Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Fantasy
Geplaatst:
7 juli 2011, om 21:16 uur
Bekeken:
1072 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
184 [ download ]

Score: 2

(2 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Yera"


 

“Wat is dit toch een heerlijke plek om te wonen”, dacht Tano, terwijl hij over het dorp Lajk uitkeek, zijn staart zwaaiend in een langzaam, tevreden ritme.
Hier aan de rand van de Kau, met de hoge toppen van het grensgebergte aan één kant en de moerassen en meren aan de andere kant, voelde Lajk als een veilige haven.
Voorbij het grensgebergte lag de wereld van de Mensen, waar maar weinig Kaun ooit kwamen, en waarvandaan gelukkig maar heel zelden Mensen slaagden om de Kau te bereiken.
De weinige wegen door de bergen waren aangelegd met het doel deze Mensen te doen verdwalen, daarbij soms nog geholpen door Kaun die, gewaarschuwd door hun gevleugelde wachtposten, de indringers op een verkeerd spoor zetten.

De weg andersom was makkelijk, maar werd toch slechts zelden gebruikt, door die paar Kaun die het leven in de Kau blijkbaar niet mooi genoeg vonden en op ontdekkingstocht wilden gaan in de wereld van de Mensen. Weinigen kwamen ooit terug van hun tocht. De ‘beestmensen’ of ‘weerwolven’ uit de Kau werden daar opgejaagd en gedood. Die Mensen, hoe zwak ze individueel ook mochten zijn, konden in een groep verrassend vasthoudend een Kaun opjagen, in een hoek drijven en met hun pijlen en speren doden.

Maar goed, waarom die gedachten? Hier in Lajk was het leven goed. Tano keek nog eens tevreden om zich heen en zag aan de bosrand zijn achtjarige dochter Yera met een paar andere kinderen enthousiast bomen in en uit rennen: met handen en voeten als een streep recht omhoog, bovenaan met een sprong een slag omdraaien, en weer net zo hard naar beneden rennen. Ja, het was een wonder dat die bomen het allemaal overleefden, zoveel kinderklauwtjes als daar in de loop van de jaren ingezet waren. Tano grijnsde zijn hoektanden bloot en dacht terug aan hoe hij in zijn eigen jeugd er precies zo uitgezien moest hebben: een oranjebruine streep met een beige staartpunt, op en neer racend tegen een boomstam. Alleen Yera’s langere en smallere staart toonde de invloed van haar moeder. Aan de spelende kinderen was goed te zien dat de Vossen en de Katten stukken betere klimmers waren dan de Wolven, en dat het Katvosje Yera veruit de beste klimmer van het stel was. Maar ja, dat was natuurlijk vooral het gevoel van een trotse vader...

Tano keek nog even liefdevol naar zijn dochter, draaide zich dan om en begon terug te lopen naar het dorp. In de verte gilden de kinderen van plezier... of... hoorde hij er nu toch iets anders in? Hij hield stil en spitste zijn oren naar achteren. Dan klonk tussen het nu wel angstig klinkende gegil “dajn! dajn! dajn!”. Tano gooide zijn lichaam om en rende op volle snelheid richting de bosrand. Nog net kon hij het licht waggelende silhouet van een dajn ontwaren, dat in de bosrand verdween. De kinderen waren allemaal veilig de bomen in gevlucht.
Tano kwam bij de bosrand aan om te zien of de kinderen allemaal in orde waren, maar zag Yera er niet tussen. Toen wees één van hen het bos in en gilde “Yera”. Tano herinnerde zich in een flits dat de dajn iets in zijn muil had gehad. Nee toch, niet Yera, alsjeblieft, niet Yera!

Tano rende het bos in, proberend het spoor van de dajn en de vage geur van Yera te volgen, maar moest al snel opgeven omdat door zijn blinde paniek de sporen en de geuren een door elkaar lopende chaos werden. Vertwijfeld schreeuwde hij Yera’s naam een aantal keren, maar hij kreeg slechts antwoord van de echo van zijn eigen stem.

Trillend, besluiteloos, uitgeblust stond Tano daar op een open plek in het bos, stond daar maar zonder enig idee wat te doen. Naast hem verscheen een Wolf, die hem met een bedroefde blik aankeek en langzaam zijn hoofd schudde; ook hij had het spoor niet kunnen volgen. Samen liepen ze, schouders en staarten hangend, terug naar de bosrand, waar het inmiddels een drukte van belang was. Tano hoorde Riina’s stem zijn naam roepen en hij zag zijn vrouw met paniek en wanhoop in haar ogen als aan de grond genageld naar hem staan kijken. Hij liep op haar af en nam haar in zijn armen, machteloos van verdriet.

