Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
16 januari 2010, om 10:40 uur
Bekeken:
552 keer
Aantal reacties:
1
Aantal downloads:
340 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Des Konings Wapenrok of Soldaat worden"


Het is 12 augustus 1959 de klok op het 1e perron van het Utrechtse station wijst acht over twaalf. Nog twee minuten en ik ga het soldatenleven in. Mijn meisje gaat op de tenen staan en ik ga met mijn kop bijna door het raam heen om een laatste kus te krijgen en te geven.
 
Ik heb voor deze dag van de overheid een kaartje gekregen voor de trein. Zomaar voor niks, noppes, nada, nul gulden.
Geen gewoon treinkaartje, maar een klein geel stukje papier waar Ministerie van Defensie op staat met bestemming station Amersfoort.
Een trein die me naar Amersfoort zal brengen. Een stad in Nederland die me onbekend is en waar ik ook helemaal niks mee heb.
Ik ben een echte Zuilenees, later Utrecht geheten omdat het werd geannexeerd.
Op het station van Amersfoort staan militairen met bordjes te wachten. Op die bordjes staan legeronderdelen en het is de bedoeling dat je bij je eigen jou toegewezen onderdeel gaat staan. Een vent met een gouden streep op zijn mouw begint luidkeels tegen de verzamelde groep witte smoeltjes te schreeuwen. Hij zegt dat we in rotten van vier (niemand weet wat een rot van vier is maar hij bedoeld, zoals hij met veel schreeuwen en blèren duidelijk maakt in rijen van vier) moeten gaan staan en dat we op zijn commando moeten gaan lopen en allemaal met het linkerbeen moeten beginnen. Hij maakt er op zijn schreeuwerige manier, voor de boeren zoals hij zegt, een grapje bij en zegt dat ze dan moeten onthouden dat hooi links en stro rechts is.
Het is mijn eerste kennismaking met wat ik later zal leren kennen als exercitie.
 
We marcheren onder luid geschreeuw van links-rechts - links-rechts van de vent met die gouden streep op zijn mouw naar de plek waar we voor de tijd van drie maanden gehuisvest zullen zijn. Op de papieren die ik thuis had ontvangen van het Ministerie van Defensie stond dat ik de komende twee en twintig maanden door het leven zal gaan als de Dpl. Sld. Hoogendoorn met legernummer 39.11.02.160 en ingekwartierd zal worden in de Koning Willem III kazerne in Amersfoort. Ook staat er op dat ik zal behoren tot de Technische Troepen van Harer Majesteits leger.
 
Als we door een grote poort de kazerne binnen gelopen zijn worden alle groepen die gelijktijdig met de onze op het station zijn samengesteld op een groot plein neergezet. Later bekend als het exercitieterrein. Er hangen luidsprekers aan de lantaarns om het plein en er staat een soort podium met een lessenaar. Op een bepaald moment gaat een kennelijk hoge ome met drie sterren en een gouden balk op zijn revers achter de lessenaar staan en begint te praten, of beter gezegd te blèren. Het geluid van de vent is zo hard en wordt zo weerkaatst dat er nauwelijks te verstaan is wat hij zegt. Ik hoor slechts enkele woorden. Hij ratelt aan één stuk door en zijn tirade duurt wel een half uur.
 
Als hij zijn speech eindelijk af heeft klinkt uit de luidsprekers keihard het Wilhelmus en als de laatste toon nog maar net weg is brult de vent dat we vanaf heden onder de krijgstucht staan en bij overtreding daarvan voor de krijgsraad te velde zullen worden gebracht.
De kerel met de gouden streep op zijn mouw, schreeuwt ons toe dat we hem moeten volgen naar de foerier. Daar zullen we onze uitrusting ontvangen. Nou, dat is echt geen kwestie van passen en meten, er worden je allerlei kledingstukken toegeworpen, van onderbroeken en hemden tot uniformen waarvan zo'n vent met ook een gouden streep op z'n mouw zegt dat het ons eerste en tweede grijs zijn. Dat is de eerste keer dat ik inwendig moet lachen, de kledingstukken zijn helemaal niet grijs, ze zijn gewoon van een onbestemde kleur groen, een pakkie waar elke Jan soldaat mee uitgedost is. Hij zegt er ook nog bij dat we, als het niet past, maar met elkaar moeten ruilen en als ook dat niet lukt mogen we nog een keer bij hem terug komen en zal hij kijken of er voor zulke buitenmaatse kerels die we dan waarschijnlijk zijn nog iets draagbaars te vinden is. We hebben, om alles mee te kunnen nemen wat ons met zoveel gulheid is toegeworpen, een soort grote ronde zak (vanaf die tijd plunjebaal geheten) gekregen en daar moeten we alles inproppen. Met dat ding op je nek en de tas die door je moeder thuis met zoveel zorg en liefde werd ingepakt aan je rechterhand wordt je weer, zoals die snuiter met die streep het noemt, "afgemarcheerd" naar de kamers waar je de eerste drie maanden van je militair zijn zal verblijven en die je zal leren kennen, schoonmaken en schoonhouden, zoals je nog nooit je eigen kamer thuis hebt leren kennen en heb schoongemaakt.
 
