Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Humor
Geplaatst:
22 november 2009, om 11:20 uur
Bekeken:
935 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
195 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Michel (slot)"


vervolg Michel (van 9/1/09)

 

  " Moest ge dat menske nu zo hard slaan?"
" Boh! Zo fors heb ik haar nu ook niet geraakt, zulle! Ik kan nog heel wat meer uit mijn rechtse-directe halen als ik dat wil!"
" Alla bon!" beslist Dieter gejaagd. " Gedane zaken nemen geen keer! We moeten voortmaken! Doorzoekt gij de zolder, dan houd ik mij bezig met de andere slaapkamers!"
 
" Alla mannekens, vanaf hier moet ge alleen voort!" neemt tante Belle afscheid van haar beschermelingen, nadat ze properkens door hen tot aan de voordeur is geëscorteerd.
" Braaf zijn onderweg!" waarschuwt ze Sophie en Michel met een knipoog en opgestoken wijsvinger.
" Welterusten, tante Belle!" zoent Sophie haar.
" Welterusten, mevrouw!" groet ook Michel warm.
" Slaapwel ... en mannekens!!!..."
" Ja tante?..."
" Als ge toch niet braaf moest kunnen blijven, zijt dan op zijn minst voorzichtig!!!"
 
Herr Gusmann staat, goed verstopt in een donker hoekje van de Klaversteeg en, met de gebeurtenissen van zijn vorige visite alhier nog in het achterhoofd, zo ver mogelijk uit de buurt van de bovenramen van het pension, op zijn nagels te bijten.
" Waar blijven die kerels, verdamft nogmal!!" vloekt hij om de zoveel tellen binnensmonds. Hij is al een paar keer haastig in dekking moeten gaan omdat het kroegje naast het pension met geregelde tussenpozen een, in min of meerdere mate, benevelde bezoeker uitspuwt. Eén van die zatlappen heeft het zelfs bestaan om zijn overbelaste blaas krek in zijn schuilhoek te legen zodat herr Gussmans pantalon nu tussen knoesel en knie warm en klef aanvoelt. Om nog maar niet te spreken over het aroma dat de plas afgescheiden lichaamssappen verspreidt.
Eindelijk, na wat hem ondertussen voorkomt als minstens tien jaar van zijn leven, glipt er een donkere schaduw uit het kosthuis.
" En?" vraagt herr Gussmann gespannen.
" 't Is in de sacoche!"
" Was?"
" 't Is gelukt! Vos komt direct met de rest van de marchandise!" fluistert Dieter.
 
" Wat een heerlijke avond!" zucht Sophie terwijl ze arm in arm door de haast verlaten straten van de stad slenteren.
" De schoonste van mijn leven!" stemt Michel genoegzaam in.
" Kijkt eens naar boven!" attendeert Sophie haar begeleider op het fonkelende uitspansel. " Schoon hé?"
" Ziet ge die drie sterren daar onder elkaar?" wijst Michel, want als zeeman weet hij zowat alles over het reilen en zeilen van het firmament.
" Waar?" vraagt Sophie de hemel afspeurend.
" Awel, daar!.. Nee nee! Meer naar rechts!" legt Michel geduldig uit.
" Daar waar die ene zo staat te flikkeren?" waagt Sophie een gok.
" Nee, meer naar onder..." en als Sophie natuurlijk juist in tegenovergestelde richting kijkt grijpt Michel, in een reflex, haar bij de schouders om alzo Sophie in de juiste richting te sturen.
" Ziet ge 't nu?" vraagt hij, maar Sophie die volgens haar lang genoeg op enig initiatief van haar uitverkorene heeft gewacht, blijft draaien tot zij uiteindelijk neus aan neus, blik in blik en lip aan lip staan.
" Heu.. Sophie..." bazelt Michel lichtjes buiten adem na de tot nu toe heerlijkste vijf minuten van zijn leven en hij het meisje die hem deze bezorgd heeft als een anaconda omstrengeld houdt. " .. betekent dat gij... allee dat wij... heu, ge weet wel..."
" Niet praten, Michel-lief! Kus mij nog maar ne keer!"
 
" Charel!!!"
" Ja?"
" Charel! Er wordt precies op de muur geklopt!" trekt Hubertine, Charels vrouw die in de keuken in afwachting van sluitingstijd op haar gemakske een paar sokken aan het stoppen is, aan zijn mouw.
" Op de muur geklopt? Waarom? De klanten zijn zo kalm als iets?"
" 't Komt van de kant van Melanie!"
" Da's nog straffer, want ik heb ze daarstraks met hun drieën in een karos zien stappen! Zijt ge zeker dat het nie van die zeveraar aan den andere kant komt?"
" Heel zeker!"
" Curieus!... het zullen toch geen inbrekers zijn, peinst ge?"
" Zoudt ge eens nie gaan kijken?" dringt zijn wederhelft aan.
" Helemaal alleen?" twijfelt de Charel die het stadium van jeugdige overmoed allang voorbij is en nu de spreuk over die porseleinwinkel hoog in zijn vaandel draagt.
" Vraagt anders den Aloïs daar of ‘m efkens mee gaat!" raadt Hubertine, die haar halve trouwboek na vijfentwintig jaar beter kent dan hijzelf.
Zo gezegd, zo gedaan en amper twee minuten later vertrekt een expeditie met op kop een nogal in de wind zijnde Aloïs gevolgd door een voorzichtige Charel met daarachter de rest van de stamineegasten richting pension Boeikens.
" De deur staat wagenwijd open!" stelt Aloïs, na de twee meter tussen beide voordeuren voorzichtig schuifelend overbrugd te hebben, bedremmeld vast.
" 't Is pekkedonker daar in huis! Vraagt ons Hubertine eens om een petrollamp te brengen!" geeft Charel naar achter door.
"Watte?" valt Hubertine uit als ze het verzoek doorgespeeld krijgt. " Als ge hier ook nie alles zelf doet hé!" grabbelt een lamp van één van de tafeltjes en stuift de deur uit, de hulpexpeditie voorbij en de gang van huize Boeikens in om een paar tellen later onder het slaken van een ijzingwekkende gil terug in het deurgat te verschijnen.
" MELANIE!!!"
" Die is hier niet, schatteke!" legt Charel geduldig uit.
" Natuurlijk nie, gij kieken!!" schreeuwt Hubertine helemaal over haar toeren. " Het arm schaap ligt daar op den allé in ne plas bloed groter dan de vijver van 't stadspark!"
 
