Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Kinder
Geplaatst:
10 februari 2010, om 11:34 uur
Bekeken:
949 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
483 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Teek en Freek"


  Freek en Teek.
 
‘ Daarzo!'
‘ Waarzo?..'
‘ Rechtuit!'
‘ ‘k Zie niks!'
‘ Komt van dat haar voor je ogen!'
‘ Goh! Wat ben jij toch een slimmerd, Freek!'
‘ Och, zit in de familie weet je.' schokschoudert de aangesprokene bescheiden nadat beiden zich uit het muizengaatje in de hoek van de keuken gewurmd hebben.
‘ Oef! Blij dat ik er door ben!' zucht Teek, als een natte hond zijn wilde bos haren schuddend om het stof kwijt te raken, dat zich tijdens de moeizame tocht door het al te nauwe gangetje onvermijdelijk aan zijn ragebol gehecht heeft.
‘ Hier...' wijst Freek op de ijskast. ‘ ... moeten we zijn!'
‘ Ajakkes! Alweer kou lijden!' foetert Teek.
‘ Yep! Dat is wat je noemt de moderne tijd!'
‘ Bwah! Ik houd niet van al dat nieuwerwets gedoe!'
‘ D'r zit gelukkig geen slot op!' meldt Freek. ‘ Gewoon een paar stevige rukken en het ding floept open!'
En inderdaad, na wat trekken en duwen slagen beide compagnons erin de deur open te wrikken.
‘ Joepie!' juicht Freek. ‘ Geef me even een zetje!'
Waarop Teek de handen in elkaar slaat zodat Freek via dit opstapje en de schouders van zijn vriend in staat is zich langs de rekken omhoog te werken.
‘ En?...' informeert Teek.
‘ Mmm... ik zie kip! En.. en..wat hebben we hier? ‘t Lijkt wel... '
 
Slaapdronken tuurt Nop naar het verlichte display van de space-shuttlewekker op zijn nachtkastje.
‘ Amper twaalf! Gaaf! Nog een eeuwigheid alvorens het ochtend wordt!'
Hij schudt zijn hoofdkussen wat op en duikt lekker knus terug onder het warme dekbed. Helemaal klaar om terug naar dromenland te vertrekken!
‘ Verdorie! Dorst! Komt waarschijnlijk van die zoute crackers die hij daarstraks voor de televisie naar binnen heeft gewerkt!' Het wordt zelfs een geweldige dorst!
Ajakkes, hij houdt het niet meer! En natuurlijk is hij weer vergeten om wat te drinken mee naar boven te nemen! Dan maar even naar beneden om met een glas lekker frisse limo zijn nood te lenigen!
Op zichzelf knorrend omdat hij toch zo'n domkop is slaat Nop de dekens terug. Zoekt op de tast zijn pantoffels die zoals steeds verstoppertje onder het bed spelen. Trekt een kamerjas aan en sluipt even later stilletjes op de toppen van zijn tenen de trap af op weg naar de keuken.
 
 
 
‘ Het IS... JENEVER!' grinnikt Freek nadat hij met wat moeite de stop uit de kruik heeft losgewrikt.
‘ Ze is al halfleeg!' pruilt Teek in de kan turend. ‘ De hals is veel te smal. Daar kunnen wij nooit door!'
‘ Haha! Hoeft ook niet!' lacht Freek geheimzinnig. ‘Ga nooit op roof uit zonder een heupflacon en een eindje touw zeg ik altijd maar!' beide voorwerpen als een volleerde goochelaar uit de ingewanden van zijn jas tevoorschijn halend. Zodat ze na wat geknutsel het flesje, gevuld met heerlijk koele jenever beurtelings aan de lippen kunnen zetten.
‘ Amai!' smakt Freek waarderend. ‘ Een ware godendrank!' de flacon broederlijk aan Teek presenterend.
‘ Klok! Klok!... Mmmm..' zucht Teek op zijn beurt. ‘ Je kan van die groterds zeggen wat je wil, maar jenever stoken kunnen ze als de beste!' het lege karafje terug aan Freek overhandigend die het gezwind nogmaals in de kruik laat zakken.
 
 
Nop staart verbluft naar het tafereeltje op minder dan een armlengte van hem af. Knippert in stomme verbazing wel tien keer achter elkaar met zijn ogen. Schudt dan ongelovig het hoofd. Werpt opnieuw een blik op het schouwspel en slaat ontsteld de deur van de ijskast met een klap terug dicht. ‘ Droom ik?' vraagt hij zichzelf af. ‘ Misschien moet ik mezelf even knijpen!' Maar behalve dat hij zichzelf een pijnlijke blauwe plek bezorgt, verandert er niets. Hij staat nog steeds in de keuken met de kruk van de ijskast in de ene en een leeg glas in de andere hand.
‘ Ik MOET gedroomd hebben! Het KAN niet anders!' besluit hij en opent voorzichtig, beducht voor wat hij te zien zal krijgen, opnieuw de deur.
‘ Daar!' Net onder het vriesvak zitten inderdaad twee eigenaardige figuurtjes op hun gemak broederlijk naast elkaar op de rand van de kaasplank!
‘ Hallo.. be.. beste man!' groet de langste van de twee met dubbele tong. Hij is gekleed in een blauwwollen mantel en geel geruite pantalon met een rode sjaal om zijn sprieterige nek en een zwarte ietwat verfomfaaide hoge hoed die hij, gehinderd door de onderzijde van het vriesvak, tevergeefs tracht te lichten.
De kleinste, niet minder opvallend uitgedost met een knalrood vest over een horizontaal wit-blauw gestreepte zeemanspull en een grijslakense broek, de enorme bos koperrode haren nauwelijks in bedwang gehouden door een sleetse bolhoed, valt zijn compagnon joviaal bij.
‘ Goei... eie..navond..!'
Nop, te verbouwereerd om deze enigszins onduidelijke doch beleefde groeten te beantwoorden, staart maar wat wezenloos terug.
‘ U.. hik.. zult wel denken.... wat doen die twee in mijn ijskast?' vervolgt de eerste. ‘ Maar... laten we beginnen met kennis maken!' stelt het ventje voor.
‘ Mijn naam is... heu... is.. heu..?'
‘ Freek!..' souffleert de ander gedienstig. ‘ ... en.. ik.. ikzelf wordt Teek genoemd!' waarop zij tegelijk een sierlijk ouderwetse buiging inzetten. Nogal ondoordacht want intussen zijn beiden arm in arm tot aan de rand van het schap gewankeld en duiken dus zonder verdere uitleg moeder aarde tegemoet! Waar ze met een doffe plof vlak voor Nops pantoffels op de keukenvloer belanden.
‘ O, hemel!' piept Nop het ergste vrezend. ‘ Zijn jullie OK?'
‘ Oeioeioeioeioei..... Wat een smak!' steunt Freek.
‘ Gelukkig zijn we op ons hoofd terecht gekomen!' grinnikt Teek, zijn door de val gedeukte bolhoed terug in model duwend.
 