Iemand merkte op dat Yera’s bloed nergens te zien of te ruiken was. Eén van de kinderen vertelde dat hij dacht dat Yera zich in de kaken van de dajn onmiddellijk dood gehouden had. Tano hoorde dit verhaal aan en wist meteen dat Yera inderdaad zo slim was dat ze dat zou doen en hij kreeg weer hoop dat zijn dochter nog in leven was.

Diverse dorpsbewoners boden zich zonder aarzelen aan om mee te gaan om Yera te gaan zoeken en binnen de kortste keren hadden Tano en Riina een grote groep zeer diverse Kaun om zich heen die voorbereidingen troffen om op speurtocht te gaan.

---

Toen ze de kaken om haar middel voelde wist Yera meteen dat ze door een dajn gegrepen werd. Ze verstijfde van angst en wilde haar klauwen naar achteren uitslaan, maar herinnerde zich opeens de waarschuwing van haar vader dat een dajn juist harder zou gaan bijten als ze zich verzette. Dus maakte ze zich slap, hoe moeilijk dat ook was, en liet ze zich door het beest meevoeren. Ze kon niet denken, niets voelen anders dan de kaken en de adem van het beest en haar eigen van angst razende hart.

Er leek geen einde te komen aan hun vlucht door het bos, waarbij ze steeds over de grond sleepte of langs struiken en rotsen schuurde. Ze probeerde haar hoofd zo goed mogelijk te beschermen zonder ‘levend’ te lijken, maar toch kwam ze onder de schrammen en bulten te zitten. Eigenlijk werd ze een beetje boos op dit domme beest. Wat dacht het wel, om háár als prooi te zien!

Ze waren al hoog in een bergpas toen het beest haar eindelijk losliet. Ze viel op de grond en wist zich behendig op haar rug te draaien. De dajn zette een poot op haar en bracht zijn kop in haar richting. Onmiddellijk zette ze haar vier klauwen en haar tanden in de snuit van het beest en begon uit alle macht te krabben en te bijten, ze zou dat rotbeest wel eens leren! Het probeerde zich terug te trekken, toen dat niet lukte sloeg het hard met zijn poten naar haar, waarmee het bijna haar ribben brak, maar ze bleef net zo lang doorvechten tot het beest neerviel en ze zich los kon maken. Ze wist overeind te komen en ondanks de pijn in haar hele lichaam rende Yera zo hard als ze nog nooit gerend had. Hier geen bomen om in te klimmen, geen struiken om achter te schuilen. Dan maar tegen een steile rotswand op en hopen dat de dajn niet kan volgen.
Boven gekomen draaide Yera zich om en zag dat de dajn haar helemaal niet gevolgd was maar blind om zich heen zat te slaan naar helemaal niets. Eindelijk kon ze een beetje ontspannen. De pijn van haar wonden zorgde ervoor dat ze langzaam het bewustzijn verloor.

Toen Yera weer wakker werd, was het al bijna donker. Ze wist niet waar ze was, had honger, dorst, pijn, ze kon niet meer helder denken. Verderop lag de dajn, duidelijk morsdood. Het enige wat ze kon bedenken was dat ze zo snel mogelijk weer de berg moest afdalen, terug naar Lajk, naar haar vader en moeder, naar huis, naar de veiligheid. Ze zag een pad naar beneden lopen en zo ging ze dus maar op weg.

---

De Wolven in de groep hadden het geurspoor toch weten op te pikken en het leidde de bergen in. De Adelaars bleven steeds boven de groep cirkelen en probeerden te zoeken in de richting waarin het spoor zich leek te bewegen, maar zonder succes. Het begon te schemeren en de Adelaars konden niet lang meer helpen zoeken. Er zat dus niets anders op dan de Wolven het speurwerk te laten doen en langzaam de berg te bestijgen in de toenemende duisternis.

Opeens begon een duidelijke geur tot iedereen door te dringen: die van een vers lijk. Riina en Tano keken elkaar angstig aan en durfden niet meer verder te gaan. De voorste Wolf liep snel in de richting waar de geur vandaan kwam, verdween over een rotspartij, stak enkele seconden later zijn hoofd weer over de rand, en zei simpel “dajn, geen Yera”.
Opgelucht klommen de anderen tegen de rotspartij op en zagen een dode dajn met een grondig aan flarden gescheurde kop liggen. Dit was duidelijk het werk geweest van een heel stel kleine maar venijnige klauwtjes. Riina en Tano keken elkaar weer aan, nu met een combinatie van opluchting en bewondering maar daarna weer toenemende zorgen, want waar wás hun dappere meisje dan?
Een spoor van lichaamsgeur en, gelukkig, maar weinig bloed dat ook nog eens hoofdzakelijk van de dajn was, leidde naar een plek waar Yera duidelijk een langere tijd gelegen had, en van daar vandaan de berg af... niet in de richting van de Kau, maar de andere kant uit, naar de wereld van de Mensen toe.