" Millegrijs! 't Is geen waar hé?!!" vloekt Dieter als hij de buit inspecteert.
" Was ist er?"
" Oen van ne Vos!!!"
" Hela! Hela! Let op uw woorden hé, manneke!" gromt Floor dreigend terwijl hij uit de fauteuil oprijst waar hij zich bij aankomst ten huize van herr Gussmann in heeft laten neerploffen.
" Ge hebt het bijzonderste nie mee, gij onnozele hondekop!" krijt Dieter over zijn toeren.
" Ik heb alles meegegrist wat er lag!" weerlegt de Vos deze aantijging.
" Ah ja? Waar is dat schilderij dan van het fort van Berchem?"
" Fort van Berchem? Daar weet ik niks van! Ik heb gewoon heel de stapel die gij hebt aangewezen bijeen gerammasseerd! Juist zoals ge mij gezegd hebt!" gromt de Vos, danig in zijn wiek geschoten en nu neus aan neus met zijn aanklager.
" Kalm, mijne heerschappen, kalm!" wringt herr Gussmann zich tussen beide kemphanen.
" Gij herr Vos, zet U bitte terug neder!"
" Al die moeite!..." raast Dieter nog voort, onderwijl driftig haarkepluk bij zichzelf plegend. " ... voor niks, we staan nog even ver als tevoren!"
" Herr Dieter, ik bitte ihr! Zet U neder!" herhaalt Gussmann zijn verzoek met aandrang waarop Dieter zich, zij het nog steeds ietwat onwillig, eveneens in een zetel laat vallen.
" So! Was ist loos? We haben één stuk te kort! Richtig?"
" Zo is het!" beaamt Dieter terwijl Floor ongeïnteresseerd zijn nagels proper maakt met een niet veel goeds belovende donkere blik op Dieter en een knipmes dat hij zomaar ineens uit het niets tevoorschijn heeft getoverd.
" Dan moeten wij deze malerei halen!" besluit herr Gussmann.
" Dat kan wel eens moeilijk worden!"
" Waarom?"
" Omdat meneer Vos daar, dat oud menske zo goed als zeker heeft doodgeslagen!"
" Welk alte mensch?"
" De pensionhoudster, natuurlijk!" verduidelijkt Dieter verbitterd.
" Aber, die was toch niet thuis?"
" Toch wel!"
" Herr Vos? Du hebt gezaagd dat zij was uitgegaan?" valt herr Gussmann met een giftige blik tegen voornoemde uit.
" Misschien is zij later teruggekomen? Hoe kan ik dat nu weten?" schokschoudert Floor onverschillig. Want giftige, kwade, scheve of wat voor blikken dan ook maken op de Vos al jarenlang geen indruk meer.
 
" Nen doktoor!" beveelt Charel. " We moeten nen doktoor halen!" nadat ook hij heel even het gruwzame tafereel in ogenschouw genomen heeft en kokhalzend terug naar buiten gestormd is.
" Petrus!"
" Ja Charel?"
" Gij zijt de jongste! Loopt rap naar dokter Pierssens in de Lange Beeldekensstraat!"
" Ja Charel!"
" En zegt dat 't een zaak van leven en dood is!" roept Hubertine de al wegspurtende Petrus achterna.
" Wat moeten we nu doen?" vraagt Aloïs die in één slag van pure alteratie zo nuchter als een boreling is.
" Wat kunnen we doen?" antwoordt de Charel ontzet.
" Ik zou 't niet weten!" geeft Aloïs verslagen toe.
 
" Goh! Michel! Ik wou da'k eeuwig in uw armen kon liggen!" zucht Sophie verrukt terwijl ze zich nog eens extra tegen hem aanschurkt op het bankje waar zij heel wat tijd hebben zoekgebracht met zalig trekkebekken.
" We zullen toch stillekensaan naar huis moeten, schattebout!" zucht Michel op zijn beurt, zij het met minder welbehagen vanwege het treurige vooruitzicht deze engel in mensengedaante los te moeten laten.
" Nog efkens, poezeloezewoefke!" pleit Sophie aan zijn oorlel knabbelend. Wat bij Michel voor rillingen van genot over zijn ganse lichaam zorgt alsmede een zekere spanning ter hoogte van zijn kruis.
 
" Leeft ze nog, meneer doktoor?" vraagt Hubertine.
" Amperkens!" schudt dokter Pierssens zorgelijk het hoofd, Melanie's pols voelend.
" Och gottegot! Hoe kan ne mens toch zo lelijk vallen!" jammert de cafébazin handenwringend.
" We kunnen haar hier niet zomaar laten liggen! Hubertine!"
" Ja, meneer doktoor?"
" Haal mij is gauw zoveel verband als ge in huis hebt!"
" Ja meneer!" maakt Hubertine zich uit de voeten.
" Charel!"
" Ja?...."
" Pakt gij het menske bij haar voeten! Aloïs! Gij draagt haar aan de linkerkant en ik pak haar op langs de rechter! Zo weinig mogelijk bougeren!"
" We zullen ons best doen, meneer doktoor!"
" Voorzichtig! Op mijn teken! Van a één, a twee en a drie! Heffen mannen! Draagt ze naar de slaapkamer!"
 
