Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Spanning/Thriller
Geplaatst:
4 januari 2007, om 16:42 uur
Bekeken:
1037 keer
Aantal reacties:
1
Aantal downloads:
640 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Jean"


   
Jean!  
"Bzzz....bzzzz...bzzzz..."
" Euhh...???"
"Bzzz....bzzzz...bzzzz."
" Ohhh!!  Klote!!!"
"Bzzz....bzzzz...bzzzz..."
"Klik!"
" Jean!.. Jean!"
" Mmm???"
" Het is tijd!"
" Jmmm..."
" Jean!!!!....Jean! JEAN!!!!"
" Jaaaaa...."
" Opstaan!"
" Seffens...."
" Het is al kwart na!!!"
" O..Shit!!" murmelt Jean en rolt, ferm tegen zijn goesting, uit een zoetzaligwarme droom de hardkoude realiteit in. Krabt zich uitgebreid de vaakluizen van het lijf en tast tevergeefs met blote voeten naar zijn slippers .
" Miljaar! Miljaar! Elke dag hetzelfde!" vloekt hij stilletjes tussen zijn tanden, onderwijl met krakende knieën naast het bed op de vloer zakkend om blindweg onder het ledikant te graaien.
" Die dingen leiden een eigen leven!"
Als hij ze eindelijk en ten koste van veel te veel tijd heeft weten te recuperen hoort Jean beneden de broodsnijmachine ronken. Hij moet zich haasten!
Jean strompelt de badkamer in, draait de warmwaterkraan open en laat intussen alvast zijn pyjamabroek op zijn enkels zakken. Wringt zich vervolgens uit het vestje, doet zijn tarzanpose voor de spiegel en duikt de douche in.
Om twintig seconden later proestend met veel kabaal zijn handdoek te grijpen en de meeste nattigheid droog te deppen.
" Jean!!! Jean!!"
" Ja, ik kom al!"
" Verdomme! Waar is die verwenste sok nu toch naartoe?"
" Jean! Lowie is al voorgereden!"
" Dan maar zonder sok." Beslist Jean en stormt de trap af.
Daar staat Miriam hem ongeduldig op te wachten met in de ene hand zijn knapzak en in de andere een kop koffie die Jean geroutineerd uit haar vingers grist en in dezelfde beweging aan zijn lippen brengt.
" Pwaahhh! Bah!! Veel te heet! Hoe dikwijls moet ik nog zeggen dat ge de koffie moet uitschenken voor ge het brood snijdt!"
" 'T is al goed zagevent! Maakt dat ge weg zijt of ge komt weeral te laat!" reageert zijn echtgenote gelaten en duwt de tas in Jean's handen en hemzelf de voordeur uit. Drie trapjes en evenveel acrobatische toeren later staat hij op de stoep voor zijn huis. Springt in Lowie's wagen en scheurt een nieuwe werkdag tegemoet.
 
" Die Miriam van u moet een heet wijf zijn, Jean!"
" Waarom?"
" Nog elke dag te laat uit uw bed! En dat na tien jaar huwelijk!"
" Droomt maar verder!"
" Geef toe dat ge ze niet kon loslaten!"
" Ik wou dat het waar was! Het is bij ons niet veel beter als bij een ander!"
" Daarom ben ik nog altijd vrijgezel!" schampert Lowie.
" Hé, waar rijdt gij naartoe?"
" Nog efkens de gazet halen." antwoordt Lowie.
Het duurt even voor Lowie de deur van de auto opentrekt, de krant bij Jean op schoot werpt, en op de chauffeursplaats ploft.
Jean neemt even snel de koppen door terwijl Lowie geroutineerd door de ochtendspits manoeuvreert.
" Amai, maar één winnaar in rang één! Zeven miljoen euro!" leest Jean hardop terwijl Lowie de auto in de buurt van de bouwwerf parkeert.
" De hoogste tijd!" knikt Jean naar de klok met één voet al op het asfalt.
" AAH!!!!"
Vanuit het donker flitsen twee koplampen rakelings langs Jean's in allerhaast terug dichtgetrokken portier.
" W...Wat was dat????" bibbert Jean terwijl hij de verdwijnende achterlichten nagaapt.
" Zo'n snelheidsmaniak in een penisverlenging!" raast Lowie kwaad.
Jean staart Lowie niet begrijpend aan.
" Een wat??"
" Awel, zo'n kerel in een grote jeep!" verklaart Lowie. " Komt klaar elke keer hij gas geeft!......"
" Zal wel vermoeiend zijn....!!" grijnst Jean en stapt deze keer zonder ongelukken uit Lowie's Toyota.
 
