Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Sciencefiction
Geplaatst:
15 maart 2011, om 10:01 uur
Bekeken:
821 keer
Aantal reacties:
2
Aantal downloads:
271 [ download ]

Score: 2

(2 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Regelrecht de hemel in deel 8"


Mitchell bij zijn kaken op elkaar en loopt weg, terwijl de eerste dikke regendruppels in het droge stof vallen.

 

 

 

 

Hij laat zich op zijn bed vallen zonder zich uit te kleden en slaapt bijna meteen, om vervolgens een paar uur later wakker gemaakt te worden door één van zijn bunkmates.

“Wat is er?” Met dikke ogen van de slaap richt hij zich op en leunt op één arm. Zijn maat ziet er verwilderd uit.

“Er is een half eskader verdwenen.”

“Wat?” Ongelovig staart Mitchell hem aan. Dan klikt het. “Tijdens een vlucht?” De ander knikt. “Dan hoe je je geen zorgen te maken, die komen wel weer terecht.”

“Net als jij.”

“Precies.” Hij begint wakker te worden. “Luister Sam, die jongens komen terug, dat weet ik zeker.” Sam woelt door zijn korte haar wat alle kanten op piekt van het zweet en gaat op zijn rug op bed liggen.

“Ze zeggen dat je gek geworden bent. En dat Freeman en Stevenson de volgenden zijn.” Hij ontwijkt Mitchell's blik. “Ze hebben het over drugs.”

“Kom op, Sam, je weet dat ik die rotzooi niet gebruik.” Hij wordt pissig, gaat dit de komende tijd zo door? “Wat denk je nou zelf?” Sam kijkt opzij en grijnst onverwacht.

“Ik denk dat het wel meevalt. Je bent nog steeds chagrijnig als je niet wakker wil worden, net als altijd.” Ze schieten allebei in de lach.

“Weltrusten.” Mitchell trekt opgelucht zijn shirt en broek uit en strekt zich uit op de matras. Waarom blijft hij toch zo moe...

 

Ze slapen nog geen uur als er buiten een enorme dreun en hard metalig geschraap klinkt, waardoor ze allebei wakker schrikken. Er wordt geschreeuwd in het kamp.

Automatisch springen ze uit bed en zijn binnen no time aangekleed, vliegen naar de deur.

Buiten heerst chaos, wat vreemd is voor een zo georganiseerd kamp. De bittere geur van geschroeid staal en kunststof slaat de jongens tegemoet.

Achter de messtent slaan vlammen omhoog, mensen zijn al bezig met blussen, en meer materuaal wordt aangereden.

“Jullie, helpen!” In het voorbijgaan stompt een rennende man hen tegen de arm, en ze volgen hem meteen.

“Wat is er gebeurd?” roept Sam boven de herrie uit.

“Doorgeschoten bij de landing!” schreeuwt de man achterom. Ze komenachter de messtent en in één oogopslag overzien ze de ravage. Mitchell verstijft, hij krijgt het plotseling koud.

De straaljager heeft zich dwars door een opslagloods geboord en is daarna zo te zien geremd door een tank, die scheef in een geul staat. Diepe groeven in de grond geven het spoor aan.

“Shit, die is weg,” Sam doelt op de piloot van het toestel. De neus is bijna verdwenen; wat er van over is ligt verspreid over de tank en de omliggende grond.

Mitchell krijgt een duw richting de blusapparatuur en plotseling actief helpt hij de slangen afrollen.

Sam is in het tumult verdwenen.

Na een half uur is alle vuur uit. De loods is weinig meer dan verbogen pijpen en flarden dakdoek, de tank is zwartgeblakerd maar lijkt nagenoeg onbeschadigd te zijn.

Van de straaljager is niets over dan geschroeide platen met afgebroken vleugels.

In stilte wordt er opgeruimd, iedereen is te moe om te praten. Pas als het ochtendlicht door lijkt te breken maken de blussers plaats voor de bergingswerkers.

Mitchell gaat terug naar zijn slaapunit, wankel van vermoeidheid. Onderweg komt hij Sam tegen, bleek ins het vale licht en met smerige vegen op zijn bezicht en armen.

Binnen, geen zin meer om te wassen, kleren uit, slapen.

 

“Rot op, laat me liggen...” Mitchell draait zich om, duwt de hand weg die hem wakker probeert te schudden.

“Opnieuw proberen,” zegt iemand van veraf. “Het heeft lang genoeg geduurd.”

Hij weigert, verstopt zijn hoofd in zijn armen.