" Sophie! Eindelijk!" roept Hubertine uit als de tortelduifjes wat gibberig van de zenuwen de helverlichte keuken betreden in de veronderstelling daar een niet bijster goedgehumeurde mama Boeikens te vinden.
" Hubertine?"
" Och kind! Wat ben ik blij dat ik U zie!" veert haar buurvrouw recht.
" Wat doet gij hier, zo laat op den avond?"
" Och gottegot! Uw moeder!"
" Wat is er met ons ma?"
" Den doktoor is justekens weg!"
" Den doktoor? Is ons ma ziek?"
" Ze is van den trap gevallen! Den doktoor zegt dat ze een hersenschudding heeft!" legt Hubertine uit.
" Watte?!!!" schrikt Sophie om het volgende ogenblik, met Michel vlak achter haar aan, in zeven haasten richting slaapkamer te stormen.
" Stillekens!" waarschuwt Hubertine van onderaan de trap. " Meneer Pierssens heeft haar een pilleke om te slapen gegeven!"
" Oh make! Make toch!" grijpt Sophie haar moeders hand, op de zijkant van het bed neerzijgend, niet langer bij machte haar tranen te bedwingen.
" Hoe is het gebeurd?" vraagt Michel aan de buurvrouw als ook zij hen aan het bed van de gewonde vervoegt.
" Dat weten we niet!" bekent Hubertine waarna zij op fluistertoon het relaas van haar wedervaren omstandig uit de doeken doet. Om tenslotte te eindigen met: " Ik heb het bloed op de overloop al opgekuist! Mensen, mensen! Zo ‘ne plas! Ik werd er gelijk nie goed van!"
" Mercie, Hubertine!" snikt Sophie. " Ge zijt een crème van een mens!"
" Aan de rest ben ik natuurlijk niet aangeweest!"
" De rest?" verbaast Sophie zich.
" Awel ja! Zie maar!" wijst Hubertine. Nu pas valt Sophie's oog op de chaos die in mama Boeikens' slaapkamer heerst.
" Wat is dat allemaal?" vraagt zij met open mond van verbazing naar de uitgetrokken laden van de commode en de openstaande kleerkast starend.
" Heu... ik zeg het toch! De rest, daar ben ik niet aangeweest.." antwoordt Hubertine bedremmeld.
" Precies alsof madam Boeikens iets aan 't zoeken was." geeft Michel zijn mening.
" Dat zou ons ma nooit op die manier doen!" weerlegt Sophie. " Die is daar veel te veel Pietje Precies voor!"
" In dat geval...." bedenkt Michel, de twee vrouwen plotsklaps alleen latend om de andere kamers te inspecteren.
 
" Ge ziet het zelf, inspecteur! Alles overhoop gehaald!" leidt Michel, de volgende morgen, de na aangifte toegesnelde arm der wet rond in het logement terwijl Sophie de wacht houdt bij haar nog steeds buiten bewustzijn verkerende moeder.
" Geen twijfel mogelijk, meneer..?"
" Overbeke..." vult Michel aan. " Ik ben de nieuwe onderhuurder van madam Boeikens."
" Diefstal met braak en manslag... allee in dit geval vrouwslag!" concludeert rechercheur Marcel. " Is er iets verdwenen?"
" Ja! Uit mijn kamer..." grimlacht Michel het hoofd schuddend over zijn rampspoed.
" Zo?"
" .. een geldbuidel..." legt Michel uit.
" Zat er veel geld in?"
" Mijn laatste loon..."
" Oei!"
" en wat bijoukes die ik in de Congo op de kop getikt heb!"
" Waardevol?"
" Nogal! Ik wilde ze hier aan ne juwelier die  zich specialiseert in zo'n prutsen overdoen..."
" Ik begrijp het!" knikt de politieman, ijverig Michels woorden noterend. " Verder nog iets weg?"
" Voor zover ik van juffrouw Sophie begrepen heb niet!"
" Dat is raar!"
" Het wordt nog vreemder!" gaat Michel voort.
" Hoezo?"
" Die dieven hebben ook op de zolder rondgeneusd, en daar zijn de schilderijen en de valies van de vorige logé van madam Boeikens verdwenen!"
 
" 't Krioelt daar van de smerissen!" komt Dieter binnengevallen bij herr Gussmann nadat hij eens consjuus langs de Klaversteeg is gewandeld.
" Donnerwetter!" vloekt de boevenbaas.
" Allemaal de schuld van die rosse hondekop!" knikt Dieter naar de Vos die op zijn gemak in de krant zit te bladeren.
" Als ik dat mens haar bakoven niet had dichtgeslagen, had ze heel de buurt bijeengeschreeuwd en zaten wij nu in den amigo duimen te draaien!" riposteert Floor de boude aantijging.
" Hm..." bindt Dieter in. " Misschien wel, ja..."
" Nikske misschien... zeker!"
" Geen haarkloverij, kerls! Daar komen wir nergens mee! Wir moeten ein plan bedenken!"
" Pfff... daar pas ik voor." geeft de Vos te kennen, terug in zijn gazet duikend.
" Denken da's nie voor mij! Da's voor de paarden, die hebben daar ne kop voor die groot genoeg is!"
 
" Is ze nog altijd niet wakker geworden?"
" Neeje, meneer doktoor!" schuddebolt Sophie van ambetantigheid op haar lip bijtend.
" Hm..." peinst de geneesheer. " In dat geval..."
" Ja?" vraagt het meisje met een klein hartje bang om nog meer slecht nieuws te horen.
" ..is het misschien beter haar naar 't hospitaal te voeren!"
" Het gasthuis?" schrikt Sophie. " Oeioei! Daar gaat ge alleen maar naar toe om te sterven!"
" Bijlange niet!" troost dokter Pierssens. " Ik laat haar naar het Stuyvenberg brengen! Dat is het modernste ziekenhuis van West-Europa! Daar gaat ge naar toe om te genezen!"
" Ik hoop het, meneer doktoor! Ik hoop het met heel mijn hart! Want ik kan ons ma nog bijlange na niet missen!" snikt Sophie haar neusdoek tevoorschijn halend voor een rondje snotteren.
" Toe, toe kindje! Stopt eens efkens met die zakdoek nat te maken en luistert eens goed naar mij!"
" Ik zal 't proberen, meneer doktoor!" belooft Sophie de daad bij het woord voegend nadat ze haar neus grondig snottebelvrij gemaakt heeft.
" Uw ma, da's een taaie! Die komt er wel bovenop!"
" 't Is te hopen!" snuft Sophie.
" Ik ga seffens direct langs het ziekenhuis en dan stuur ik de brancardiers langs hier! Maakt gij alvast een valieske met wat wasgerief en proper ondergoed..."
" ‘k Zal nie mankeren, meneer doktoor!"
" Ha ja, ne slaapjapon en haar sloefen! Moogt ge zeker niet vergeten..." vult de dokter het lijstje aan juist voor hij de buitendeur achter zich dicht trekt.
 
