"Meneer Beer haalt zijn auto weer op"
|
|
De weken verstreken en eindelijk kreeg meneer Beer het
telefoontje waar hij al die tijd al op wachtte. Meneer Octopus belde om
te zeggen dat de auto van meneer Beer weer klaar was voor gebruik.
Meneer Beer was zo blij met dit nieuws dat hij zowat een
vreugdesprongetje maakte. Meneer Beer vertelde mevrouw Beer dat hij
zijn auto eindelijk op ging halen en stapte uit zijn huis om de
wandeling naar de garage van meneer Octopus te maken. Meneer Beer zette
de eerste stap en hij zag mevrouw Konijn bij het heggetje staan welke
de tuinen van de familie Beer en mevrouw Konijn scheidde.
"Goedemorgen mevrouw Konijn!" begroette meneer Beer mevrouw Konijn enthousiast.
"Goedemorgen meneer Beer." antwoordde mevrouw Konijn met een ondeugende glimlach.
"Wat een lekker weertje, vindt u ook niet, mevrouw Konijn?"
"Dat
is het zeker, meneer Beer! Maar vertelt u eens, hoe komt het dat u zo
goedgeluimd bent vandaag, meneer Beer?" vroeg een nieuwsgierige mevrouw
Konijn.
"Dat zal ik u vertellen, mevrouw Konijn. Meneer Octopus
belde mij zojuist om te vertellen dat mijn auto eindelijk gemaakt is.
Ik kijk al weken uit naar deze gebeurtenis, dus van enige blijdschap is
momenteel wel sprake."
"Wat leuk voor u, meneer Beer!" zei mevrouw Konijn, terwijl ze het zweet van haar voorhoofd veegde.
"Bent u hard aan het werk in uw tuin, mevrouw Konijn?"
"Dat
ben ik inderdaad, meneer Beer, maar ik ben nu bijna klaar. Hierna neem
ik denk ik een lekker, warm bad, waarin ik mij helemaal in ga zepen..."
sprak mevrouw Konijn met een zwoele stem. Meneer Beer was zo verheugd
over het nieuws van zijn gemaakte auto dat hij het beeld van een naakte
en wulpse mevrouw Konijn zelfs niet in zijn hoofd kon krijgen.
"Doet u dat maar, mevrouw Konijn. Ik moet nu gaan! Dag mevrouw Konijn."
"Dag meneer Beer."
En
zo begon meneer Beer dan eindelijk echt aan zijn wandeling naar de
garage van meneer Octopus, alwaar zijn zo goed als nieuwe bolide stond
te wachten op zijn eerste ritje sinds die keer dat meneer Beer voor
niets naar zijn schoonmoeder reed. Meneer Beer wandelde zijn straat uit
en kwam op het plein terecht. Vanwege het goede weer van die dag was
het plein goed gevuld met volk, alleen rond het zitmonument was het wat
aan de stille kant. Om zich niet te ergeren aan langzamere voetgangers
dan hemzelf besloot meneer Beer om daar langs te lopen. Terwijl meneer
Beer langs het monument liep hoorde hij plots een stemmetje.
"Kijkt
eens wie wij daar hebben! Het is meneer Beer!" riep het stemmetje.
Meneer Beer keek om zich heen, maar kon zo snel niet ontdekken waar het
stemmetje vandaan kwam.
"Nee, hier beneden!" riep het stemmetje nu. Meneer Beer keek naar beneden en zag daar de bron van het stemmetje staan.
"Ah, goedemorgen, meneer Axolotl."
"Goedemorgen,
meneer Beer. Wat bent u groot vanaf hier gezien! Dat doet mij sterk
denken aan die ene keer dat ik op het hooggebergte aan het klimmen was
en dat ik de verschrikkelijke sneeuwman tegenkwam! Het was wel drie
meter in grootte en wel anderhalve meter in breedte. Het had een dikke,
witte vacht en bloedrode ogen. Ik raakte in paniek en schreeuwde naar
het wezen. 'Wat moet je van me?!' schreeuwde ik naar hem. En hij zei: 'Twee euro'.
Twee euro?! Wat moet een verschrikkelijke sneeuwman nou weer met twee
euro? Ik begreep er helemaal niks van, meneer Beer. Helemaal niks! Dus
ik zei: 'Nee, verschrikkelijke sneeuwman, je krijgt geen twee euro van mij.', dus toen ging ik weer verder met het klimmen."