We hebben te horen gekregen dat we de weekeinden van de eerste drie weken van ons soldaat zijn niet naar huis mogen en geacht worden op zondag naar de roomse of de protestantse kerk te gaan en zo niet dan mogen we corveeën.
 
De eerste keer dat we naar huis mogen wordt voorafgegaan door poetsen, poetsen en nog eens poetsen. Je kleding moet tiptop in orde zijn, de kamer schoon en opgeruimd, maar niet gewoon schoon, nee...brandschoon, er mag geen stofje of pluisje te vinden zijn. Die kerel met die gouden streep, inmiddels hebben we geleerd dat hij sergeant heet, heeft ons geleerd hoe we onze kast moeten inrichten en aan welke eisen dat dan moet voldoen. Ondergoed, overhemden en alles wat opgevouwen kan worden dient een lepel breed te zijn, je veldfles moet schoon en zuiver zijn en mag niet stinken en de dekens van je bed moeten tot een zogenaamd wolletje worden getransformeerd. Een wolletje is een in elkaar gepakt pakket van drie dekens dat aan het voeteneinde van je strozak (daar slapen we op nadat we hem zelf hebben moeten vullen) wordt neergelegd en dat exact aan de vereiste afmetingen die daarvoor gelden moet voldoen. Om die afmetingen niet steeds te hoeven afpassen met een centimeter hebben we bij de foerier ook twee stokjes gekregen. Daarvan heb je je bij het in ontvangst nemen afgevraagd waar ze in hemelsnaam voor dienen, maar het blijken onmisbare hulpmiddelen om je wolletje op de vereiste maat te fabrieken.
 
Als kersverse soldaat ben je blij dat je na drie weken binnen zitten eindelijk weer naar huis mag, je hebt tenslotte ook drie weken je lieffie niet gezien en zelfs niet gehoord. Alleen de brieven die ze je schreef werden uitgereikt, maar telefoneren was er niet bij.
 
Door de sergeant is verteld dat alvorens we het kazerneterrein mogen verlaten er een algehele inspectie zal plaats vinden. Dat betekend dat je in 1e grijs, geperst en gestreken, schoenen gepoetst, voor je bed moet staan en dat de CC ofwel de Compagnies Commandant de kamer en je hele militaire uitrusting komt inspecteren. En zorg maar dat het er tip top uitziet en alles echt een lepel breed is, want anders.....trekt hij je kast leeg en pleurt alles op de grond. Het gevolg daarvan is dat de hele kamer 1 uur later naar huis mag. Je zou hem eigenlijk moeten wurgen, maar ja.... de krijgsraad hé !!
 
Eindelijk wordt dan het peloton afgemarcheerd naar het station. De zware weekendtas met je groene legeronderbroeken en alles wat nog meer gewassen moet worden weegt na een kwartier lopen een ton. Hij mag echter pas op commando van de sergeant gewisseld worden naar de linkerhand en die lamstraal doet net als een dokter die gek is en zeer dat je hand en je schouder gaan doen,...dat wil je niet weten.
 
Thuisgekomen sta je in dubio, je mag tijdens je verlof je dienstkloffie niet omruilen voor een burgerpak, maar ja, dat hooggesloten kraagje van je jack is geen porem, dus toch maar een burgerkloffie aangetrokken en hopen dat er niet één of andere fanatieke beroeps in je omgeving woont die weet dat je in dienst gegaan bent, want als je gesnapt wordt kost het je het volgende weekend.
 
Na drie maanden militaire basisopleiding, waarin je leert exerceren, bajonetvechten, en op een adequate manier "de vijand" dood maken, van  lopen met bepakking, bivak overleven en verder alles wat een soldaat moet leren, komt als afsluiting de vuurdoop op de Harskamp. Dat betekent dat je onder nagebootste oorlogsomstandigheden onder prikkeldraad door moet tijgeren, dat er rondom je granaten ontploffen en enorme modderlawines die daardoor veroorzaakt worden op je neerkomen en dat er op een hoogte van 1.10 meter kogels over je heen fluiten. Als dat festijn achter de rug is ben je echt soldaat. Dan wordt je overgeplaatst naar de Kromhoutkazerne in Utrecht en je denkt..... dat is een makkie.
Maar daarover vertel ik misschien later nog wel eens.
 
Revitalis
 


Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

wat een verhaal zeg... het mag dan al wel een jaar geleden zijn dat je het geplaatst hebt, maar ik ben wel nieuwsgierig geworden naar verdere ervaringen uit diensttijd.
Ik ben opgegroeid (en woon nog steeds) vlak naast een kazerne, vandaar de belangstelling misschien :)

groetjes, Els

Geplaatst op: 2011-02-28 00:10:05 uur