Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Spanning/Thriller
Geplaatst:
21 augustus 2010, om 11:23 uur
Bekeken:
904 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
324 [ download ]

Score: 2

(2 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Jos├ęphine"


  
‘ Waar ben ik?'
‘ In het ziekenhuis.. hier bent U veilig!'

‘ Veilig?.. ??' dan komt alles plotsklaps terug. ‘ Is hij dood?'
Het is een wat oudere man aan het voeteneind van het bed die reageert.
‘ Wie bedoelt U?'
‘ Arial natuurlijk!'
Even is het stil in de kamer, dan stelt de man zich voor. ‘ Mijn naam is Thomsen, inspecteur Marcus Thomsen. Kunt U mij vertellen wat er is gebeurd?'
‘ Ja... ja natuurlijk...' knikt Joséphine.
 
Het begon allemaal zo prachtig! Voor het eerst, na een maandenlange depressie veroorzaakt door het wrede verraad van Vincente, brak voor Joséphine de zon weer door de wolken. Kreeg de wereld eindelijk weer kleur.
Vincente! Haar grote liefde! Die het middelpunt van haar universum had gevormd. Vincente! Die zomaar aankondigde dat hij het niet meer zag zitten. Terwijl zij, als aan de grond genageld, toekeek hoe hij zijn koffers pakte.
‘ Je hoeft je geen zorgen te maken! Je kan rustig in het huis blijven wonen....' verzekerde hij haar nog alvorens de voordeur achter zich dicht te trekken.
 
Maar vanochtend, in de douche lostte haar verdriet onder de warme waterstralen op. Spoelde gewoon van haar af. Verdween, samen met het badschuim, definitief in het afvoerputje!
De midzomerfeestmarkt stond op het dorpsplein. Een goede gelegenheid om een frisse neus te halen. Dus slenterde Joséphine een half uurtje later tussen de kraampjes.
‘Nee maar!... Jos!' het duurde even alvorens het tot Joséphine doordrong dat deze uitroep háár persoontje betrof. Het was dan ook al een eeuwigheid geleden dat iemand Joséphine op die manier aangesproken had. En het duurde, haar inziens, al even lang alvorens zij in de knapperd voor haar neus Arial herkende. Arial die in het laatste schooljaar niet van haar zijde week. Arial waarmee ze voor het eerst de paden der liefde betreden had. Arial die in de drukte van het latere leven langzaam maar zeker was weggedeemsterd!
 
Het werd een vrolijk weerzien. Voor ze het wist zaten zij samen op een terrasje, gezellig koutend over vroeger. Er was zoveel bij te praten. Zoveel herinneringen op te halen dat ze beiden de tijd vergaten. Pas toen zo'n halfgare moraalridder net voor hun tafeltje luidkeels zijn afkeer van de maatschappij begon te verkondigen en zij noodgedwongen hun conversatie moesten stopzetten, werden zij zich bewust van het vergevorderde uur.
‘ Laten we iets gaan eten.' stelde Arial voor. ‘ Ik weet een gezellig restaurantje!'
 
Het was inderdaad een gezellige tent.
Na de pizza, bij de koffie met amaretto, raakten hun vingers als vanzelf in elkaar verstrengeld. Voor Joséphine stond het toen al vast. Vannacht sliep ze niet alleen!
‘ Wel, wel!' een verrassend bekende stem.
‘ Vincente! Heu... dit is Arial. Een oude schoolvriend.' verklaarde Joséphine ietwat gegeneerd door de situatie. Niet te geloven dat ze niet langer dan gisteravond nog kapot was van verdriet over deze man!
‘ Kan ik je even spreken?' vroeg Vincente. ‘ Onder vier ogen?' Arial begreep de hint. ‘ Ik ga even mijn handen wassen.'
Toen Arial in de toiletruimte was verdwenen stak Vincente van wal.
‘ Joséphine! Laurette en ik hebben.. hm...'
‘ Heeft ze je eruit geschopt?'
‘ ... kan ik vannacht bij jou terecht? Ik kan nergens anders heen!'
Wat een brutaliteit! Het liefst wilde Joséphine hem een klap op zijn arrogante smoel verkopen! Maar ze hield zich in. Alhoewel haar gezicht boekdelen moet gesproken hebben, want Vincente was zonder verder aandringen wijselijk afgedropen.
 
            Joséphine's relaas wordt onderbroken door de binnenkomst van een agent die een boodschap aan de inspecteur overhandigt.
Na de paperassen even ingekeken te hebben verklaart Thomsen: ‘ We hebben de vingerafdrukken van uw belager nagetrokken. Die kerel was niet aan zijn proefstuk!' en wanneer Joséphine niet reageert. ‘ Maar gaat U verder alstublieft?'
 
