Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Overige
Geplaatst:
6 december 2009, om 14:12 uur
Bekeken:
617 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
370 [ download ]

Score: 3

(3 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Honger"


 

 

Het is een frisse dag in februari. Sneeuwklokjes domineren het uiterlijk van mijn voortuintje. Hier en daar beginnen narcissenkopjes hun weg te zoeken tussen het grote leger van witte bloemen. De lentemaand nadert met forse schreden. In de hoek van de tuin ontdek ik wat klein kruiskruid. Ik pak mijn schoffel en vernietig het ongewenste plantje. Opgeruimd staat netjes. Het lukt me niet een glimlach te onderdrukken.
Ik hoor het geklikklak van hakken op het trottoir en draai mij om. Er nadert een jonge vrouw. Haar neus en wangen hebben een roze kleur van de kou. Haar blonde haar is deels verstopt in de zwarte sjaal die zij draagt. Zonnestralen geven het haar een gouden schittering. Haar ogen zijn grijsblauw en herbergen een frisse voorjaarslucht. In tijden heb ik niet een dergelijk mooie verschijning gezien.
‘Goedemorgen,' zegt de vrouw en ze zet de boodschappentas, die mij eerder niet was opgevallen, op de stoep.
Ik groet terug.
‘Ik ben Anna. Ik ben van het weekend naast u komen wonen. Ik wilde al eerder kennis maken, maar de deur werd niet opengedaan, terwijl er wel licht brandde.'
‘Ik ben Geert en zeg maar gerust jij,' zeg ik. ‘Ik was afgelopen weekend weg. Het licht was om eventuele inbrekers af te schrikken.'
‘Aha, ik vroeg me al af of er iets aan de hand was én dat terwijl ik je nog niet eens kende!' lacht Anna. Ze heeft een mooi, regelmatig gebit.
‘Beter een goede buur dan een verre vriend,' constateer ik.
Ze schiet in de lach. ‘Inderdaad! Ik moet nu mijn boodschappen maar eens gaan inruimen. Het was leuk kennis te maken, Geert. Tot ziens!'
‘Tot ziens.'
Ze pakt de tas en loopt naar haar huis. Ik volg Anna met mijn blik tot haar voordeur en sluit dan mijn ogen. Ik wil haar beeltenis voor eeuwig vastleggen op mijn netvlies.


Sinds zij hier twee weken geleden is komen wonen, kijk ik elke dag naar haar. Als ik haar een etmaal niet zie, voel ik mij als een leeg omhulsel. Af en toe groeten wij elkaar, maar verder leven wij langs elkaar heen, zoals de meeste buren doen. Ik kan er niets aan doen. Ze fascineert me en ik heb haar nodig. Zij is voedsel voor mijn geest. Tot nu toe neem ik genoegen met naar haar te kijken en aan haar te denken.
 
In mij woekert een verlangen. Een hebzucht. Heerlijk eten en drinken kunnen mij niet meer voldoende bekoren. Ik heb het enkel nodig om te overleven. Ik wil mijn dorst lessen en mijn honger stillen, maar dan op een andere manier.
 
Ik gluur langs de gordijnen naar buiten. Anna loopt langs. Normaliter gaat ze met de fiets naar haar werk, maar vandaag neemt ze de bus.
Ik tel de uren. Het is donderdag en dan draait ze een lange dienst. Van 's ochtends elf tot 's avonds negen uur. Het wachten duurt lang, maar ik ben gewend te moeten wachten. Anna is het wachten waard.
Zachtjes beginnen er regendruppels tegen het raam te tikken. Het is de hele week al somber en regenachtig. Mij deert het niet. Des te stiller is het 's avonds op straat.
De klok slaat negen uur. Ik besluit dat ik niet langer binnen kan blijven wachten en doe mijn jas aan. Gespannen sluit ik de achterdeur en loop de tuin uit. Via het donkere steegje achter de tuinschuttingen loop ik naar de dicht op elkaar staande struiken die vlakbij de bushalte groeien. Voorzichtig baan ik mij een weg door de natte begroeiing en hurk neer op de zompige kleigrond. Het is nu een kwestie van afwachten. Eeuwen lijken voorbij te gaan, terwijl er in feite slechts enkele minuten zijn verstreken. Ik betrap mijzelf op ongeduldigheid en probeer dit gevoel te temperen. Vol verwachting blijf ik, met mijn ogen gericht op de verborgen verte, turen in het donker. Wanneer eindelijk het verlichte silhouet van een bus uit het verhullende donker treedt, begint mijn hart jachtig te bonzen. De bus nadert en mindert al vaart. Mijn ogen speuren door het dunbevolkte voertuig. Daar is ze dan. Mijn Anna. Lieflijk en argeloos. Bij de onverlichte halte komt de bus tot stilstand en Anna stapt uit. Hartelijk beantwoordt ze het gezwaai van de chauffeur en begint in de richting van het steegje te lopen. Geleidelijk aan kom ik voorzichtig overeind en sluip in uiterste oplettendheid zo geruisloos mogelijk door de begroeiing, als een tijger in de jungle, terwijl ik mijn prooi geen moment uit het oog verlies. Ik verlaat de beschutting van de beplanting en loop achter Anna aan het steegje in.
Mijn benen versnellen hun pas. Opzwepend tromgeroffel zwelt aan in mijn borstkas. Nog een paar meter. Nietsvermoedend loopt ze daar nog steeds. Ik vertraag mijn looppas. Ze is nu bijna binnen handbereik. Plotseling blijft Anna stilstaan en begint langzaam haar hoofd om te draaien. Ik aarzel geen moment en duik op haar. Ik ben de tijger en zij is mijn prooi. Krachtig grijpen mijn handen naar haar hals. Ze spert haar mond open om te gillen, maar het geluid sterft op haar lippen. Ik versterk de druk op haar keel. Haar handen proberen die van mij van haar af te houden, maar ik ben sterker. Korte tijd vecht haar lichaam tegen de onbekende levenloze oneindigheid. Totdat er ten slotte een allerlaatste schok door haar heen gaat. Anna is helemaal stil en beweegt niet meer. Ik til haar levenloze lichaam op en draag haar via de achterdeur mijn huis binnen. Haar hoofd hangt slap achterover en haar haren bewegen een doodse dans bij elke stap die ik zet. Voorzichtig daal ik de trap af naar de kelder en leg haar neer op de deken, die ik van te voren had klaargelegd. Zo vredig en onschuldig en tegelijk zo begeerlijk ligt zij daar. Liefdevol wikkel ik haar in de deken, haar gezicht onbedekt latend, en plaats haar in mijn vrieskist. Even blijf ik nog naar haar staan kijken en sluit dan het deksel. Met een verdrietig en tegelijk triomfantelijk gevoel verlaat ik de kelder. In de woonkamer aangekomen pak ik mijn kookboeken ter inspiratie. De komende tijd staat Anna op het menu.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.