Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Waargebeurd
Geplaatst:
19 februari 2011, om 15:07 uur
Bekeken:
523 keer
Aantal reacties:
1
Aantal downloads:
210 [ download ]

Score: 4

(4 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Toch weer Otto"


  
 
Een tiental jaren terug waren Ben en ik een dag eerder naar het Klein Walsertal vertrokken om voor een korte week onderdak te regelen. Drie kompanen uit onze tennisgroep zouden een dag later arriveren en ons vijftal compleet maken voor een weekje skiën. Het was druk en wat wij dachten snel even te regelen, ging niet voor de wind. Dan maar even hulp vragen in het "Turisten Buro." Die gaven ons een drietal adressen, waarvan er één qua ligging en prijs heel aantrekkelijk was. De bureaumedewerker kon geen telefonisch contact krijgen met de eigenaar maar dat was niet verontrustend zei hij. Wij moesten er maar heen gaan en vooral ook even rond het herenhuis met schuren en veestallen lopen want Otto Behrwanger, zo heette de goede man, was een alleenstaande ijverige man.
 
Inderdaad kregen we bij het aanbellen geen gehoor en wandelden we rond het huis, rommelige schuur en veestal die inpandig met het huis verbonden was tot we een tanige gestalte, in hoge laarzen gestoken en gewapend met een riek al peurend boven op een mestvaalt aantroffen."...Got. Ich komme sofort!" waren zijn eerste woorden, waarbij de "Grüss" half afgeknauwd en in de welriekende mestlucht als een bromklank aan ons gehoor voorbij trok. Met deze weinige woorden, die er uitgestoten kwamen alsof we bezwerend werden toegesproken door "Der Adolf," was de toon gezet.
 
Even later werd aan de voordeur het gesprek voortgezet. Nou ja gesprek..., wij stelden netjes onze vragen en Otto schalde ons met zijn ,overigens klare, antwoorden toe met een verborgen boodschap van "Ordnung muss sein ja!" Op zijn sokken ging hij ons voor en liet het "Familiënhaus" zien. We waren aangenaam verrast want het zag er comfortabel er proper uit.
De prijs was ook aantrekkelijk en we kwamen tot een akkoord. In de avond na gedane arbeid en een grondige wasbeurt zou hij verdere informatie geven.
 
Inderdaad verscheen Otto in de loop van de avond, "barfuss" in lederhose en wit onderhemd.
Het was een magere maar wel pezige man met kalend rossig haar en nog half verkleurde armen, hals en hoofd van de voorbije zomer. Met zijn sproetenvel had hij het uiterlijk van een Engelsman zo je die vaak op de Spaanse stranden ziet flaneren. We konden nog wat broodjes via hem bestellen, die 's ochtends vroeg in een tas aan een spijker naast de voordeur zouden hangen. Verder kregen we nog wat gebruiksregels indringend toegesproken.
 
Over de accommodatie hadden wij niets te klagen en al snel wisten wij hoe met de koopman om te gaan. Tact en humor waren deze mens wereldvreemd en we hebben nimmer een lach of een glimp van plezier van het gezicht van de man kunnen aflezen.
Het jaar daarop was ik daar met een aantal jonge vrouwen in de groep, die zelfs angst hadden om iets aan hem te vragen. Mogelijk was hij tegen vrouwen nog wat bruter vanwege een vroegere ervaring. Het verhaal deed de ronde dat hij een korte tijd een skilerares als vriendin bij hem in had wonen, die bij nader inzien meer geïnteresseerd bleek in zijn banksaldo. Hij zou haar tot slot met een geweer en schoten uit het huis hebben verjaagd..
 
Otto was niet alleen een keuterboer maar stond ook nog met een advertentie in het toeristenblad, waar hij zich met paard en koets aanprees voor een bezienswaardige route door het Walserland. Inderdaad zagen wij hem enkele keren in chic tiroler kostuum, trots op de bok gezeten met zijn passagiers door het dorp trekken.
In contrast ging hij elke ochtend vroeg in zijn boeren klof, met een ton op de aanhanger achter de tractor, de keukenspoeling bij hotels en restaurants ophalen dat hij als voer aan het vee gaf.
 
Bijzonder was ook altijd de ceremonie bij het afrekenen. De laatste avond ging ik altijd naar zijn woonkamer beneden in het huis. De kosten waren met hanenpoten op een afgescheurde bladzijde van een agenda genoteerd. Wel tot op de cent nauwkeurig. Hij forceerde dan een voor hem clandestiene houding met de "vriendelijke" barstig toegesproken uitnodiging: "Darf ich Ihnen etwas anbieten?" Wat ongemakkelijk heb ik dat steeds geaccepteerd met "Prost!"
Het is mij nimmer gelukt een glimp van plezier of vriendelijkheid op het gezicht van Otto te ontdekken.
 
Morgen twintig februari vestigen wij ons met acht zestigplussers wederom voor een weekje
in het met "Bauernluften" en Otto"s gemütliche Unterhaltungen doordrongen huis.
Ik verheug me weer op de onderhoudende afrekening.
 
 
 
   
 


Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

weer een goed geschreven verhaal, graag gelezen Groeten Hugo

Geplaatst op: 2011-02-26 17:29:26 uur