Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Liefde/Romantiek
Geplaatst:
29 december 2006, om 21:36 uur
Bekeken:
1088 keer
Aantal reacties:
1
Aantal downloads:
643 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Wessley (slot)"


 

 

" Meneer?....." Vraagt Wessley vanachter het bureau over de rand van zijn schildpadmonturenbril de bezoeker wenkbrouwenfronsend opnemend, terwijl deze ietwat zenuwachtig het kantoor komt binnengeschuifeld.
" Euh?..."
" U bent?..."
" Privé detective?" completeert Bill, na even ingespannen denken.
" Dát weet ik! Ik bedoel uw naam?" dringt Mr.Wessley, geërgerd door de klaarblijkelijke stompzinnigheid van zijn bezoeker, aan.
" O!..Eh... Hercule! Hercule Poirot! " gooit Bill er zonder nadenken uit. Nog onder de invloed van een halve nacht lang verslinden des heren Poirot's belevenissen teneinde de fijnere kneepjes van het
speurneuzenbestaan onder de knie te krijgen en het de enige naam is die hem zo direct te binnen wil schieten.
" Hercule Poirot?" bauwt Mr.Wessley hem ongelovig na.
" Euh....de vierde!Van Poirot en co! Sinds 1910 van vader op zoon!"
fantaseert Bill er op los. Zichzelf in stilte verwensend dat hij zulke
essentiële gegevens vooraf niet ingestudeerd heeft.
" Genoemd naar mijn overbekende illustere voorouder!"
" Maar ik dacht dat Hercule Poirot een verstokte vrijgezel was!" brengt Mr.Wessley naar voor. Hij heeft ooit nog een heruitgave gefinancierd van die befaamde detective-serie.
" Mijn overgrootoom!" verklaart Bill, haast zonder merkbare hapering zijn web van misleiding verder wevend.
" Ik geloof niet dat ik al van uw firma gehoord heb, meneer Poirot!" gaat de heer Wessley aarzelend verder.
Bill begint stilaan te twijfelen of die pruik en valse snorrebaard zijn
identiteit wel voldoende verhullen.
" Discretie verzekerd, meneer! Wij staan zelfs niet in het telefoonboek!" Flapt hij er desalniettemin uit.
" Hoe komt mijn secretaresse dan bij U terecht?" vraagt Mr.Wessley niet onlogisch. Maar toch voelt Bill de neiging opkomen om de andere unieke twaalfde-eeuwse kandelaar uit gedreven zilver voorzien van bladmotief en ingelegd met achtkantig geslepen halfedelstenen van de schoorsteenmantel te grissen en deze op het hoofd van die irritante vraagbaak stuk te slaan.
" O! Eh..wij werken uitsluitend voor andere bureau's! Als de zaken hun even boven de pet groeien enzovoort....als U begrijpt wat ik bedoel!" legt hij uit.
" Eh?...ik begrijp het." Beaamt Wessley die zijns inziens al te veel tijd
heeft verloren en graag tot de kern van de zaak wil komen.
" De kwestie is deze...." Begint de heer Wessley en Bill hoort, tot zijn
grote verbazing, het verslag van hun ontmoeting en het verloop van hun tweede treffen.
" Deze persoon heeft per ongeluk of misschien wel met opzet een belangrijk contract meegegrist. Helaas beschik ik niet over zijn adres en ben ik bovendien zijn achternaam vergeten! Zodat het mij onmogelijk is om contact met hem op te nemen." legt de heer Wessley de laatste hand aan zijn verhaal.
" Dus hier komt U in het geding!"
" Goed! Uitstekend! Ik neem de zaak op mij!" zegt Bill, nadat hij een
tijdje zogezegd in gedachten verzonken naar het plafond gestaard heeft.
" Aha!" zucht Mr. Wessley opgelucht.
" Rest ons enkel..." gaat Bill voort terwijl hij een bezwerende wijsvinger in de richting van zijn toekomstige klant heft.
" Mijn honorarium vast te stellen!"
 