 
‘ NOP!?'
‘ O! Dag mam!' schrikt Nop, beide figuurtjes met een voet onder de servieskast uit het zicht duwend. ‘ Ik..eh..had dorst...' wijst hij, naar het glas in zijn hand en de geopende ijskast.
‘ Dat komt vast van die zoute crackers!' bitst moeder. Zoals alle moeders overal op de hele wereld fel gekant tegen al wat lekker is.
‘ Ja mam!' knikt Nop zonder tegenstribbelen, hopend dat ze niet verder de keuken in zal komen.
‘ Juist!' bindt mama, nu ze haar gelijk zo makkelijk haalt, in. ‘ Drink dan maar een glas melk! Niets zo goed voor een gezonde nachtrust als een glas melk!'
Gedwee gaat Nop met een groot glas van het kleffe witte spul aan tafel zitten.
‘ En daarna als de bliksem terug naar bed!' commandeert moeder nog, al geeuwend het goede voorbeeld gevend.
Nop blijft doodstil zitten luisteren tot hij de deur van mama's slaapkamer hoort dichtslaan.
‘ Oef!' Dat was even zweten! Aanstonds laat hij zich van zijn stoel glijden en graait onder de kast.
‘ Hé! Kalm aan! Rustig!...BreekbaarbreekbaarBREEKBAAR!!' protesteren Teek en Freek in koor wanneer Nop hen, omkranst door een heleboel stof dat aan de schoonmaakwoede van moeder is weten te ontsnappen, tevoorschijn haalt.
‘ Ha.. stjiee!' niest Freek.
‘ Haaaa..stjoe!!' valt Teek hem bij.
‘ Hallo..' opent Nop het gesprek. Waarop Freek, nadat hij zich zo goed en zo kwaad als het gaat van het meeste stof ontdaan heeft, met een zwierig gebaar zijn hoge hoed van het hoofd licht terwijl Teek zich nogmaals aan een hoffelijke buiging waagt.
‘ Een goedenavond deze avond!' groeten zij in koor.
‘ Van 't zelfde!' groet Nop beleefd terug. ‘ Mag ik vragen, wie.. of wat... zijn jullie?'
‘ Wij?' verbaasd Freek zich ‘ Wij zijn Freek..' op zichzelf wijzend ‘ ..en Teek.' zijn metgezel aanduidend.
‘ Hai! Ik ben Nop!'
‘ Aangenaam!'
‘ Insgelijks... hoe komt het dat jullie zo klein zijn?'
‘ Boh!... hoe komt het dat jij zo groot bent?' kaatst Freek de vraag terug.
‘ Dat ben ik al mijn hele leven!'
‘ Wij ook!'
‘ Ik heb nog nooit zulke kleine mensjes gezien...'
‘ Wou dat ik dat van jullie groterds ook kon zeggen...' zucht Freek.
‘ Wat deden jullie in onze ijskast?'
‘ Tja..' aarzelt Freek ongemakkelijk naar Teek loensend voor hulp.
‘ .. wij zijn van de voedselinspectie!' flapt Teek eruit.
‘ Van de WAT?..'
‘ De eh.. voedselinspectie?'
‘ Waarom geloof ik dat niet?' schampert Nop, beide kleine kereltjes plotsklaps bij de kraag vastgrabbelend.
‘ Hola! Hola! Geen fysiek geweld, hoor!' protesteert Freek luid.
‘ Wij kennen onze rechten!' dreigt Teek wild gesticulerend.
‘ Jullie zijn DIEVEN! Nietwaar?' gaat Nop, zich niets van hun protesten aantrekkend, verder terwijl hij beide figuurtjes op het tafelblad neerpoot.
‘ Dieven? Wij?...Neuh!!...' schuddebolt Freek.
‘ Het idee!!...' wijst Teek de beschuldiging van de hand.
‘ Goed! Als jullie geen dieven zijn, leg me dan eens uit wat jullie hier uitspoken?'
 