" Jean!"
" Ja schat!"
" Ik ga vanavond naar mijn moeder!"
" Goed schat...Nog altijd niemand die de lottowinst geclaimd heeft!...."
" Met de auto!"
" Dat zal mij niet overkomen!....hé???? Wat zegt gij?"
" Jean, leg die gazet weg en luistert voor één keer eens naar mij!" ergert Miriam zich.
" Ik luister toch! "
" Ha ja?"
" Ge ging naar uw moeder!"
" Met de auto!" bevestigt Miriam. Wat Jean helemaal niet bevalt.
" Maar alléé! Ik speel competitie vanavond!" klaagt hij.
" En dan?"
" Hoe ga ik in de sporthal geraken?"
" Vraag één van uw vrienden om u op te halen!"
" Ze zullen lachen! De halve stad door, en dat met al die omleidingen!"
" Dan gaat ge met de fiets! Ik heb mama beloofd om haar naar de bingo-avond te brengen! Ge weet dat ze niet goed te been is!"
Jean zwijgt om de lieve vrede te bewaren maar vouwt, om zijn ongenoegen te laten blijken, demonstratief de krant terug open.
Miriam grabbelt de borden bij elkaar en verdwijnt in de keuken waar zij met veel kabaal aan de afwas begint.
Eventjes overweegt Jean om koppig zijn krant verder te lezen, maar besluit om toch maar te helpen afdrogen zodat hij straks, als hij na het sporten blijft plakken, nog wat krediet bij vrouwlief over heeft.
 
" Miljaar! Het regent!" vloekt Jean als hij samen met de vrienden uit de cafetaria komt.
" Ge gaat nat worden!" lacht Joris.
" Och, het is maar wat water!" beurt Michael hem op.
" Als gij dat niet erg vindt! Pakt gerust mijne fiets! Ik zal wel met uw wagen rijden!" grommelt Jean.
" Moest ik daarstraks mijn enkel niet verzwikt hebben, graag!" en almeteen begint Michael zwaar te hinken.
"Maar van een invalide kunt ge niet verlangen om onder helse pijnen naar huis te peddelen!"
" Laat maar zo, plantrekker! Aan uw uitleg zal het niet liggen!" grapt Jean en springt gezwind op zijn ijzeren paard. Zwaait, achterom kijkend, nog even ten afscheid terwijl hij de makkers vol bravoure uitdaagt.
" Om het eerste thuis?"
" Dat wint gij op één been!" klagen Joris en Michael in koor en gaan lachend hun 's weegs.
 
Lustig fluitend, want het is gestopt met regenen en de nacht is nog warm, bolt Jean, zoals altijd als hij met de fiets heen en weer naar de sporthal rijdt, over het achteraf-wegeltje. Het diepe gebrom van een zware motor komt hem achterop en Jean gaat braaf uiterst rechts van de weg rijden als het schijnsel van de koplampen hem inhaalt.
Plots zwelt het geluid van de motor tot een oorverdovend gebrul zodat Jean een snelle blik over zijn schouder werpt. Net op tijd om in paniek zijn stuur om te gooien, terwijl het bakbeest van een wagen vooruit springt en hem via de stijle berm in de gracht dwingt.
Terwijl Jean kleddernat in het lendenhoge water zichzelf uit zijn fiets pelt, mindert de grote jeep vaart en komt  met piepende remmen tot stilstand.
" Oef!" zucht Jean.
" Die gaat tenminste niet lopen!"
" Hier! Hier!" wenkt hij, een gordijn van water wevend met zijn kletsnatte kleren, de inzittende van het vehikel naderbij.
Jean steekt een hulpbehoevende arm uit zodat hij de laatste glibberige meter van de helling makkelijker te boven kan komen.
Maar, instede de verwachte hulp, krijgt hij een ferme por zodat hij opnieuw, met zijn hele hebben en houden, in de beek plonst!
" Wel, alle duivels....." proest Jean als hij eindelijk terug boven water komt, waar de agressieveling, die naar de kant van de gracht is afgedaald, hem ruw bij de haren grijpt en Jean prompt terug kopje onder duwt.
 Als een gek spartelend vecht Jean om zijn hoofd boven water te krijgen. Maar steeds weer wordt hij onder gehouden zodat allengs zijn longen op barsten staan en hij reeds liters water geslikt heeft wanneer de greep van de agressor plotseling verslapt.
Waterspuwend terug aan de oppervlakte komend ziet Jean, hogelijk verbaasd maar ten zeerste opgelucht, zijn aanrander hals over kop de helling naar de weg opklauteren, in de zware wagen springen en met gierende banden en gedoofde lichten het hazenpad kiezen.
 