Meneer Wessley zit, terwijl hij even een pauze inlast in zijn drukke
multinationale bezigheden, een gelukzalige glimlach op het gelaat breeduit in één van de makkelijke antieke stoelen, te genieten van een lekkere dure havanna. Tussen twee rookkringetjes door telt hij in stilte zijn zegeningen. Het feit dat die Hercule Poirot IV een inhalig stuk vreten blijkt te zijn doet niets af aan de vreugde die hij voelt bij het
vooruitzicht dat hij binnenkort honderdduizend dollar opstrijkt. Zodat hij in gedachten haast automatisch bij Muis en hun recente tête a tête
aanbelandt. Wat een vrouw! Wat een ondernemingsgeest!! Wat een lijf!!!
Want ondanks het feit dat hij aan die bewuste namiddag een paar pijnlijke verrekkingen en minstens één spierscheur heeft overgehouden, is Mr.Wessley vooral onder de indruk van de wijze waarop Muis hem vijfentwintigduizend euro afhandig heeft gemaakt. Hij moet bekennen dat het plannetje van hemzelf afkomstig had kunnen zijn!
" ARTHUUR!!!!"
" Ahhh???!!!!"
" Arthuur! Ik heb een probleem!" roept zijn zesentwintigste gade onaangekondigd, handenfladderend het kantoor binnenstormend en daardoor de heer Wessley op wredelijke wijze uit zijn dagdromen rukkend.
Met een stofwolkverwekkende plof belandt Mr.Wessley, na een kortstondig verblijf tegen het plafond, onzacht terug in zijn zetel.
" Mama gaat hertrouwen! "
" Eh?..."
" Ik zei, mama gaat hertrouwen!"
" Wat? Die oude doos?" lacht Wessley terwijl hij de stoffelijke resten van wat eens een hondervijftig jaar oud pronkmeubel was uit zijn haar vist.
" Arthuur! Let een beetje op je woorden! Mama is helemaal niet oud!"
" Als je haar met Methusalem vergelijkt niet, neen!" gromt Wessley. Maar hij is zo wijs om die waarheid als een koe niet hardop te herhalen.
" Ik moet een huwelijksgeschenk versieren!" gaat zijn echtgenote
opgewonden verder.
" Geef haar een viscouvert cadeau! Daar heb ik er nog minstens een dozijn van uit mijn vorige huwelijken!" raadt de heer Wessley.
" Neen, het moet iets aparts zijn! Iets dat onze genegenheid voor haar
duidelijk maakt!"
" Wel, een viscouvert!"
" Een viscouvert? Is dat alles wat mijn moeder jou waard is?" stuift
mevrouw Wessley op.
" Het spijt me. Je hebt gelijk!" verootmoedigt de heer Wessley zich, om
dan snaaks te vervolgen.
" Twee viscouverts dan?"
" Arthuur toch!" vermaant zijn eega hem.
" Blijf nu even serieus!"
Dan valt mevrouw Wessley's oog op het laatste exemplaar van het stel
unieke twaalfde-eeuwse kandelaars uit gedreven zilver voorzien van
bladmotief en ingelegd met achtkantig geslepen halfedelstenen die de
schoorsteenmantel van het kantoor siert.
" Ik heb het! Ik heb het!" juicht ze.
" Wat heb je?"
" De oplossing van ons probleem, ventje!" lacht mevrouw Wessley opgetogen.
" Kijk! Die kandelaar! Mama heeft mij laatst nog verteld dat ze het stel
zo mooi vond!"
" Euh, dat zal niet gaan, honnepon!"
" Waarom niet? Ze staan hier toch maar op de schoorsteenmantel!"
" Eén staat hier op de schouw! De ander ben ik, euh...kwijt geraakt als onderdeel van een transactie!"
" Wat jammer!" pruilt nummer zesentwintig. Maar dan licht haar gelaat weer op.
" Geeft niks, lieverd. Dan koop je toch een stel dat er op lijkt!"
" Maar...dat gaat een klein fortuin kosten!"
" En dan?... Mama stapt volgende week in het huwelijksbootje! Laat ze meteen aan huis bezorgen!" en als een wervelwind verlaat zijn echtgenote, na even liefkozend Mr.Wessley's van haar verstoken schedeldak gestreeld te hebben, het kantoor.
Nadat de heer Wessley de orders van zijn vrouw stipt heeft uitgevoerd en juffrouw Elisabeth de opdracht gegeven heeft om via één van zijn makelaars een stel twaalfde-eeuwse zilveren kandelaars ingelegd met halfedelstenen op de kop te tikken zakt hij met een zucht terug in een makkelijke stoel om eventjes bij te komen van dit korte tumultueuze intermezzo.
Hij bedenkt dat als mevrouw Wessley hem en zijn portemonnee op
deze wijze blijft behandelen een echtscheiding, hoe duur ook, op lange termijn een aantrekkelijk alternatief wordt!
Hij neemt nog een trek van zijn sigaar en droomt over een echtgenote met dezelfde interesses, dezelfde spirit en intelligentie als hij. Waarbij de aanminnige beeltenis van Muis als vanzelf opnieuw voor zijn geestesoog postvat.
"Het wordt tijd..." mompelt de heer Wessley dromerig voor zich uit "...om een aantal rekeningen te openen waar moeder de vrouw geen weet van heeft!"
 