‘ Laten we gaan.' had zij voorgesteld. Eenmaal buiten in de warme zomeravond had zij Arial zonder veel omhaal gekust. Het was heerlijk om zijn lippen op de hare te voelen. Zijn naar amaretto geurende adem te ruiken. Zijn slanke, gespierde lichaam tegen het hare te voelen.
‘ Lopen we niet wat te hard van stapel?' had hij geopperd. Waarop zij vastbesloten haar hoofd had geschud.
Arm in arm liepen zij als verliefde pubers langs de straten. Verdrinkend in elkaars ogen. Proevend van elkaars lippen. Genietend van de opwinding over wat zij allebei wisten dat stond te gebeuren.
Toen zij het bijna volledig verlaten marktplein overstaken werden zij door de prediker, die hen enkele uren geleden van het terras had verdreven, aangeklampt.
‘ Wacht U voor de slinkse wegen van Satan!' hield hij Arial voor. ‘ Wacht U voor Eva's verfoeielijke kunne!' wees hij naar Joséphine. ‘ Door haar soort is de mensheid uit het aards paradijs verdreven!'
‘ Ach man, laat ons met rust!' weerde Arial, boos om zulke verregaande onbeschaamdheid, hem af. Maar de man wist van geen ophouden.
‘ Luister! Luister naar het woord God's! Houdt U verre van....' toen haalde Arial uit. Zijn vuist trof de man vol in het gelaat. Hem met een smak plat op zijn rug werpend.
 
            ‘Kunt U die man beschrijven?' met een schok is Joséphine terug in de ziekenkamer waar inspecteur Thomsen nog steeds naast haar bed zit.
‘ Hoe bedoelt U?'
‘ Bijvoorbeeld, hoe groot was hij?'
" Even groot als...  als Arial, denk ik... Ik heb er eigenlijk niet echt op gelet.'
‘ Bijzondere kenmerken?' houdt de inspecteur aan.
‘ Neen.. behalve dat hij nogal een pokdalig gezicht had.' herrinnert Joséphine zich.
‘ Dank U. Vertelt U verder...'
 
Ze waren niet blijven dralen. Joséphine trok de ziedende Arial mee. Weg van het plein.
‘ Wat een zeikerd!' gromde Arial, kwaad achterom kijkend naar de droevige figuur die ondertussen rechtkrabbelde. Onder de spoorbrug, een heel eind verderop, bleven ze staan.
‘ Bedankt!' fluisterde Joséphine. ‘ Dat was erg... ridderlijk. Nog nooit heeft er iemand voor mij gevochten!' Vervolgens Arial's mooie gelaat tusssen haar handen nemend om hem op de ene en daarna op de andere wang te zoenen. Daarna met haar lippen geduldig tegen de zijne tikkend tot hij haar gulzig terugzoende.
 
‘ Heeft iemand U gezien? Iemand die de hond uitliet, misschien?'
‘ Neen,' schuddekopt Joséphine. ‘ Wij, heu.. waren nogal op elkaar gefocust. Als U begrijpt wat ik bedoel.'
 
            Eens thuis, de deur achter hen dicht, hoefden ze zich niet meer in te houden. Hun lippen vonden elkaar als vanzelf. Zogen zich vast. Hun door lust opgezweepte lijven botsten.Handen wriemelden, trokken, speurden naar de kleinste opening in elkaars kledij.  Het was tenslotte Joséphine die hun liefdesspel onderbrak.
‘ Arial! Ik.. ik moet even naar de badkamer..'
Al was het niet van harte, Arial liet haar gaan.
‘ Ik ga even afkoelen in de tuin!' riep hij haar na terwijl Joséphine reeds op trap was.
 
             ‘ Hoelang bent U ongeveer boven gebleven?' onderbreekt de inspecteur haar.
‘ Tien minuten?' rekent Joséphine uit. ‘ Ik deed wat ik moest doen. Ik heb alleen nog even iets makkelijkers aangetrokken...'
 