" Daar!"
" Waar?"
" Awel, daar in de gracht! Ziet g't?"
" Wel verdorie!" lucht agent Driessens zijn gemoed.
" Zeg dat wel!" beaamt zijn kollega.
" Die is zeker zo zat als een kanon!"
" Alla, we zullen ons goed hart nog maar eens tonen!" beslist agent Driessens terwijl hij zijn fiets opzij zet en voorzichtig de berm begint af te dalen naar de plaats waar Jean zich met zijn laatste krachten half uit het water gehesen heeft.
" Awel, manneke. Te veel bier ingenomen?" opent Driessens het gesprek.
" N....neeje...eerder te veel water!" fluistert Jean nog altijd hevig naar adem happend.
" Zal ik een handje helpen?" biedt Driessens aan.
" D..da...dat zou v...vriendelijk...zijn!" zucht Jean. Waarna hij prompt het bewustzijn verliest.
 
" Waar ben ik?" vraagt Jean als hij zijn ogen opendoet en tegen de onderkant van een stapelbed aankijkt.
" In de bajes!" antwoordt een stem laconiek uit het niets.
" Wat?"
" In de lik, kerel! "
" Wat!!!???"
Een niet al te frisse kop duikt van bovenaf in zijn gezichtsveld.
" In' t gevaaaang!!!"
" WAT?????"
" Zijt gij doof soms?"
" Euh?? Bijlange niet! Waarom zit ik in de bak?"
" Ah! Dat weet ik ook niet!" antwoord het hoofd en trekt zich schielijk terug.
 
" We moesten u toch ergens kwijt? " grinnikt de sergeant van dienst terwijl Jean zich in zijn broek hijst.
" In de cel?" gromt deze nijdig.
" De enige plaats waar ge in uw blootje kunt rondlopen zonder zedenschennis te plegen!"
" Grmmpff...."
" We hadden u ook in die natte kleren uw roes kunnen laten uitslapen!"
" Maar ik ben niet zat!" protesteert Jean.
" Nu niet meer, neen!" lacht de sergeant.
" Maar daarstraks! Ge hadt een fakkel van hier tot ginder!" wijst de van dienstige.
" Hooguit drie pinten!" meesmuilt Jean.
" Dát hoor ik nu voor de eerste keer zie!" lacht de sergeant nog harder.
" Hoe ga ik nu thuis geraken?"
" Tja!" krabt de sergeant achter zijn oor.
" Driessens! Driessens!!!"
" Ja?" klinkt het vanuit de catacomben van het politiebureau.
" Komt eens hier!"
 
" Ik wou dat ik eens zeven miljoen met de lotto won!" zegt agent Driessens spijtig, als zij de hoofdpunten van de krant van commentaar voorzien, terwijl hij zijn aftandse Volkswagen door de nachtelijke straten stuurt.
" Idem dito!" bevestigt Jean.
" Maar zoveel geluk krijg ik in mijn heel leven niet bijeen!" zucht Driessens teneergeslagen.
" We zijn er!" wijst Jean zijn fiets die op de plaats van het onvrijwillige bad, aan een paaltje gekluisterd, geduldig staat te roesten.
" Allee, goed thuis hé! " wenst agent Driessens.
" Gij ook! Bedankt voor de lift!"
" 't Is niks! Graag gedaan!"
Jean springt op zijn rijwiel en maakt vaart.
 