 
Een half uurtje later vat Nop het verhaal van de twee companen kort samen.
‘ Jullie zitten in Alfengouw dus zonder eten?'
‘ Zo goed als.' knikt Freek.
‘ Wat er nog is, wordt stilaan schrikkelijk duur!' vult Teek aan.
‘ En dus...' begint Nop.
‘ .. beraamden wij dit plannetje om bij jullie groterds wat mondvoorraad te bietsen...'
‘ Zo?'
‘ .. en... op het thuisfront aan de meestbiedende te verkwanselen.'
‘ Is dat niet een tikkeltje oneerlijk?'
‘ Heu.. misschien een heel klein tikkeltje..' geeft Freek toe. ‘ .. maar we lopen ook enorme risico's!'
‘ Zoals?'
‘ Door groterds betrapt worden.' wijst Freek naar Nop.
‘ Of erger! Door de trollen die de poort bewaken in elkaar geslagen worden!' vult Teek aan.
‘ Of, nog erger! Lucifer tegen het lijf lopen!' bibbert Freek duidelijk helemaal van streek door de gedachte alleen al.
‘ Lucifer?'
‘ De verdriedoriese draak die Alfengouw terroriseert!' legt Teek uit.
‘ Een DRAAK!!???' echoot Nop verbaasd.
‘ Yep! Je weet wel, zo'n uit zijn krachten gegroeide hagedis? Die te pas en te onpas vuur spuwt?'
‘ Een vliegende draak?'
‘ Wis en zeker!' knikt Teek.
‘ Wat zou ik graag eens een draak zien!' droomt Nop hardop.
‘ Oho!.. Jongeman!' schudt Freek het hoofd. ‘ Geloof me! Een draak is géén toeristische attractie!'
‘ Neen! Een draak da's een ramp!' vult Teek aan. ‘Kwalijker dan een zere kies op je verjaardagsfeest!'
‘ Lucifer brandt het land plat en valt alles aan wat beweegt!'
‘ En toch...' mijmert Nop, maar wordt onderbroken door een muzikaal getingel vanuit Freeks vestzak.
‘ Wat is dat?'
‘ Mijn horloge.' wijst Freek, het grote ronde ding aan een ketting uit zijn zak halend om, na het deksel opengeklapt te hebben, lichtjes bijziend op de wijzerplaat te turen. ‘ Oeioei! Is het al zo laat? Het spijt me beste Nop, maar we moeten afscheid nemen!'
‘ Hoezo?'
‘ Het is al haast één uur! Nog even en de poort naar Alfengouw gaat dicht!'
‘ Verdorieseverdorie!!' vloekt Teek. ‘ Geen tijd meer om wat eetbaars mee te grabbelen!'
‘ Is die poort ver van hier?' wil Nop weten.
‘ Ken je die grote rechtopstaande steen net buiten het dorp? We halen het nog net als we een spurtje trekken.'
‘ Dus ajuus, jonge vriend! Misschien tot weerziens!' voegt Teek er aan toe, van de tafel springend.
‘ Wacht!' houdt Nop Freek aan zijn jaspanden tegen. ‘ Ik heb een voorstel!'
‘ Geen tijd! Geen tijd! Laat me asjeblieft los!' antwoordt het kleine ventje gejaagd terwijl Teek al naar het muizengaatje op weg is.
‘ Luister even!' dringt Nop aan. ‘ Ik kan jullie daar op minder dan geen tijd brengen... met meer levensmiddelen dan jullie ooit kunnen dragen...'
‘ O ja?'
‘...maar...'
‘ Maar??..'
‘... dan moeten jullie mij mee naar Alfengouw nemen!' gooit Nop er vastbesloten uit.
‘ Geen denken aan!' grommelt Freek die verwoede pogingen onderneemt zijn jaspanden uit Nops greep te wrikken.
‘ Ik wil die draak zien!' houdt Nop aan.
‘ Neen!' schuddekopt Freek. ‘ Véél te gevaarlijk!'
‘ Dan blijf je hier!' dreigt Nop, zijn greep op Freeks jas resoluut verstevigend.
‘ Geef die dwarsligger zijn zin!' mengt Teek zich in het dispuut. ‘ We hebben heus geen tijd meer te verliezen!'
‘ Hij is veels te groot om door de poort te kunnen!' stribbelt Freek tegen.
‘ Dan verklein ik hem toch!' snibt Teek terug.
‘ Verkleinen?... Mij?.. Kan dat?' verwondert Nop zich.
‘ Niks aan! Als je het tenminste zelf wilt!' schokschoudert Teek. ‘ Even een toverformule brabbelen en klaar is kees!'
‘ Zeg komt er nog wat van?' wijst Freek op zijn jaspanden.
‘ O?.. eh.. doet het geen pijn ?'
‘ Geen centje!' garandeert Freek gehaast.
‘ OK! Dan hebben we een deal!?' besluit Nop.
‘ Jij je zin, stijfkop!' geeft Freek na nog even geaarzeld te hebben toe. ‘ Maar nu moeten we ons werkelijk haasten!'
Dat doet Nop. In alle gauwte glipt hij naar zijn kamer. Wipt in zijn kleren. Grijpt zijn rugzak en sluipt terug naar de keuken waar Freek en Teek inmiddels volop de ijs- en provisiekast plunderden. Nop propt alles in de draagtas. Stopt de twee Alfengouwers in zijn jaszak. Opent stilletjes de tuindeur en stapt het avontuur tegemoet.
 