" Bill! Bill!" roept juffrouw Elisabeth al van verre als zij haar geliefde
op de afgesproken plaats in het stadspark treft.
" Ik heb nieuws! Belangrijk nieuws!"
" Het belangrijkste nieuws ben jij zelf!" antwoordt Bill die Elisabeth
vastgrabbelt en pas terug loslaat als zij beiden totaal buiten adem zijn.
" Mmmm!! Niemand kan zoenen zoals jij!" zucht Elisabeth verzaligd.
" Zoen jij dan anderen?" vraagt Bill wantrouwig. Net als elke weldenkende jonge man die een hoofdprijs in de liefde gewonnen heeft, is hij beducht voor concurentie.
" Niet afgunstig worden, binkie. Dat was voor ik jou ontmoette! Sindsdien ben ik jouw toegewijde slavin!" lacht Elisabeth terwijl zij verzoenend een kusje op zijn neus drukt.
" Maar nu terug naar ernstiger zaken!" commandeert ze haastig van
onderwerp veranderend, want Bill graait alweer gulzig naar haar
persoontje.
" Goed, maar onder protest!" pruilt Bill als zijn toenaderingspogingen
zonder succes blijven.
" Luister, Bill! Mr.Wessley heeft mij vanmorgen opgedragen om een nieuwe rekening te openen."
" Doet hij dat niet de ganse tijd?" vraagt Bill verwonderd.
" Vaak! Maar op deze komt de opbrengst van het contract dat in jouw bezit is!"
" En?..."
" Hij verwacht honderdduizend euro te vangen!"
" O! O!" doet Bill onder de indruk. Denkt dan even na en gaat voort.
" Dan kan ik de vraagprijs nog wat opschroeven, niet?"
" Net wat ik ook dacht, ventje!" stemt Elisabeth grif in en nestelt zich
knus in Bill's grote sterke armen voor een nieuw rondje zoenen.
 