---

Yera was weer in de bossen uitgekomen, maar had geen idee hoe ze Lajk terug moest vinden. Herhaaldelijk klom ze op een rots of in een boom en liet ze haar schrille roep over de omgeving uitgaan, maar nooit kwam er antwoord van iemand die ze kende, alleen de dieren riepen soms terug.
Toen ze een tijdje een rotsrichel had gevolgd die er veelbelovend uitzag maar die maar niet verder wilde dalen, dacht ze in de donkere verte een meer te zien, dus dan kon Lajk daar niet ver vandaan zijn. Verschrikkelijk moe en met pijn in haar hele lichaam, maar met het idee dat haar thuis toch nooit meer zó ver weg kon zijn, ging ze terug naar een plek waar ze van de rotsrichel af kon springen en daalde ze verder af in de richting van het water.

Na een hele lange tijd lopen kwam ze eindelijk bij een pad, maar toen konden haar benen haar echt niet meer dragen. Ze zakte in elkaar aan de rand van het pad, bedacht dat ze beter niet zo in het open kon gaan liggen, sleepte zich met moeite naar een bosje hoog gras en varens, kroop erin, en viel bijna onmiddellijk in slaap, dromend dat ze weer een heel klein meisje was, veilig slapend in de armen van de prachtige Poema die haar moeder was.

---

De oude herder Herrick liep zijn vaste ochtendwandeling naar de weiden waar zijn schapen liepen. De dauw en het licht van de vroege ochtend begeleidden hem als vanouds op zijn weg naar het dal, hij nam zoals altijd alles in zich op om geen moment van deze prachtige wereld te missen. Dan viel hem iets op dat anders was dan het altijd geweest was. Een hem welbekende bos gras en varens zag er platgetrapt uit, en middenin leek iets oranjebruins te liggen. Was dit een gewonde vos?

Voorzichtig naderde Herrick het bosje en zag dat er inderdaad een vos in lag. Of... was dit toch iets anders? Nog dichterbij, en de vos bleek een zo goed als menselijk hoofd te hebben, een kinderkopje met een bos lang rood haar. Wat was dit?! Herrick leunde naar voren en er brak een takje onder zijn voet. Met een gilletje sprong het vossenmeisje op, viel neer en klauterde grommend weer overeind, waarna ze haar handen uitspreidde om twee rijen zeer scherp uitziende kattennageltjes uit haar vingertoppen tevoorschijn te toveren en haar mond in een grimas trok om een al even indrukwekkende rij tandjes te laten zien.
Herrick kon slechts met open mond en wijde ogen naar dit kleine wondertje staren. Van binnen werkten zijn hersenen nog wel. Beestmensen, weerwolven, ja, hij had de verhalen erover gehoord, hij had de tekeningen ervan gezien, maar had toch altijd zijn twijfels gehad of dat wel écht was. En nu stond hij oog in oog met eentje, en dit was duidelijk nog een kind.

Toen hij dat bedacht, kwam Herrick weer een beetje bij zijn positieven en zag dat, ondanks het kwade koppie en de vastberaden houding, dit meisje duidelijk doodsbang voor hem was. Hij deed een stap achteruit om duidelijk te maken dat hij er niets voor voelde om zich te meten met dat kleine arsenaal, wilde breed glimlachen, bedacht zich dat een grijns met de tanden zichtbaar misschien wel als een teken van agressie gezien kon worden, dus glimlachte hij maar met zijn mond dicht, onderwijl denkend over een manier om contact met dit wezentje te leggen.