 
‘ Hier is't!' wijst Freek.
Terwijl Freek met zijn hak een cirkel in het gras rond de grote rechtopstaande steen kerft begint Teek in een nogal beduimeld notaboekje te bladeren.
‘ Ha! Hier heb ik het!' roept hij even later triomfantelijk uit.
‘ Kom op, Nop! In de cirkel!' commandeert Freek.
‘ Afgalaman istoferonomani vragekrimetofas dexevuquae...' prevelt Teek geheimzinnig met één hand in Nop's richting gebarend. ‘ ...mestokdium namalagfa!'
De laatste lettergreep zindert nog in de lucht als het rondom Nop plotsklaps aardedonker wordt en een verschrikkelijk gewicht hem onverbiddelijk op de knieën dwingt. Ademen gaat uiterst moeizaam. Het is dan ook niet te verwonderen dat de angstige jongen om hulp begint te roepen.
‘ Verdriesedorie! Teek! Snel!' hoort hij Freek opspelen.
‘ Eén, twee...DRIE!!'
Een ogenblik later rolt de verpletterende last die Nop terneerdrukt van hem af. Raspend zuigt hij zijn longen vol. Opent zijn tot nu stijf dichtgeknepen ogen en ziet... niets!
‘ Ik ben blind!' panikeert hij, om zich heen tastend. Het lijkt wel of hij in een net gevangen zit!
Eindelijk, na wat wel een eeuw lijkt, slaagt hij erin zijn hoofd te bevrijden en staart, temidden van zijn nu veel te groot geworden uitmonstering, in Freeks ongeruste gelaat.
‘ Wow!! Blij dat ik jou zie!' zucht Nop opgelucht.
‘ Da's wederzijds!' lacht Freek.
‘ Wat is er gebeurd?' wil Nop weten.
‘ Och..' wijst Freek naar Nop's plunjezak die nu als een heuvel boven hen uittorent. ‘ ...dat ding daar is bovenop jou terechtgekomen!'
‘ Hoe?...'
‘ Tja, zie je..' legt Teek op zijn beurt uit. ‘ Ik kon toch moeilijk de buit verkleinen? Dus heb ik een formule gekozen die dode materie ongemoeid laat!'
 
 
Wanneer Nop's verontwaardiging eindelijk wat gezakt is kijkt hij nieuwsgierig om zich heen. Ze bevinden zich in een vrij grote grot waar het stikt van de druipstenen en her en der verspreide enorme rostblokken die schaars verlicht worden door één enkele olielamp.
Freek doorzoekt inmiddels hun in de grot achtergebleven bagage op extra kledingstukken zodat Nop de reis naar Alfengouw niet in zijn tot romeinse toga gepromoveerde zakdoek hoeft te maken.
Het wordt een bont allegaartje. Van Teek heeft hij een goudkleurig geborduurde vest met rode knopen en een hemd dat overvloedig van ruches voorzien is. Verder passen zijn lange benen het best in een grasgroene kniebroek van Freek (met bijpassende helgele bruindwarsgestreepte wollen sokken) en een oranje overjas waarvan hij de mouwen moet opslaan om de beschikking over beide handen te houden.
‘ Schitterend!' vindt Freek.
‘ Een echte heer!' is het oordeel van Teek.
Teek is ondertussen bezig Nop's rugzak uit te laden en over drie grote pakken te verdelen.
‘ We zullen niet alles in één keer kunnen vervoeren.' geeft hij als zijn mening.
‘ Dan nemen we enkel die dingen mee die aan bederf onderhevig zijn.' beslist Freek.
 
