Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Liefde/Romantiek
Geplaatst:
29 december 2006, om 21:23 uur
Bekeken:
1165 keer
Aantal reacties:
1
Aantal downloads:
621 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Wessley 1"


   
Wessley.
 
" Hij doet het!"
" Hm... hij doet het niet!"
" Hij doet het...."
" Verdorie !!!!.... Hij doet ‘t niet!"
" .........."
" God, wat een slak !"
" ......."
" Allez jong ! Vooruit !"
" ..............."
" Millegrijs! Laat zien dat ge een man zijt !"
" ...................."
" Zut, daar komt niks van.....!!"
 
De heer Wessley, president-directeur van tientallen multinationals en
meesterbrein achter diverse aanverwante winstgevende machinatie's, zit in het tot kantoor omgebouwde penthouse van zijn vijfentwintig verdiepingen tellende financiële centrum naar de manager van één van zijn olie-raffinaderijen te staren die, volgens Mr. Wessley's opinie, niet
zijn volle gewicht in goud waard is en die hij dat dan ook onomwonden, in niet mis te verstane bewoordingen, heeft duidelijk gemaakt.
De man in kwestie staat op dit eigenste ogenblik, met de punten van zijn dure Italiaanse schoenen over de rand van het aanpalende dakterras voor en tegen van een sprong in de diepte af te wegen terwijl hij zich, met knikkende knieën en krampende ingewanden, het zojuist afgelopen onderhoud met de heer Wessley terug voor de geest haalt.
Denkt dan weer vertederd aan zijn lieve vrouw en de zes bloedjes van
kinderen die, indien hij besluit zijn voornemen waar te maken, berooid
achter zullen blijven.
Trekt vervolgens zijn das en de onder de zware last gebogen schouders
recht.
Sluit, met een wanhopige zucht, even de ogen.
Stapt vooruit en valt......
 
Anderhalve meter dieper op een brede sierlijst waardoor hij enkele
seconden later terug bij zinnen komt en zich voorneemt om de kleine
kruidenier in zijn wijk, die al jarenlang tevergeefs op een overnemer
wacht, een bod te doen.
 
" Hij heeft het gedaan!!!!" gniffelt de heer Wessley, van puur plezier zichzelf op de omvangrijke dijen kletsend. Waarna hij zich terug aan serieuzere zaken wijdt en ongeduldig, zijn doorweekte sigarenpeuk met een fraaie boog naast de prullenmand mikkend, in de intercom brult.
"Elisabeth!..... Elisabeth!!!!!!" Volledig overbodig trouwens daar hij, als hij zijn stem verheft, zonder moeite te verstaan is aan de overzijde van een voetbalstadion waar de thuisploeg zojuist de winnende goal gescoord heeft.
" Ja, meneer Wessley ?"
" Aaahh?!!!!.." Deze keiharde onverschrokken zakenman kan maar niet wennen aan het frêle vrouwmens dat telkens weer als een geest op slippers aan zijn zijde verschijnt. Hij verdenkt haar ervan stiekem hetzelfde trucje te gebruiken als die kerels van Star Trek.
" O....hm...ben je daar, Elisabeth? Ik had je niet horen komen..." stamelt hij van zodra hij zijn hart terug ingeslikt heeft.
" Weet ik, meneer Wessley!"
Bespeurt hij daar een geamuseerde trek op het gelaat van deze loonslaaf?
De heer Wessley houdt hoegenaamd niet van tevreden ondergeschikten! Hij is een trouwe aanhanger van de theorie dat een goede werknemer, een werknemer is die op de rand van een zenuwinzinking balanceert. Dán, en dán alleen, krijg je het volle pond voor je goede geld!
" Zo juffrouw," gaat hij verder nadat hij besloten heeft dit onzekere
element in zijn organisatie voortaan scherp in de gaten te houden.
" Hoe ziet mijn agenda voor de rest van de dag eruit?"
Juffrouw Elisabeth opent het grote boek in haar hand op de bladzijde met de datum van vandaag die zij, als efficiënte door de wol geverfde
secretaresse, vooraf gemarkeerd heeft met een bladwijzer. Loopt even met haar vinger langs de aantekeningen en leest de lange lijst notitie's voor.
Meneer Wessley luistert aandachtig terwijl hij hier en daar tijdens de
opsomming even gromt of snuift, al naargelang de gelegenheid naar zijn gevoel erom vraagt.
Het is een aanzienlijk lange lijst en het belooft een drukke dag voor de
heer Wessley te worden. Maar al kan je allerlei minder flatteuse dingen van de heer Wessley zeggen, en velen hebben dat dan ook al menige malen gedaan, luiheid kan je hem niet aanwrijven. Hij knikt even ten teken dat hij alles in zich opgenomen heeft en schikt zich in een werkdag die, naar het zich laat aanzien, tot in de kleine uurtjes zal voortduren.
" Goed, juffrouw, u kunt zich terug aan uw taak wijden." En met een gebaar als een koning die de hofmaarschalk van zijn plichten ontslaat stuurt hij zijn aide-de-camp wandelen.
Pas als juffrouw Elisabeth al bij de deur van het kantoor is valt haar nog iets te binnen.
" O ja, meneer! Een dame vroeg mij U dit pakketje te overhandigen. Zij wacht in mijn kantoor op een antwoord."
De heer Wessley kijkt verstrooid op. In gedachten was hij al aan het
volgende agendapunt bezig.
" Een dame? Een pakje?" vraagt de grote man nieuwsgierig. Want alhoewel hij op eigen houtje een handelsimperium uit de grond gestampt heeft en door medemagnaten als meedogenloos en van alle gevoel verstoken omschreven wordt, is hij diep in zijn granieten hart nog steeds een kleuter die verzot is op presentjes.
Zodra Elisabeth verdwenen is wrijft Mr.Wessley zich vergenoegd in de
handen en trekt, volop genietend van dit heerlijk ongewisse moment, de strik rond het in duur pakpapier gewikkelde cadeautje los. Verwijdert daarna minutieus de kleefband en opent, na nog even gewacht te hebben om van de ten top stijgende spanning lekker te smullen, het uit de verpakking tevoorschijn komende doosje.
Wie schets zijn verbazing als hij een kanten bustehouder met een
bijpassend en al even weinig aan de verbeelding overlatend vrouwenslipje tevoorschijn haalt!
Instinctief verheft hij de stem en sommeert zijn secretaresse, teneinde
haar te interpelleren over deze flauwe grap, voor hem te verschijnen. Tot zijn oog op het kaartje valt dat onder de lingerie verscholen ligt en hij volgende woorden in zich opneemt.
" GELUKKIGE VERJAARDAG.... " omringd met een aantal hartjes en de nogal cryptische handtekening.
" MUIS."
" Ja, meneer?" Wessley's hart schakelt gewoontegetrouw wederom in
overdrive. Toch stopt hij, vreselijk gegeneerd maar met bewonderenswaardige tegenwoordigheid van geest, zijn handen, waarin hij de lingerie ter inspectie omhoog hield, snel als de bliksem onder het bureaublad.
" Hmm...heu..hm...euh,euh...Jufrouw Elisabeth....ik, euh..die dame...?" Juffrouw Elisabeth heeft maar een half woord nodig.
" Zal ik zeggen dat U haar nu kunt ontvangen?"
" Doet U dat maar, juffrouw..."
 
