Leden online: 8
Gasten online: 46
Home Verhalen Gedichten Ledenlijst Forum Inloggen Aanmelden
Gegevens
Categorie: Liefde/Romantiek
Score:
10
(10 stemmen)
 
Login om ook uw mening te geven!
Auteur: AnnField.
Datum plaatsing: 21 juli 2010
Tijd plaatsing: 10:22
Aantal keer bekeken: 391
Aantal reacties: 10
Aantal downloads:
20 downloaden download


"Bloed Rode Maan"

Share |

   
Sorry, was een woord wat ze al te vaak had gehoord. Zeker nu, na alles wat hij had verteld leek het geen waarde meer voor haar te hebben. Hij zag het aankomen, de blik die versmalde en haar lip die een stukje omhoog trok, puur van afschuw. Maar dit is wat hij wou toch? Ze waren niet geschikt voor elkaar. Hoofdschuddend stond ze op en liep ze weg. Zuidelijke richting. Ze had er genoeg van. Hij riep haar na, ‘Sophie! Kom op, laat me het uitleggen! Sophia!' Hij stond half op, maar toen zij zich niet meer omdraaide na zijn wanhopige kreten zakte hij langzaam weer terug in zijn stoel. De mensen op het terras keken schuw vanuit hun ogenhoeken naar hem, ze hadden het hele tafereel beschouwd veilig achter hun menu kaarten. Je kon zien dat ze het jammer vonden dat het niet op meer uitliep, de mens geniet nou eenmaal van andermans pijn. Teleurstelling droop van sommige gezichten.
 
Markus zat nog aan de tafel, alleen. Met zijn hoofd in zijn handen, bleek weggetrokken. Op het punt om te gaan huilen, maar dat zou hij ze niet geven. Het publiek. Hij nam de laatste slok van zijn koffie, legde een briefje van tien op de tafel en ging naar huis. Hij verlangde naar een hete douche, al die emoties wegspoelen, alle gedachtes, alle herinneringen, alles vergeten. Huilen zou hij, janken om het verlies van zijn Sophia, maar aan haar denken was te pijnlijk. Zelfs haar wou hij nu even liever vergeten. Had hij wel de juiste keuze gemaakt?
 
Sophia was niet verder dan de hoek van de straat gekomen voor de eerste tranen over haar wangen rolden. Ze leunde tegen een lantaarnpaal en veegde de haar tranen weg. Ze bleven toch komen. Mensen liepen langs, onderzoekend kijkend, en eenmaal voorbij wende ze beschaamd hun blik af. Enkele keken twijfelend nog even om. Moeten we haar troosten? Wil ze dat? Sophia kon even niet anders dan de tranen laten lopen. Ze had zoveel willen zeggen, willen schreeuwen tegen hem. Maar walging en weerzin hadden haar keel dicht geknepen. Adem kwam in horten en stoten en het enige wat ze kon was haar hoofd schudden en weglopen. In een explosie van woede en verdriet was alles ingestort. Ze kon zijn gezicht niet meer aanzien. Markus... hij had haar nog na geroepen. Maar als hij zichzelf wou verklaren was hij wel achter haar aan gekomen. Dat had hij niet gedaan.
 
Markus kwam thuis, een donker, slordig appartementje op de derde verdieping wat hij deelde met nog twee andere jongens aan de noorderkant van de rivier. De straten waren rumoerig, bezet met vuilnis en zwerfhonden, leken de mensen overbodige decorstukken. Hij zette de douche aan, stotterend kwam deze op gang. Snel was de krappe badkamer onder stoom gezet, bedrukt en benauwd duwde het gedachtes naar beneden. Als een mist in zijn hoofd. Markus bleef staan onder de harde straal tot zijn huid pijnlijk rood kleurde. Hij had gehuild onder de douche. Toen het eindelijk kwam was er geen weerhouden meer aan. Het zilt vermengde zich met het douchewater, toch bleef het hangen op zijn wangen, hij proefde het op zijn lippen. Het was als prikkend zeewater in een open wond.
 