" Wat hebben ze mee?" informeert Emiel Bonaventure aan de commissaris die het rapport van zijn ondergeschikte voor zich op het bureau heeft liggen.
" Een geldbuidel..." leest de heer Van Everen voor. " .. met het laatste loon van de heer Overbeke.. nog een paar bijoukes.. ook van die Overbeke!"
" Bon! Bon!.." spoort Emiel de commissaris, ongeduldig met zijn vingers op het bureaublad tokkelend, aan. " ..en wat nog meer?"
" Hm..." pauzeert Van Everen. Gewoon aan een ietjes méér respect jegens zijn persoon draait hij nadrukkelijk, tergend langzaam, de punten van zijn moustache op. Trakteert de S.N.B.-man op een blik die aan duidelijkheid niets te wensen over laat en gaat dan, wanneer de pikorde naar zijn gevoel genoegzaam hersteld is, uiteindelijk op zijn gemakske verder. " .. een tiental schilderijtjes van die Maurice Beaulinoir. Ge weet wel, dat lijk zonder kop dat we op de dijk gevonden hebben!"
" Dat was het?" vraagt de heer Bonaventure, in gedachten verzonken.
" Nog een valies ook, ... ook van die dompelaar!"
" Tiens!" peinst Emiel hardop.
" Wat die dieven in die schilderijtjes gezien hebben, dat begrijp ik niet!" zucht de commissaris achteruitleunend in zijn bureaustoel. " Volgens Marcel waren ze niet slecht, maar ook weer niet zó goed!"
" Ik wel...." wipt Emiel Bonaventure recht en in zeven haasten het bureel uit.
 
" Maar tante Isabelle! Wat komt gij hier, zo gepakt en gezakt, doen?" kijkt Sophie verwonderd op, haar handen aan d'r schort afvegend. Want ze is juist doende de aardappelen voor het avondmaal te schillen.
" Ik kom hier wonen!" verklaart tante Belle bondig.
" Watte?" valt Sophie's mond open.
" Alla, .." gaat haar familielid verder. " .. zo lang uw moeder in 't hospitaal ligt."
" Oeioei! Hebt ge ambras met nonkel Jef over ons uitje van gisteravond?" gist haar nichtje.
" Ambras? Met mijne Jef? Bijlange nie!" schatert tante Belle.
" Ma.. maar waarom staat gij dan hier op den dorpel?"
" Omdat.." legt Isabelle uit. ‘ ... het geen pas geeft dat gij als jong meiske helemaal alleen met ne vreemde, volwassen, vent onder één dak leeft!"
" Heu?..Tja .. Daar had ik zo, in al die commotie, eigenlijk nie aan gedacht..." bekent Sophie.
" Gij nie! Maar de laméren hier in de geburen wel! Ze waren er over bezig toen ik deze middag om charcuterie ging bij den beenhouwer!"
" Die vuiltongen! Die uitgedroogde ouwe bessen! Die ... die.. allemaal terwijl ne mens tot over zijn oren in de misérie zit!" vloekt Sophie, handen ten hemel geheven in een geste van terechte verontwaardiging.
" Och! Trekt U dat toch nie zo aan, kindlief! Zo zijn de mensen! Ge moet maar denken dat als ze over U bezig zijn ze over een ander zwijgen!" filosofeert tante Belle schouderophalend. Waarna Sophie efkens over die waarheid als een koe nadenkt en gelijk kalmeert.
" Alla, komt binnen tante! Hebt ge al gegeten?"
 
" Pssst!"
" Heu?..."
" Niet direct omkijken!"
" Emiel?"
" Geen namen!" sist Emiel Bonaventure tussen de tanden onderwijl aan de urinoir naast deze van Dieter plaats nemend.
" Wat komt gij hier doen?" fezelt Dieter, niks op zijn gemak.
" Wat denkt ge?"
" Als iemand ons samen ziet is alles verloren!"
" Reden temeer om het kort te houden!"
" Bon! Vanavond op de Teniersplaats. Rond een uur of twaalf!"
" Ik zal er zijn!" belooft Emiel Bonaventure, zich naar buiten reppend.
 
" En Marcel?" informeert de commissaris. " Hoe is het met madam Boeikens?"
" Het gaat! Het gaat! Z' is al terug bij kennis!"
" Da's goed nieuws!" klaart Van Everen op. " Hebt ge een getuigenverklaring opgenomen?"
" Boh! Het is te zeggen!..."
" Ja?..."
" Het menske heeft er, als ge't mij vraagt, een ferme slag van de molen aan over gehouden!"
" Allee, Marcel, dat moogt ge zomaar niet zeggen!"
" Ze beweert aldoor dat ze een spook gezien heeft!"
" Oeioei! Dat klinkt inderdaad niet goed!"
" Van diene vorige logé van haar! Ge weet wel, die Maurice Beaulinoir!"
" Kwalijk!"
 " ...en verder houdt ze staande dat een rosse duivel haar van de trap duwde!"
" Ne rosse duivel nog wel?"
" Ja!"
" Amai! Die van Brussel gaan nogal lachen als we zo 'ne prietpraat in ons rapport zetten!"
" Mijn gedacht, patron!"
 
" Ik ben er niks gerust in!" snuft Sophie die avond wanneer zij met hun drietjes nog een uurtje rond de kachel in de keuken zitten nadat ze bij moeder Melanie op bezoek geweest zijn.
" Tja,.." zucht Michel, onderwijl zijn pijp stoppend. " .. al die uitleg over een spook gezien hebben..."
" Ge moet nie wanhopen, Fieke-kind!" troost tante Isabelle haar nichtje. " Ge moogt al blij zijn dat ze er nie is in gebleven!"
" Ja, natuurlijk ben ‘k wreed content dat ze nog leeft!" geeft Sophie schoorvoetend toe. " Maar... ik wil maar zeggen..."
" Uw tante heeft gelijk, Sophie! Morgen zal het al heel wat beter met uw ma zijn! Ik heb op de vaart eens ne kerel meegemaakt die elke keer dat ‘m wat te diep in het glas gekeken had, roze olifanten zag! Maar 's anderendaags terug zo normaal als gij en ik uit zijn bed stapte!"
" Ja, dat ken ik!" stemt tante Belle in. " Mijne Jef ziet heelder legers spinnekoppen door de kamer marcheren als hij boven zijn theewater is."
 