Nadat juffrouw Elisabeth de deur van het kantoor discreet achter zich
dichtgetrokken heeft begroet meneer Wessley's bezoekster haar gastheer met een lage klankvolle alt die hem, zoals bijna alle mannelijke kennissen van deze bloedmooie verschijning, terstond doet sidderen van onvervuld verlangen.
" Hallo, Arthur... Ik stoor toch niet, hoop ik?"
De heer Wessley verheft hoffelijk zijn omvangrijke gestalte en komt
gastvrij met uitgestoken hand op zijn invité afgestevend.
" Muis!!! Muis, verdorie...Dát is een eeuwigheid geleden!" Wessley's
lachspieren plooien, enigszins moeizaam vanwege de lange inactiviteit,
zijn anders zo stuurse trekken tot een uiterst innemende glimlach.
Ongeveer halverwege het vertrek komt het tot een treffen, waar de heer Wessley de hand van de mooie juffer in de zijne neemt en deze ouderwets hoffelijk aan de lippen brengt.
" Kom, kom, Arthur... " pruilt de dame.
" Enkel maar een handkus?"
" Heu, hm..Ik ben alweer getrouwd, Muis." Aarzelt de heer Wessley
onverwacht preuts.
"O ja? Wat dan nog? Ik zie hier nergens een echtgenote rondhangen
nietwaar?"
De heer Wessley staat maar wat doelloos te blozen.
" .....Hier, op deze wang! TUUR!!!" gebiedt zij.
En zo sterk is haar uitstraling dat de heer Wessley, na even voor alle
zekerheid zijn kantoor op loslopende echtelingen gecheckt te hebben haar gebod gehoorzaamt.
" En hier!" gelast de diva terwijl ze haar andere wang aanbiedt. Ook dit bevel volgt de heer Wessley gedwee op.
" En nu hier!!" wijst Muis. Waarbij ze haar welgevormde volle rode lippen onder de heer Wessley's aandacht brengt. Deze is onderhand als was in haar handen en voldoet zonder aarzelen aan haar verzoek. Zodanig zelfs dat de dame in kwestie zich, na anderhalve minuut, happend naar adem moeizaam loswrikt van de ietwat overijverige Wessley.
Haar kledij terug glad strijkend, die vanwege deze laatste oefening in
genegenheid een tikkeltje rommelig geworden is, deint Muis in de richting van één van de her en der neergepote zetels waar ze het zich gemakkelijk maakt. Waardoor de heer Wessley, die zich in een gelijkaardig exemplaar recht tegenover zijn bezoekster nestelt, een nietsverhullende kijk op de fraaie steunen van haar anatomie gegund wordt.
Muis tovert een handig zakspiegeltje uit de diepten van haar handtas en begint uitgebreid haar toilet, voor zover nodig, te vervolmaken.
" Hoe vond je mijn presentje ?" vraagt zij terloops.
" Heu...bedoel je die niemendalletjes ?" antwoordt Wessley terwijl hij de stukjes textiel uit zijn vestzak te voorschijn haalt.
" Niet direct mijn maat..."
" Neen, gekkie, dan had ik wel een extra extra extra large gekocht!"
giechelt Muis.
" Zij zijn maar een deel van je verjaardagscadeautje! De rest wacht
vanmiddag op je in het Savoy!" vervolgt zij geheimzinnig.
Na dit gezegd te hebben verheft Muis het ranke lijf, wiebelt als de natte droom van iedere gezonde man naar de deur van het kantoor en verdwijnt uit Wessley's gezicht nog voor het tot hem doordringt wat ze eigenlijk gezegd heeft.
In raadselen gehuld neemt hij terug plaats achter zijn bureel. Daar valt zijn oog op het kaartje dat in het pakje zit.
" Gelukkige verjaardag! " leest hij nogmaals stil voor zich uit en in zijn
ogen blinkt plots een vonk van begrip als zijn scherpe verstand de puzzel heeft opgelost.
 
" Belangrijke afspraak! Wilt U zo vriendelijk zijn om de agenda verder alleen af te handelen?" voegt Mr.Wessley zijn secretaresse toe terwijl hij kort na de middag zijn bureau uitstormt.
" Maar meneer...ik heb vanmiddag een vrije dag! "
" Hád vanmiddag een vrije dag!" verbetert Mr.Wessley haar, zich omdraaiend in het deurgat.
" Maar meneer...ook ik heb een belangrijke afspraak!!!"
" Helaas, juffrouw. U kent het spreekwoord! Business before pleasure!"
Juffrouw Elisabeth maakt aanstalten om nog één ultiem doorslaggevend bezwaar te opperen, doch de heer Wessley neemt de kuierlatten met zulkdanige snelheid dat een daar toevallig op audientie wachtend lid van het Olympisch comité het niet laten kan een bewonderend gefluit te produceren.
En terwijl juffrouw Elisabeth, kranig haar tranen van spijt en opgekropte woede verdringend, tevergeefs probeert haar verloofde Bill van de drastische verandering in hun trouwplannen op de hoogte te brengen springt de heer Wessley in een taxi en draagt de chauffeur op de richting van het Savoy te kiezen.
 