" Je hebt hem gevonden?" roept de heer Wessley een paar dagen later
opgetogen uit.
" Inderdaad!" bevestigt Bill, alias Hercule Poirot IV.
Het spijt hem dat hij, op juffrouw Elisabeth's instignatie, het nieuws
persoonlijk is komen melden. De valse snor kriebelt verschrikkelijk en
onder de pruik marcheert een kolonne mieren ijverig van oor tot oor.
" Heb je zijn adres?" vraagt Mr.Wessley verder.
Weer antwoordt Bill bevestigend.
" Heb je hem gevraagd om langs te komen?"
" Inderdaad!"
" En?..."
" Hij weigert!"
" Wat?!!"
" Ik zei..."
" Ik heb je wel gehoord , man." snauwt Wessley kortaf.
" Waarom?"
" Waarom wat?"
" Waarom weigert die imbeciel mij te ontmoeten?"
Bill haalt, inwendig grinnikend als hij denkt aan de lol die hij en
Elisabeth beleefd hebben met het schrijven van dit epistel, een
notitieboekje boven dat hij gewichtig openslaat.
" Hij zegt dat U, ik citeer hem letterlijk..." begint Bill om een
kwartiertje later te eindigen met "...een opgeblazen, egoïstische flapdrol bent."
" Is dat alles? "
" Dit is maar een samenvatting! Maar ik laat U morgen een uitgetikte kopie in drievoud bezorgen!"
" Neen, dat zal niet nodig zijn!" beslist Wessley tot spijt van pseudo
Poirot die van plan was een paar exemplaren in de lagere regionen van het kantoorgebouw binnen te smokkelen.
" Biedt hem vijftienhonderd euro! Vijftig procent winst op één week tijd! Zoiets kan niemand laten liggen!"
" U wilt dat ik de onderhandelingen voer?"
" Dat zeg ik toch?" gromt Wessley.
" Dan...zullen we het nu nogmaals over mijn verloning hebben?"
 
De heer Wessley staat, nadat Bill vertrokken is, vanuit zijn kantoor
mistroostig over de daken van de zonovergoten stad te turen. Het zint hem niet dat die detective een gewiekste geldwolf blijkt te zijn die er alweer in geslaagd is het hem beloofde honorarium te verdubbelen.
Bovendien heeft hij via Elisabeth van zijn makelaar te horen gekregen dat de twaalfde-eeuwse zilveren kandelaars dun gezaaid zijn dit seizoen en dus erg prijzig dreigen te worden. Zeer tegen zijn zin heeft hij opdracht gegeven koste wat kost een stel van die vermaledijde dingen te bemachtigen.
Het wordt hem stilaan wat te veel en dus besluit hij om een paar uurtjes vrijaf te nemen en een wandeling in het park te maken.
 
Ook Bill voelt aandrang om het park te frequenteren. Niet zozeer om zijn zinnen even te verzetten als wel om in het aldaar gelegen sanitairblok zich ongezien en in alle rust van de onuitstaanbaar kriebelende emolumenten van zijn vermomming te ontdoen. Een opzet waar hij tot zijn grote opluchting zonder problemen in slaagt.
Blijgemoed met een lied op de lippen, jasje over de arm vanwege het
zonnige karakter van de middag, glimlacht Bill bij het verlaten van het
gebouwtje per ongeluk tegen een daar langs de kant van het pad geparkeerde kleuter. De gevolgen laten niet op zich wachten.
" Papa! Papa!" schreeuwt ‘t kind blij terwijl het op Bill losstormt om
zich vervolgens als een kleefpleister aan zijn been te hechten.
" Ik ben je papa niet, kleintje!" licht Bill het misleide kroost
vriendelijk in.
" Papa!!!!" houdt de kleine vol en drukt zijn aangezicht, getekend door een recent verblijf in het ijssalon, liefdevol tegen Bill's pantalon.
Geheel in beslag genomen door de schier onmogelijke taak het koppige kind te overtuigen van zijn vergissing, merkt hij niet dat de heer Wessley, uit de tegenovergestelde richting komend en Bill meteen herkennend, ijlings achter een voldoende dikke boom wipt om een, mogelijk gewelddadige, confrontatie te ontlopen.
Terwijl hij, verscheidene zuchten van verlichting slakend en trillend over al zijn leden om wat had kunnen zijn, het angstzweet van zijn aanschijn wrijft wijst zijn razendsnelle brein hem op de mogelijkheid om een deel van de kosten in deze zaak te suprimeren.
" Al wat jij te doen hebt..." legt het brein uit "...is deze kerel te volgen
en je van het contract meester maken!"
" Hoe?" informeert de heer Wessley, niet onlogisch.
" Héél voorzichtig!" antwoordt het brein.
En dus raapt de heer Wessley al zijn moed bijeen en gaat, gebruikmakend van elke dekking die het terrein hem biedt, Bill steels achterna.
 