"Wat interessant, meneer Axolotl, maar ik was eigenlijk op weg naar meneer Octopus en dat moet nu."
"O, oké meneer Beer. Veel succes dan!"
"Dank u, meneer Axolotl." sprak meneer Beer, terwijl hij zijn weg vervolgde.
Even
later kwam meneer Beer bij de garage van meneer Octopus aan. Hij keek
even naar binnen en zag daar zijn bolide staan. Bij de gedachte aan het
rijden met zijn bolide met de ramen naar beneden en de wind door zijn
vacht raakt meneer Beer in trance. In zijn trance zit een
schaarsgekleede mevrouw Beer naast hem, waardoor meneer Beer begon te
kwijlen. Dikke klodders berenspeeksel verliezen een strijd tegen de
zwaartekracht en vinden dus hun weg naar beneden. Één van deze klodders
raakte meneer Muis zelfs.
"Past u toch op, meneer Beer!"
"Oh, pardon, meneer Muis!" verontschuldigde meneer Beer zich, terwijl hij een zakdoek pakte om meneer Muis droog te maken.
"Het is al goed, meneer Beer. Wat doet u hier eigenlijk?"
"Ik kom mijn auto ophalen, die was namelijk defect."
"Wat vervelend voor u, meneer Beer."
"Het geeft niet, meneer Muis. Hij is nu immers weer gemaakt."
"Daar heeft u gelijk in, meneer Beer. Maar hoort u eens, ik moet gaan. Dag, meneer Beer."
"Dag, meneer Muis." sloot meneer Beer af, terwijl hij de garage binnenstapte op zoek naar meneer Octopus.
"Ah,
meneer Beer. U bent gearriveerd. Nou, uw bolide is weer gereed om mee
gereden te worden. Als u nog eventjes de verzekeringspapieren even
invult..."
"Maar meneer Octopus, ik vrees dat ik die papieren niet bij mij heb."
"Oh
jeetje, meneer Beer. Maar zonder de papieren in te vullen kan ik u uw
auto niet meegeven. Anders kom ik in problemen, ziet u?"
"Ik begrijp
het, meneer Octopus. Dan zal ik maar snel even naar huis lopen om de
benodigde papieren op te halen. Ik ben er zo weer."
"Tot zo, meneer Beer."
"Tot zo, meneer Octopus."
Meneer
Beer ging weer naar huis toe, maar niet op de manier waarop hij naar
huis hoopte te gaan. Meneer Beer baande zich weer een weg door de
drukte op het plein en kwam ook weer langs het monument.
"Daar is meneer Beer weer!" riep meneer Axolotl, die er blijkbaar nog steeds zat.
"U zou toch uw auto ophalen?"
"Dat
klopt, meneer Axolotl, maar in al mijn enthousiasme was ik mijn
papieren vergeten om mee te nemen naar de garage, waardoor meneer
Octopus mij mijn auto nog niet mee kon geven."
"Wat vervelend,
meneer Beer. Dat doet mij denken aan die keer dat er een Jehova's
getuige bij mij aan de deur kwam. Hij belde aan en vroeg of ik mij
wilde laten bekeren tot zijn geloof. Toen ik zei dat ik dat niet wilde
vroeg hij mij om twee euro. 'Twee euro?!' zei ik, 'wat moet een Jehova's getuige nou weer met twee euro?!'.
En het was zo rond dat moment dat het mij opviel dat deze Jehova's
getuige wel erg groot was voor een Jehova's getuige. Ook de witte vacht
en de bloedrode ogen kwamen mij verrekte bekend voor. Toen had ik het!
Het was de verschrikkelijke sneeuwman! Mijn vrouw zei nog: 'Geef hem maar twee euro',
maar ik wist natuurlijk dat dat niet slim was. Verschrikkelijke
sneeuwmannen zijn natuurlijk totaal niet te vertrouwen! Reik je ze de
hand, dan nemen ze je arm."
"Interessant, meneer Axolotl, maar hoe
doen mijn vergeten papieren u denken aan de verschrikkelijke sneeuwman
die, verkleed als een Jehova's getuige, om twee euro vraagt?"
"Tja, meneer Beer, daar was ik ook nog niet helemaal uit."
"Probeert u daar maar eens achter te komen terwijl ik snel even naar huis ga om mijn papieren te halen, meneer Axolotl."
"Dat is goed, meneer Beer. Tot ziens."
"Tot ziens, meneer Axolotl."