" Op ons...." toost Wessley.
" Op ons! " antwoordt Muis terwijl zij het champagneglas heft en de heer Wessley over de rand een blik toewerpt waardoor deze, nochtans redelijk robuust van uitvoering, wankelt op zijn grondvesten.
" Zullen we even gaan zitten?" stelt Muis voor waarbij zij Wessley
zachtjes in de richting van een makkelijke stoel dirigeert.
Zelf neemt zij genoegen met de schoot van de miljardair, wiens blik haast als vanzelf in Muis's decolleté terecht komt.
" Mooi ?" informeert Muis.
" Zeer...." Antwoord Wessley betrapt.
" Meer zien ?"
" Slik...?????" De heer Wessley is zeker geen puritein en hij is inderdaad met het voornemen om wat meer van Muis te zien hierheen gekomen, doch zulke eenvoud en directheid had hij niet verwacht. Naarstig knikkend stemt hij met haar voorstel in.
Muis veert licht als een wolk op.
" Wacht hier! " commandeert zij en verdwijnt in, wat de heer Wessley
vermoedt, de slaapkamer is.
Niet lang echter wordt zijn geduld op de proef gesteld want op de plotse tonen van zachte muziek komt er langzaam en zéér sensueel een hooggehakte damesschoen met bijbehorend van alle bedekking ontdaan welgeschapen vervolg tevoorschijn. Waarna ook de rest van  Muis in zicht komt, enkel gehuld in, wat bij gebrek aan adequatere benaming, als lingerie beschreven dient te worden.
Op het ritme van de meeslepende melodie en zichzelf volledig bewust van de indruk die haar verschijning op haar gast maakt paradeert zij, de heer Wessley de kans gevend haar van alle kanten te bewonderen, door de kamer op en neer.
Maar als Wessley, niet in staat zichzelf te beheersen, een wilde greep
naar al dat heerlijks doet glipt zij, de wijsvinger vermanend geheven,
speels buiten zijn bereik.
Wessley, reeds door het dolle heen, gaat haar zonder dralen achterna.
Enkel om voor de stevig gesloten slaapkamerdeur, rammelend aan de klink, zijn frustratie te uiten.
" Tuurtje!!" hoort hij het onderwerp van zijn begeerte, vanachter het
paneel, liefjes fluisteren.
" Tuurtje, lieve jongen, ga braaf terug naar je plaats. De voorstelling is
nog niet afgelopen!"
Alhoewel Wessley's ondernemingslust door deze woorden niet afneemt, gehoorzaamt hij de bede in het volste vertrouwen dat Muis nog nooit een loze belofte gemaakt heeft.
Nauwelijks is de heer Wessley terug gezeten, of de kamer wordt aardedonker en het ritme van de nog steeds aanwezige muziek krijgt een opzwepend karakter. Duisternis maakt plaats voor halfschaduw. Waarin Muis, alweer gehuld in een nieuwe nevel van niets verhullend textiel, een wervelende dans ten beste geeft.
Wessley's verlangen, door de vorige vertoning reeds ten volle gewekt,
bereikt een nieuw hoogtepunt wanneer Muis in de rondte draaiend als een binnenhuistornado op hem afstevent. Hij strekt zijn handen en sluit de ogen in blind verlangen.....
En weer grijpt de heer Wessley in het niets. Een half teleurgesteld, half
vermanend
" Tut, tut!!" klinkt in zijn oor.
De heer Wessley, zijn lesje geleerd hebbende, blijft de rest van Muis's
opvoering aan zijn stoel gekluisterd zitten en verkent aldus nieuwe en
ongekende gebieden van lust.....
Tot het hem uiteindelijk toch teveel wordt en hij uitgeput, nog nahijgend van de geleverde inspanning met een zich langzaam uitbreidende vochtige plek ter hoogte van zijn kruis, in de zetel onderuit zakt.
Muis, ziende dat de heer Wessley's aandacht verslapt, staakt haar dans der verleiding. Trekt ietwat decentere kledij over de nietigheid, die zij als laatste ten tonele gevoerd heeft, en begint het ijzer te smeden terwijl het heet is.
" Wat vond je ervan ?" opent zij het gesprek.
" Wauw...." hijgt Wessley na.
" Wat een show!!!"
" Dan moest je me eens op de planken bezig zien! " vertelt Muis, in haar sas met de haar toegezwaaide lof.
" Op de planken ?" Informeert Wessley, verbaasd.
" Ja, met de juiste belichting en wat meer ruimte om me heen!"
" Is dit alles een act ?"
" Inderdaad!!"
" Waar treed jij dan op?"
" In het Lido...."
" In het Lido ? Bedoel je in hét Lido? Het PARIJSE Lido?"
" Juist...Het is te zeggen...Ik heb een contract om volgende week een try out te maken!"
" Je bent geweldig! Je krijgt ze allemaal plat!" roept Wessley, nog in de
ban van het spektakel, enthousiast.
Haast als vanzelf glijdt Muis terug op Wessley's schoot.
" Dat zal ik! Maar ik mis een degelijke sponsor! Zie je, Tuurtje..." en ze plukt een stofje van zijn jas.
" Eigenlijk hoopte ik dat jij mijn eerste uitgaven wilde dragen."
" Ik ...euh..ik zal er eens over denken..." aarzelt de heer Wessley. Het
testosterongehalte in zijn bloed neemt geleidelijk af terwijl de gedegen
zakenman langzaam, als een feniks, herrijst uit de as van zijn brandend verlangen.
Muis, zijn aarzeling bemerkend, begint te pruilen.
" Maar Tuurtje toch, denk aan al hetgeen wij samen beleefd hebben!"
" Ach...." Doet Wessley vergoelijkend......dan wordt zijn blik getrokken door het als bij toeval openvallen van Muis's overkleed.
" Toe, Tuur. Ik hoef geen lening! Het is een solide belegging!"
" Solied??" echoot Tuur.
" Als een berg!... Als twee bergen!"
" Dat zie ik, ja.." likkebaart de heer Wessley, volledig in beslag genomen door het hypnotiserende op en neer deinen van de welvingen voor zijn neus.
" Ik heb maar 2500 euro nodig!"
" Helaas, zoveel heb ik niet op zak. " geeft de heer Wessley spijtig toe.
" Anders met plezier hoor kindje..." verontschuldigt hij zich.
Muis, echter, haalt, god mag weten waarvandaan, een stel officiëel
uitziende papieren tevoorschijn. Profiterend van het feit dat ‘s mans
aandacht afgeleid wordt door nog meer zeer professioneel ontblote stukjes vrouwelijk schoon drukt zij de heer Wessley een balpen in de hand.
" Ach, Tuurtje, lieverd! Ik hoef het geld niet direct. Als je hier je
handtekening zet dan ga ik morgen naar de bank om het bedrag te innen.
" Goed, goed maar ik teken nooit wat ik niet gelezen heb, Muisje!"
onderbreekt de heer Wessley zijn beschouwing van des dames heerlijkheden en leest zorgvuldig de hem voorgehouden documenten.
Hij kan er niets verkeerds in vinden en bedenkt dat hij voor zo'n
belachelijk klein bedrag, indien de show aanslaat, 50% van de opbrengst beurt. Niets brengt een selfmade miljonair meer in zijn hum als een financiële meevaller en dus zet de heer Wessley blijgemoed de pen op papier.
Helaas zonder resultaat.
" Verd....die pen doet het niet!"
" Geen probleem! Ik haal even een andere!" zegt Muis rechtspringend en komt even later blijgemoed met nieuw schrijfmateriaal in de ene en het contract in de andere hand terug tevoorschijn, zodat een halve minuut later de heer Wessley's handtekening tot beider tevredenheid op de papieren prijkt.
" En nu..." zegt Muis terwijl zij haar zitplaats heupwiegend richting
slaapkamer verlaat en het weinige dat zij nog om het lijf heeft op de
grond laat glijden.
" ....gaan we jouw verjaardag eens echt vieren!"
 
Wanneer een niet onbemiddelde jongeman de vrouw van zijn dromen ontmoet, groeit alras het niet te onderdrukken verlangen zijn onverhoopt geluk te consolideren alvorens er kapers op de kust verschijnen die het voorwerp zijner adoratie mogelijk op andere gedachten brengen. Zo ‘n jongeman zet alles op alles om het licht van zijn leven te bewegen haar jawoord op zijn timide gestamelde aanzoek te ontfutselen.
Doch eer het zover is dat de jongeman in kwestie tot de eigenlijke
executie van deze belofte kan overgaan is het bang afwachten in kommer en kwel. Zeker in het geval van Bill die reeds anderhalf uur, in de foyer van het Savoy, zijn nagels zit af te kloven in afwachting dat juffrouw Elisabeth aan de horizon zal opdoemen.
Wanneer Bill voor de achtentachtigste keer zijn uurwerk geraadpleegd heeft voelt hij dat zijn zenuwen een douceurtje best kunnen gebruiken. Hij besluit van standplaats te veranderen en een opkikkertje in de bar te nemen die door de directie van het Savoy heel conveignant voorzien is van glazen deuren die uitzicht bieden op de grote inkomsthal.
 
De heer Wessley komt langzaam tot bewustzijn. Het vieren van zijn
verjaardag op Muis's manier is nogal tumultueus verlopen en de heer
Wessley heeft, bij wijze van spreken, zijn beste beentje voorgezet. Hij
herinnert zich in het bijzonder een paar standjes die zelfs een volleerde slangenmens niet zonder twijfel in het hart aangevat zou hebben.
Wankelend, met een lijf dat aanvoelt alsof het meermaals door een mangel gehaald is, strompelt hij naar de badkamer in de hoop dat een stevige douche zijn tanende levenskrachten zal weten op te peppen.
Pas wanneer hij na geruime tijd en een met de moed der wanhoop ijskoud genoten stortbad, de salon betreedt ontwaart hij op de salontafel een aan zijn persoon gerichte enveloppe.
" Allerliefste onovertroffen Tuur, " leest hij en kan het niet laten deze
lovende aanhef te appreciëren.
" Het spijt me dat ik je zo zonder afscheid moet verlaten, maar je lag
daar zo heerlijk te slapen dat ik het niet over mijn hart kon krijgen om
je te wekken. Ik hoop dat je van mij lag te dromen...
Bijgesloten, jouw kopie van ons contract.
Veel liefs en tot spoedig weerziens,
Muis.
P.S.
"Hoop dat je er van genoten hebt."
 