Stevig doorstappend, vanwege het oponthoud dat het afpoeieren van het debiele kind met zich meebracht, begeeft Bill zich uiteindelijk op weg naar huis waar hij een afspraak met de architect heeft over de verbouwing van de villa en in het bijzonder over de extra kosten die het dichtleggen van de door de tuinman vernielde beerput met zich meebrengt.
" Die vent is precies een koerspaard!" moppert Wessley als hij alweer een sprintje moet plaatsen om Bill niet uit het oog te verliezen.
Tenslotte ziet hij, druipend van het zweet en moe tot op het bot, zijn
prooi het tuinhek van een in de steigers staande en van aannemers
krioelende Victoriaanse villa binnenwandelen.
Een uur lang houdt hij het huis zo onopvallend mogelijk in de gaten,
zinnend op een manier om onopgemerkt in het hol van de leeuw door te dringen. Tot hij in een naburige tuin een blauwe overall te drogen ziet hangen. Het werkpak van de waslijn bietsen en zich er een eindje verder tussen de bosjes inwurmen terwijl hij zichzelf met deze heldere inval feliciteert is het werk van luttele minuten.
Nadat hij zijn eigen kleren verstopt heeft stort de heer Wessley zich,
handen in de zakken en deukhoed diep over de ogen getrokken, onvervaard in het avontuur.
 
Schichtig als een kat in een vreemde steeg, sluipt de heer Wessley
stilletjes langs de door elkaar krioelende arbeiders tot zijn voortgang
plotsklaps ruw en onverwacht gestuit wordt.
" Nieuw?" rommelt het van ergens boven terwijl Wessley's neus
ongemakkelijk in een zweterige navel priempt.
" Euh?...Ik?....Ja?!.." piept Wessley geschrokken.
" Mooi! Dan moet je mij hebben! Ik ben de ploegbaas!" dondert de man. Grijpt de heer Wessley vervolgens nonchalant met één hand bij de kraag en voert hem gevankelijk naar een vrachtwagen barstensvol bouwbenodigdheden.
" Maar, maar...." Protesteert Mr.Wessley weerstrevend.
" Niks te maren! Werken! Daar komt ge voor!" gromt de spierbundel en deponeert zonder omhaal twee enorme zakken cement op Wessley's schouders.
" Naar achter met dat spul!" commandeert hij kort.
Noodgedwongen, om geen achterdocht te wekken, wankelt Wessley gehoorzaam met van inspanning trillende spieren, in de aangegeven richting.
" Vijf keer heen en weer?" stelt de chauffeur, gemakkelijk tegen de zijkant van de wagen leunend, aan de grote kerel voor.
" Drie!! Dan gaat hij door de knieën!" oordeelt de meestergast.
" Wedden?"
" Top!"
 
