Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Fantasy
Geplaatst:
17 mei 2010, om 11:39 uur
Bekeken:
728 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
335 [ download ]

Score: 2

(2 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De weefsters van Abmar, hoofdstuk 3"


Hijgend bleef ze voor me stilstaan en gaf me de traditionele begroeting; haar handen voor haar borst samengevouwen. Ik groette terug.

"Ga je ook naar de weefsters?" vroeg ze met glinsterende pretoogjes, en toen ik knikte lachte ze me ademloos van het rennen toe.

"Fijn! Dan kunnen we vriendinnen zijn!" 

En zo ontmoette ik Makoi.

 

 

Nog wat verlegen met elkaars plotselinge gezelschap legden we samen het laatste stuk naar de grotten af. Makoi vertelde dat ze er nooit aan gedacht had om weefster te worden, maar dat ze het wel een eer vond om uitgekozen te zijn.

"Er zal wel een reden voor zijn dat de Oudste over me droomde, denk je niet?" Ik knikte, daar had ik ook al over nagedacht.

"Misschien leren we wel meer dan alleen kleden maken," zei ik, terwijl ik een felgroen torretje over mijn vingers liet lopen.

Toen liepen we om een grote rots heen en werden we allebei stil.

Voor ons, plotseling heel groot, doemde het Dakast-gebergte op, doorweven met gangen en grotten. Waar wij zouden gaan leven en werken, de komende jaren.

"Bij de Zon, dat is groot!" Ik schoot in de lach bij het zien van Makoi's open mond en grote ogen, maar was zelf ook wel behoorlijk onder de indruk.

Voor de ingang van de grotten brandden een aantal kookvuren, waar vrouwen van alle leeftijden druk bezig waren met eten bereiden. Ze droegen allemaal lange witte tunieken, die me deden denken aan de kimono van een Oosterse vrouw die eens langs ons dorp kwam op doorreis.

Om hun middel hadden ze verschillende kleuren banden, rood blauw, paars, groen, geel...

Onder een groep Acacia-bomen stonden lange houten tafels met boomstammen als banken. Enkele vrouwen waren druk pratend en lachend aan het eten. Een spotvogel lachte iedereen vrolijk uit.

Het duizelde me even van alle plotselinge indrukken.

Zo stonden Makoi en ik naar het levendige tafereel te staren, tot een vrolijke stem plotseling naast ons klonk;

"Welkom zusters. We verwachtten jullie al." Geschrokken keken we opzij. Een vrouw van respectabele leeftijd met een paarse band om haar middel keek ons vriendelijk aan.

"Jullie kijken als verschrikte hagedissen," lachte ze. "Wat is jullie afkomst?" Verlegen begroetten we haar.

"Makoi, dochter van Dorjan, uit Iboga. Ik groet u, weefster." Makoi had haar ogen neergeslagen.

"Raya, dochter van Ram, uit het dorp Mibeki."

"Gegroet. Ik zal jullie je eerste les geven." Verbaasd keken we haar aan. "Als zusters onderling is het niet nodig om formaliteiten te bewaren. We behandelen elkaar met respect, maar op basis van familie. Ik heet Ishma. Zo mogen jullie me noemen."

Voor ik goed en wel in de gaten had wat er gebeurde had Ishma haar handen om mijn schouders gelegd en gaf ze me een kus op mijn voorhoofd, en hetzelfde deed ze bij Makoi.

"Kom verder," zei ze, zonder op onze verbazing te letten.

Gedrieën liepen we naar de kookvuren.

"Zusters, ik ben blij om jullie voor te kunnen stellen aan Makoi en Raya, onze nieuwe weefsters." Van alle kanten klonken vriendelijke begroetingen, verlegen glimlachten we naar iedereen.

"Eet nu wat, jullie zullen wel honger hebben na die reis." Ishma drukte ons beiden een houten kommetje warme maispap in de handen en knikte naar de houten tafels in de schaduw van de Acacia's. "Ik kom jullie over een halfuurtje weer ophalen om jullie naar de Pèra, onze hoofdweefsters te brengen."

Makoi en ik namen plaats aan één van van de tafels. Van Makoi's vrolijke bravoure was even weinig over, nog steeds met grote ogen keek ze om zich heen terwijl we aten.

De pap was heerlijk verwarmend en gezoet met honing.

"Wat zijn ze hier vriendelijk he," zuchtte Makoi uiteindelijk. "Ik denk dat we het hier heel goed zullen hebben." Ik knikte, zwijgend, maar van binnen kriebelde het geluksgevoel wat ik altijd heb als ik ergens terecht kom waar ik me onmiddellijk thuis voel.

Zoals ze beloofd had kwam Ishma ons een halfuur later ophalen.

Ze bracht ons naar een laag stenen gebouwtje wat tegen de berg aan leek te leunen. Het leuk op zo'n samenkomstgebouw wat je door heel Abmar kan vinden, behalve dat deze beschilderd was met prachtige tekeningen van allerleu planten. Ik herkende meekrap, bataat, ui, juniperus, arbacio, herderswortel en zwaluwblad, maar de anderen waren me onbekend.

"Dat zijn de planten waarmee we de wol verven. Het is een eerbetoon aan hun eigenschappen," zei Ishma toen ze me zag kijken.

Ze schoof het kleed dat voor de opening hing opzij en duwde ons zachtjes naar binnen, de half donkere ruitme in.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.