Dan een ijskoude klap op zijn blote rug, alle adem wordt uit zijn longen geslagen en hij schiet hijgend van de schok overeind.

Sam en Davitts staan naast zijn bed, Sam met een brede grijns en een halflege fles water in zijn hand.

“Sorry jongen, je wou niet wakker worden.” Mitchell gromt iets en droogt zich af met de handdoek die hem aangereikt wordt.

“Nou, wat is er nu weer mis?” Davitts kucht en wrijft over zijn hoofd.

“Howards, er is een probleem, iets waarmee jij me misschien kan helpen. Ik heb vanmorgen vroeg zes man binnengekregen, die allemaal exact dezelfde symptomen vertonen als jij. MASH 7510 hier vlakbij stuurde me een rapport van vier dezelfde gevallen.” Hij haalt diep adem.

“En verder...?” Dit is nog lang niet alles, denkt Mitchell.

“Verder... De piloot van het toestel wat vannacht is verongelukt is gevonden in Aheb, een stad twaalf mijl hiervandaan. Levend, zonder verwondingen. En flink in de war,” voegt hij eraan toe.

“Hallelujah,” mompelt Sam. “Tijd om mijn ideeën wat te herzien.”

“Waar denk je aan?” vraagt Davitts cynisch, “Aliens?” Sam haalt zijn schouders op.

“Dacht ik even aan, maar nee. Dit lijkt eerder op eh... Iets hogers, als ik het zo mag zeggen.” Mitchell grijnst. Die Sam is zo gek nog niet.

Hij communiceert al jarenlang, sinds hij een kind was, met ons. Niet zo bewust als dat er nu contact gelegd wordt, maar hij weet van ons bestaan.”

Ik wist dat jullie je erin zouden mengen, denkt Mitchell. Maar gaan jullie niet wat te ver met al die mensen? Ik wil niet dat er iemand gek wordt.

Maak je geen zorgen, we houden hun geestelijk welzijn in de gaten.” Een korte pauze. En hun lichamelijke. Aangezien jullie nog niet los van je fyzieke lichaam kunnen functioneren moeten we daar rekening mee houden. Eet goed voedsel, zorg voor jezelf.”

Komt in orde, ik zal-

“Howards, hou je kop erbij, wil je?” Davitts geeft hem een stomp. “Dit is serieus. Ik wil weten wat er met al die piloten gebeurt.”

“Dan moet je wel kunnen geloven wat er verteld wordt.” Ze kijken elkaar strak aan, tot de arts een vaag handgebaar maakt en zijn ogen afwendt.

“Goed. Het gaat toch al dagen volkomen boven mijn hoofd. Zo lang de twee heren van de wetenschappelijke onderzoekscomissie zich er maar buiten houden.”

“Prima.” Mitchell haalt diep adem. “Waarom het op deze plek gebeurt weet ik niet, maar er leven hier wezens die mensen helpen met bewustzijnsveranderingen. Ik denk dat het op dit moment nodig is, omdat er zoveel mensen tegelijkertijd door dezelfde dingen heengaan, er moet blijkbaar een grote verandering plaatsvinden.”

“Weet je wat ik denk,” komt Sam plotseling, “Die poort in de lucht is iets wat beschermd moet worden, er zijn misschien nog meer van dat soort plekken hier in de buurt. Waar de grens heel dun is, begrijp je.” Mitchell knikt.

“Wij zijn hier oorlog aan het voeren, en daarmee vernietigen we ook hun plaats.”

“Precies,” Sam's ogen fonkelen, “die ook belangrijk is voor de mensen. En dat moeten we inzien.”

Davitts is bleek geworden, hij mompelt iets onverstaanbaars, wrijft in zijn ogen. De jongens kijken hem onderzoekend aan.

“Ik... Jullie hebben gelijk,” Het lijkt hem moeite te kosten om het te zeggen, maar het komt er duidelijk verstaanbaar uit. “Ze zijn... Shit.” Hij zoekt steun , Sam grijpt hem vast en zet hem op een bed voor de arts om kan vallen.

“Ik...” Davitts ogen zijn groot en donkerblauw, er glimt iets in de diepte.

“Ik hoor ze.”

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

ik sta er ook van versteld hoe je op een ongekunstelde, natuurlijke manier de dialogen aan elkaar koppelt

Geplaatst op: 2011-03-16 06:45:54 uur

bedankt Henny :)
je zal alleen nog even moeten wachten op het volgende deel, want hier houdt het op, de rest is nog in de maak :)

Geplaatst op: 2011-03-15 21:01:35 uur