Maar de weddenschap vindt geen doorgang, want zodra de heer Wessley uit het zicht verdwenen is schudt hij, een paar grove onbetamelijkheden aan het adres van zijn kwelgeest mompelend, de last van zijn schouders en wijdt zich opnieuw aan de uitvoering van het oorspronkelijke plan.
Omzichtig, dubbel op zijn hoede nu voor kwaadwillende ploegbazen, dwaalt hij door het huis. Opent op goed geluk een paar deuren en belandt tenslotte in de keuken. Een oase van rust en kalmte. Bovendien, tot meerdere glorie, volledig verstoken van drukdoenerige ondernemers of lastige meestergasten! Zodat de heer Wessley, zowel geestelijk als lichamelijk volledig uitgeput door de spanning die onuitgenodigd rondneuzen in andersmans habitat altijd meebrengt, zich met een diepe zucht opgelucht aan de tafel neerlaat terwijl zijn blik werktuigelijk over het daar voorhanden zijnde leesvoer glijdt.
Ondanks zijn diepgevoelde vermoeidheid veert de heer Wessley plots blij verrast recht.
Daar!!!!... Daar ligt...., open en bloot, binnen handbereik het contract met Muis!
" Yes!!! Yes!! Yes! " kraait Mr.Wessley, het stuk papier vreugdevol aan zijn omvangrijke boezem gedrukt.
" Ik heb het! Ik heb het !"
" Ik....." stokt de verrukte geldmagnaat, midden in een soort vreugdedans rond de tafel tot een zoutpilaar verwordend. Op het ietwat stoffige glas aan de ander kant van de tuindeur tekent zich onmiskenbaar een menselijk silhouet af.
" ....moet hier weg!" beseft hij.
Nog voor Bill, want het is Bill in gezelschap van de architect, de keuken kan betreden stuift de heer Wessley, met bewonderenswaardige tegenwoordigheid van geest de hal in. Spurt vervolgens in de richting van de openstaande voordeur en rondt de bocht op topsnelheid... Om terug te stuiteren van een boze naar hem op zoek zijnde ploegbaas.
" Wel verdomme!" roept de meestergast onthutst zijn maagstreek masserend.
" Wat bezielt jou, stomme ezel?"
Maar de heer Wessley luistert al niet meer en rent, de op handen zijnde confrontatie wijselijk uit de weg gaand, hals over kop de trap op. Duikt de eerste de beste kamer in, haast zich in de richting van de openstaande balkondeuren en stapt, na het slaken van een ijzingwekkende gil en verbitterd over zoveel tegenslag, wit weggetrokken over de rand van de uitgebroken vloer van de slaapkamer.
 
Een paar halsbrekende acrobatische toeren later, zit de heer Wessley, in stilte een dankwoord tot zijn engelbewaarder richtend, op één van de nog aanwezige dwarsbalken het angstzweet van zijn gelaat te wissen als de woedende meestergast in het deurgat verschijnt.
" Kom hier jij!" commandeert deze.
Maar de heer Wessley ziet geen heil in het opvolgen van dat bevel en
schuift verder naar het midden van de balk.
" Je bent ontslagen!" gaat de meestergast paars aanlopend voort.
Een feit waar de heer Wessley minachtend zijn schouders voor ophaalt en dit met een kort en krachtig:
" Pfff...!" onder woorden brengt.
Waardoor de voorman, altijd al kort aangebonden, alle voorzichtigheid uit het oog verliest en in wankel evenwicht achter de heer Wessley aan gaat. Deze werkt zich haastig langs het gebinte naar het venster in de hoop om via het balkon aan de kennelijke wraakzucht van zijn belager te kunnen ontsnappen. Hij heeft geluk want vlak naast de uitbouw hangt een gloednieuwe stevig uitziende regenpijp klaar voor onmiddellijk gebruik.
Mr. Wessley aarzelt dan ook geen seconde en middenvingert een paar
hachelijke tellen later vanaf de begane grond uitdagend naar de op zijn beurt op het balkon klauterende voorman.
" Wat!!???" ontploft de getergde man en legt de heer Wessley vervolgens haarfijn uit wat hij met hem van plan is als hij deze in handen krijgt.
Maar de exposé kan de heer Wessley niet boeien. Hij verdwijnt met een rotvaart in de richting van de voortuin. Recht in de armen van Bill en de architect die op weg zijn om de schade aan de beerput te inventariseren.
Onmiddelijk gaat de heer Wessley vol in de remmen, maakt een
zolenverterende u-bocht en sjeest de andere kant uit waar hij, ondanks een geschreeuwde waarschuwing van Bill's zijde, even later met een gedempte plons in de nog steeds openliggende fecalieënput kopje-onder gaat.
 