 
Een tiental lastige minuutjes later, waarin ze de pakken met levensmiddelen op elkaars rug binden wijst Teek naar een stapeltje grimmig uitziend oorlogstuig. ‘ Nop?'
‘ Euh.. is dat echt nodig?' aarzelt deze, voorzichtig een gevaarlijk uitziend zwaard uit het assortiment lichtend. Van huis uit is hij immers een eerder vredelievende jongeling.
‘ Yep! Ik heb je gewaarschuwd dat het géén toeristische uitstap zou worden!' grijnst Freek.
‘ DAAR JIJ GELIJK HEBBEN!' dondert een zware stem van wand tot wand kaatsend. Tegelijkertijd blijken verschillende grote rotsblokken plotsklaps van enorme armen, benen, monden, ogen, hoofden en allerlei andere attributen voorzien!
‘ Oeps!' schrikt Teek.
‘ O...oooo!' grabbelt Freek haastig naar het voorhande wapentuig.
‘ Wa..?' verder komt Nop niet want de geheimzinnig tot leven gekomen keien schuifelen dreigend op hen toe.
‘ Trollen!' slikt Teek nerveus.
‘ Maken dat we weg komen?' stelt Freek voor.
‘ Goed idee!'
‘ HAHA! SLECHT IDEE!!' dondert het dichtstbijzijnde rostblok. ‘ VECHTEN! DA'S GOED IDEE!'
‘ JA.. JAH! VECHTEN! GOED IDEE!' echoot het langs alle kanten terwijl een zware strijdknots ergens vanuit het duister door de lucht suist om Freek's hoofd op een haar na te missen.
‘ In dekking!!'
Dat laat Nop zich geen twee keer zeggen. Als een volleerde Indiaan duikt hij achter een steenklomp die, tot Nop's afgrijzen, prompt in een vechtlustige trol blijkt te veranderen.
‘ VECHTEN!'
Gelukkig weet Nop zich net op tijd uit de voeten te maken. Op het nippertje aan een neersuizende vuist, ter grootte van een stevige mokerhamer, ontkomend.
‘ Rennen!' schreeuwt Teek.
Een ietsje pietsje te laat want de trollen stormen reeds als één grote alles verslindende lawine op onze drie vrienden af die zigzaggend als dronken matrozen de langs alle kanten neersuizende vuisten en door de lucht klievende werpbijlen trachten te ontwijken.
‘ Ieder voor zich!' gilt Freek, een vliegende koprol makend. Om een tel later met een vloeiende beweging, ondanks het zware pak op zijn rug, behendig terug recht te komen. De volgende seconde snel als de weerlicht in elkaar duikend zodat een precies op zijn hoofd gerichte knots geen onheil aanricht.
Nop draait ondertussen rondjes om één van de weinige niet tot leven gekomen rotsblokken, op die manier zich een reusachtige trol van het lijf houdend. Maar al gauw moet hij zijn stelling opgeven omdat drie andere steenreuzen aan dit spelletje willen meedoen.
‘ Hierheen!!' gilt Teek die met behulp van een in de vlucht opgeraapte knots het rotsmonster, dat hem de pas tracht af te snijden, een zere teen bezorgt vooraleer in een smalle spleet te duiken. Nop, toch al die kant oprennend volgt gezwind Teek's voorbeeld.
Freek daarentegen heeft minder geluk. Hij vindt zijn vluchtweg versperd en krijgt nu de volledige, langzaamaan door het dolle heen rakende, meute achter zich aan. Freek rent, als een schichtige muis achternagezeten door een bende hongerige katten, letterlijk voor zijn leven! Glipt, terwijl de naar zwavel en korstmos stinkende adem van zijn achtervolgers reeds zijn sjofele hoge hoed beroert, met een bewonderenswaardige helderheid van geest als een aal tussen een bos dicht op elkaar staande en van de zoldering afhangende druipstenen waar voor de reusachtige trollen geen doorkomen aan is.
‘ KOM ERUIT!! JIJ MIEZERIG STUK VRETEN!!' brult de aanvoerder schuimbekkend van woede. ‘ JIJ VECHTEN ALS EEN MIETJE!!'
‘ JAAAHH!!....' bulderen de andere trollen in koor! ‘ MIETJE!!...MIETJE!!..'
Maar deze beledigingen raken Freek's koude kleren niet! Hij gluurt tussen twee stalagmieten door en zet uitdagend een neus.
‘ JIJ NIET LANG MEER LACHEN!!' raast de bevelvoerder. ‘ JULLIE!' wijst hij naar twee van zijn soortgenoten. ‘ SLA STENEN STUK!!'
‘ WAT BAAS?!' schrikt de ene.
‘ IK ZEGGEN, SLA STENEN STUK!!' dondert de bullebak terwijl barstjes van ergernis (te vergelijken met rood aanlopen bij mensen) zijn onaantrekkelijke tronie verder ontsieren.
‘ NEE CHEF!' schuddekopt de ander.
‘ WAT?!!'
‘ DAT ZIJN TRANEN VAN VOOROUDERS!!' wijst de aangesprokene naar de stalagmieten. ‘ DIE HEILIG! DAAR WIJ NIET AANKOMEN MOGEN!!'
Omdat deze woordenwisseling in het trols gevoerd wordt snapt Freek er geen sikkepit van. Wat hij wel snapt is dat niemand meer op hem let en dus schiet hij als een pijl uit een boog tevoorschijn en is reeds halverwege zijn beide vrienden alvorens de troep eindelijk achter hem aan gaat. Doch trollen zijn ondanks hun logge voorkomen erg, érg snel!
‘ Hij haalt het niet!' hijgt Nop terwijl Freek zienderogen veld verliest.
‘ Hup Freek! Hup!' supportert Teek op en neer dansend van de zenuwen. Freek perst er alles uit en net voor hij gegrepen wordt duikt hij, het wereldrecord snoeksprong met aanloop aanzienlijk scherper stellend, in de armen van zijn vrienden en rollen zij tesamen achterwaarts de rotsgang in.
Dat blijkt hun geluk te zijn, want ondanks dat de voorste trollen er alles aan doen om hun vaart te minderen worden zij door de achterblijvers zonder pardon de nauwe spleet ingestuwd. Zodat de ingang mogelijk voor eeuwig en drie dagen geblokkeerd blijft.
 
 
‘ Daar!' wijst Freek na een schier eindeloze struikelpartij door de duistere ingewanden der aarde.
‘ Licht! We zijn gered!' juicht Teek.
‘ Hoera!' jubelt ook Nop. Alledrie zetten het van pure blijdschap op een lopen. Even later als evenzovele kurken uit een fles te warm geserveerde champagne de zonovergoten buitenlucht in ploppend.
‘ Owww!!... Oei!... HOoooo!! STOPPEN!!!' brult Freek, die voorop loopt, de daad bij het woord voegend. Waardoor Nop, door het zware pak op zijn rug niet in staat tijdig af te remmen, tegen zijn voorganger opknalt zodat beiden met een rotvaart holderdebolder over en door elkaar verder de helling afbuitelen.
‘ Wat een klap!' schudt Nop versuft, als ze eindelijk innig verstrengeld in een haast onontwarbaar kluwen armen en benen toch tot stilstand komen.
‘ HO!.. NIET BEWEGEN!!' waarschuwt Freek schichtig over Nop's schouder blikkend.
‘ Heu?...'
‘ Kijk even héél voorzichtig achterom, jong!' maant Freek.
‘ Wa....???..uw!!'
Een uitroep die zeker niet overdreven is, want het landschap dat zich voor de ogen van Nop ontrolt kan zo uit een sprookjesboek geknipt zijn.
Glooiende akkers rond pittoreske boerderijtjes afgewisseld met grote donkere bossen. Hier een schilderachtig dorp aan de voet van een Doornroosjeskasteel, kompleet met kleurrijke vlaggen en wimpels op de spitse torens onder een azuurblauwe hemel bespikkeld met spierwitte schapenwolkjes. Daar een rustig door het landschap kabbelende rivier en wat verderop zelfs een spoorlijn waar een stoomlocomotief, een lange witte rookpluim achter zich aan, vrolijk puffend zijn weg zoekt.
‘ Mag ik je voorstellen? De enige echte autenthieke... Alfengouw!'
‘ Wat mooi!' roept Nop diep onder de indruk.
‘ Zeker, natuurlijk!' stemt Freek met hem in. ‘ Maar wiebel asjeblief niet zo hard want op de eerste plaats is het hier...' wijzend op de afgrond op welks rand ze met hun beiden knusjes balanceren. ‘... vooral DIEP!!'
‘ Oeps...!' slikt Nop zich schielijk aan Freek vastklampend.
Gelukkig haalt Teek hen even later uit de knoop en hun netelige positie.
Nop speurt gefascineerd de einder af. ‘ Kijk daar naast dat dennenbos waar die schuur staat! Wat is dat?'
‘ O! Dat is de Wriemelpoort!' legt Teek uit.' Eeuwen geleden uitgesleten door het Wriemelwater! Zie je?'
‘ Indrukwekkend zeg! Die hoeve daar langs de weg aan de oever...'
‘ Da's de herberg ‘In de zingende zwaan'.' verklaart Teek.
‘... lijkt wel een poppenhuis! Er staan waarachtig bomen bovenop die Wriemelboog! En die enorme dingen aan het plafond van de Wriemelpoort, zijn dat stalactieten? Mensenlievedeugd! Hoe groot zijn die wel niet?'
‘ Om en bij de twintig Alfenlengten wordt beweerd! Maar het is al eeuwen geleden dat iemand nog de moeite genomen heeft om ze nauwkeurig op te meten! Kijk eens wat verder langs de weg!' gebaart Teek. ‘ Daar waar de Wriemel een lus maakt!'
‘ ‘t Lijkt wel een middeleeuwse stad met die hoge muur en die kantelen en zo...' mijmert Nop zijn ogen tot spleetjes geknepen om zoveel mogelijk details in zich op te nemen.
‘ Alfstad!' legt Teek trots uit. ‘ Daar gaan wij heen!'
‘ Yep!' grijnst Freek. ‘ Vanaf nu wordt het pas echt gevaarlijk!'
‘ Een waar woord, broeder!' beaamt Teek.
 