Yera zag dat deze oude Mens haar geen kwaad zou kunnen doen, ze was nu tenslotte een Dajndoder. Toen de Mens achteruitstapte en glimlachte liet ze haar angst een beetje varen, maar ze wist wel dat ze op haar hoede moest blijven, want Mensen waren nu eenmaal enge wezens die erop uit waren om Kaun dood te maken. Dus ze trok haar klauwen in en sloot haar mond, maar ze bleef de Mens wel aankijken met een blik waaruit bleek dat er met haar niet te spotten viel!
Haar hart werd wat rustiger, maar de pijn kwam wel weer een beetje terug in haar lichaam, gelukkig al lang niet meer zo erg als het die nacht geweest was.
De oude Mens begon tegen haar te praten in een taal die ze niet verstond. Yera antwoordde in het Kaur dat ze hem niet begreep, maar de man praatte door in die onbekende taal. Zijn stem klonk wel vriendelijk en geruststellend, en Yera had nu verschrikkelijk honger en dorst, dus ze waagde het er maar op om de Mens haar vertrouwen te geven, en ze maakte gebaren van eten en drinken om hem duidelijk te maken wat ze nodig had. Hij knikte en haalde een leren zak van de band om zijn middel en gaf die aan haar. Dit leek op een drinkzak zoals ze die thuis ook wel gebruikten. Nadat ze eens goed aan de zak gesnuffeld had, wist Yera dat hier gewoon water in zat, ze maakte de zak open en dronk de inhoud achter elkaar op. De Mens lachte toen hij dit zag. Toen maakte hij het eetgebaar en schudde zijn hoofd. Hij had geen eten bij zich. Yera liep met een boogje om de Mens heen, rukte een zuringplant uit de grond en begon deze langzaam op te kauwen. Veel zou dat niet helpen, maar in ieder geval zou het haar knorrende maag wat tot bedaren brengen.

Herrick keek toe hoe het meisje stond te eten en bedacht zich dat hij een manier moest vinden om haar mee te krijgen naar zijn huis, waar zijn vrouw Marta haar vast en zeker een goede maaltijd voor zou kunnen zetten. Maar hoe zou hij dit wezentje kunnen overtuigen van zijn goede bedoelingen?
Het meisje draaide zich, al kauwend, weer naar hem om, met een nu veel vriendelijker blik in haar ogen. Herrick legde zijn hand op zijn borst en zei zijn naam. Daarna wees hij met een vragende blik op haar. Het meisje antwoordde met een heldere stem “Yera”. Hij herhaalde die naam maar eens en zij knikte bevestigend.
Herrick maakte nog maar eens het eetgebaar en wees toen de weg op, terug richting zijn huis. Daarna zette hij een paar stappen in die richting en wenkte Yera om hem te volgen. Die legde even haar kin op haar borst en keek hem van onder haar gefronste wenkbrauwen argwanend aan. Daarom spreidde hij zijn armen maar eens uit in een verontschuldigend gebaar, glimlachte en wenkte haar nogmaals, waarna hij doorliep.
Achter zich hoorde hij een kort grommetje, daarna niets meer. Hij durfde zich niet zo snel al om te draaien om te kijken wat zij deed, en liep nog maar een stukje door. Toen hij zich bij een bocht in het pad omdraaide, bleek dat ze geruisloos vlak achter hem liep. Hij glimlachte nog maar eens, en zo liepen ze door naar Herricks huisje.

---

De zoektocht nam een onverwachte wending. Ineens waren er twee sporen van Yera te ruiken. Mogelijk was ze eerst één richting uit gegaan, teruggekeerd en daarna een andere weg ingeslagen. Aan het spoor was echter niet meer te ruiken welke weg ze uiteindelijk gekozen had.
Er zat niet anders op dan de groep te splitsen, in beide richtingen door te zoeken, waarbij de volgende dag de Adelaars het contact tussen de twee groepen zouden verzorgen en de wijde omgeving zouden verkennen, ook in de hoop dat Yera hén misschien zag.
Er werd besloten dat Tano met één groep zou meegaan en Riina met de andere, zodat ongeacht wie Yera zou vinden, één van beiden er voor haar bij zou zijn. Zo gingen de twee groepen hun eigen weg, onzeker of hun pad naar de verloren dochter zou leiden.

---

Yera was een beetje verbaasd. Deze Mens leek best aardig te zijn, het leek er niet op dat hij haar wilde doden. Dus volgde ze hem maar om eens te kijken wat er zou gebeuren.
Toen ze het huis zag waar ze naartoe liepen, dacht ze dat dat huis zo maar in Lajk zou kunnen staan. Waren die Mensen dan toch niet zó anders dan de Kaun? Waren al die verhalen over hun moordzuchtigheid dan misschien toch niet waar?

De Mens liep naar de deur van zijn huis toe en draaide zich naar haar om. Hij gebaarde naar haar om te blijven waar ze was, wees dan naar binnen, maakte een gebaar van praten, wees dan weer op haar en maakte een gebaar alsof zij naar binnen liep. Yera begreep ongeveer dat de Mens Herrick eerst met een andere Mens daarbinnen wilde praten voor zij naar binnen mocht. Poeh, ze had nog niet eens besloten of ze eigenlijk wel met hem naar binnen wilde gaan!

