|
Morgen ga ik weg.
Morgen is de dag.
Morgen laat ik dit huis achter.
Morgen ga ik weg van mijn familie.
Ik ga naar het Zuid-Limburg.
Op kamp.
Helemaal alleen.
De meesten gaan met een ander.
Maar ik ga alleen.
Zal ik nieuwe vrienden maken?
Of nieuwe vijanden?
Of zal ik alleen zitten in een hoekje,
Omdat niemand mij mag.
Mij en mijn lelijke uiterlijk.
Zal ik daar zitten, met opgetrokken benen in een hoekje?
Of zal ik mijn eerste vakantie liefde vinden?
Ik weet het niet.
Ik ben en blijf alleen.
Nee, ik heb geen last van heimwee, als je dat soms denkt.
Ik ben alleen zo onzeker.
Zullen mensen op mijn uiterlijk afgaan?
Of zullen ze merken dat ik eigenlijk helemaal
niet zo raar ben als ik er uit zie?
Ik moet niet zo onzeker doen, volgens mijn moeder.
Maar wat weet zij ervan?
Ze was zelf ook altijd onzeker, met al zijn gevolgen.
Ik houd wel van haar, maar ik wil niet zoals haar eindigen.
Morgen ga ik weg.
Met de trein, want mijn vader kan me niet brengen, hij moet werken.
Mijn moeder gaat mee in de trein. Dat had ik eerlijk gezegd liever niet.
Maar dat durfde ik niet te zeggen.
Morgen ga ik weg.
Ik laat mijn woonplaats achter.
En ga alleen op weg.
De weg die hopelijk naar een nieuw leven leid.
Mijn laatste voetstappen in dit huis zijn gezet.
© juli 2010, kleinjongetje, BasicPublishing.nl
|