 
‘ Freek?' begint Nop terwijl ze met hun drieën voorzichtig langs een steile helling omlaag klauteren. ‘ Ben je niet bang dat die trollenbende alsnog achter ons aan komt?'
‘ Nee hoor!' lacht Freek. ‘ Trollen houden niet van zonlicht! Daar krijgen ze stante pede verschrikkelijke jeuk van...'
‘... zodat je overdag redelijk veilig voor die maffe steenklompen bent!' vult Teek aan.
De klim omlaag wordt steeds zwaarder en zwaarder. Het pad, al vanaf het begin van hun tocht niet meer dan een vaag litteken op de schaars begroeide steile helling, duikt na een uurtje letterlijk over de rand van een haast vertikale klip.
‘ OOOoooow!!' wijfelt Nop.
‘ Wat is er?'
‘ Daar kom ik nooit langs!' wijst Nop naar het smalle richeltje waar Freek al lichtvoetig overheen drentelt.
‘ Waarom niet?'
‘ Omdat... ik bang ben...' bekent Nop.
‘ Oh! Is dat alles? Doe dan zoals ik!' mengt Teek zich in het gesprek.
‘ Wat doe jij dan?'
‘ Mijn ogen dicht!' grinnikt Teek.
‘ Maar dan zie je toch niet meer waar je loopt?' stuift Nop op.
‘ Precies!'
‘ Er is..' keert Freek op zijn stappen terug. ‘ .. helaas geen andere weg!'
‘ Weet je dat zeker?'
‘ Zo zeker als twee maal twee... heu...' fronst Freek snel even zijn vingers raadplegend. ‘... vier!! ..is!'
‘ Toch... ‘ wijfelt Nop nog.
‘ Weet je wat?' stelt Teek voor. ‘ We binden een lang touw om ons aller middel en dan loop je tussen ons in! Als je dan uitglijdt vangen Freek en ik jou wel op!'
‘ Goed idee, Teek!' valt Freek hem bij en alhoewel het niet van harte is stemt ook Nop, na luid en langdurig protest uiteindelijk met het plan in.
Het wordt geen makkelijke tocht! Nop zweet uit porieën waarvan hij nog niet eens wist dat hij ze had! Eén keer verliest hij wel degelijk zijn houvast. Hij is al volop zijn akte van berouw aan het prevelen wanneer Teek hem met een snelle greep voor een duik in de diepte behoedt en Nop gelukkig niets anders aan het voorval overhoudt dan een verdacht warmvochtige plek ter hoogte van zijn kruis.
Eindelijk, na wat wel een eeuwigheid lijkt, staan ze aan de voet van de hoog boven hen oprijzende rotswand.
‘ Zijn wij werkelijk daarlangs omlaag gekomen?' bibbert Nop na.
‘ Ik heb je al gezegd dat het geen plezierreisje zou worden, kerel!' wijst Freek hem terecht.
‘Ach, het is tot nu toe eigenlijk eerder rustig verlopen!' ginnegapt Teek, het koord rond zijn middel losknopend.
‘We zijn heelhuids aan die trollen ontsnapt en zopas hebben we het gevaarlijkste stuk van het ganse traject netjes afgelegd! Vanaf nu hoeven we enkel nog kilometers te vreten!'
‘ Is dat zo?' vrolijkt Nop op.
‘ Behalve natuurlijk, wanneer Lucifer opduikt! Dan ....'
‘ LUCIFER!!' krijt Freek, Teek in de rede vallend. ‘ DAAR!'
‘ Oeioeioei...oeioei... Ja, ‘t is ‘m!' jammert Teek als een bange haas in elkaar duikend net voor een enorm groot iets met een ‘WOESHHH...' rakelings over hen heen flitst.
‘ Is dat... Was DAT???... de DRAAK????' krijt Nop, opgewonden het vliegende gedrocht nastarend.
‘ JA!' slikt Freek moeilijk.
‘ We moeten dekking zoeken!' roept Teek. Maar behalve een konijnenpijp die trouwens al bezet is door een vader-, moeder- en zeven kinderkonijntjes is er nergens in de buurt iets dat in de verste verte op een schuilplaats lijkt.
‘ Wat nu?' twijfelt Nop.
‘ OPGEPAST!!' gilt Freek die op de uitkijk staat. ‘ LIGGEN!!'
Geen seconde te vroeg werpt Nop zich languit op de grond! Want, na een fraaie looping gemaakt te hebben, komt het vliegende gevaarte als een havik in duizelingwekkende duikvlucht alweer op zijn prooi af. Pas op het aller-, allerlaatste moment behendig een fatale botsing met moeder aarde voorkomend. Vliegensvlug zijn klauwen uitslaand en dankzij enkele oorverdovende krachtige slagen van de leerachtige vleugels opnieuw ten hemel stijgend.
‘ HEEEEeeeellllpppp!!!!......'
‘ O, verdrommelse verdorie! TEEeeeK!!' In een wanhopige poging het lelijke beest te beletten om op te stijgen grijpt Nop zijn vriend bij de gezwind verdwijnende broekspijpen terwijl Freek, door het touw nog steeds nauw met Nop verbonden, als het strikje aan de staart van een vlieger mee de lucht in wordt getrokken.
Wanneer papa konijn even later naarstig snuffelend, en zoals een goede huisvader betaamt oervoorzichtig, komt piepen is Lucifer met zijn buit niet meer dan een snel kleiner wordende stip aan het helderblauwe uitspansel.
 