Na
dit vreemde verhaal van meneer Axolotl ging meneer Beer nog weer wat
harder lopen om even snel zijn papieren op te halen. Hij kwam weer zijn
straat ingelopen en liep zijn tuinpad op. Plots ging er een raam open
in het huis van mevrouw Konijn.
"Dag meneer Beer, was uw auto nog niet klaar?" vroeg een schaarsgeklede mevrouw Konijn aan meneer Beer.
"Nee..."
antwoordde meneer Beer, maar op het moment dat hij zijn zin af wilde
maken en meneer Beer de kant van mevrouw Konijn opkeek, viel het hem
plotseling op dat mevrouw Konijn niet veel kledij droeg. Meneer Beer
zijn kaak verzakte iets toen hij zag dat een opdrogende mevrouw Konijn
niet veel meer dan een badjas met een lage insnede en een kort
onderstukje droeg. De benen en de boezem van mevrouw Konijn waren goed
zichtbaar voor meneer Beer terwijl hij probeerde om bij zijn positieven
te komen. Hij kon nog net voorkomen dat er een klodder berenkwijl uit
zijn mond ontsnapte en keek vluchtig om zich heen om te kijken of
meneer Muis toevallig ook in de buurt was. Dit bleek echter niet het
geval te zijn. Terwijl Meneer Beer zijn zin met moeite af probeerde te
maken liep hij rood aan, maar door zijn dikke vacht kon mevrouw Konijn
dit toch niet zien.
"Nee... nee, mevrouw Konijn, ik was mijn
papieren vergeten mee te nemen." zei hij, terwijl hij snel naar binnen
liep en zijn papieren pakte.
"Tot ziens, mevrouw Konijn."
"Tot straks, meneer Beer." zei mevrouw Konijn terwijl ze knipoogde.
Meneer
Beer probeerde mevrouw Konijn uit zijn brein te krijgen en liep aardig
snel de straat uit, over het plein en binnen minuten stond hij hijgend
bij de garage van meneer Octopus. Meneer Beer pufte even uit voordat hij
naar binnen liep met zijn papieren. Meneer Octopus zat al klaar.
"Dag meneer Beer, dat heeft u snel gedaan! Ik heb nog maar net een halve boterham op kunnen eten."
"Dank u, meneer Octopus. Zouden we dit even snel kunnen regelen? Dat kunt u weer verder met uw boterhammen."
"Uiteraard, meneer Beer." zei meneer Octopus alvorens zijn pen tevoorschijn te toveren.
Na
enkele minuten aan schrijfwerk overhandigde meneer Octopus meneer Beer
de sleutel van zijn bolide en stapte meneer Beer in. De bloeddruk van
meneer Beer steeg en hij nam zijn stuur stevig in zijn knuisten. Hij
draaide zijn sleuteltje om en hoorde de motor pruttelen, maar zodra hij
gas probeerde te geven kwam er een industrieel geluid vanonder de
motorkap vandaan en stopte de auto met bewegen. Er verscheen een blik
van teleurstelling op het gezicht van meneer Beer terwijl hij uitstapte.
"Verdraaid, meneer Octopus, ik dacht dat hij het weer deed."
"Dat
deed hij ook." zei meneer Octopus, terwijl hij zich op zijn hoofd
krabde. Meneer Octopus pakte zijn gereedschapskist, deed de motorkap open
en begon meteen weer te sleutelen. Intussen was meneer Axolotl ook
aangekomen bij de garage van meneer Octopus.
"Wat scheelt er heren, werkt het niet?"
"Nee, meneer Axolotl, het werkt niet." antwoordde meneer Beer enigszins geïrriteerd op de vraag van meneer Axolotl.
"Maar meneer Octopus weet vast wel te achterhalen wat er scheelt aan de motor van mijn bolide."
"Dat hoop ik ook voor u."
Opeens kwamen er kreten van verbazing onder de motorkap en uit de mond van meneer Octopus vandaan.
"Wat is het, meneer Octopus?" vroeg een geïnteresseerde meneer Axolotl.
"Een
pluk!" schreeuwde meneer Octopus terug. Meneer Beer en meneer Axolotl
keken elkaar vreemd aan en besloten zelf ook een kijkje te nemen.
Meneer Octopus kwam onder de motorkap vandaan en had een witte pluk
haar in zijn hand.
"Ik begrijp het niet, meneer Beer. Heeft u soms een witharig huisdier?"
"Maar nee, meneer Octopus. Mevrouw Beer is immers allergisch voor huisdieren."