Nog een beetje gammel in de leden, maar behoorlijk blijgemoed trekt de heer Wessley de deur van de hotelkamer achter zich dicht.
Met een glimlach om de lippen stapt hij uit de lift op de begane grond,
zodat hij alleen maar lichtjes geagiteerd een wenkbrauw optrekt wanneer de hotelmanager hem beleefd doch resoluut staande houdt.
" Goeiemiddag, meneer Wessley! Gaat U ons verlaten?"
" Inderdaad, inderdaad beste man. De plicht roept!"
" U hebt de suite dus niet meer nodig?"
" Neen, verhuurt U ze maar gauw aan iemand anders!"
" Alles was naar wens, mag ik hopen?"
" Meer dan dat! Veel meer dan dat!" antwoordt Wessley naar waarheid.
" Dan...euh...wilt U zeker nu de rekening voldoen?"
" Rekening? Rekening?? Welke rekening?"
" De hotelrekening.....??"
" Euh...??? Oh ja, inderdaad waar ben ik toch met mijn gedachten?" lacht de heer Wessley groenig. Het voelt alsof hij zijn eigen verjaarscadeau moet betalen.
Verbijsterd neemt hij vervolgens kennis van het bedrag dat het hotel
aanrekent zodat ook zijn laatste restje bien être smelt als sneeuw voor de zon.
" Zeg, hé ! Hoteldinges..." wenkt hij de manager bij zich.
" Lees dit eens voor! Ik geloof dat ik alles dubbel zie!"
Maar nadat de chef d'hotel de heer Wessley's wens ingewilligd heeft beseft deze laatste dat er spijtig genoeg niets mis is met zijn ogen.
Gelaten grijpt de heer Wessley naar zijn portefeuille. Die komt hem echter al direct dunnetjes voor en als hij het ding openklapt zit, op de plaats waar gewoonlijk zijn liquide middelen zich ophouden, een klein met de hand geschreven briefje.
" Artje, ik zit op het ogenblik een beetje krap. Ben zo vrij wat handgeld van jou te lenen. Liefs, Muis." En alhoewel de heer Wessley niets dan goede herinneringen aan hun gezamenlijk doorgebrachte namiddag koestert, kan hij het toch niet nalaten het epistel woedend tot kleine snippertjes te reduceren en de overblijfsels onder zijn voeten te vertrappen.
" Ik...euh.. ik ben vanmorgen blijkbaar vergeten geld bij me te steken...."
Legt hij, na dit korte maar hevige intermezzo, de verbaasde hoteldirecteur uit.
" Ach, mijnheer, geen probleem! Tekent U even deze kwitantie en dan sturen we de factuur wel naar U toe!"
" Wat????" schrikt de heer Wessley. "Niet opsturen!"
" Vooral niet opsturen!!!" herhaalt hij voor alle duidelijkheid.
De heer Wessley wordt helemaal koud vanbinnen als hij aan zijn
zesentwintigste, voorlopig laatste, echtgenote denkt en het astronomische bedrag dat zij als alimentatie zal eisen bij het vernemen van deze frivole zijsprong. Iets wat zij gegarandeerd te weten komt daar hij kortgeleden, in een vlaag van verstandsverbijstering tijdens de huwelijksreis, toegestemd heeft in gezamelijke bankrekeningen.
" Ik haal even wat geld!"
" Zoals U wilt. " stemt de directeur toe, waarmee de zaak voorlopig
gesloten wordt.
 
De in aller haast gemaakte belofte het verschuldigde bedrag met baar geld te voldoen plaatst de heer Wessley, zoals hij zich nu wel realiseert
terwijl hij zijn situatie in een rustig hoekje van de foyer evalueert,
voor een probleem.
Wrang bedenkt hij dat de zo ruim aanwezige fondsen opgeslagen in diverse banken verspreidt over het ganse Europese vasteland en omstreken, vergaard gedurende vele jaren van noeste nietsontziende arbeid nu zo onbereikbaar voor hem zijn en hij de benodigde flappen op een andere manier zal moeten bemachtigen.
Haast automatisch gaat zijn snelle op geld verdienen gespitste brein aan het werk en nog voor hij zich goed en wel in een gemakkelijke zetel geïnstalleerd heeft ziet hij de oplossing van zijn moeilijkheden voor zich. Veert energiek terug recht en stevent naar de bar aan de overzijde van de grote zaal.
Op het eerste gezicht puilt het etablissement uit van kerels met stevig
gevulde beurzen en zo meneer Wessley een lichte aarzeling vertoont bij het aanvangen van de zichzelf opgelegde taak, is dit enkel omdat hij het moeilijk vindt te kiezen uit het grote aanbod slachtoffers.
Hij is zich bewust van een aangename opwinding en beseft dat hij deze
sensatie niet meer ervaren heeft sinds hij, in een ver en vaag verleden,
zonder een cent op zak in een vreemde stad van de trein stapte met een
koffer vol haast onverkoopbare huishoudartikelen, enkel gewapend met een door knagende honger gestaalde ijzeren wil de prullen van eigenaar te doen veranderen.
De heer Wessley wrijft zich in de handen en stroopt, figuurlijk gesproken, de mouwen op.
Daar heb je bijvoorbeeld die sufkop van een graaf Elewijt. Hij maakt zich sterk dat hij de man binnen de vijf minuten een duizendje kan afhandig maken. Blijgemoed tijgt hij aan het werk.
" Hallo, hallo, hallo!" groet hij de toekomstige financier terwijl hij
deze joviaal op de rug mept.
" O..eh..dinges..." antwoordt de graaf als hij de nieuw aangekomene in de peiling krijgt en deze viseert door een oubollig monocle.
" Wessley!" helpt Wessley de man wiens geheugen blijkbaar niet meer is wat het geweest is.
" O...eh ja, Wessley!"
" Lang geleden dat ik U hier nog gezien heb!" begint Wessley zijn
verkoopspraatje.
" Eh....inderdaad, inderdaad. Ben een eh...tijdje in het buitenland geweest."
" Het buitenland ? Nice ? Cannes ? Monte Carlo? Of alle drie misschien?"
" Eh..neen, Amerika om exact te zijn."
" Amerika! Wat een land, hé? Veel interessante Amerikanen ontmoet?"
" Nogal wat ja, nu je er zelf over begint. Amerikanen zijn verschrikkelijk interessante typen."
De heer Wessley wenkt een rondslenterende kelner.
" Kan ik U iets aanbieden, meneer de graaf?"
" Graag, dank U."
Wanneer de kelner vertrokken is met beider bestelling zet de heer Wessley zijn praatje voort.
" Ach, ik heb de beste herinneringen aan Amerika. Hebt U het
Vrijheidsbeeld gezien?"
" O, eh..ja...je bedoelt toch dat grote geval aan de ingang van de haven van New York, hé?"
" En de bevolking. Vriendelijk, vrolijk...vrijgevig!" leidt de heer Wessley het gesprek langzaam in goede banen.
" Ik herinnner mij dat ik op een avond in New York nogal in verlegenheid gebracht werd door het feit dat ik geen geld op zak bleek te hebben. Een kerel aan de bar naast mij betaalde niet alleen mijn drankje, maar leende mij nog eens honderd dollar om terug thuis te geraken! En voor ik hem kon bedanken wandelde hij doodgemoedereerd de bar uit! Net als in hun westerns, waar de held aan het eind van de film tegen de ondergaande zon in aan de horizon verdwijnt! Harde bolster maar een hart van goud!"
Beleefd betuigt de graaf zijn instemming met deze zienswijze.
" Alhoewel, " gaat Wessley voort.
" U en ik waarschijnlijk hetzelfde gedaan zouden hebben, nietwaar?"
" O, zeker! Zeker!" bevestigt de graaf grif. Het gaat niet aan om het
oneens te zijn met een kerel die je zopas wat te drinken heeft aangeboden!
" Vanzelfsprekend, nietwaar? Vanzelfsprekend!"
Het gesprek kabbelt nog een paar minuten voort, tot de graaf tekenen
vertoont dat hij wil opstappen.
" De rekening, alstublieft!" gebiedt de heer Wessley een langslopend
garçon en als de graaf zijn portefeuille boven haalt houdt hij de man met een groots gebaar tegen.
" Laat maar zitten! Dit is voor mij!" klapt zijn eigen brieventas open om, met goed gespeelde verbazing, op te merken.
" Nee maar! Ik heb weer geen geld bij me! Net als in New York!"
" Het spijt me graaf maar kunt U me misschien een duizendje lenen?"
Maar wanneer hij op- en omkijkt zit hij tegen de lucht te praten terwijl
de graaf, net zoals in Amerikaanse westerns, tegen de ondergaande zon in aan de horizon verdwijnt.
" Zet het maar op de rekening." Bijt de heer Wessley ietwat gebelgd de
geduldig wachtende kelner toe terwijl hij opstaat en verbitterd naar een volgend slachtoffer speurt.
Haast als vanzelf valt zijn spiedend oog op Bill die, na drie uur vijftien
minuten en drieendertig seconden angstig afwachten, stilaan begint te
twijfelen aan de goede afloop van zijn trouwplannnen met juffrouw
Elisabeth en wie het verblijf in de bar al evenmin in de kleren is gaan
zitten zodat hij nu door een overmaat aan alcohol in een poel van
zelfmedelijden heen en weer zwalpt tussen hoop en wanhoop.
" Goeiemiddag!" Bill kijkt op naar een vriendelijk lachend korpulent
manneke.
" Is deze plaats bezet?" Gaat het baasje verder terwijl hij naar de lege
stoel aan Bill's tafeltje wijst. Bill opent zijn mond om de man beleefd af
te wimpelen als deze opmerkt:
" Of wacht U misschien op iemand ?"
Deze simpele woorden raken bij Bill een gevoelige snaar en resoluut als
een dronkenman kan zijn neemt hij een besluit.
" Neen!" antwoordt hij en werpt met dat ene woord al zijn toekomstdromen overboord.
" Neemt U gerust plaats!"
De vreemdeling wuift een kelner naderbij.
« Kan ik U misschien een drankje aanbieden? » vraagt hij aan Bill.
Bill knikt instemmend en geeft daarmee de heer Wessley de kans om zijn verkoopspraatje in lichtjes aangepaste versie aan te vangen.
 
