was het nu eenmaal, hij zou wel zien hoe zijn leven verder zou gaan lopen.

Oigir herkende de lawinegalerij waar hij op de heenweg de Berg voor het eerst had gezien. Nu deze verslagen was en een berg als iedere andere was, was dit ook gewoon een lawinegalerij, niet meer. De groep stapte weer onder toenemende echo’s de galerij in. Halverwege stopte Oigir nog even en keek omhoog. Geen spoor van de lucht of de berg te zien, gewoon zoals het hoorde.
Toen het geluid van de groep zijn echo weer verloren had, keek hij naar de uitgang van de galerij, waar twee volwassenen op hem stonden te wachten. Hij liep hen tegemoet. Ze glimlachten hem toe en staken allebei een hand uit. Oigir nam de handen aan en keek zijn ouders één voor één aan. Zou hij dan toch ergens bij horen?



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.