"Dat is ook zo, meneer Beer."
"Ik weet al wat het is, heren." sprak meneer Axolotl plotseling.
"Probeert u maar eens om twee euro boven de motor te houden." Meneer Beer zag de bui al hangen.
"Meneer Axolotl, u wilt toch zeker niet zeggen dat u denkt dat de verschrikkelijke sneeuwman in de motor van mijn auto zit?"
"Ik
vrees van wel, meneer Beer. Ik vrees van wel." Zo gezegd, zo gedaan en
meneer Octopus graaide een twee euromunt uit zijn broekzak en liet deze
boven de motor bungelen. Na vijf minuten was er echter nog niks
gebeurd, dus wuifde meneer Beer het idee van meneer Axolotl weg.
"Misschien
was het verwijderen van deze pluk wel voldoende, meneer Beer. Probeert
u het nog maar een keer." adviseerde meneer Octopus. Meneer Beer knikte
naar meneer Octopus en ging weer zitten. Hij draaide het sleuteltje
weer om en de motor draaide als een tierelier, tot groot genoegen van
meneer Beer.
"Meneer Octopus, ik bedank u hartelijk voor het maken van mijn bolide. Tot ziens! En ook tot ziens voor u, meneer Axolotl."
"Tot ziens, meneer Beer." zeiden meneer Octopus en meneer Axolotl in koor.
Meneer
Beer trapte eens flink het gaspedaal in en reed hierna in een aardig
tempo en met een grote grijns op zijn gezicht naar huis toe. Tot het
moment dat hij weer zijn straat in kwam rijden. Hij reed zachtjes naar
zijn oprit toe en zuchtte eens diep.
"Wat een stressvolle dag..." zei hij hardop tegen zichzelf. Hij zette zijn auto op de oprit en stapte uit.
"Dag,
meneer Beer." hoorde hij een bekende stem zeggen. Meneer Beer keek om
en zag mevrouw Konijn in haar mooiste kleding op haar gazon staan.
"Is het nu wel gelukt, meneer Beer?" vroeg mevrouw Konijn met een zwoele stem.
"Ja, mevrouw Konijn, nu was alles in orde."
"Mooi zo, meneer Beer. Wat heeft u eigenlijk een mooie auto..."
"Dank u wel, mevrouw Konijn. Ik ben er zelf ook wel erg dol op."
"Hmhm...
wilt u mij soms eens mee uit rijden nemen, meneer Beer? Dan kunnen we
onderweg wel ergens iets gaan drinken, of iets anders leuks doen."
vroeg mevrouw Konijn terwijl ze voorover over de heg hing, met haar
lichaam goed zichtbaar.
"Dat lijkt mij leuk, mevrouw Konijn. Ik zal
het voorstel eens over leggen met mevrouw Beer, dan kunnen we er een
gezellig burentripje van maken."
"Maar meneer Beer..." zei mevrouw
Konijn met een speelse pruillip, "...kunnen u en ik niet samen met zijn
tweetjes zo'n tochtje maken? Ik zal u beloven dat u die dag niet meer
vergeet." ging mevrouw Konijn verder terwijl ze met haar vinger
krulletjes maakte in de vacht van meneer Beer.
"Maar mevrouw Konijn,
u weet toch dat ik getrouwd ben? Neemt u mij niet kwalijk, maar het was
een stresvolle dag en ik heb last van mijn voeten."
"Wilt u soms naar binnen komen, meneer Beer? Dan maak ik wel een lekker voetenbadje voor uw zere voeten..."
"Dat is aardig, mevrouw Konijn, maar mijn vrouw maakt hele goede voetenbadjes. Tot ziens, mevrouw Konijn."
"Toedeloe, meneer Beer."
Meneer
Beer stapte uitgeput zijn huis binnen, liet zich op de bank ploffen en
sufte bijna weg, toen mevrouw Beer plotseling voor zijn snuit stond.
"Dat duurde lang..." zei mevrouw Beer.
"Dat
klopt." antwoordde meneer Beer, terwijl hij vertelde over alle
probleempjes van die dag en de gekke verhalen van meneer Axolotl.
Mevrouw Beer had medelijden met haar echtgenoot, dus besloot ze om haar
fameuze voetbadje te maken voor de zielige meneer Beer, zodat zijn
voeten, en ook de rest van zijn lichaam, weer lekker tot rust zouden
komen.
© augustus 2009, Timmeeh, BasicPublishing.nl
|