Toen haar chef die middag snel als de weerlicht verdween en juffrouw
Elisabeth's kans op romantiek in zijn kielzog kopje onder ging, kwam de door zoveel onrechtvaardigheid tot in het merg gekwetste secretaresse in opstand. Een paar minuten vemeidde zij zich in dagdromen waar haar werkgever de rol van lijdend voorwerp werd toebedeeld en waarvan een middeleeuwse inquisiteur, verbaasd over zoveel raffinnement, opgekeken zou hebben.
Doch alras begon zij, praktisch van aard zoals een secretaresse in hart en nieren betaamt, te zinnen op manieren om het haar rechtens toekomende vertier alsnog te pakken te krijgen zonder de strikte orders van baas Wessley met de voeten te treden.
En dus, na ampel beraad, werkte juffrouw Elisabeth zich in ijltempo door de agenda van haar directeur.
Het feit dat juffrouw Elisabeth veel van wat zij te horen kreeg niet of
maar ten dele kon bevatten en uitgaande van het standpunt dat de kans om een juiste beslissing te nemen ongeveer fifty fifty was, deed haar overgaan tot het om beurt inwilligen en afwijzen van de tot haar gerichte verzoeken.
Ten gevolge van deze strategie bevonden sommigen van de smekelingen zich, tot hun grote verbazing en voor de meesten ook tot hun grote opluchting, reeds luttele ogenblikken na hun entrée terug in de gang waar zij hun audiëntie urenlang in bang voorvoelen hadden afgewacht. De één zeer tot zijn verwondering met een akkoord, de ander tot zijn even grote ontsteltenis met een kort en krachtig njet.
Zodoende stapt de vreselijk overwerkte, doch nog steeds in een poëtische stemming verkerende, lichtelijk verfomfaaide secretaresse in een taxi omstreeks de tijd dat Bill het geld, bestemd om de onvermijdelijke kosten eigen aan een huwelijk te bestrijden, aan de heer Wessley overhandigt in ruil voor Muis's contract met op de achterkant de belofte van Wessley om, zodra Bill even langs wipt in zijn kantoor, de lening met rente terug te betalen.
 
Gesterkt door de wetenschap dat hij, niettegenstaande de wreedheid van het lot dat het zijne is, toch nog een goede daad gesteld heeft talmt Bill niet langer en neemt de wijk naar de bescheiden Victoriaanse villa in de buitenwijken van de stad die hij sinds kort, dankzij het recentelijk verscheiden van een vermogende oom, de zijne noemen kan.
Derhalve mist hij juffrouw Elisabeth die met verwarde haren uit de met piepende remmen tot stilstand komende taxi plopt op het ogenblik dat Bill, als een geslagen man met afzakkende schouders en neerhangend hoofd, de hoek om sloft.
Met twee treden tegelijk bestormt de amoureuse secretaresse het bordes van het hotel. Baant zich vervolgens zonder onderscheid des persoons een weg tussen poserende filmsterren en rondslenterende oliesjeiks. Speurt tegen beter weten in hoopvol de omgeving naar haar geliefde af. Gluurt tevergeefs in en om de her en der verspreid staande, welig tierende, binnenhuisvegetatie. Loert teneinde raad discreet achter de door hertogen en hertoginnen ingenomen fauteuils, werpt zelfs een blik onder de, door Amerikaanse miljonairs ingepalmde, salontafeltjes. Doch moet uiteindelijk de waarheid onder ogen zien. Haar teerbeminde Bill schittert door afwezigheid!
Alhoewel hete tranen van diepgevoelde teleurstelling om het mannelijke onvermogen langer dan drie uur en drie kwartier geduld te oefenen op de belangrijkste dag van hun leven, zich langzaam maar zeker een weg naar haar safieren kijkers banen en zij reeds een greep naar haar zakdoek doet om de vloed in te dammen geeft juffrouw Elisabeth, net als haar beroemde koninklijke naamgenote haar pogingen om de huwelijkse staat alsnog te bereiken niet op.
Vastbesloten snuit ze haar neus, veegt ferm haar wangen droog, diept haar portemonnee op en telt, tevreden knikkend, de inhoud na. Snelt vervolgens terug naar buiten, duikt een daar staande taxi in en geeft de chauffeur opdracht zich als de bliksem naar Bill's residentie te begeven.
 
Daar zit zij, nadat de inhalige huurrijtuigbestuurder haar laatste euro in beslag genomen heeft, de mistroostige Bill op de stoep van zijn nederige stulp op te wachten wanneer hij meer dan een uur later arriveert.
Groot is de vreugde in beider harten als zij elkaar in de armen vallen en wederzijdse verontschuldigingen vermengd met hartstochtelijke woorden fluisteren in de korte ogenblikken dat zij elkaars gelaat niet met brandende kussen overdekken.
" Schat! Schat! Schat!" zucht Bill terwijl hij zichzelf wel stampen kan
omdat hij aan haar liefde durfde twijfelen.
" Schat! Schat! Schat!" antwoordt Elisabeth vergevingsgezind.
" Schat! Schat! Schat!" besluit Bill opgelucht.
" Schat! Schat! Schat!" herhaalt Elisabeth om toch maar het laatste woord te hebben.
Dan maakt zij zich gedecideerd uit de verstrengeling los.
" Schat!???" vraagt Bill ongerust.
" We hebben nog tijd!" verklaart Elisabeth terwijl zij haar armbanduurwerk raadleegt.
" Tijd???" echoot Bill niet begrijpend.
" Tijd? Waarvoor?"
" Om te trouwen!" legt juffrouw Elisabeth uit.
" Als we ons haasten, halen we het gemeentehuis nog voor het loket sluit!"
" Helaas...." Zucht Bill en vertelt Elisabeth van zijn goede daad.
" WAAAAT??!!!" gilt zij als Bill tenslotte, beschaamd het hoofd buigend, zwijgt. Het kost haar alle moeite en liefde die zij kan opbrengen om hem niet met een stomp voorwerp op de kruin te meppen.
" Heb jij de rijkste én gierigste man van de hele stad geld geleend?"
" Hij heeft beloofd het met rente terug te geven!" verdedigt Bill zich.
" En jij geloofde hem?"
" Euh...ja..."
" Zalig de armen van geest, want zij zullen het rijk God's zien!" zucht Elisabeth met ten hemel geslagen ogen berustend in haar schijnbaar onontkoombare lot.
 
" ARTHUUR!!!!"
" Eh...ja schat???"
" Heb jij vijfentwintigduizend euro uitgegeven?"
" Ik???"
" Ja, jij!!! Wie anders, idioot!!!"
" Ik heb helemaal geen vijfentwintigduizend euro uitgegeven!"
" O, neen? En wat is dit dan?"
" Heu?"
De heer Wessley staart, niet begrijpend, naar het bankafschrift dat zijn echtgenote hem demonstratief onder de neus duwt en neemt hoogstverwonderd kennis van het voorgelegde feitenmateriaal. Waarbij hij eerst paars van woede maar direct daarop bleek van schrik Muis's handtekening herkent.
" Wel???" dringt mevrouw Wessley aan.
" Daar euh.., heb ik een verjaardagskadeautje mee gekocht!" bekent de heer Wessley benauwd.
" O ja? En wie is de gelukkige??" informeert mevrouw Wessley met een stem waar je diamant mee kan klieven.
" Dat zeg ik liever niet!" antwoordt Wessley, naar waarheid.
" ARTHUUR!!!!!!"
" Ja schat??"
" WIE??"
" Euh...." De heer Wessley wriemelt wanhopig met een dikke worstenvinger aan zijn plotsklaps vreselijk knellende boord.
" VOOR WIE???" houdt zijn eega dreigend aan.
" Euh...voor jou..." improviseert de heer Wessley.
" Voor mij???? Waarom?"
" Voor je verjaardag natuurlijk!"
" Maar dat is pas over drie maand!"
" Moet het spul nog laten maken." Gaat de heer Wessley onverschrokken op het zopas ingeslagen, glibberige, pad der leugen verder.
" O! O, schattebout!" roept mevrouw Wessley uit en vliegt haar echtgenoot deemoedig om de hals.
" Kan je me vergeven? "
" Nou, nou..." gromt de man van de wereld die zijn domme, jaloerse vrouwtje vergevingsgezind aan zijn hart drukt.
 