" Was dat nu echt nodig om dat arme mens bijna dood te slaan?"
" Daar kon ik niks aan doen! Dat was één van die dommekrachten van Gussmann!" verdedigt Dieter zich tegen de aantijging van de heer Bonaventure bij hun rendez-vous op de Teniersplaats in het holst van de nacht.
" 't Was gebeurd voor ik ertussen kon komen!"
" En dat lijk op den dijk?"
" Pure pech! Van alleman die ‘k tegen 't lijf kon lopen! Juist die ene die mij van gezicht kent! Gelukkig daags voor Gussmann op de proppen kwam. Ik had geen enkele keus wilde ik de affaire niet in 't honderd laten lopen!"
" Hoe zit het daarmee?"
" We hebben zo goed als alles! Nog een!"
" Dat zal de zaak niet maken! Rondt de transactie af!"
" Dat gaat niet! Juist dat ene bevat de sleutel! Zonder is alles om niets geweest!" knarsetandt Dieter.
" Nomdedieu! Weet ge waar ge het kunt vinden?"
" Neeje! In 't pension is het zeker nie! We hebben alles afgezocht! 't Is tenandere het grootste stuk van de hele collectie! Dat ziet ge zomaar niet over het hoofd!"
" Wat gaat ge nu doen?"
" Geen flauw idee!"
 
" Amai! Dat ruikt hier lekker!" snuift Michel, hardop zijn gedacht verkondigend wanneer hij 's morgens de keuken binnenvalt.
" Ha! Langslaper!" verwelkomt tante Belle hem.
" Dag madam Isabelle! Morgen Sophie!" groet Michel met een knikje in hun richting.
" Awel, awel! Zo formeel?" lacht Isabelle.
" Formeel?"
" Ja, zo stijf! Hebben jullie ruzie?"
" Ruzie?" echoën Sophie en Michel tegelijkertijd.
" Komaan, hé zeg! Ge moet nie proberen om mij voor 't lapje te houden, gijlie twee!"
" Maar tante!!!" protesteert Sophie.
" Tuttut! Ge moet geen komedie spelen, Fie! Ik ken U al van dat ge zo groot waart!" waarbij tante Isabelle zich vanop haar stoel vooroverbuigt om de juiste maat vanaf de grond met haar hand aan te duiden. " Mij kunt ge geen rad voor ogen draaien! Ik heb jullie gisteravond voor 't kolenkot op het koerke wel zien trekkebekken!"
" Ho... dat..." wordt Sophie rood tot achter haar oren terwijl ze plots heel aandachtig het heet water door de koffiebeurs giet. Ook Michel krijgt het zo vreselijk benauwd dat zijn hemdskraag begint te spannen.
" Heu..." rochelt hij een beetje.
" Vooruit!" beveelt tante Isabelle streng. " Geeft mekaar een bees!"
 
" Wir moeten entwas bedenken!" stelt herr Gussmann door de kamer op en neer ijsberend. " Ich moet terug naar de heimat!"
" Ja!" stemt Dieter met zijn chef in. " Maar wat?"
" Das probleem ist das wij nicht weten waar diese verdamfte doek zich bevindt!"
" We kunnen toch moeilijk gaan aankloppen om te vragen waar dat schilderijke is!" vervalt Dieter in galgehumor.
" Pff.. Waarom niet?" meesmuilt de Vos die zich zoals steeds in zijn favoriete fauteuil genesteld heeft.
" Waarom niet, vraagt die schone meneer! Ze zullen ons zien komen! Zijt ge vergeten dat gij dat oud menske in het gasthuis geslagen hebt?"
" Begint gij daar nu weer over, pezewever?" stuift Vos op. Gereed om eens ferm ambras te maken.
" Hola, hola! Kalm aan hé! Mit kibbelen kommen wir nergens!" komt herr Gussmann tussenbeide.
" Vragen! Poeh!!" schampert Dieter mokkend.
" Tja, vragen!" bedenkt herr Gussmann met zijn sigaar zwaaiend. Altijd een teken dat zijn machtige brein op volle toeren draait. " Waarom eigenlijk nicht? Naturlich!"
" Ziet ge wel!" spot Vos.
" Vragen, maar chef! Hoe gaat ge dat klaarspelen?"
" Gans einfach, mijnherr Dieter, ich zal dat ihr eens gans fijn expliceren!" grijnst herr Gussmann.
 
Diezelfde avond slenteren Sophie en Michel op hun dooie gemak hand in hand, volledig in elkaars gezelschap opgaand zoals alleen pas verliefde koppels dat kunnen, in de avondschemering langs de zo goed als verlaten straten naar huis nadat zij ma Boeikens nog even goeienacht zijn gaan wensen.
" Ze blijft maar volhouden dat ze meneer Maurice gezien heeft!" klaagt Sophie.
" Dat zal wel over waaien, zulle lieveling!" troost Michel haar met een zoen op haar wang.
" 't Is te hopen!" zucht het kind, wat dichter tegen hem aanleunend.
" Voor de rest ziet ze er goed uit." stelt Michel. " Zo 'n beetje als een Indische fakir met dat verband om haar hoofd!"
" Och gij zot!" geeft Sophie hem een speelse duw. Waardoor Michel theatraal naar de wonde plek grijpend " Auwauwauw.." wauwelend een slop tussen twee herenhuizen inwankelt.
" Michel! Dwazerik!" giechelt Sophie. Voorzichtig het donkere gangetje inturend op zoek naar haar geliefde.
" Michel!" geen antwoord. " Michel?" probeert ze nog eens. Nog steeds geen reactie op haar roepen.  Ietwat opgelaten waagt ze zich tot vlak bij de ingang van het duistere hol. Waaruit plotsklaps een hand schiet die haar bij de arm grijpt en met één stevige ruk het steegje insleurt.
" Hebbes!" strijkt een hete adem langs haar oor. " Nu gaat ge mij kussen of ge komt nooit meer vrij!" waarop een paar gulzige lippen zich op de hare persen.
 