            Ze had haar mooiste lingerie aangetrokken! Kritisch bekeek ze zichzelf in de spiegel. Misschien toch maar iets er overheen? Iets dat makkelijk uit kon. Vincente's witte smokinghemd dat in de kast was blijven hangen! Het zou leuk zijn om dat bij een stevige vrijpartij totaal te ruïneren!
Ongemakkelijk op haar pumps balancerend betrad ze even later de donkere, in schaduwen gehulde hal.
‘ Arial?'
Als antwoord werd er ruw een hand voor haar mond geslagen terwijl een andere haar rechterarm pijnlijk achter haar rug dwong. Het volgende ogenblik werd ze hardhandig tegen de vloer gedrukt. Joséphine kon nog net een zwarte bivakmuts, voorzien van twee gaten voor de ogen, boven zich onderscheiden.
‘ Arial! Niet zo!'
 
            ‘ Arial? Hoe wist U dat het uw vriend was?' Als uit een nachtmerrie ontwakend staart Joséphine naar inspecteur Thomsen.
‘ O! Arial droeg een nogal opvallend Hawaï-shirt.' snikt Joséphine, haar tranen de vrije loop latend.
 
            ‘ Laat me los, verdomme!' brulde ze. ‘ Niet zo!'
Maar Arial reageerde niet. Doodgemoedereerd begon hij zijn broeksriem los te maken. Toen Arial zich, met zijn broek lachwekkend halverwege zijn dijen, op haar wou werpen wist Joséphine in extremis recht te krabbelen. Helaas was haar vrijheid van korte duur. In de keuken, bij de gootsteen had hij haar alweer te pakken. Ze voelde zijn stijve, hete lid tegen haar aan drukken. Ten einde raad, met inzet van al haar krachten, had zij met alles wat haar onder handen kwam naar hem uitgehaald.
Het volgende dat ze zich herinnerde was dat ze met haar rug tegen de rand van het aanrecht gedrukt verbijsterd naar de dieprode kerf staarde, die het slagersmes net onder de zwarte bivakmuts had achtergelaten. In een wanhopige poging het driftig opwellende bloed te stelpen rukte Arial de keukenhanddoek van de haak. Deze, tevergeefs, tegen de gapende wond drukkend.
Nog even maakte zijn vrije hand een grijpende beweging, alvorens hij langzaam in de snel uitdijende donkere plas rond zijn voeten neerzeeg. De laatste stuiptrekking van een onherroepelijk teloorgaand lichaam...
Snikkend, vechtend tegen de plots opkomende misselijkheid, dwong ze zichzelf de keuken uit, haalde nog net de openstaande deur naar de tuin. Dáár, zakte ook zij, lichamelijk en emotioneel totaal uitgeput, in elkaar.
 
            ‘ Dat was het...' besluit Joséphine snuffend. De tranen, die haar bij het herbeleven van deze nachtmerrie rijkelijk over de wangen zijn gestroomd, met een tip van het beddelaken drogend.
‘ Goed...' knikt de inspecteur, door het eerder gebrachte dossier bladerend. ‘...kent U deze man?' Een quarto formaat foto opdiepend.
‘ Dat is Vincente!' roept Joséphine verbaasd uit.
‘ Hij is degene die U heeft gevonden!' licht Thomsen toe. ‘ Beweert dat hij in uw tuinhuis wilde overnachten.'
‘ Dan moet Vincente echt ten einde raad geweest zijn!' Flitst het door Joséphines hoofd. Ze is echter véél te dankbaar om kwaad te worden over de verregaande brutaliteit.
‘ En deze?' gaat de inspecteur verder, een tweede foto tonend. Het duurt een hele tijd alvorens Joséphine het bleke gelaat herkent. ‘ Het lijkt wel... die prediker?'
‘ Weet U het zeker?' dringt inspecteur Thomsen aan. En nadat Joséphine met een knikje heeft bevestigd. ‘ Dit is namelijk de man die U heeft aangerand!'
 
            ‘ Ik wist werkelijk niet waar ik heen moest!' lacht Vincente verontschuldigend. Hij, Arial, Joséphine en inspecteur Thomsen zitten, zij het nog wat onwennig bij elkaar aan een tafeltje in het ziekenhuisrestaurant te genieten van een bakje troost.
‘ Dus...' vat Arial hun wederzijdse belevenissen samen. ‘... heeft die kerel ons gevolgd. Mij doodgemoedereerd in de tuin neergeknuppeld. Vervolgens mijn hemd aangetrokken en Joséphine opgewacht?'
‘ Zo moet het inderdaad gelopen zijn!' bevestigt de inspecteur. ‘ U mag van geluk spreken, juffrouw Joséphine, dat U die smeerlap hebt uitgeschakeld. Zijn vorige slachtoffers hebben het er niet levend afgebracht...'
Joséphine antwoord niet. Zij houdt Arial's hand stevig vast.
 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.