Als de deur van het kantoor achter zijn zesentwintigste, en voorlopig
laatste, eega dichtvalt wist de heer Wessley zich het angstzweet van zijn
aanschijn. Trilt een wijle hevig over het ganse lichaam bij de gedachte
aan de nipt afgewende katastrofe, zinkt ten langen leste geestelijk en
lichamelijk totaal uitgeput neer in één van de talrijk voorhanden zijnde zetels, waar angst om wat had kunnen zijn en woede om wat is geschiedt een bittere strijd om de overhand in zijn gemoed leveren.
Hij is juist bezig Muis en haar frauduleuze praktijken hartsgrondig te
vervloeken als een bescheiden klop op de deur zijn aandacht afleidt.
" Ja!" buldert de heer Wessley humeurig.
Zodat Bill onverwacht en onaangekondigd, op het slechts mogelijke moment, zijn opwachting maakt nadat hij door juffrouw Elisabeth bij de haren naar het kantoor van haar baas gesleept is.
De heer Wessley, die nooit een gezicht vergeet, herkent Bill direct en
vermoedt een nieuwe aanslag op zijn vandaag al zo fel geteisterde
portemonnee. Hij voelt een felle, snel groter wordende, weerzin om nog meer verlies te incasseren. Temeer daar, nu het bedrog van Muis aan het licht is gekomen, haar contract voor de heer Wessley eveneens waardeloos geworden is.
" Hallo..." opent Bill het gesprek.
" Ik...euh..ben de man die U gisteren uit de nood geholpen heeft?"
" Oh ja?" doet Wessley terwijl hij Bill aanstaart alsof die zojuist onder
een platte steen vandaan gekropen is.
" Ik..euh..was in de buurt en dacht, laat ik even aanwippen, dan kan die brave man zijn schuld voldoen!"
" Oh ja?" Niet echt een antwoord waar je het gesprek mee gaande houdt en dus gaat Bill van lieverlee verder.
" Herinnnert U zich nog dat duizendje dat ik U gisteren heb
voorgeschoten?"
" Neen!" gromt Wessley kort en vijandig.
" De bar van het Savoy?" probeert Bill opnieuw.
De heer Wessley schudt ontkennend het hoofd.
" Ik weet niet waar U het over hebt!" posteert hij bot.
Bill haalt Muis's contract met de op de achterkant geschreven
schuldbekentenis boven.
" Hier! Hier staat dat U mij duizend euro schuldig bent en zult
terugbetalen met rente!" wijst hij heftig gebarend naar het, ondertussen ferm beduimelde document.
Meneer Wessley werpt er nauwelijks een blik op.
" Dat kan iedereen geschreven hebben!" verklaart hij zonder blikken of blozen.
" Hier, is dat uw handtekening?" gilt Bill die over zijn toeren begint te
raken.
Waarop Wessley, zonder het hem voorgehouden bewijs in ogenschouw te nemen verklaart:
" Helemaal niet! Dít hier is mijn signatuur!" waarbij hij een daar
toevallig rondslingerende brief toont waar inderdaad een volledig ander autogram het papier siert en Bill, met een snik, begrijpt dat hij grovelijk en met voorbedachte rade is opgelicht!
 
Dhr. Wessley stormt met de gratie, de vaart en het bijbehorende
allesoverweldigende ingewandkrampende subsone gerommel van een
sneeuwlawine op het toppunt van haar kortstondige leven, de monumentale trap van zijn vijfentwintig verdiepen tellende kantorenkomplex af.
Houdt heel even in om een zijn pad kruisende vitrinekast te ontwijken.
Dendert als een op hol geslagen locomotief over een onschuldige passant.
Licht beleefd, als een heer in hart en nieren, in het voorbijgaan even
verontschuldigend de deukhoed van zijn reeds lang van haargroei verstoken schedeldak en baant zich vervolgens onstuitbaar en met onverminderde snelheid, als een ijsbreker in een dichtgevroren poolzee, een weg door de menigte op het gelijkvloers.
Een dag als alle andere dus...... behalve dat de heer Wessley dit keer een grondige reden heeft om zijn roekeloze, nietsontziende tocht door het gebouw min of meer te vergoelijken. Want, in het kielzog van deze grote man, met amper twee meter achterstand spurt Bill met een van haat verwrongen gelaat. Een zware, en voor de geinteresseerden, unieke twaalfde-eeuwse altaarkandelaar uit gedreven zilver voorzien van bladmotief en ingelegd met achtkantig geslepen halfedelstenen geestdriftig in de rondte zwaaiend.
De gehaaste magnaat bereikt als eerste de draaideur, die de verbinding
tussen de hal en de rest van de wereld vormt, stormt geroutineerd zonder aarzelen één der kwadranten in en zorgt er alzo voor dat de zich in de tegenovergestelde sectie bevindende kruier het wereldsnelheidsrecord pakjesdragen door vestibules op zijn naam brengt. De tijdswinst door deze prompte levering gaat helaas grotelijks terug verloren wanneer men de arme man met veel moeite uit de receptiebalie wrikt waar hij, zeer tot ongenoegen van de juffrouw van dienst, die plots iets warms en kleverig in haar schoot voelde, met kop en schouders in verdwenen is. Mr.Wessley echter vervolgt, te zeer in beslag genomen door persoonlijke zorgen om zich het lot van anderen erg aan te trekken, zonder omkijken zijn weg. Loopt drie en zestig rondjes in het tourniquet, op de hielen gezeten edoch veilig gescheiden van zijn nog immer moordlustige belager door het slagvaste glas alvorens als een kurk uit een te warm geserveerde champagnefles tegen de portier aan te knallen die, een boom van een vent zijnde en gezegend met een borstomvang die verscheidene kleerkasten kan
bevatten, buigt maar niet breekt als Mr.Wessley hem vol in het middenrif raakt.
En terwijl Mr.Wessley's achtervolger druk doende is om de over haar toeren geraakte draaideur te kalmeren, benut onze vluchteling het verkregen respijt met het uitsorteren van zijn in de war geraakte ledematen en het begroeten van zijn werknemer.
" Help me, Jerom!!" opent hij het gesprek en raakt alzo direct de kern van zijn betoog.
" Hallo Mr.Wessley!! Alweer een belegger te woord gestaan?" informeert de deurbewaarder met een zijdelingse blik naar de nog immer rondjes draaiende en woestgestikulerende Bill.
" Hij wil me vermoorden!" legt de heer Wessley uit.
" Hemel! Die van vorige week wilde U enkel vierendelen, als ik het goed heb nietwaar?"
" Doe iets!" pleit de heer Wessley verschrikt ogend naar het zienderogen vertragende tourniquet.
" Hola!!" onderbreekt Jerom, hand in het universele stopteken geheven, de smekeling resoluut en verraadt met deze geste en woordkeus een kwart-eeuwse carriere als zilverknop.
" Die van vorige week was niet gewapend!" wijst hij naar de unieke
twaalfde-eeuwse kandelaar uit gedreven zilver voorzien van bladmotief en ingelegd met achtkantig geslepen halfedelstenen, die Bill furieus in de richting van Mr.Wessley zwaait.
Ook Mr.Wessley ontgaat dit dreigend gebaren niet en graait gelaten naar zijn portefeuille.
" Hoeveel ?!!!" zucht hij, begrijpend dat lang aanslepende onderhandelingen niet aan de orde zijn.
" Dubbel ?" probeert Jerom en tot zijn niet geringe verbazing telt Mr.
Wessley vliegensvlug het verlangde bedrag uit.
Net op tijd trouwens want uit de tot stilstand gekomen draaideur komt Bill hen, vanwege het lichtelijk verwarrend effect dat de middelpuntvliedende kracht op het evenwichtsorgaan heeft, in min of meer rechte lijn tegemoet.
Mr.Wessley duikt achter Jerom's brede rug.
" Houdt hem tegen!!" piept hij.
" Als ik U was zou ik maken dat ik weg kwam." Adviseert Jerom zijn
werkgever terwijl hij met de linkerhand een taxi fluit en met de rechter Bill in de kraag vat.
Mr.Wessley heeft echter geen aansporing nodig en duikt, lenig als een kat en vlug als een aal, in het voertuig.
" Alweer ??" grijnslacht de chauffeur als het portier dichtklapt.
" Wat???? Dubbel????" hoort Jerom de heer Wessley, door het neergedraaide raampje, verontwaardigd schreeuwen terwijl het vehikel met gierende banden van het trottoir loskomt en Bill's kandelaar rakelings langs zijn hoofd zwiept.
 