Sophia was kalmer, ze kon nu met moeite normaal ademen. Geconcerteerd hield ze de tranen onder controle. Ze had gelopen, langzaam haar gedachtes op een rijtje gezet. Maar de controle die ze had gevat over haar geest, weerhield haar lichaam niet om te steken. Elke plek stak. Waar zijn handen waren geweest brandde het, ze voelde zich misbruikt. Een pion in zijn spel.
Ze kwam uit op de kade, het was zomer. Veel bootjes op het water. Lachende mensen, blije mensen. De rivier stroomde door het hart van de stad, hij was als een scheiding tussen twee totaal verschillende levensstijlen. De zuiderkant van de rivier was algemeen rijk, met kakkineuze mannen in pakken en hun sociaal gebonden vrouwen. De noorderkant was armer, hardwerkende arbeiders, met grote families. Het criminele percentage liep hoe noordelijker hoger op. Tussen noord en zuid stonden middelmatige flatgebouwen als een muur. En de rivier als de echte grens. Deze twee werelden kruisten elkaar regelmatig. Sophia ging met haar benen over de rand van de kade zitten, de rimpelingen van het water glinsterde in de hete zon. Het was ook zomer geweest toen de romance tussen haar en Markus opbloeide. Het had gesluimerd van hitte, gebroeid van liefde. Maar nu had hij een mes in haar hart gezet.
 
Markus stond met twee handen leunend op de wasbak. Hij zag een onbekende in de spiegel. Zijn groene ogen keken hem aan, maar de vreemde witte waas die over zijn gezicht getrokken was alsof hij naar een spook keek. Zijn gezicht leek uit elkaar getrokken, hij zag er beroerd uit. Zijn blik gleed naar beneden, de witte wasbak. Hij dacht aan Sophia, aan de eerste keer dat hij haar had gezien. Hij was als een blok voor haar gevallen. Zittend op een terrasje, te genieten van een glas witte wijn. Een mooi meisje, bruin haar dat golfend over haar schouders rolde. Grote reebruine ogen die scherp om zich heen keken, een lange mond, die krulde in een lach en haar ogen twinkelde mee. Een luchtig wit zomerjurkje had ze gedragen, wat haar licht gebruinde huid naar boven bracht. Een atletisch lichaam, bijna jongensachtig. Ze had het nonchalant snobisme van een meisje van de zuiderkant, maar dat trok hem wel. Je kon zeggen dat Markus wereld even stopte... Even werd de aarde ruw stil gezet en kwamen er fonkelende stralen van Sophia af, als een engel.
 
Sophia keek hoe de zon zakte, langzaam verdween achter de gebouwen. Ze had met pauzes aldoor gehuild. Het was de enige uitlaatklep. Ze hoopte op een belletje, een sms, een teken van leven van Markus. Iets waarmee hij liet zien dat hij het niet had gemeend. Maar haar mobiel bleef akelig stil. Ze kon niet anders dan telkens weer zijn gezicht voor zich zien, een gezicht waarvan ze zoveel hield. Een zacht gezicht met een scherpe kaak, met de groene ogen waardoor ze betoverd was geweest. Smeulende smaragden. Verder, gewoon een jongen. Kort zwart haar, een leuke lach. Een beetje een overbeet, niets bijzonders. Maar die ogen waren magisch. Er verscheen desondanks alles een kleine lach op haar gezicht als ze aan hem dacht. Waarna alles weer werd overschaduwd door spijt en pijn.
 
Markus zocht naar verband, scherven lagen bloedig in de wasbak. De woede was wegebt, maar het was ten koste van zijn hand gegaan. Al die herinneringen, al het moois, had hij weggegooid als vuilnis. Zou hij haar bellen? Nee, ze zou hem nu nooit meer terug nemen. Waarvoor zou ze... Het was allemaal zijn schuld, er was geen ontkennen aan. Hij had nooit moeten luisteren naar buitenstaanders, alleen naar zijn eigen hart. Dat had hem zo boos gemaakt. Hij had opgekeken van de wasbak, de razernij die hij had gevoeld bij het zien van zijn eigen gezicht. Een mislukking, hij was een misbaksel. De spiegel brak, een snijdende pijn schoot door zijn arm en het geluid van brekend glas had de stilte in de flat gebroken. Zijn vuist bloedde, hij zag de glinsteringen van kleine stukjes spiegel zitten in de wonden. Op een bevredigende manier voelde de pijn goed, het leidde af.
 