 
Gelukkig is de hachelijke vlucht van korte duur. Nog voor Teek's hoognotige ‘ HEEEEEeeeellllppp!!.....' ondersteunt door het tandenknarsende ‘AAAaaaarrrrgghh....' van de zich uit alle macht aan Teek's beenbekleding vastklampende Nop en Freek's ritmische' OEIOEIOeioeioeioeioei....' goed en wel verklonken zijn spiraalt de draak alweer omlaag in de richting van een bovenop een steile bergpiek genestelde kasteelruïne.
Ongelukkig daarentegen is dat de draak hen, véél te hoog om gezond te zijn, loslaat zodat zij, wederom kreten van afgrijzen in diverse toonaarden slakend als evenzovele vallende sterren op de rotsen afsuizen.
Men zegt dat op zo'n ogenblik je ganse leven aan je voorbij flitst. Puur larie en apekool! Vraag het maar aan Nop! Want het is hem absoluut onmogelijk aan iets anders te denken dan de op hem toesnellende boomkruinen die de binnenplaats van de bouwval opvullen en waar onze drie ongeluksvogels met de vaart van wel twaalf hogesnelheidstreinen onherroepelijk op af racen.
Zij aan zij met Freek en Teek raast Nop als een allesverwoestende komeet door het bovenste zachte groen. Botst op de eerste stevigere takken. Smakt in het voorbijgaan tegen een boomstam. Stuitert verder. Breekt door de ondergroei en blijft wonder boven wonder, dankzij het touw dat hem nog steeds onverbrekelijk met Freek verbindt, op amper één manslengte van de aardbodem en een gewisse dood, lichtjes op en neer verend hangen.
Teek daarentegen heeft minder geluk en boort, met een misselijkmakende doffe dreun, een diep gat in de met dode bladeren bedekte grond. Waarna er niets anders overblijft dan wat opgewaaid stof boven een afdruk met de vage kruisvorm van Teek's lichaam.
Maar nog komt er geen einde aan de beproeving van de twee overgebleven nu zij aan zij bengelende companen! Amper hebben zij een zucht van verlichting geslaakt of met een oorverdovend ‘ WOEOEOESHSHhhh!!!' brandt de vlam van de in duikvlucht naderende draak het eind touw door. Zij zijn nog maar pas beduusd rechtgekrabbeld of daar schroeit Lucifer hun beider zitvlak, zodat zij er als een koppel schichtige hazen vandoor gaan.
Boven alle verwachting lukt het hun de schroeiende vlammen voor te blijven en in de betrekkelijke veiligheid van de nog gedeeltelijk rechtopstaande meestertoren te duiken.
‘ Oef!' hijgt Nop opgelucht. ‘ Daar zijn we mooi aan ontsnapt!'
‘ Ja!' puft Freek buiten adem angstig elke beweging van de draak in het oog houdend.
‘ Arme Teek!' snikt Nop vanuit hun schuilplaats naar het gat in de grond turend.
‘ Zo aan zijn einde komen!' snuft Freek.
Maar veel tijd om te rouwen krijgen de vrienden niet want Lucifer, niet van plan zijn maaltijd mis te lopen, wiekt naar de top van de toren. Haalt eens diep adem en begint systematisch de vermolmde vloeren één voor één weg te branden.
‘ Wat nu?' bibbert Nop te midden van het neerdwarrelende stof.
‘ Goeie vraag!'
‘ We kunnen ons hier toch niet zomaar laten opstoken?'
‘ Had ik maar een wapen!' knarsetandt Freek. ‘ Dan zou dat ondier eens wat meemaken!'
‘ Meen je dat echt?' wil Nop weten. Hem lijkt een gevecht met een vuurspuwende draak een nogal hopeloze zaak.
‘ Yep!' knikt Freek ferm. ‘ Die arme Teek verdient gewroken te worden!'
‘ Dan...' stelt Nop aarzelend voor. ‘ ...zou je het zwaard van dat harnas daar in de hoek kunnen lenen...'.
Zo gezegd zo gedaan!
Freek spendeert nog een uurtje, waarin de draak onverdroten verdergaat met verdieping na verdieping weg te branden, aan het ontroesten en wetten van het wapen. Gespt, geholpen door Nop, het harnas om. Kiepert de inhoud van hun veldflessen over zijn hoofd en romp en stapt dapper, enigszins soppend bij elke pas een plasje water achterlatend, de deur uit.
 