" Doe dat nooit meer!" waarschuwt Sophie een half uurtje later, nog een beetje buiten adem  haar kleren zo goed en zo kwaad als het gaat fatsoenerend.
" Dat had ge vroeger moeten zeggen." grijnst Michel berouwvol achter haar, zijn vest terug dichtknopend.
" Dát bedoel ik nie lieve schaapskop van mij!" draait Sophie zich om, Michel bij zij oren grijpend en hem ontstuimig op de mond zoenend. " Dat van daarjuist moogt ge nog veel keren doen!"
" Over wat hebt ge ‘t dan?" staat Michel perplex.
" Mij zo maar een steegske binnensleuren! Ik dacht dat mijn hart stilstond!"
" Dat was toch maar om te lachen?"
" Volgende keer als ge uw driften niet meer kunt beheersen, vraagt ge me gewoon om mee te komen!" loopt Sophie, er stevig de pas in zettend om zodoende de verloren tijd toch nog enigszins goed te maken, gedecideerd voor hem uit.
" ... ..."
" Hebt ge 't gehoord?"
" ... ..."
" Michel!" keert ze zich quasi kwaad om naar waar Michel schittert door afwezigheid. " Michel! Begint nu weer niet!" verwittigt ze, handen in de zij ten teken dat het haar menens is, het donker achter haar.
Waarop een hand haar vastgrijpt en met een stevige ruk achter een schutting trekt.
" MICHEL!" echt kwaad nu, juist voordat een stinkende jutezak haar het zicht en de adem beneemt. Waarna een welgemikte slag met een stomp voorwerp haar terstond het zwijgen oplegt.
 
" Ik geloof dat er terug leven in komt, baas!"
" Het zal gaan tijd worden! Ich dacht dat zij er geweest was!"
" Bijlange nie, baas! Ik ben ‘k ne professioneel zulle!"
" Hé, mammezelleke! Laat ons eens horen of ge al op uwe positieven zijt?" stoot de Vos Sophie aan.
" Wat.. wat heeft dat te betekenen? Wat gebeurt er? Maak mij los!" eist het meisje, als een paling in haar boeien kronkelend in een tevergeefse poging om los te komen.
" Kalm, fraulein! Rustig bitte ich U!" onderbreekt herr Gussmann haar tirade.
" Rustig? Waarom zou ‘k? Zoudt gij kalm zijn als ge gelijk ne saucise op ne stoel vastgebonden zit!" krijst het kind stilaan geheel over haar toeren rakend.
" Er zal U nichts passieren! Dat versprech ich U!" pleit herr Gussmann.
" Zo? Doe dan dat stinkend vod van mijne kop!" raast Sophie verder.
" Laat haar met rust, smeerlappen!" galmt Michels stem door het vertrek.
" Michel? Hoera!!!..." joelt Sophie opgelucht, overtuigd dat haar verloofde als een echte ridder zonder vrees of blaam ter hulp snelt. " Vooruit geef ze 't ervan! Sla hun dikke keikoppen tegen mekaar!..."
" Ha! Het broekventje is ook wakker!" lacht de Vos smalend.
" Maak mij maar eens los, manneke! Dan zullen we eens zien wie er nen broekvent is!" tiert Michel. Hiermee de hoop van Sophie op redding de grond inborend.
" Michel??? Zijt gij ook?..."
" Ja, liefste..." bevestigt Michel haar bang vermoeden.
" Zwijgen gij!" gebiedt de Vos, dit bevel kracht bijzettend met een gemene schop naar de op de grond liggende jongeman.
" Hela, Vos!" maant Dieter die tot nu toe niet aan de conversatie heeft deelgenomen. " Laat die sukkelaar gerust!"
" Gij hebt mij nie te commanderen!" mort de Vos.
" Ha nee?..." zet Dieter zich in postuur.
" Herr Dieter! Laat dat!" mengt herr Gussmann zich in het debat. " Herr Vos!"
" Ja chef?"
" Sleurt die manskerel wat uit de weg en steek hem een prop in de mond!"
 
" Zo fraulein! Nu wij terug onder uns zijn, kunnen wij eins rustig converseren!" wendt herr Gussmann zich naar Sophie, die zich met de bibber op het lijf zit af te vragen wat dit in hemelsnaam allemaal te betekenen heeft.
" Och meneer! Doe mij alstublieft geen zeer! Alstublieft meneer!!" pleit ze nu elke kans op lijfsbehoud tezamen met haar onfortuinlijke beminde is verdwenen.
" Das hangt gans van U af, fraulein!"
" Wat wilt ge toch van mij?" fluistert Sophie benard, wie zojuist het verhaal van Jack the Ripper voor de geest komt.
" U hebt ein malerei in huis!"
" Wat heb ik?"
" Ein.. hoe zaagt gij das, Dieter?"
" Een schilderij, chef!"
" Richtig, ein schilderij, fraulein..."
" Heu... natuurlijk, méér dan één zelfs!" geeft Sophie toe. " Maar dat is toch geen reden om iemand te molesteren?"
" Dit is een heel apart schilderij, juffrouw!" neemt Dieter het van zijn baas over.
" Ja?.."
" Het stelt het fort van Berchem voor..."
" Het fort?... Ha datte? Dat niemendalleke van meneer Maurice zaliger?"
" Inderdaad!"
" Is ‘t dat wat ge wilt? Waarom hebt ge ‘r dan niet gewoon om gevraagd? Zo speciaal is het nu ook weer niet!"
" Voor ons wel, juffrouw! Zelfs zo belangrijk dat we er zonder verpinken een moord voor zouden begaan! Dus zeg ons nu maar rap waar we het kunnen vinden!"
" Een moord?.." slikt Sophie. " Ma.. maar ik weet nie waar het is!"
" Was?? Verdamft!" vloekt herr Gussmann.
" Opgepast, juffrouw! Geen spellekes! Uw leven hangt aan een zijden draadje!" waarschuwt Dieter.
" Heu.. 't is te zeggen, ik weet dat het naar ne kadermaker is!" haast Sophie zich uit te leggen. " Alleen weet ik niet welke.. Michel heeft het weggebracht!"
" Zo?"
" Als een kadoke voor mij.." voegt ze er nog aan toe. Alhoewel herr Gussmann en Dieter niet het minste belangstelling voor haar woorden meer aan de dag leggen, op weg om Michel aan de tand te voelen.
 