Sophia ging tegen avondval naar huis, de brug over, richting haar appartement. Het was een groot complex, netjes en ruim. Bijna kil, onvriendelijk. Moxsie, Sophia's aanhalige Siamees kwam haar tegemoet. Sophia dacht Markus, alweer. Haar ogen waren dik opgezwollen. Haar neus was zo verstopt dat het voelde alsof iemand hem had dichtgenaaid en alles deed nog steeds pijn. In haar appartement voelde ze Markus aanwezigheid. Hier was hij geweest. Overal was hij hier geweest. Ze dacht aan de eerste keer dat hij kwam. Ze was gespannen, geweest, een goede spanning. Een spannende spanning. Alles verliep zo vlekkeloos, hij was lief voor haar, teder. Samen waren ze gaan slapen onder de krakend witte dekens van haar bed. Samen. Voor toen altijd.
 
Markus was gaan liggen, uit het raam zag hij het duister zijn flat ompakken. Zijn Sophia, hij dacht aan haar. Hoe hij die eerste keer op haar was af gestapt, brutaal. Misschien te stoutmoedig, maar hoe kon hij niet naar haar toe gaan. Nooit geschoten is altijd mis, toch? ‘Markus' had hij gezegd met zijn hand naar haar uitgestoken. Hij ging zitten ‘is deze plaats bezet?' Ze had gelachen, hoe kon ze anders. Ze gaf hem een zakelijke hand ‘ Sophia' zei ze met een ondeugend lachje.
 
Sophia keek uit haar raam, zittend in de vensterbank keek ze uit over het kleine plein voor haar huis. Het de straatlampen gingen aan en daarmee bleef echte duisternis uit. Moxsie kwam spinnend naast haar. Hij was precies zoals ze dacht. Charmant en adequaat. En hij pakte haar er mee in. De vriendinnen van Sophia trokken hun neus voor hem op, niet goed genoeg. Niet rijk, niet gespierd noch erg knap. Niet voldoende. Voor hen dan, voor haar was het was eigen Lady en de Vagebond verhaal.
 
De nacht kwam stil, een heldere duisternis met een bloed rode maan aan de hemel, beide keken ze naar de hemel en zagen ze dezelfde rode schijf die hun beide boeide. Alle twee keken ze naar die maan en dachten aan elkaar. Ze voelden een leegte in hun harten, een verlangen, een gemis. Ze stelden zich beide voor hoe het nu zou zijn als het allemaal anders gelopen was. Hoe ze samen onder die bloed rode maan zouden staan, gefascineerd, verliefd, verloren in elkaar. Markus wou Sophia's gezicht in zijn handen nemen en haar kussen, vol liefde haar lippen proeven. Verdrinken in haar ogen, smelten bij haar lach. Sophia wou Markus handen om haar heen voelen en haar gezicht begraven in zijn schouder. Zijn nek kussen. Zijn geur ruiken.
Zij zouden, samen, hand in hand over de kade lopen, hun neutrale zone. Daar betekende het verleden niets en gold alleen het heden, het maakte niet uit waar je vandaan kwam en de vuile woorden van alle anderen konden hun daar niet raken. Markus en Sophia voor altijd samen, alleen oog voor elkaar.
 
Markus lag, hij dacht en keek naar de magische maan. Hij hield van Sophia, hij hield werkelijk van Sophia. Hij dacht aan de eerste keer toen hij dat bedacht, het was op een donderdagmiddag, het regende en hij lag ziek thuis. Alleen. Sophia kwam, en natgeregend was ze mooier dan ooit te voren, natte lange haren hingen als slierten in haar gezicht en haar ogen waren zwart van de mascara, uitgelopen vegen over haar wangen. Ze had gelachen, en met de kuiltjes in haar wangen keek ze hem glunderend aan. ‘ik houd van je,' had hij gestameld. Verlegen als een schooljongen. Ze had zijn liefde beantwoord met een lange kus. Hij kon niet bevatten waarom hij ooit had geluisterd, waarvoor had hij ooit geluisterd naar de slechte woorden van anderen, die hem over zijn liefde voor Sophia deed twijfelen. Het was zijn eigen onzekerheid waar deze boze tongen op inspeelde. Nu pas realiseerde hij zich dat de twijfel nooit nodig was geweest, hij hield echt van Sophia. Alles was een grote vergissing, alles was een grote fout.
 