Niet dat hij bang is, verre van! Maar toch is Jean vreselijk opgelucht wanneer hij zonder ongelukken het verlaten weggetje achter zich laat en in de meer bewoonde wijken van de stad terechtkomt.
Onder een lantaarn mindert hij snelheid en kijkt op zijn polshorloge.
" Verdorie! Half drie!" mompelt hij binnensmonds. Dat wordt weer een norskijkende, in beschuldigend stilzwijgen gehulde, Miriam. Misschien wel voor de rest van de week!
Even later fietst Jean voorbij de bouwwerf waar hij momenteel zijn brood verdient.
" En morgen om zes uur uit mijn bed! Da's pas echt erg!" grommelt hij, een kwade blik op het gebouw werpend alsof die hoop stenen de oorzaak van al zijn miserie is. Waardoor Jean even afgeleid is en hij met geweld op de voorbumper van een stomweg midden op straat geparkeerde donkerzwarte monsterjeep botst.
" Miljaar! Miljaar!" vloekt Jean hartsgrondig.
" Welke ezel zet dat ding nu midden op de weg?"
" IK!!!" antwoordt een rauwe stem en uit de wagen,waarvan de koplampen plots verblindend fel aanfloepen, wipt kloek, zwaaiend met een direct in het oog springende levensgrote base-ballbat, een robuuste gedaante tevoorschijn.
Jean staart, verlamd van puur afgrijzen, naar de hem langzaam naderende gestalte.
" Heu, dien ezel. Hm..dat was maar bij wijze spreken. Helemaal niet persoonlijk bedoeld!" probeert hij nog uit te leggen.
" Deze knuppel ook!" antwoordt de kerel en trekt, alvorens in het licht te komen, een bivakmuts over zijn gelaat zodat hij onherkenbaar wordt.
Jean ziet de bui hangen en besluit, wijzer geworden van eerdere ervaring, om een confrontatie te vermijden. Hij springt op zijn rijwiel en spurt, alsof zijn leven er van afhangt, weg.
Tevergeefs echter want op hetzelfde ogenblik dat Jean de vlucht neemt, komt de zware wagen brullend tot leven en rijdt Jean, luttele meters verder, zonder pardon klem.
Jean komt zwaar ten val. Versuft ziet hij een tweede belager, eveneens uitgerust met een bivakmuts en zo'n verdomd gevaarlijk stuk hout, uit de wagen springen. Jean rolt zich uit de gevarenzone net op het moment dat de knuppel de trottoirdal, waar zijn hoofd een seconde daarvoor nog onzacht mee in aanraking gekomen is, middendoor klieft.
Jean springt op en begint voor zijn leven te rennen. Niet ver, want daar verspert het andere mispunt hem de weg. Er blijft Jean niets anders over dan de bouwwerf op te hollen.
" Hier raak ik de smeerlappen wel kwijt!" denkt hij terwijl hij het gebouw in spurt.
Helaas biedt de benedenverdieping niet echt mogelijkheden om zich te verstoppen en dus is Jean, door de twee maniakken op de hielen gezeten, verplicht zijn heil hogerop te zoeken.
Na de eerste ladder met twee sporten tegelijk genomen te hebben, klokt Jean twee seconden eerder af dan zijn achtervolgers. De drie volgende verdiepingen bouwt hij zijn voorsprong verder uit en op de vijfde is hij in staat om de ladder, voor de neus van de twee anderen, op te trekken zodat hen niets anders overblijft dan in koor verwensingen naar Jean te brullen. Iets waar zij zo te horen erg goed in zijn.
Jean kan het niet laten en buigt zich, middenvinger in een overbekend gebaar geheven, over het trapgat.
" Kust mijn kloten! Rotzakken!" roept hij de opgehoopte adrenaline in zijn bloed de vrije loop latend.
Een halve baksteen tegen zijn aangezicht is een antwoord waar hij eigenlijk niet op rekende.
Een zakdoek tegen zijn pas opgelopen bloedneus drukkend maakt Jean zich uit de voeten in de richting van de achtertrap die gisteren pas gegoten is en waarlangs hij hoopt de begane grond te kunnen bereiken en zo aan zijn agressors te kunnen ontsnappen.
Maar het moet zijn dat hij teveel lawaai gemaakt heeft bij het afdalen van de trappen, want de grootste van de twee glijdt met een rotvaart in echte rambo-stijl langs de ladders omlaag en slaagt erin Jean de weg naar de vrijheid te versperren. Jean kan nog net de brandvrije stalen deur van de traphal op het gelijkvloers tussen zichzelf en het aansuizende sportgereedschap zwaaien. Terwijl hij het wapen donderend, maar met een bevredigend gekraak, tegen de onverwachte hindernis hoort versplinteren slaagt Jean erin om vliegensvlug de deur klem te zetten. Snelt als de weerlicht terug naar de eerste verdieping en loopt daarbij zonder pardon vijand nummer twee van de sokken. Heel even neemt hij de tijd om de ongelukkige nog een stevige trap na te geven, om dan als een haas naar de hoger gelegen verdiepingen te vluchten.
Jean weet dat de achtertrap voor het ogenblik niet verder reikt dan de vijfde etage. Als hij kans ziet hogerop te geraken, kan hij wederom de ladders achter zich optrekken en even op adem komen.
Jean slaagt in zijn opzet. Op de achtste en voorlaatste verdieping gooit hij een stevige pallet over het enige trapgat en begint er al wat zwaar is op te stapelen.
" Oef!!!" zucht hij als het vermoeiende karwei geklaard is.
" Laat ze nu maar komen!" en tevreden zakt hij met zijn rug behaaglijk tegen een stapel stenen op de grond. Zijn overwerkte arm- en beenspieren de broodnodige rust gunnend dommelt hij in.
 
