Slaafs volgde ik haar voetsporen, heilige grond.
Ijl werd ik,niet goed beseffend dat ik eigenlijk veel te dicht achter haar liep.
'Spoorwijziging - spoor 8 naar spoor 5 !!!', weergalmde het.
Fuck, geen ontkomen meer aan!
Ja, tuurlijk draaide ze plots om; ze moest namelijk die kant uit.
Help....
Die blik was goud waard. Het was geen mengelmoes van emoties meer, het was een boek; zorgvuldig opgeborgen, geschreven, maar nooit geopend, mysterieus en onaangetast. Op de eerste bladzijde las ik: schok, verbazing, onwetendheid, de rest waren vraagtekens.
De tweede bladzijde was leeg.
De schrik sloeg me om het hart, pagina 3 wilde ik niet kennen en ik rende weg...
En toen riep ze plots men naam:'alsjeblieft wacht.'
Meer was niet nodig; die stem reikte mijlenver, ze had zoveel draagkracht, pure magie. Ik was bevroren. Opnieuw hoorde ik enkel en alleen men ademhaling, zwaar en diep, moeilijk te controleren.
Toen stokte ze, een enorme zwerm vlinders....
haar vingertoppen.
'Kijk me aan'.
'Kan ik niet'.
'Ik help je wel', zei ze,
ze boog haar hoofd en gaf me een vette knipoog.
Men stem trilde: 'net een benjisprong.'
'Ja', zei ze, uitdagend glimlachend, 'nu nog springen dus.'