Herrick liep zijn huis in. Marta kwam hem met een vragende blik in haar ogen tegemoet, zo vroeg had ze hem niet terug verwacht. Herrick beduidde Marta om op een stoel te gaan zitten, ging naast haar zitten en deed het hele verhaal van die ochtend. In eerste instantie dacht Marta dat haar man gek geworden was, maar hij bracht zijn verhaal zo overtuigend, dat ze hem ging geloven: daarbuiten stond echt een beestkind te wachten...
“Herrick, natuurlijk is ze welkom in ons huis, natuurlijk zal ik haar goed verzorgen, maar denk je niet dat het gevaarlijk is om haar hier te hebben? Stel dat ze haar zoeken, volwassen beestmensen, zullen die zo vriendelijk naar ons zijn als ze haar hier aantreffen?”
Herrick haalde zijn schouders op: hoe kon hij dat weten, hoe kon iemand dat weten?
Ze stonden op en liepen weer naar de deur. Buiten, waar het inmiddels zachtjes was gaan regenen, was niemand te zien en Marta keek haar man eens aan. Toen klonk er een keffend geluidje uit de boom naast het huis, en daar op de laagste tak zat een meisje, gekleed in een oranjebruine vacht, met een alerte blik en gespitste puntoortjes, hen aan te kijken. Ook Marta kon even niet anders dan met open mond en wijde ogen naar dat tafereeltje kijken.
Herrick wenkte Yera om binnen te komen. Yera sprong de boom uit, rechtte haar rug, zette haar staart in een krachtige krul en liep met een vastberaden blik – hoopte ze – langs Herrick en Marta heen het huis in. Herrick grijnsde eens naar Marta, om dat o zo kleine meisje met een o zo grote attitude, en liep achter haar aan het huis in. Marta schudde even verbaasd haar hoofd, onzeker of dit allemaal echt gebeurde, en volgde hen naar binnen.

Marta wenkte Yera om naar de keuken te komen, opende de voorraadkast en spreidde een hand uit om Yera duidelijk te maken dat ze mocht kiezen wat ze wilde. Yera stak haar spitse snuitje in de kast en snuffelde eens rond. Er lag een groot plat brood dat goed rook en iets langs en ronds dat van vlees en bloed gemaakt was en haar deed watertanden. Dus ze wees die twee aan, vragend naar Marta kijkend. Die knikte, haalde het brood en de bloedworst uit de kast, sneed van beide een stuk af, en legde die op de tafel neer. Herrick had inmiddels een kan water en een kannetje wijn gepakt en hij zette die erbij op tafel. Yera snuffelde eens aan de wijn, trok haar neus op tegen de scherpte, stak toch maar eens voorzichtig het puntje van haar tong in het kannetje, en trok vervolgens een vies gezicht en liet een niet mis te verstaan geluid van walging horen. Herrick en Marta lachten en Herrick pakte het kannetje weer van tafel, terwijl Marta water in een mok schonk.
Toen viel Yera aan op het eten, en stopte niet meer voor alles op was.

---

De groep van Tano had de bergen inmiddels achter zich gelaten en liep nu door een zacht glooiend landschap. Het was zojuist begonnen met regenen en dit bemoeilijkte de zoektocht aanzienlijk. De Adelaars konden niet goed meer meezoeken, de Wolven raakten het geurspoor kwijt, en het gras en de struiken werden door de regen neergeslagen, waardoor loopsporen ook niet meer goed te herkennen waren.
Een Adelaar had doorgegeven dat de groep van Riina op dood spoor was beland en nu via een andere weg de wereld van de Mensen in zou trekken om te zoeken.
Zowel Riina als Tano lieten regelmatig zo luid mogelijk hun roep horen, in de hoop dat Yera het zou horen, maar hoe verder ze van de Kau af en de Mensenwereld in kwamen, hoe nerveuzer de groep werd als ze dit deden.
Omdat de sporen niet meer te volgen waren, besloot Tano om de groep naar het meer in de verte te leiden, in de verwachting dat Yera dat mogelijk ook als een belangrijk richtpunt zou zien. Ze kwamen bij een door Mensen gemaakt pad en volgden dit naar beneden in de richting van het meer.