 
Van zodra Freek de binnenkoer betreedt brandt het gevecht in alle hevigheid los!
De draak klauwt, hapt, en zwiept vervaarlijk met zijn meterslange staart. Spuwt ononderbroken withete vlammen.
Freek cirkelt als een woedende steekvlieg in het rond. Maakt dankbaar gebruik van de eeuwenoude bomen die het monster deerlijk hinderen. Spurt behendig van de ene naar de andere schuilplaats. Duikt steeds opnieuw achter het beest op. Hakt, steekt telkens hij de kans ziet op het ondier in.
Geruime tijd blijft de strijd onbeslist. Het ene ogenblik incasseert de draak een venijnige slag, dan weer is het Freek die zich haastig uit de voeten maakt omdat hij in een aangebrande saté dreigt te veranderen.
Nop is ondertussen op de transen van de meestertoren geklommen en bekogelt het razende gedrocht met al wat hij maar vinden kan. Niet dat het misbaksel daar veel last van heeft want Nop's projectielen ketsen stuk voor stuk af op het harde pantser. Maar hij slaagt er wel in nu en dan de aandacht van Freek's tegenstander af te leiden! Als Lucifer weer eens omhoog kijkt om te achterhalen waar die hinderlijke dingensheidjes toch vandaan komen ziet Freek zijn kans schoon. Stormt, de punt van zijn zwaard gericht op de kwetsbare buik van zijn vijand, naar voor. Slaagt erin een diepe pijnlijke wonde toe te brengen. Trekt zich vliegensvlug achterwaarts terug om de neersuizende klauw en de hete adem van de draak te ontwijken en valt, tot Nop's afgrijzen, pardoes in het gat dat Teek bij zijn landing in de aarde heeft gemaakt!
Meters lager komt Freek met een gigantische plons samen met Teek in het water terecht.
‘ Wel potverhierengunder!' moppert Teek danig in zijn wiek geschoten al watertrappend. ‘ Nu was ik bijna boven!'
‘ TEEK!' juicht Freek, blij zijn doodgewaande vriend in goede gezondheid aan te treffen op de bodem van wat een oude waterput blijkt te zijn. Méér kan hij echter niet uitbrengen alvorens de withete vlam van het razende gedrocht de donkere put tot in de verste hoeken verlicht en beide makkers verplicht kopje onder gaan om het vege lijf te redden.
Nop die het hoofd van Lucifer schielijk in de put ziet verdwijnen beseft terstond welk vreselijk lot zijn strijdmakker beschoren is en verdubbelt met de moed der wanhoop het bombardement om alzo het ondier van zijn gruwelijke voornemen af te brengen. Wanneer de draak zich gebelgd omwendt en een ware vuurzee in zijn richting stuurt haast Nop zich wijselijk omlaag.
Het monster, dat de list doorziet, ramt z'n weerzinwekkende hoofd door het kleine toegangspoortje onderaan de toren.
Freek en Teek zitten ondertussen ook niet stil. Gebruik makend van het feit dat Lucifer even niet aan hen denkt, klauteren ze hand over hand omhoog.
‘ Freek!' grijnst Teek wanneer ze stilletjes de situatie in ogenschouw nemen. ‘ Ik heb, geloof ik, een fantastisch idee!'
 
Intussen krijgt Nop het vreselijk benauwd! De enige nog resterende vloer in het gebouw begint onder de niet aflatende vlammenvloed van de draak stilaan te smeulen! Bedroefd beseft Nop dat zijn laatste uur geslagen is.
‘ Jezus, Maria, Jozef! Als ik dit overleef, eet ik vanaf nu altijd mijn bord leeg!'' bidt hij stilletjes voor zich uit. En waarlijk, zijn gebed wordt blijkbaar verhoord! Het gebulder houdt op! De vlammen die zich een weg door de planken vreten doven uit en in de plots weergekeerde stilte klinkt een bekende stem.
‘ Nop! Nop! Waar zit je?' dat is warempel Teek die met zijn notaboekje in de hand vanuit het trapgat naar hem zwaait! Nop stormt omlaag. Ja! Daar staan zijn beide kameraden! Druipend nat, maar voor de rest ongeschonden. Aan hun voeten zit een heel klein mormeltje als een ouderwetse sigarettenaansteker vlammetjes naar hen te spuwen.
‘ Hoe hebben jullie dat klaargespeeld?' wil Nop, nadat de vreugde van hun weerzien wat bekoeld is, weten.
‘ Wel! ‘ legt Teek glunderend van valse bescheidenheid uit. ‘ Toen ik dat monster zoveel moeite zag doen om zijn lelijke lijf door dat poortje te wringen. Dacht ik bij mezelf dat hij waarschijnlijk hartsgrondig wenste een stuk kleiner te zijn!'
‘ Ik begrijp het!' juicht Nop. ‘ Toen kon je dat vreselijke beest met de verkleinformule bestoken!'
‘ Yep!' juicht Teek uit volle borst.Maar deze kreet is net iets té veel voor de half doorgebrande zoldering die zonder waarschuwing naar omlaag dondert en onze drie vrienden voor ze weten wat hen overkomt jammerlijk onder het puin begraaft.
 
‘ Nop! Nop!' hij wordt duchtig heen en weer geschud! Langzaam, een beetje onwillig, opent Nop de ogen.
‘ Mama???!'
‘ Wie anders?!' grommelt mama knorrig. ‘ Vooruit slaapkop! Het is al kwart over! Straks mis je de bus!'
Nop kijkt verbaasd om zich heen. ‘ Waar zijn Freek en Teek? Waar is Lucifer? Waarom ligt hij in zijn bed en niet onder de ingestorte zoldering?'
‘ Kom jongen!' gebiedt mama. ‘ Maak eens wat voort!'


Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.