Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
18 januari 2011, om 10:01 uur
Bekeken:
563 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
231 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Goodbye Ruby Tuesday (Deel 5)"


Goodbye Ruby Tuesday (Deel 5)

 

“Wat is dat eigenlijk voor ruimte daar boven op die entresol? Je martelkamer waar je maagden op bed vast bindt en intiem foltert?”

“Mijn slaapkamer. Niets bijzonders. Ik ken helaas geen maagden die gefolterd willen worden. Misschien komt dat nog eens in de mode, dan ben ik de eerst die mee doet!”

Door de hoge ramen van het atelier zag hij een onweerslucht langzaam op komen. Nog even en de zon zou zijn verduisterd door loodkleurige wolken. Het kon me niets schelen wat wie dan ook van zijn beeldend werk vond. De thermometer van mijn begeerte daalde snel naar het nulpunt. Sex met vrouwen was eigenlijk veel te ingewikkeld voor een artistieke jongen. Het was heel wat makkelijker met de man nen.

“Heb jij eigenlijk werk in het Stedelijk Museum?” vroeg ze.

“Een tekening en een gouache uit 1972. In het prentenkabinet.”

“Kun je dat bewijzen?”

“Ik heb een brief van één van de conservatoren waarin dat bevestigd wordt.”

“Oh, dan zal dat wel!”

 

Haar kussen hadden iets terug houdends alsof zij er niet bij betrokken was. Het maakte hem weinig uit. Ze had zonder problemen haar kleren uitgetrokken en was in bed gestapt. Hij hield haar in zijn armen en dacht aan de tekening waar hij die ochtend aan had gewerkt. Speels ging hij op jacht naar haar mond. Hij hield van de smaak van sommige lipsticks meer dan van andere. Ze draaide haar hoofd weg, rolde lenig over hem heen en sprong uit bed.

“Wat ben je van plan?” vroeg hij geamuseerd.

“Don’t worry, be happy,” lachte ze. “De show must go on! Party time!”

Ze liep naar het voeten einde van het bed en poseerde in een uitdagend standje.

“Wat dacht je hier van meneer de kunstenaar?”

“Ziet er prima uit! Niets op af te dingen.”

“Ben ik niet te mager?

“Helemaal niet!”

“Ik wil niet zo’n gratenpakhuis worden als Twiggy, dan denken de mannen voortdurend aan uitgemergelde concentratiekamp gevangenen van die Auschwitz documentaires als ze op je liggen te krikken, dat lijkt me geen feest voor ze en al het voor hen geen feest is dan is het voor mij ook geen feest. Ik eis dat ze hun nummer overtuigend brengen!”

“Dat is heel verstandig van je! Jij denkt tenminste nog eens aan anderen!”

“Anderen kunnen me niets schelen. Ik ben ik, weet je en jij bent jij. Ik heb een prachtige huidskleur, zeggen ze. Hoe zou jij als kunstenaar die kleur noemen? Je moet een kenner zijn. Daar heb je toch jaren voor geleerd op de akademie?”

“Olijfkleurig. Mediterrane uitstraling. Mijn lievelingskleur.”

“Zo! Jouw lievelingskleur! Ik bof maar weer! Volgens mijn fotografen heb ik een unieke kleur. Een kleur die van de camera houdt! En jij noemt dat olijfkleurig? Je wordt bedankt! Olijfkleurig!”

“Ja! Cameras houden van mensen zoals jij! Vooral als er een kleurenfilm in zit!”

“Zou je denken? Bloemen houden toch van mensen? Ik heb nog nooit gehoord dat een camera van mensen kan houden. Ik geloof wel dat een model van de camera kan houden. In zwart wit doe ik het ook heel goed, hoor!”

“Kom je nog terug in bed? Anders is het zo’n unvollendete!”

“Dat klinkt naar muziek. Je verlangt naar me, hè! Kun je het zelf niet af? Waarom doe je het zelf niet? Dan kijk ik toe! Goed idee?” vroeg ze uitdagend.

Hij stak zijn beide handen smekend naar haar uit.

“Wist je dat ik een man ken die homo is geworden doordat een vriendin de vrijpartij onderbrak? Dat wil je toch niet op je geweten hebben? Dat is een doodzonde, waar je straks op wordt afgerekend bij het laatste oordeel!”

“Wat weet jij eigenlijk van homos af? Jullie kunnen niet zonder vrouwen, hè!” constateerde ze. Ze bleef maar door praten. Sommige vrouwen lulden je eerst de oren van je hoofd en ver volgens je geilheid helemaal weg. Mila H. was er zo eentje. Na vier uur geklets over haar eigen diepe, unieke gedachtenwereld hoefde hij meestal niet meer. Bovendien kon zij beter tegen drank dan hij en rookte achter elkaar drie, vier sticks, dronk zes, zeven flessen Grolsch en was nog nuchter als hij al lang onder tafel was gedronken. Hij wist dat hij niet tegen haar tempo op kon. Jacintha was er ook zo eentje. Om drie uur ’s nachts naar een nacht concert, zich lam zuipen en om zeven uur een strandwandeling van vier uur maken als hij al lang kapot was.Binnenkort zou hij Mila weer eens bellen. Ze had een fantastisch lichaam en kende geen taboes in bed. Echt een vrouw van deze tijd. Ze had jaren gewerkt bij de grootste Engelse uitgever van pornografie als au pair in Londen.