" Waar ik dat schilderijke naar toe gebracht heb?"
" Ja!!"
" Is dat alles wat ge weten wilt?"
" Ja!"
" Bon, naar de kaderwinkel in de Mutsaertstraat.. ge kunt niet missen! Er is ‘r maar ene! Het ticketje zit in mijn bovenzakske..."
" Eindelijk!" roept herr Gussmann, wanneer Dieter het reçue triomfantelijk omhoog houdt.
" Ik ga het als de wind halen, chef!"
" Goed, neem Vos mee!"
" Neeje, chef! Ik ga alleen!" schudt Dieter.
" Aber.. twee kunnen meer dan één!" houdt Gussmann aan.
" Nie in dees geval, baas! Denkt eens in wat er gebeurt wanneer er ne kerel met een tronie als die van de Vos om elf uur 's avonds komt aankloppen?.... Zoudt gij openmaken?"
Herr Gussmann bekijkt de Vos, die weeral klaar staat om Dieter van repliek te dienen maar deze keer zo danig op zijn tenen getrapt is dat hij efkens naar het juiste weerwoord moet zoeken, kritisch. " Daar hebt ge een punt." knikt hij.
 
" Meneer de police! Meneer de police!" hijgt tante Belle helemaal buiten adem.
" Dat benne kik, madammeke. Maar ge moogt ook Louis zeggen, zulle!"
" Meneer de.. meneer Louis!"
" Ja?"
" Ik ben ons Sophie kwijt!"
" Oei!" leeft Louis beleefd met tante Isabelle mee.
" En Michel is ook al nergens te bespeuren!"
" Dat is straf! vindt ook Louis. " Hebt ge overal goed gekeken?"
" Natuurlijk!"
" Bon! Als ge efkens een beschrijving van uw kattebeesten wilt geven, dan .."
" Katten?" roept tante Belle. " Katten? Sophie is mijn nichtje en meneer Michel is den onderhuurder van Melanie Boeikens!"
" Oh pardon!" schrikt Louis. " Heu.. van madam Boeikens? Die uit de Klaversteeg?"
" Ja! Sophie is haar dochter!" knikt tante Belle.
" Da's andere koek!" mompelt  Louis. " Patron! Patron!" haast Louis zich weg, tante Belle verbluft in d'r eentje aan de balie achterlatend.
 
" Hier is ‘t!" zwaait Dieter triomfantelijk met het conterfeitsel.
" Nichts te vroeg! Du zijt méér dan ein uur weggebleven!"
" Het was nie simpel om die kadermaker zijn affaire zo laat nog te laten opendoen, chef!" legt Dieter uit. " Pas toen ik hem vertelde dat het voor mijn moeder was die met de trein morgen in alle vroegte naar 't buitenland vertrok, wilde ‘m marcheren!"
" Goed! Das bijzonderste is dat we de marchandise hebben!"
" Zo ist, chef! Kan ik nu mijn geld krijgen?"
" Ich heb geen tijd meer, Dieter! Ich moet aanstonds afreizen!"
" En mijn centen dan?" wordt Dieter kwaad.
" Daar zal de Vos voor zorgen! Vos!"
" Ja baas?"
" Du zorgt voor de verdere afloop van de zaak, afgesproken?"
" Doe ik, chef!" belooft Vos. Waarna herr Gussmann niet langer draalt en er als een haas vandoor gaat.
 
" Ge moet U niet ongerust maken, madam!" verzekert de heer Van Everen tante Isabelle.
" 't Is vriendelijk dat ge ‘t zegt, meneer de commissaris! Maar veel helpen doet dat niet!" bekent het vrouwke.
" Nog nooit hebben zoveel politiemensen aan één zaak gewerkt, madam!"
" Kan zijn, maar toch... dien twijfel, hé?!" bijt tante Belle op haar lippen.
 
" Bon, Vos! Nu we alleen zijn, waar zij mijn centen?"
" Hier!" klopt Vos op zijn binnenzak.
" Als ge dan zo vriendelijk zoudt willen zijn?" houdt Dieter de hand op.
" Eerst nog efkens die twee uit de weg ruimen!" wijst de Vos, een venijnig uitziend knipmes uit zijn mouw toverend.
" Zijt ge zot geworden? Da's voor niks nodig!" roept Dieter uit, terwijl Sophie het uitsnikt in pure doodsangst en Michel met samengebonden voeten als een gek in het wilde weg om zich heen begint te trappen in de ijdele hoop zijn belagers te treffen.
" Over mijn lijk!" waarschuwt Dieter zijn opponent, zich gezwind tussen Vos en diens prooi plaatsend.
" Als 't dat maar is!" grimlacht Vos. Zonder verdere uitleg Dieter vliegensvlug het mes in de buik stotend, zodat deze met een zucht als een leeglopende ballon op de vloer in elkaar zakt.
" Voila! Onnozel ventje!" grauwt de Vos triomferend. " Met vijftien centimeter staal in uw lijf hebt ge bijlange na zoveel praat nie meer, hé!"
Een uitspraak die zowel Michel als Sophie met afgrijzen vervult. Wetende dat zij nu onvermijdelijk de volgende slachtoffers van deze wrede nietsontziende beul zullen worden.
 
" Gij smeerlap! Gij schoelje!" tiert Michel in machteloze woede ontstoken. " Gij vuile... Aaaaahg!..."
" Michel?!?" krijt Sophie. " Michel?"
" Die gaat efkens nie meer kunnen klappen, mammezelleke!" lacht de Vos venijnig.
" Nu ik mijnen bottin in zijn vuil bakkes geplant heb!"
" Bruut!" gilt Sophie verontwaardigd tot in de toppekes van haar tenen.
" Pfff!!.. en omdat ‘m zo'n lelijke dingen tegen mij gezegd heeft ga ik nu zijn smerig korenpijpke op mijn gemakske toeknijpen!"
" Laat af, vuile moordenaar!" gebiedt Sophie van alteratie met stoel en al op en neer dansend.
" 't Is in ne wip en ne knip gebeurd!" belooft de smiecht.
" O! Michel! Michel! Michelleke! Ik zie U toch zo graag!" jammert Sophie aan bodemloze wanhoop ten prooi.
" Hoort ge dat rochelen?" grimlacht de Vos, duidelijk in zijn schik.
" Alstublieft meneer! Alstublieft! Stop! Laat mijne schat gerust! Pakt mij inplaats van hem!" biedt Sophie vertwijfeld aan.
" Gene schrik, wijfke!" onderbreekt de Vos zijn handenarbeid even. " Gij komt seffens ook aan de beurt!..."
" Och God, och God!" jeremieert Sophie, de vieze jutezak, die haar nog immer zicht en adem beneemt, met hete tranen doorwekend.
" ... Nadat wij samen eens ferm aan de gang gegaan zijn, natuurlijk!" likkebaardt de Vos, haar ranke lijf en leden wellustig in zich opnemend.
Nog een eeuwigheid lijkt het Sophie toe dat zij naar de doodstrijd van haar beminde ligt te luisteren. Dan... is het plotsklaps stil.
 