" Daar gaat de vent die mijn geluk gestolen heeft!" raast Bill, met
machteloos wiekende ledematen en lede ogen het voertuig, waarin Wessley aan het achterraampje een neus naar hem zet, nakijkend.
" Is dat zo, meneer?"
" En jij hebt hem daarbij geholpen!" vaart Bill kwaad tegen Jerom uit.
" In bevolen dienst, mijnheer!" verdedigt de portier zich.
" Als die kerel vraagt je vrouw te molesteren. Doe je dat dan ook?" gromt Bill terwijl zijn adrenalineniveau langzaamaan naar normalere waarden zakt.
" Ik ben niet gehuwd, meneer!"
Even heerst er een nogal ongemakkelijke stilte waarin Bill peinzend naar het aan de einder verdwijnende vehikel staart.
" Je kan me nu wel neerzetten!" stelt hij uiteindelijk voor.
" Dank u! Ik kreeg stilaan kramp in mijn arm, meneer!" zucht Jerom,
opgelucht zijn verongelijkte spieren masserend, nadat hij aan Bill's
verzoek voldaan heeft.
Tenslotte haalt Bill berustend in zijn tegenspoed de schouders op.
" Nou, dan ga ik er eens vandoor."
" Nog een prettige dag, meneer!" wenst de portier hem met een beleefde tik aan de pet en bijna had Bill hem een fooi in de hand gestopt.
Maar Bill is pas een paar meter ver als Jerom, hem schielijk achterna
komend, opnieuw staande houdt.
" Meneer!"
" Uh?..."
" Meneer! Uw kandelaar!"
Bill haalt ongeïnteresseerd zijn schouders op.
" Een mooi stuk antiek, als ik het zeggen mag, meneer!"
" Pffff... Stond in die hufter zijn kantoor!" verklaart Bill terwijl hij
aanstalten maakt om zijn weg te vervolgen.
Maar de portier duwt hem het voorwerp met lichte aandrang in de onwillige handen.
" Hij mist het toch niet en misschien maakt dat iets van uw verlies goed, meneer!"
Heel even staart Bill, verwonderd over zoveel onverwacht medeleven, de man nietszeggend aan.
" Euh?...bedankt..."
" Niets te danken, mijnheer!" tikt de portier aan zijn pet en haalt alsnog een ferme fooi binnen.
 
" Bill! Luister nu toch even!" dringt juffrouw Elisabeth aan. Maar Bill
schudt koppig het hoofd.
Elisabeth en Bill hebben hun toevlucht tot de tuin van Bill's erfenis
gezocht om ongestoord, indien je de tuinman die op een minitractor
Schumacher tracht te evenaren buiten beschouwing laat, in elkaars
gezelschap te kunnen vertoeven.
" Het heeft geen zin, Elisabeth! Ik ben blut! Dit oude kavalje..." wijst
Bill naar de Victoriaanse villa die uitpuilt van loodgieters,
electriciëns, stukadoors en lieden met andere meer onduidelijke beroepen, die stuk voor stuk druk bezig zijn met elkaar voor de voeten te lopen.
" Slorpt niet alleen de ganse nalatenschap maar ook al mijn spaarcenten
op! Ik heb zelfs al een voorschot op mijn loon genomen!" zucht Bill
teneergeslagen.
" En dan? We kunnen in ieder geval toch trouwen?"
" Helaas, vanmorgen hebben die werkbeesten de slaapkamer ingenomen onder het mom dat de vloerplanken nodig vernieuwd moeten worden!"
" Maar waarom ben je dan met al die werken begonnen?"
" Het was een voorwaarde in dat vervloekte testament! "
" ....Begunstigde zal, op straffe van nietigverklaring van deze erfenis, het erfgoed in zijn oorspronkelijke staat herstellen en dit binnen een termijn van drie maanden na de aanvaarding van het legaat!...." declameert Bill neuzelend de notaris imiterend.
" Wist ik veel dat het huis op instorten stond! En de gestelde termijn
verstrijkt binnen veertien dagen! De volgende nachten kampeer ik dus
noodgedwongen in de keuken!"
"Dan kampeer ik daar met jou!" houdt juffrouw Elisabeth aan.
" Luister, liefste schat, laat ons nog een maandje of twee geduld hebben. Dan ben ik terug boven jan en kunnen we in het huwelijk treden zoals het hoort!"
" Ik wil nú trouwen!" schreeuwt Elisabeth plotsklaps haar geduld
verliezend.
Net op het ogenblik dat de tuinman voorbij racet. Waardoor deze niet
alleen zijn concentratie maar ook nog de macht over het stuur kwijt raakt zodat de tractor ongecontroleerd met hoge snelheid op de achtergevel van het huis afschiet. Wie schets de verbazing van het machteloos toekijkende koppel als zij, net voor het vehikel zijn bakstenen noodlot bereikt, een luide krak horen en de tractor als het ware door de aarde verzwolgen wordt.
Even staat de tijd voor de verbijsterde toeschouwers stil....
Tot een gesmoord doch dringend verzoek om hulp opklinkt en Bill, op de hielen gevolgd door Elisabeth, naar de plaats van het ongeluk spurt waar hem een onwelriekend, maar hartelijk welkom wordt bereid door de tuinman, die letterlijk en figuurlijk tot aan zijn nek in de stront zit.
Nadat Bill zich ontdaan heeft van de sporen die het hulpverlenen aan de noodlijdende hebben nagelaten en de werkmannen een halve dag vrij hebben genomen om te bekomen van de slappe lach, hervat Elisabeth haar pleidooi.
" Bill, voor de laatste keer! Wil je met mij trouwen?"
" Natuurlijk schattebout! " beaamt Bill vurig.
" Dan moet je het nú doen!" dreigt Elisabeth, vast van plan haar wil door te zetten.
" Maar schattebout! Lieverd! Engel!!!!" roept Bill uit.
" Laat ons nog even geduld oefenen!"
" Je wil nú dus niet met mij trouwen?" vraagt Elisabeth, ieder woord
ijspegelbehangen, nogmaals.
" Nú, direct, subiet? Neen, maar...." Verder komt Bill niet.
Elisabeth rukt zijn verlovingsring van haar vinger, kwakt die in het
voorbijgaan op het tafeltje in de gang gilt theatraal " Dan nooit!" en
rent met betraande wangen de voordeur en zijn leven uit.
 