---

Yera had haar buikje volgegeten en merkte dat ze doodmoe was. Marta nam haar mee naar de bedstee achter in het huisje en Yera plofte op het bed, krulde zich op, sloeg haar staart over haar gezicht en sliep bijna meteen. Marta bleef nog even naar dat kleine wonderlijke wezentje staan kijken, zich afvragend waarom deze ‘beestmensen’ zo bejaagd werden als ze in hun omgeving opdoken. Er schuilde toch zeker geen greintje kwaad in dit kind, ook al zag ze er een heel klein beetje uit als een roofdier? Zouden de volwassenen van haar soort dan zó anders zijn?
Het was Marta wel duidelijk dat ze aan niemand mochten vertellen wat ze in huis hadden gehaald, want ze kon er niet op vertrouwen dat anderen ook zo ruimdenkend zouden zijn.

---

Riina’s groep was, in hun zicht gehinderd door de regen, terechtgekomen aan de rand van een Mensendorp. Alhoewel ze zich zo snel ze konden uit de voeten hadden gemaakt, wisten ze dat ze door de Mensen gezien waren. Ze zouden dus kunnen verwachten dat er jagers achter hen aankwamen. Maar er was geen keuze, ze moesten verder de Mensenwereld in, want daar ergens was Yera.

---

Het liep tegen de avond, Marta was in de groentetuin bezig, Herrick was net terug van de schapen en ze stonden samen te praten. Langzaam ging de deur van het huis open. Een klein vossenmeisje stapte naar buiten en knipperde even met haar ogen tegen het licht van de zon die weer tevoorschijn gekomen was. Marta riep Yera’s naam, die glimlachte met een hele rij scherpe tandjes, zwaaide en op de twee afliep. Ze keek en rook even wat Marta uit de tuin geplukt had. Verderop liet een fazant zijn typische krakende geluid horen. Yera keek in de richting van de fazant, wees ernaar, keek Herrick aan en maakte het eetgebaar. Herrick lachte en knikte, maakte een grijpgebaar richting de fazant en haalde dan zijn schouders op en schudde zijn hoofd. Fazant: erg lekker, maar ongrijpbaar. Yera liet een brede grijns zien en spurtte dan zomaar weg, Herrick en Marta verbaasd achterlatend. Een minuut lang gebeurde er niets, de fazant bleef doorroepen en verder bewoog er niets. Plotseling was er een oranjebruine flits te zien op de plaats waar de fazant net nog zat. Herrick en Marta keken elkaar nog maar eens aan. Nog een minuutje later, en opeens verscheen er aan de rand van het veld een vossenmeisje dat met een grote grijns op haar gezicht en een enthousiast opgestoken staart een dode fazanthaan omhooghield.

---

Tano keek uit over het meer en voelde dat de wanhoop in hem steeds sterker werd. Hoe kónden ze dit hele land doorzoeken, op zoek naar iets zo kleins en, Yera kennende, zo beweeglijks? Ze moest inmiddels toch doorhebben dat ze niet meer in de Kau was? Zou ze misschien al teruggegaan zijn richting de bergen? Zou ze toch aan haar verwondingen bezweken zijn? Zou ze in handen van een Mens gevallen zijn? Niet zo denken, vooral daar niet aan denken. Maar toch, wat te doen?
Tano draaide zich om en liep terug naar de groep, vastbesloten niets van zijn wanhoop te laten merken.

---

Na het heerlijke maaltje fazant met groentevulling ging Yera weer naar buiten en klom hoog in de boom naast het huis. Ze keek in de richting van de bergen waar ze vandaan gekomen was. Ze was dus de verkeerde kant uit gegaan en zou weer terug moeten. Maar vanavond nog even niet. Ze voelde zich veilig bij deze Mensen en wilde hier nog wel even op krachten komen voor de lange reis terug. Wat zouden papa en mama nu aan het doen zijn? Zouden ze denken dat de dajn haar gedood had? Of... zouden ze naar haar op zoek zijn, hier in de wereld van de Mensen? Dan was het zeker niet goed om op eigen houtje terug te gaan. Wat moeilijk allemaal. Wat moest ze doen?

Marta zag het meisje zitten en kon haar gedachten helemaal volgen. Wat moest het eenzaam zijn, wat moest ze haar thuis missen. Maar wat konden een oude herder en zijn vrouw doen om haar te helpen?