Een stilte die pas wordt verbroken wanneer Sophie plots, zij het niet onverwacht, een grove mannenhand op haar knie voelt neerdalen.
" Blijft van mijn lijf!" keelt het meisje in paniek. " Blijft met uw vieze pollen van mijn lijf zeg ik U!" Helaas enkel loze woorden want een ogenblik later worden met een paar rake halen de koorden om haar enkels doorgekerfd. Meteen begint ze, in een poging haar leven zo duur mogelijk te verkopen, wild om zich heen te trappen. " Als ge denkt dat ik mij zomaar zal laten doen dan zijt ge wreed abuis, ventje!" raast ze, kracht puttend uit een blinde haat die vanuit het diepste van haar wezen brandend als alles verterende lava een uitweg zoekt.
" Kalm, juffrouw Boeikens! Rustig alstublieft!" sust een haar totaal onbekende stem, er aan toevoegend. " Het gevaar is geweken!"
" Watte?" bazelt Sophie.
" Het is voorbij!"
" Echt?"
" Laat mij even die zak lossnijden!"
 
Terwijl Sophie haastig, van zodra zij van die vieze vod bevrijd is, op de akelig stille figuur van haar verloofde afstuift, wordt de kamer letterlijk overspoeld door ontelbare politiemensen die zich aanstonds over de zieltogende Dieter ontfermen en de roerloze Vos nonchalant aan de voeten ruggelings naar buiten slepen.
" Michel! Och arme! Wordt wakker! Ge moogt niet dood zijn!" bidt Sophie, hem teder tegen haar zwoegende boezem drukkend.
" Hij is ook niet dood, juffrouw!" verzekert de onbekende haar een paar minuten later.
" Hoe weet ge dat?" vraagt Sophie verwonderd.
" Omdat hij glimlacht! Alsof hij in de zevende hemel is!" wijst Emiel, want de onbekende redder is niemand minder dan de S.N.B.-man uit Brussel.
" Michel!" fleurt Sophie op. " Is dat waar? Gij profiteur!"
 
" Wel, monsieur Emiel?" polst commissaris Van Everen achteruitleunend in zijn bureaustoel.
" Wel wat, commissaris?"
" Naar ik begrepen heb zijn Maurice Beaulinoir en die Dieter in 't hospitaal één en dezelfde persoon?"
" Inderdaad..."
" Dus?" moedigt de commissaris zijn gesprekspartner aan.
" Hm.. Kan ik op uw discretie rekenen?" twijfelt Emiel Bonaventure.
" Mijn woord van eer! Niets van wat in deze kamer gezegd wordt zal buiten deze vier muren herhaald worden!" belooft Van Everen plechtig.
" Bon! Op uw woord van eer! Daar houdt ik U aan!..." beslist de S.N.B.-man. Om dan, na even alles voor zichzelf op een rijtje gezet te hebben, verder te gaan: " Zoals U weet zijn de laatste maanden de betrekkingen tussen de grootmachten van Europa sterk verslechterd. In sommige kringen spreekt men reeds van een nakende oorlog!"
" God verhoede dit!" heft de commissaris de ogen ten hemel.
" Helaas! Wij van de S.N.B. kregen een tijdje geleden informatie over zekere spionageactiviteiten vanwege onze oosterburen..."
" De Duitse staten?"
" Vooral hier in en om Antwerpen, dat dankzij zijn haven van groot strategisch belang geacht wordt!"
" Nogal wiedes!" stemt de commissaris in.
" Dus beraamden wij bij de S.N.B. een plan om de Duitsers een rad voor ogen te draaien."
" Zozo?!"
" Philippe.."
" Wie is Philippe?"
" Dieter of Maurice Beaulinoir... één van onze beste agenten in het veld, besloot om zich uit te geven als zelfstandig informant die plannen van de fortificatie rond Antwerpen te koop had. Jammer genoeg bleek zijn contactpersoon hem te kennen en dreigde hij dit aan de Duitsers te verklappen. Vandaar dat lijk op de dijk!"
" Maar waarom moest die vent zijn hoofd eraf?" verwondert de commissaris zich.
" Zo kon Maurice de organisatie van de heer Gussmann infiltreren en voor ons uiterst waardevolle informatie vergaren alsook de door ons opgestelde documenten aan onze oosterburen doorspelen."
" U doelt op valse plannen, natuurlijk!" gist Van Everen.
" Zo is het! Maar helaas werd de eerste poging van Philippe om de plannen, die vermomd als waterverfschiderijen nog in het pension stonden, verijdeld. De tweede poging had meer succes, maar werd mevrouw Boeikens bijna fataal!"
" Gelukkig zal ze, volgens de dokter, volledig herstellen!" zucht commissaris Van Everen in een opgelucht terzijde.
" Ondertussen had ik reeds contact gezocht met Philippe. Zodat ik hem, indien nodig bij zou kunnen staan."
" Maar dan komt die ontvoering van dat jonge stel?"
" Omdat die jonge man, Michel Overbeke, het schilderij, dat de sleutelinformatie bevatte, stomweg naar een kaderwinkel gebracht had als presentje voor juffrouw Sophie."
" Puur toeval..."
" Ja, dus toen de bende eindelijk in staat was om het laatste stuk te bemachtigen, zorgde Philippe ervoor dat hij alleen werd uitgestuurd. Zo kon hij mij van de laatste ontwikkelingen op de hoogte brengen en was ik in staat om de nodige maatregelen te nemen."
" Wat haast resulteerde in een drievoudige moordpartij!"
" Het was van het grootste belang om de heer Gussmann veilig en wel de plaat te laten poetsen. Ik kwam nog net op tijd om te verhinderen dat die moordlustige kerel de heer Overbeke doodkneep!"
" Zelf heeft hij het blijkbaar niet overleefd! Een gebroken nek?" wenkbrauwt de commissaris.
" Toen ik de kamer betrad, lag Philippe bloedend als een paard op de grond. De heer Overbeke was aan zijn laatste adem toe! Dus helemaal geen tijd voor beleefdheden." verklaart Emiel schouderophalend. ..."
" Ik begrijp het!" knikt de commissaris.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.