“Ken je die song van You talk too much?” vroeg hij. Ze zei niets maar stapte weer in bed en gingen gewoon verder waar ze gebleven waren.

Haar prachtige, goed ingeoliede, perfecte lichaam bewoog zich aan één stuk door onder zijn geoefende han den, schuivend en draaiend in een exquis ritme alsof ze zich overgegeven had aan een zwoele dans. Ze kreunde en hijgde, siste als een slang, jammerde soms met hoge uit halen, terwijl ze over haar hele lichaam begon te beven. Niets nieuws onder de alles onthullende zon van zijn eroties universum.

Hij wilde haar niet tot rust brengen, maar kijken hoe ver hij kon gaan met haar. Het beven van haar werd heviger, net zoals Frieda altijd in bed te keer ging en waar hij in het begin erg aan moest wennen als schuch tere, romantiese jongeling. Haar handen gingen mechanies op en neer over zijn rug en haar onderlichaam duwde zij op met een schokkende, rollende beweging alsof ze reageerde op elektriese schokken uit een electrotorture apparaat, populair onder sommige sadomasochisten. Hij sprak zacht tegen haar, maar zij hoor de hem niet. Achter haar gesloten oogleden rolden haar ogen wild heen en weer. Opeens schreeuwde zij het uit in extase.

 

Na afloop keken ze naar de kleine zwart wit televisie met het zesendertig centimeter beeld scherm. Jimi Hendrix in een zwarte cape, gezeten op een kruk, playbackte opzettelijk naast de tekst van zijn tophit Hey Joe. De nieuwe zwarte Dylan, dacht hij. Dat belooft nog wat voor de komende jaren.

Ze nam een laatste trek van haar laatste Dame Blanche. Ze was weer even sophisticated als voorheen. Cool and collected. Het lege pakje verfrommelde ze en legde het op tafel.

“Wist je dat je schreeuwt als je klaar komt?” vroeg hij.

“Oh, ik gil altijd als een krijsketel, zeggen ze. Het gaat buiten mij om. Dat moet mijn uitheemse af komst zijn. Op de academie dachten ze dat ik van Spaanse afkomst was, anderen dachten weer dat ik uit het oost blok kwam. Jij houdt liever je mond, hè. Het zwijgzame tiepe van stille wateren en de rest kun je er bij ver zinnen,” zei ze onverschillig.

“Ik denk altijd meer van; doorzwemmen en kop dicht!”

“Rare gedachtes houd jij er op na. Kun je eigenlijk zwemmen?”

“Ik had voor mijn dertiende al drie diplomas”.

De borstslag beheers je vast beter dan de rugcrawl, dacht ik zo.”

“Waar slaat het op? Wat bedoel je daar nou weer mee?”

“Niets! Ik moest aan een vriendje denken die ik in het zwembad heb leren kennen! Die was de zwem kampioen van Utrecht. Hij studeerde medicijnen en reed op een Harley Davidson. Ik ken via mijn broer Peter van Poppel, die staat op kunstmarkten. Hij verkoopt alles!”

Opeens ging ze recht overeind zitten. Haar wijsvinger priemde in de richting van het beeldscherm.

“Kijk, kijk, dat ben ik! Kijk!”

Hij keek naar het scherm- haar gezicht en lange benen waren goed te zien in de bikini toen ze in het water dook en volgens de reclametekst de geur van wilde limoenen om zich heen verspreidde. Glimlachend en voor het eerst echt ontspannen keek ze naar het scherm.

“Wat ben ik mooi! Ik houd van mijzelf! Wat oneindig, goddelijk mooi ben ik! Heb je gezien hoe mooi ik ben? Wie is er mooier dan ik?”

“Je krijgt van mij bij voorbaat gelijk, ook als je ongelijk zou hebben,” zei hij berustend. Ze hoorde hem niet en bleef gebiologeerd kijken naar haar verschijning in het reclamespotje.

 

Toen ze om elf uur die avond weg ging zonder haar telefoonnummer te geven zat hij op de bank naar de twee rozen te kijken waar al een paar blaadjes vanaf waren gevallen. Alle vlees was als gras, had hij ergens gele zen. Waarom schoot die pessimistiese zin hem nu te binnen! Wat wilde hij nog meer? Hij had toch zijn gram gehaald? Hij zette de ventilator vlak voor de rozen op maximale snelheid. De bladeren en bloemblaadjes vlogen in het rond. Een miniatuur wervelwind. Spoedig zou de telefoon gaan rinkelen, zoals iedere avond na elf uur gebeurde en zijn vrienden en vriendinnen zouden vertellen waar iedereen die avond naar toe ging. De nacht werd hem tot dag en behoorde de stad toe. Hij zou met allemaal even een kort, zakelijk gesprek voeren en koel evalueren wat echt belangrijk was om naar toe te gaan in verband met zijn tot nu toe zo voorspoedig verlopen carrière in de hoofdstad.

 

Fred van der Wal, 26 april 2004, Couloutre.

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.