Opeens klonk in de verte het geluid van naderende paardenhoeven. Yera verstopte zich snel tussen de takken. Een ruiter naderde over het pad en stopte bij het huis. Hij begroette Marta en Herrick, die inmiddels het huis uit was gekomen, en vertelde dat er een groep beestmensen gezien was bij het volgende dorp en dat ze dus maar beter binnen konden gaan zitten met de deur op slot. Herrick hoorde het verhaal beleefd aan en zei dat ze goed zouden uitkijken. De ruiter vertrok weer.
Op het moment dat die uit zicht verdween plofte Yera uit de boom op de grond neer en keek de twee Mensen vragend en licht argwanend aan. Wat had die Mens gezegd? En wat hadden zij geantwoord?
Herrick pijnigde zijn hersenen hoe hij dit nieuws aan het meisje kon doorgeven. Hij wees op Yera, maakte een gebaar dat duidde op ‘groter’, herhaalde dat meerdere malen naast elkaar, gevolgd door een gebaar voor ‘zien’ en een wijsgebaar de weg op, in de richting waar de ruiter vandaan gekomen was.
Yera snapte de bedoeling, greep haar staart en een oor en schudde daarmee, stak achter elkaar een aantal vingers op, en wees dan met een vragende blik de weg op. Herrick knikte enthousiast. Yera wees op zichzelf, daarna de weg op en wilde al op weg gaan. Herrick riep haar naam, wees op de donker wordende lucht en maakte tastende gebaren en struikelbewegingen. Yera schudde haar hoofd, wees op haar ogen, op de donkere lucht en het donkere pad en huppelde een stukje vooruit, om aan te geven dat zij ‘s nachts net zo makkelijk kon zien als overdag. Marta maakte een verdrietig geluidje en keek Yera bezorgd aan. Yera keek even terug, begreep de bezorgdheid van deze Mensenvrouw, wees dan naar het huis, naar zichzelf, maakte een gebaar alsof ze sliep, een gebaar wat de opkomende zon moest verbeelden, en wees dan op de weg. Marta knikte gerustgesteld, stak haar hand uit naar Yera, die hem na een lichte aarzeling aannam, en ze gingen gedrieën het huis in om te gaan slapen.

---

Riina’s groep bewoog zich nu steeds voorzichtiger door de bossen. Er was Menselijke activiteit om hen heen te horen, waarschijnlijk jagers die naar hen op zoek waren. Ze had de Adelaar die hen begeleidde al verteld dat hij niet in hun buurt mocht vliegen, uit angst dat dit ontdekking in de hand zou werken. Er was besloten dat de Adelaars de weg naar de bergen in de gaten zouden houden, voor het geval Yera toch terug zou keren, en dat Riina’s groep zou proberen ook weer in de richting van de bergen te gaan. Dit zou hen wel weer dichtbij het dorp brengen waar ze eerder gezien waren. Riina gruwde van het idee dat ze niet verder zou kunnen zoeken naar haar dochter, maar begreep wel dat dit de zinnigste oplossing was. Alhoewel ze mijlenver verwijderd van Tano was, voelde ze hoe wanhopig ze zelf was, en hoe hij zich precies zo moest voelen.

---

De ochtend begon fris en nat, maar Yera’s vacht was op heel wat meer berekend, dus terwijl Herrick zich goed inpakte, stond Yera erbij te kijken en zich af te vragen waarom die Mensen niet ook gewoon een vacht lieten groeien. Zo moeilijk was dat toch niet?
Marta had het oude paard al van stal gehaald en was bezig het dier voor het kleine karretje te spannen. Yera vroeg zich af waarom ze niet gewoon te voet gingen, maar begreep ergens wel dat de Mens Herrick waarschijnlijk te oud was om nog ver te kunnen lopen.
Hoewel ze in haar eentje waarschijnlijk meer kans had om de groep Kaun te vinden, wilde ze deze Mensen wel het plezier geven met haar mee te gaan.
Marta was het huis in gelopen en kwam terug met een mantel met capuchon die ze die nacht in elkaar gestoken had. Ze deed Yera de mantel om. Yera reageerde eerst verbaasd, maar begreep toen dat ze natuurlijk niet zomaar in haar blootje gezien mocht worden in de Mensenwereld, en ze glimlachte naar Marta en knikte begrijpend. Marta knielde voor het meisje neer en nam haar stevig in de armen. Wat was ze in die ene dag gehecht geraakt aan dit prachtkind! Maar nu was het tijd dat ze terugging naar haar eigen mensen, en Marta liet het meisje los en drukte een kus op haar voorhoofd.
Yera keek Marta nog even aan, veegde met een hand de traan van Marta’s wang, grijnsde een beetje onbeholpen, draaide zich om en klom op de bok van het karretje naast Herrick. Die zette het paard in beweging en ze reden het pad op richting het volgende dorp.