" Alweer één! Straks wordt het nog een nationale sport!" verzucht Bill, de mouwen opstropend om aan het bekende vunzige reddingskarwei te beginnen.
Niet lang daarna staat de heer Wessley tot zijn geluk, maar niet echt op zijn gemak, onherkenbaar van kop tot teen onder de drek, druipend te midden van de in een stuip liggende toegestroomde arbeiders terug op het droge.
" Haal de tuinslang!" commandeert Bill.
Maar de heer Wessley haalt een onbestemd iets van tussen zijn tanden,
mompelt een onwelriekend bedankje en beent haastig, voor de onthullende waterstraal op hem gericht kan worden, achtervolgd door een zintuigverlammmend aroma, de straat op.
Op zijn huid voelt hij tevreden het knisperen van Muis's contract.
 
" WEG! Het is weg!" raast Bill terwijl hij zijn haren met wortel en tak
tracht uit te roeien.
" Ben je zeker?" vraagt Elisabeth.
" Natuurlijk ben ik zeker! Het lag hier op de tafel!"
" Heb je het niet per ongeluk ergens opgeborgen?"
" Waar? Heel mijn hebben en houden bevindt zich in deze kamer. De rest van het huis is één grote bouwwerf!"
"Laten we voor alle zekerheid nog maar eens zoeken!" stelt Elisabeth voor en voegt de daad bij het woord. Zelfs de vuilnisbak wordt niet
overgeslagen. Toch blijft, al hun inspanningen ten spijt, het contract
onvindbaar.
" Ajuus, vierduizend euro!" zucht Bill tenslotte de zoektocht stakend. Het doet juffrouw Elisabeth pijn aan het hart om haar aanstaande zo
ontroostbaar te zien.
" Weet je,.. " begint ze.
" ....je gaat naar het kantoor van Mr.Wessley en zegt....."
 
" Het spijt mij, meneer! De onderhandelingen zijn afgesprongen! Derhalve zie ik me genoodzaakt mij uit deze zaak terug te trekken!" De heer Wessley kijkt Bill, alias Hercule Poirot IV kompleet met pruik, snor en baard lang over de rand van zijn schildpadmonturen bril heen aan.
" Goed!" antwoordt hij terwijl hij zich, als teken dat het onderhoud
afgelopen is, terug aan het lezen van de dagelijkse rapporten zet.
Bill, uiterst verwonderd over de koele ontvangst van dit slechte nieuws,
schuifelt verwezen wat met zijn voeten. Schraapt dan eventjes zijn keel om alzo opnieuw de aandacht van de heer Wessley te trekken.
" Ja?" zegt de miljonair. En slaagt erin om in dit simpele tweeletterige
woordje zoveel ongeduld te proppen dat Bill onwillekeurig achteruit
deinst.
" Hm...Mr.Wessley! Er is nog een belangrijke kleinigheid te regelen, geloof ik!" vangt Bill aan en komt hiermee tot de res van zijn betoog.
" O ja?"
" Mijn honorarium?" helpt Bill hem op weg, want Mr.Wessley's mimiek geeft duidelijk aan dat hij niets van enig belang kan bedenken.
" Jouw wat?" doet Wessley verbaasd.
" Mijn H..O..N..O..R..A..R..I..U..M..! De vergoeding voor mijn diensten?" verduidelijkt Bill die als reden voor deze plotselinge
communicatiestoornis niets anders kan bedenken dan dat de heer Wessley lijdt aan snel opkomende acute doofheid. Hij maakt zich al op om gebarentaal aan te wenden.
" Ik geloof niet dat ik U iets schuldig ben!" zegt Mr.Wessley na een lang stilzwijgen in acht genomen te hebben.
" We hebben een contract, Mr.Wessley! Duizend euro om de heer in kwestie op te sporen en U zijn verblijfplaats mee te delen. En nog eens duizend om dezelfde heer over te halen de papieren aan U over te dragen!"
" Dat klopt!" beaamt de heer Wessley volmondig.
" Dus wilt U zo vriendelijk zijn een cheque uit te schrijven?" gaat Bill,
opgelucht dat er schot in de zaak komt, verder.
" Neen!"
" Neen???" echoot Bill.
" Waarom niet, als ik vragen mag?"
" Omdat U niet aan de voorwaarden van de overeenkomst voldaan hebt!" stelt de heer Wessley bot.
" Ik heb de persoon in kwestie voor U opgespoord!" weerlegt Bill.
" Inderdaad, maar U hebt nagelaten om mij zijn adres mee te delen!"
" Dat kan ik U alsnog vertellen!..." Begint Bill. Maar de heer Wessley gaat onverstoorbaar verder.
" Dat zal niet nodig zijn, want ondertussen ben ik daar al van op de
hoogte! Wat meer is, het document in kwestie is reeds in mijn bezit!"
pocht de miljonair, het contract met een brede zwaai tevoorschijn halend.
Als Bill zich voorover buigt om het papier nader te bestuderen valt hem een karakteristieke geur op.
" Jij!" roept hij in woede ontstekend. Snelt naar de schoorsteenmantel.
Grijpt de overgebleven twaalfde eeuwse altaarkandelaar uit gedreven zilver ingelegd met halfedelstenen en stormt de heer Wessley, die reeds een gedegen voorsprong heeft opgebouwd, achterna.
 