Een nieuwe dag loopt naar zijn einde en de heer Wessley snibt gehaast in de telefoon.
" Met Wessley! Maak het kort! Mijn tijd is kostbaar!"
" Hallo, Tuurtje!"
" MUIS!!!!"
" Helemaal lieverd!" Maar de heer Wessley is deze keer immuum voor de lage klankvolle alt die menig man zo vaak heeft doen sidderen van onvervuld verlangen.
" Muis!! Verdomme!! Waar zit je? Dat ik je lelijke knaagdierennek breek!"
" Hola, hola! Wat een taal, Arthur! Zo spreek je niet tegen een dame!"
" Dame, Dame? Laat me niet lachen! Lelijke oplichtster die je bent!"
" Oplichtster? Ik?"
" Doe niet alsof je van niets weet! Wie heeft er met dat contract geknoeid! Wie heeft er van tweeduizendvijfhonderd euro vijfentwintigduizend euro gemaakt?"
" Tweeduizendvijfhonderd? Vijfentwintigduizend? Waar, in godsnaam, heb je het over?"
" Speel niet de vermoorde onschuld! Jij hebt een nul aan het bedrag op jouw kopie toegevoegd! Maar dat zul je bezuren! Ik stap naar de rechter en eis mijn geld terug!" dondert de heer Wessley in de hoorn.
" Hemel, Tuur! Dat zou ik niet doen als ik jou was!"
" Wie zal me tegen houden? Jij misschien?"
" Heb je al eens naar jouw kopie gekeken? Daar staat klaar en duidelijk vijfentwintgduizend, hoor!"
Meneer Wessley opent zijn mond om nog een paar dreigementen te schreeuwen als eindelijk de strekking van Muis's woorden ten volle tot hem doordringt.
" Wel?" klinkt het in zijn oor.
" Verdomme!" snauwt hij kwaad.
" Dan heb je een wisseltruc uitgehaald!" vervolgt hij als hij zich plots
het oponthoud bij het ondertekenen van het document herinnert.
" Verdomme! Verdomme! Verdomme!"
" Bedaar, Arthuur! Gedane zaken nemen geen keer!"
" O neen? Dat zullen we dan wel eens zien!" gilt Wessley.
" Ik vecht dat contract aan tot in de eeuwigheid! Ik blijf je vervolgen
tot Sint Juttemis! Dat contract is ..."
" ...EEN GOUDMIJN!!!!" Gilt Muis verrukt en jodelt van puur plezier zeker anderhalve minuut in de heer Wessley's oor.
Lang genoeg alleszins om hem nieuwsgierig te maken.
" Wat goudmijn? Waar Goudmijn? Verdomme, houdt op met kakelen en geef antwoord!" roept Wessley in het toestel.
" Een tweehonderdduizend dollar contract!" schatert Muis.
" Euh?..."
" Voor drie maand naar Las Vegas!!!! En wie weet wat er daarna nog
allemaal uit de bus komt!!" jubelt ze.
" Aah?!!!!...Haaa!!!" Het begint de heer Wessley te dagen.
" De helft is voor mij, hoor je!"
" Natuurlijk, honnepon! Daarom bel ik je ook!" giechelt Muis gelukkig.
 
Een tijd lang zit de heer Wessley zichzelf geluk te wensen met deze
onverhoopte meevaller, maar dan betrekt zijn gelaat.
Hij herinnert zich plots waar het contract met Muis zich bevindt. Hij
heeft de achterkant gebruikt om zijn schuldbekentenis aan die kerel op te schrijven! Die vent die hij een paar dagen geleden met een kluitje in het riet gestuurd heeft en aan wiens moordlust hij ternauwernood ontsnapt is! Hoe heette die ook weer? Het ligt hem vooraan op de tong! Het begint met een B...! Bert? Boris? Bernard? Boudewijn?????.... BILL!!!!! Dat is het, Bill!
Maar verder? Meneer Wessley peinigt vergeefs zijn hersens. Bill's achternaam is hem totaal ontschoten!
Even zit de heer Wessley verslagen te broeden over het onberekenbaar wrede lot. Hij maakt zich geen illusies. Hij weet dat hij, wanneer hij zijn deel van de poet bij Muis gaat opeisen, geen geldig contract kan voorleggen zij zich zonder de minste gewetensbezwaren de ganse buit zal toeëigenen.
Maar de heer Wessley is geen multimiljardair geworden door bij de pakken te gaan neerzitten. Gezwind neemt hij een besluit.
" Elisabeth! Elisabeth! " brult hij zonder de moeite te nemen de intercom te gebruiken.
Deze keer schrikt hij zelfs niet als zijn secretaresse, zoals steeds,
onverhoeds aan zijn zijde opduikt.
" Ja meneer?"
" Herinner jij je nog de naam van dat detective-bureau dat wij een paar jaar geleden in de zaak ‘Mulheim' hebben ingeschakeld?"
" Ik kan het opzoeken, meneer." antwoordt Elisabeth een beetje stroef. Zij is nog steeds kwaad op haar baas omdat zij door zijn toedoen van de huwelijkse staat is afgehouden.
" Doe dat en maak een afspraak voor morgen!"
 
Bill zit in zijn keuken treurig te wezen als de bel van de voordeur
overgaat en hij vreselijk tegen zijn zin, en pas nadat de onwelkome
bezoeker de vinger vijf minuten ononderbroken op de schelleknop heeft gehouden, opendoet.
" Ik ben niet...." begint Bill om, wie het ook is die hem in zijn verdriet
komt storen, kort en krachtig af te wimpelen. Maar de rest van deze
gevleugelde woorden gaan voor eeuwig verloren bij het aanschouwen van Elisabeth, die op zijn drempel ongeduldig staat te trappelen.
" Heu...ah...eh. ???" stamelt hij.
" Mag ik nog binnen komen of moet ik hier op de stoep kamperen?" opent Elisabeth het gesprek. Al zijn dit niet echt woorden van liefde, toch klinken zij Bill als muziek in de oren.
Hij doet een pas opzij en Elisabeth stapt opnieuw zijn leven binnen.
Die stevent, zonder zelfs haar jas aan de kapstok te hangen, recht naar de keuken waar zij, nadat ook Bill daar gearriveerd is, de vraag stelt, die haar op de lippen brandt.
" Houdt jij nog van mij?"
Bill kan zijn oren niet geloven.
" Wat? Euh..wat???"
" Zie je mij graag?" herformuleert Elisabeth, ieder woord met nadruk traag en duidelijk uitsprekend.
" Ja! Ja, natuurlijk!" Haast Bill zich te antwoorden want hij bespeurt een tikkeltje ongeduld bij het licht van zijn leven.
" Goed, ik houd ook van jou!" bekent Elisabeth en is gedwongen een
onvoorziene pauze in haar, uit het hoofd gestudeerde, betoog te lassen
aangezien haar gehoor als een gek de keuken op en neer danst en zijn
overvol gemoed lucht in ongearticuleerde uitroepen.
Pas als Bill uitgeput, met een verzaligde uitdrukking op zijn bezwete
gelaat, op een stoel neerzinkt kan zij in korte, krachtige zinnen haar
exposé verder zetten.
" Bill, wil jij snel een pak geld verdienen?"
" Euh?...Ja...wie wil dat niet?"
" En dan met mij trouwen?"
" Ja! Ja! Ja!!!!!"
" Goed, hier is wat je moet doen!" begint Elisabeth terwijl zij een
pakketje uit haar handtas tevoorschijn tovert.
" Wat is dat?" gruwelt Bill als Elisabeth met een afschuwelijk ogende
valse snor,baard en pruik voor zijn neus wappert.
" Dat is je vermomming!"
" Vermomming? Over mijn lijk!"
" Tsss....Zwijg en luister!" commandeert Elisabeth geïrriteerd zodat Bill spijt krijgt van zijn begrijpelijke doch overhaaste reactie.
" Morgen verwacht Mr.Wessley een privé-detective op zijn kantoor!"
" En dan?..." waagt Bill, onvoorzichtig genoeg en wordt terstond
terechtgewezen.
" Shhhtttt!!!! Stil!!!Laat mij toch uitspreken!"
" Die speurneus ben jij!"
" I...???" begint Bill maar houdt het bij ongelovig op zichzelf wijzen als zijn blik de hare kruist.
" Jij! Voorzien van deze snor, baard en bijpassende pruik!"
" Waarom?" verbreekt Bill de hem opgelegde belofte van stilte.
" Omdat ik heb gezien hoeveel die snuffelaars aanrekenen voor de simpelste klusjes!" verklaart Elisabeth en duwt hem de rekeningen, die zij als bewijs gekopiëerd heeft, onder de neus.
" Wauw!!!!...." uit Bill zijn verbazing als hij de cijfers bestudeert.
" Wel?" vraagt Elisabeth.
" Zal ik die pruik even passen?" stelt Bill voor.
 


Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:


(niet registreerd)
goed


liefs lisa

Geplaatst op: 2007-01-04 16:41:32 uur