---

Tano zat hoog in een boom over de omgeving uit te kijken. Naast hem op een tak zat een Adelaar, die hem vertelde van de vruchteloze pogingen die ze hadden gedaan om Yera vanuit de lucht te zoeken. In de verte ratelde een kar langs met twee Mensen op de bok. Tano dacht dat dit wel Mensen zouden zijn die gingen helpen met de jacht op Riina’s groep. Hij vervloekte deze Mensen, hun onwetendheid, hun drang om alles te vernietigen wat ze niet aanstond. Langzaam daalde hij weer tussen de takken door af, vastbeslotener dan ooit om Yera terug te vinden, of ze nog leefde of niet.

---

Riina’s groep had besloten om met een wijde boog om het dorp heen te trekken. Net toen ze bij de weg kwamen die naar het dorp toeliep, hoorden ze in de verte een paard-en-wagen aankomen. De groep verborg zich een eindje van de weg af, en de kar ratelde langs. Toen ving Riina’s neus opeens een wel heel bekende geur op, en zonder dat ze zich nog kon inhouden schalde haar miauwende roep door de lucht.

Yera hoorde de roep van haar moeder, draaide zich met een ruk om in de kar en schreeuwde tegen Herrick dat hij moest stoppen. Alhoewel Herrick haar niet verstond, was het duidelijk dat er iets aan de hand was achter hen, en Herrick liet het paard stoppen.
Yera sloeg de capuchon naar beneden en liet haar ijle roep horen. Deze werd onmiddellijk beantwoord door een aantal stemmen, waaronder die van haar moeder.
Een eind achter de kar stapte een Poema de weg op. Yera sprong van de kar en rende op volle snelheid op haar moeder af, terwijl Riina even snel op haar afkwam.

Herrick keek toe hoe Yera in de uitgestoken armen van deze katachtige sprong en de twee stonden te huilen van blijdschap, terwijl er uit de berm nog meer beestmensen opdoken. Een wolfman, een vosvrouw, iets langs met een leerachtige huid, dat aan een hagedis deed denken...
De wolfman keek Herrick aan en maakte een lichte buiging. De anderen probeerden Riina en Yera weer het bos in te loodsen. Toen liet Herrick zich pas horen. Hij vroeg aan de wolfman of ze naar zijn huis wilden komen. Daar was misschien wel de veiligste plaats in de omgeving. De wolfman nam Herrick eens goed in zich op en antwoordde dan in Herricks taal dat hij het de anderen zou vragen. Hij liep naar de vier anderen toe en sprak met hen. Yera reageerde enthousiast en stond op en neer huppend te praten terwijl ze terug langs de weg wees. Yera’s betoog werkte blijkbaar, want de andere diermensen gaven knikkend hun instemming. De wolfman kwam terug naar Herrick en zei dat ze het aanbod aannamen. Herrick betwijfelde of er genoeg ruimte in de kar was voor allemaal, maar de wolfman grijnsde en zei dat Herricks paard geen kans maakte tegen zelfs de kleine Yera. Herrick dacht terug aan Yera’s fazantenjacht en geloofde de wolfman meteen. Hij draaide de kar om en reed de groep voorbij, die weer in het bos verdween. Op de weg terug naar huis zag hij regelmatig schimmen naast zich door het bos rennen en begon hij pas goed te begrijpen hoe mooi deze wezens allemaal waren.

Bijna teruggekomen bij het huis stopte Yera even om haar roep te laten horen, zodat Marta wist dat ze er aankwamen. Tot haar en ieders verbazing klonk na een paar seconden vanaf een enorme afstand de lange sonore roep van haar vader terug. Riina viel Yera bij en weer klonk over die enorme afstand de roep van Tano terug, en moeder en dochter huilden samen van geluk.

De groep verspreidde zich om het huis, met wachtposten bij de toegangsweg. Marta bracht iedereen eten en drinken en kon daarbij niet nalaten deze magnifieke wezens van top tot teen te bekijken. Beestmensen? Nee, ze waren zo veel meer dan dat!

Yera en Riina waren hoog in de boom geklommen om te zien of Tano al in aantocht was, terwijl Yera honderduit kletste over haar avonturen.
Na enige tijd verscheen onder aan de weg een silhouet met een grote pluimstaart. Yera en Riina schoten de boom uit en renden om het hardst in die richting. Yera vloog haar vader in de armen en Riina sloot haar op tussen hun twee lichamen. Yera begroef haar gezicht in de vacht van haar vader en liet de warmte en de vertrouwde geur van papa en mama diep in zich doordringen. Nog nooit had ze zich zo veilig en geliefd gevoeld.

 

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.