Sophia was naar bed gegaan, Moxsie naast zich. Als enige compagnon. Verder was er leegte. Er was altijd al een kleine onzekerheid in haar geweest, dat Markus haar alleen maar had als speeltje. Dat er nooit echte liefde in had gezeten. Dat hij alleen zijn gladde praatjes gebruikte om haar te krijgen als een van zijn veroveringen, maar die onzekerheid werd zo vaak omver geblazen door zijn aandacht, zijn lieve woorden, zijn daden. Nu leek alles een grote leugen, alles was een grote leugen. Die keer dat hij zei dat hij van haar hield. Had Markus dat gemeend of was dat een deel van zijn spel? Sophia gilde in haar kussen, puur uit ontzetting, uit hartzeer. Moxsie miauwde en gaf haar kopjes tot Sophia's betraande gezicht van het kussen kwam. Moxsie miauwde weer en hield haar kopje vragend scheef. ‘Ik begrijp het ook niet.' huilde Sophia zacht.
 
Markus rende door de straten, misschien was er nog een kans. Een minieme kans dat zij hem nog terug zou nemen. Hij voelde alsof moest blijven rennen, anders zou de moed hem in de schoenen zakken. Dan zou hij afdruipen naar huis en een langzame dood sterven van verdriet.
 
Sophia liet de gordijnen op een kier en het raam open, daartussen scheen precies het zeldzame wonderlijke licht van de bloed rode maan naar binnen. Ze wou slapen, fysiek uitgeput van al het huilen. Al de pijn. Morgen het liefst niet meer wakker worden.
 
Markus was als een dolle zijn huis uitgerent, geen telefoon, geen sleutels. Niets. Hij sprong aan boord van de eerste beste bus die hij zag, nu hij stil stond, begon onzekerheid hem in te halen. Ze kruisten de rivier, het water was mysterieus donker in het licht van maan. Markus bedacht wat hij zou gaan zeggen, wat hij zou doen. De mogelijkheid dat Sophia niet thuis zou zijn of niet open zou willen doen kwam niet eens in hem op. Aangekomen sprong hij de bus uit, alleen nog de hoek om, oversteken en dan zou hij bij het plein zijn. Hij rende...
 
Sophia schrok wakker, gierende autobanden verstoorde de stilte van de nacht. Het geluid van twee dingen die op elkaar botsten. Toen was het even muisstil. Ze keek uit haar raam, een auto was midden op de weg gestopt, maar trok toen op en reed hard weg. Sophia zag toen pas dat er iemand lag. Koelbloedig liet de auto het figuur alleen achter. Helemaal alleen, aan zijn lot overgelaten. Ze liep naar de telefoon en belde 112, daarna snelde ze naar buiten.
 
In de nacht van de bloed rode maan, was bloed verspild. Terwijl Sophia naar het figuur holde volgde haar buren haar voorbeeld. Ze kon zich niet voorstellen welke klootzak zou doorrijden na een ongeluk. Dat maakte haar boos, Markus lag op de grond, zijn hoofd tolde. Na de klap was alles zwart geworden, nu kwam hij langzaam bij alles was wazig. Langzaam werd het scherper, hij zag iemand naar zich toe rennen. Er was een scheurende pijn. De verdoofdheid van de bewusteloosheid droeg af. Hij kon zijn linkerarm niet bewegen, zijn borst had een klap gehad en al zijn adem was er uit geslagen. Hijgend probeerde hij zijn longen te vullen met lucht. Pas toen Sophia boven hem hing herkende ze hem, ze gilde van schrik. Het wit van zijn ogen was een ziekelijk geel geworden, zijn huid was grauw bleek, blauwig. In het licht van de bloed rode maan leek alles nog veel erger. Bloed gutste uit zijn neus en mond. Sophia nam hem in haar armen. Naast Markus zijn pijn kon hij alleen maar Sophia voor zich zien, het was als een droom voor hem. Hij was zo ver heen dat hij het verschil tussen werkelijkheid en zijn eigen waanbeelden niet meer kon onderscheiden. ‘Soph..' fluisterde hij, maar Sophia drukte zacht een vinger tegen zijn lippen. ‘ Ik weet het, ik weet het,' dat bleef ze zacht herhalen. Hij kon zich moeilijk realiseren dat al dat hij zag Sophia was. Maar met haar aanraking maakte ze het echt. Ook al kon hij haar handen nauwelijks voelen naast alle andere pijn, welde het hart van Markus op. Bij beide was de leegt gevuld. Nu was het alleen nog een kwestie van bij elkaar blijven. In de verte klonken het geluid van sirenes en Sophia kon niets anders dan hopen. Hopen dat ze op tijd kwamen...