" Oh!! Arthuur! Wat ben jij toch een schat!" kirt Mevr.Wessley een weekje later tegen haar echtgenoot.
" Mama was in de wolken met haar huwelijkscadeau! Waar heb je die
prachtige kandelaars vandaan getoverd?"
" Getoverd?" snuift de heer Wessley.
" Gekocht! Van een makelaar die ik één dezer dagen met een bot mes levend vil! De dief!" raast Mr.Wessley.
" Maar, schattebout toch! Wat een taal!"
" Die kerel heeft gebruik gemaakt van de situatie! Hij wist dat ik in
tijdnood verkeerde en heeft de prijs onmenselijk hoog opgeschroefd!" tiert de heer Wessley woest gesticulerend met zijn sigaar.
" Dertigduizend euro! Dertigduizend euro heeft dat akkefietje voor jouw mama mij gekost!"
Mevrouw Wessley verstijft van afgrijzen.
" En dan? Mama is een schat! Ze is mij véél méér waard dan die miezerige dertigduizend euro van jou!" roept ze danig in haar wiek geschoten.
" Daar zeg je wat! Die dertigduizend euro zijn van mij! NIET van jou!" dondert Mr.Wessley terug.
" O, ja? Goed! Ik begrijp het! Ik zie je wel in de rechtbank!" schreeuwt de nu bijna ex-Mevr.Wessley hysterisch terwijl ze op hoge poten het kantoor uitbeent.
 
" Ahhh!!!...." zucht Bill zich gelukzalig uitrekkend op het terras van de bruidsuite in een viersterrenhotel ergens aan de côte d'Azur.
" Dit is pas leven, liefste lieveling!" Juffrouw Elisabeth, inmiddels
gepromoveerd tot mevrouw Bill, beaamt deze zienswijze vanaf haar ligstoel waar zij druk doende is haar kantoorkleurtje onder de stralende zon weg te werken.
" Ik kan nog altijd niet geloven dat die oude spullen genoeg geld hebben opgebracht om een week lang op huwelijksreis te gaan!" lacht Bill dolgelukkig terwijl hij zijn kersverse echtgenote van een nieuw laagje zonnebrandolie voorziet.
" Toch is het zo, kerel van mijn hart!" glundert Elisabeth. Ze is in en in
tevreden met de huidige stand van zaken.
Ze is nog gelukkiger met het feit dat van de vijfentwintigduizend euro die ze voor de zilveren kandelaars ontvangen heeft, er twintig op een rekening staan waar Bill niets van weet.
Want een modern meisje moet nu eenmaal vooruitdenken, nietwaar?



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:


(niet registreerd)
pff alweer zo'n loser geweest die overal 1-en heeft uitgedeeld
zeker voor dit verhaal onterecht...

Geplaatst op: 2007-01-02 10:10:32 uur