" Boe!!" doet een bivakgemasker op amper vijf centimeter van Jean's nog troebele ogen. Met de schrik nog nazinderend in zijn lijf veert Jean recht.
" Hoe???....Waar????" stamelt hij verbouwereerd terwijl hij ettelijke meters achteruit deinst.
" De materiaallift, schone jongen!" grimlacht bivakmuts één. Zijn kameraad begint aan een omsingelende beweging, merkt Jean en hij doet haastig nog een paar passen achteruit.
Eén teveel zelfs, want plots stapt hij in het niets en wentelt onstuitbaar in het ijle.
Een verbaasd, wanhopig " Hé?!!" ontsnapt nog aan zijn lippen voor hij met een botverspinterende doffe smak acht verdiepingen lager een deuk in moeder aarde maakt.
 
Voorzichtig gluurt de grootste van de twee over de rand naar Jean's, in onmogelijk groteske bochten verwrongen, roerloze overblijfsel.
" Die is er geweest!" verklaart hij nuchter.
" Dan....weg van hier!" sist de ander dringend.
 
De grote zwarte jeep komt zachtjes tot stilstand in de dubbele garage tewijl de automatische rolpoort de buitenwereld wegsluit. De portieren zwaaien open en beide broeders in de misdaad stappen uit.
" Goh! Ik ben helemaal opgedraaid!" bekent de kleinste van de twee terwijl hij de bivakmuts van het hoofd trekt. Een bos donkerblond haar komt tevoorschijn en onthult het feit dat deze broeder eigenlijk een zuster is.
Ze heupwiegt naar de bestuurderskant van de wagen.
" Nog nooit zo opgewonden geweest!" lonkt ze naar de ander. Begint verleidelijk haar jeans los te knopen, doet een paar pasjes in de richting van de andere wagen. Stroopt het verhullend textiel langs haar slanke benen omlaag en leunt, benen lichtjes gespreid, voorover gebogen op de motorkap van de Toyota.
" Kom... Lowie, kom!!!......" gebiedt ze dringend.
Gretig gaat haar compagnon op de uitnodiging in. Laat eveneens de pantalon zakken, grijpt de vrouw stevig bij de heupen en zucht terwijl hij haar wens vervult.
" Wat zijt gij toch een heet wijf, Miriam!"
 
" En?" vraagt de sergeant van dienst, terwijl hij de krant laat zakken, aan agent Driessens als die het bureau betreedt.
" Yes!!!" juicht Driessens en hij maakt zowaar een vreugdesprongetje.
" Ik heb het! Ik heb het!!!! Ik kan het nog altijd niet geloven!!!!"
" Alléé, proficiat!"
" Een villa op zeshonderd vierkante meter met dubbele garage voor amper honderdduizend euro! Van een vent die dringend naar één of ander exotisch eiland in de Stille Zuidzee verhuisd!"
" Ge moet maar geluk hebben in't leven!" lacht de sergeant goedmoedig.
" Geluk? Ik voel me alsof ik de lotto gewonnen heb!" jubelt agent Driessens.
" Van de lotto gesproken! Die superpot van zeven miljoen is eindelijk opgeëist!" verklaart de sergeant terwijl hij het desbetreffende artikel in de krant aanwijst.
" O ja?" doet Driessens een beetje afwezig. Hij is nog volop bezig met zijn eigen geluk.
" Door de weduwe van die vent die veertien dagen geleden van dat flatgebouw geduikeld is!"
" Wat????" bauwt Driessens.
" Die vent die we uit die beek hebben gevist?"
" Yep!" bevestigd de sergeant.
" Blijkt dat het formulier de ganse tijd in zijn jaszak zat." Vat de sergeant het artikel kort samen.
" De weduwe heeft het pas gevonden toen het parket de kleren vrijgaf."
" Amai, 't is geen waar hé"
" Hier staat dat ze vertrokken is naar Hawaï waar ze in alle rust haar verlies te boven wil komen."
" Hawaï? Daar ging de eigenaar van mijn huis ook naartoe!"
" Misschien komen ze elkaar daar wel tegen!" lacht de sergeant en slaat zijn krant terug open.


Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

ing
(niet registreerd)
tof verhaal

Geplaatst op: 2007-01-15 20:43:33 uur