Reacties

Goldmember corry broer
2010-08-09 02:04:44
uur
corry broer

Grandioos geschreven verhaal Ann, beeldschone zinnen in een goede formulering!

Je schrijft zo goed, dit verhaal kan mijninziens zo naar een uitgever als een novelle. Tenzij er nog meer hoofdstukken komen, wat ik hoop, want dan wordt het een prachtig boek!

Héél graag gelezen. Een prettige maandag, liefs van Corry.*
prinsessisi
2010-08-07 02:28:26
uur
prinsessisi
wauw!
boeide me van het begin tot het eind.
knap stukje werk

liefs,
sara
Roos
2010-07-26 22:05:12
uur
Roos
Kind, echt. Wauw.
Goldmember josselyne
2010-07-26 21:02:38
uur
josselyne
Wat een schitterend geschreven verhaal. Ik heb er intens van genoten. Als je het begint te lezen blijft het boeien tot het eind. Een dikke groene duim hoor voor dit knap stukje werk. Warme groetjes en liefs v. Josselyne
Goldmember Eugeen
2010-07-26 12:23:40
uur
Eugeen
Het verhaal boeide mij van begin tot einde, wat een prachtig geschreven hoogstandje Ann!
Beslist meer dan één groene duim waard.

liefs,
eugeen
Goldmember Lian Reuvekamp
2010-07-25 22:15:50
uur
Lian Reuvekamp
Wat een prachtig geschreven verhaal. Als ik je tien groene duimen kon geven, kreeg je ze! Een opmerking: een zin als "Als een voorteken van wat er zou gaan komen was de maan zo gaan schijnen." zou ik weglaten. Het is juist mooi dat de lezer zelf dat verband ontdekt. Niet te veel uitleggen dus. Lieve groet, Lian
Goldmember mixmaus
2010-07-25 11:30:12
uur
mixmaus
door jouw reageren bij mij ben ik hier komen lezen...... en blij dat ik het gedaan heb.... prachtig verhaal duidelijk geschreven ...zo mooi hoe je de gedachten van Sophie en Marcus beschrijft..... ik hoop dat ze voor elkaar blijven leven....
dik groen verdiend
liefs Mixmaus
thomas schumacher
2010-07-24 00:24:46
uur
thomas schumacher
iwisohv
thomas schumacher
2010-07-21 12:41:29
uur
thomas schumacher
jkh !
Tegist
2010-07-21 10:49:27
uur
Tegist
Ademloos gelezen.
Een aantal wezenlijke dingen besproken, die mensen zichzelf aan kunnen doen, door hun hart in handen van de roddel en mening van anderen te leggen.

Hij moet wel blijven leven hoor, echt wel....het zou zonde zijn als ze niet weer samen....

Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.

De nieuwste verhalen
1.  De Ironie Van De Smart. Deel V:...
2.  Het Midden Van Het Midden
3.  Academie Van De Maan ~ 3
De nieuwste gedichten
1.  Suikeroompje
2.  Vrijheid
3.  de droefheid daalt op aarde
De nieuwste leden
1.  els claessens
2.  Over the ocean
3.  lostwithouttv

© BasicPublishing.nl

300
260
0
0
closed
mailbox nieuwe berichten
0
0
closed
0
0
open